![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
|||||||||||||||||
De
Koolweg (Koalwaeg)
De
Koolweg is een van de wegen welke het Dorine Verschureplein als
vertrekpunt heeft. Reeds lang voor de definitieve verdeling van de heide
werden door de gerechtigde dorpen in hun aandeel gronden tot bouwland
ontgonnen. Uiteindelijk was er nog maar een beperkt stuk woeste heide over
(dit is nu het DSM-terrein). Door
de ontginningen schoof het weidegebied steeds verder op en dienden de
bestaande veedriften navenant verleng te worden. In deze verlenging ligt
waarschijnlijk de oorsprong van de Koolweg. Overigens behoorde voorheen
ook de Mauritsweg tot de Koolweg. Samen komen ze voor als de “Grote
Koolweg”.
Toen
op het einde van de 18e eeuw
vanaf het Roodhuis een weg naar Sittard
werd aangelegd kwam de Mauritsweg/Koolweg hiervan in het verlengde te
liggen. Zodoende ontstond, via de Stationsstraat,
een verbinding van het veer aan de Maas tussen Rekem en Sittard (in
een groter verband: tussen Belgie en Duitsland). Toen
in 1926 de Staatsmijn Maurits (“de koel”) in Lutterade in bedrijf
kwam, gingen daar veel Aelsenaeren werken. Via de Koolweg en Mauritsweg
ging men naar de “koel” om als “ongergreunjer of
boavegreunjer te wirreke”.
De naam van de Koolweg heeft niets met de S.M. Maurits te maken. De naam is namelijk veel ouder dan deze mijn. Voor de verklaring van de naam zijn er een aantal mogelijkheden. Op de eerste plaats denken we aan een samenhang met de “koolhoven” langs deze weg. Een tweede mogelijkheid kan zijn een afgeleide van de functie als veedrift nl. Kooweg (Koeweg) wat later koolweg werd.
De Crupel (de Kreupel)De buurt gelegen in de driehoek tussen de Koolweg, Steinderweg en Stationsstraat-oost noemt men nu in het algemeen “Crupel” of “in de Creupel”. Een gedeelte van deze buurt tussen de Michiel de Ruyterstraat, Maarten Trompstraat en Stationsstraat noemt men “de Lommerd” of “Lommaert”. Lommaert is de naam van een grote ijzergroothandel die op de plaats van deze buurt heeft gelegen. Eind jaren ‘70 van de vorige eeuw is deze naar Born verhuisd. Oorspronkelijk heet het hele gebied tussen vermelde wegen niet Crupel maar “Klein Hei” . De Crupel was slechts een onderdeel hiervan. Hier zien we ook weer dat de naam van een deelgebied de oorspronkelijke gebieds-naam heeft verdrongen. Dit komt mede doordat men het gebied achter de eigenlijke Crupel “langs de Crupel” ging noemen en de naam “Klein Hei” raakte in onbruik. Het is overigens jammer dat een oude naam als Crupel niet als straatnaam voorkomt. Creupel is oorspronkelijk de naam voor dat deel van de “Klein Hei” dat direct aan de landweer (nu de Schutterskampweg) grensde. De naam Crupel, Creupel, Croepel of Crapel is niet direct te verklaren. Men kan denken aan kreupel in de betekenis van ondermaats, gebrekkig en klein (“kröpel”) . Dit kan dan slaan op de omvang van de percelen of van het gebied zelf t.o.v. de grote oppervlakte van de heide. De kleine percelen zijn waarschijnlijk in oorsprong ook koolhoven. Het pel in de naam zou nog afkomstig kunnen zijn van een ons onbekende poel in dit gebied. Langs de straat lag verder een graaf, Cruepelsgraaf. Het is ons niet bekend of de weg toen dieper lag of dat de verhoging later is afgegraven.
De
Stationsstraat-oost
(“Boave op de Staasjewaeg”)
Deze
straat is de verbinding tussen het Dorine
Verschureplein en de spoorwegovergang naar Beek. Ooit een drukke
verbindingsweg waarvan de functie door de Michiel de Ruyterstraat is
overgenomen. De naam is niet de oorspronkelijke naam. De oudste naam is
Crupelweg. De straat gaat waarschijnlijk in oorsprong terug op een
ontginningsweg in dit gebied, die misschien in eerste aanleg doodliep en
later werd doorgetrokken als verbinding met
de Oude Postbaan die eind 18e eeuw werd aan-gelegd. ( In de
Postbaan werd ook de veedrift naar de heide van Beek opgenomen, dit is
nu de Stationsstraat van Beek). De
Crupelweg werd toen de
verbindingsweg naar Beek.
Tot
de ontginning van de heide ging men via een voetpad over de Heuvel en met
voertuigen via het Seeckendaal naar Beek. Na het ontginnen van dit gebied
(eind 18e eeuw) wordt waarschijnlijk ook de voorloper van de
Stationsstraat-oost, de Crupelweg, uitgebouwd
of aangelegd als verbinding met de Postbaan bij de overweg. Dit wordt dan
de nieuwe verbinding met Beek voor het wegverkeer.
De voormalige landweer (de Schutterskampstraat) wordt een veldweg. Deze gaat men ook benutten als route naar Beek voor
voetgangers. De Schutterskampweg loopt aan het eindpunt dan verder als
voetpad, het Schuttenkampvoetpad. Dit liep
achter de steenfabriek door over de Kakeberg te Beek om weer uit te komen
op de Postbaan (nu de Stationsstraat van Beek).
In
1865 komt het spoor en dit doorsnijdt de Crupelweg en de Schutterskampweg.
Dit wordt opgelost door de Schutterskampweg dan langs het spoor te
verlengen tot aan de huidige spoorwegovergang. En aan de andere kant de
weg langs het spoor een weg (de men Parallelwegen
(er zijn meerdere daarvan in Elsloo aangelegd).
Wanneer de naamsverandering heeft plaats gehad van Crupelweg naar
Stationsstraat is ons niet bekend. Van
de oude Crupelweg bleef nog een stukje aan de overzijde van het spoor
intact (vanaf de spoorlijn
tot aan het zalencentrum “het Kaar”)
dit stukje kreeg toen de naam Korte Crupelweg.
De
Postbaan die aangelegd werd tussen Maastricht en Roermond is tot de aanleg
van de Rijksweg een heel belangrijke weg geweest. Zoals we zagen met bij
het Roodhuis een aftakking naar Sittard. Voor Elsloo boden betekenden die
wegen een vervanging van de gebrekkige middeleeuwse verbindingen zoals de
Heistraat. We vermoeden dat zowel de Koolweg als de Stationsstraat-oost
toen zijn aangelegd c.q. aangepast om te gaan dienen als verbinding met de
nieuwe wegen.
Verder
kan men zien dat de Steinderweg een holle weg was (hij loopt door een
droogdal). Overigens was de naam toen
niet Steinderweg. Het stuk
van de Koolweg tot aan de Stationsstraat
waren de Beekerdellen (del is dal) . De weg was een onderdeel van
de grens tussen Beek en Elsloo in het heidegebied.
Een ander deel van de grens met Beek was de Mauritsweg. Het stuk
Steinderweg tussen de Koolweg en Stein was de Meelderweg.
Het was een onderdeel van het eerder behandelde Meldert . Het
Meldert als gebiedsnaam loopt overigens door tot aan het kasteel in Stein.
De Schutterskamp (in de Schötterskamp)
De
Schutterskamp was het gebied welk werd begrensd door de Stationsstraat
–oost en de daarachter lopende veldweg ,de Schutterskampweg, alsmede de
voorzetting van deze aan de overzijde van het spoor. De Schutterskamp was
aangelegd op de heide en bestond voor het grootste deel
eveneens uit kleine percelen. We vermoeden dat ook dit veldtuinen
zijn geweest. Vermoedelijk zijn deze “coolhoven” die we langs de wegen
door het oorspronkelijk heidegebied tegenkomen al aangelegd voordat het
aangrenzend gebied ontgonnen werd. Hierdoor zijn deze als eilandjes met
kleine percelen op de kadasterkaarten te herkennen.
De
Schutterskamp bestond tot in de 18e eeuw niet als naam. In de
archieven komen we in dit gebied alleen de landweer en de Croepel
als naam tegen. Vermoedelijk zijn hier vroege ontginningen geweest
in een apart gebied wat de Croepel werd genoemd.
Later word hier de Crupelsweg (de huidige Stationsstraat-oost)
doorheen gelegd of verlengd tot aan de Oude Postbaan wat
het gebied in twee deelde. Het gebied links van de weg bleef de
naam Croepel of Crupel behouden rechts tussen de landweer (Schutterskampweg)
en de Crupelweg werd de Schutterskamp.
De
samenhang van de naam met de schutterij van Elsloo,
is waarschijnlijk. Niet alleen kan dit een schietterrein zijn
geweest, zoals de overlevering wil, maar ook kan de pacht van de percelen
aan de schutterij zijn geschonken als vorm van subsidie. We komen ook de
schrijfwijze als Sch(e)uttenkamp tegen.
Na de aanleg van het spoor gaat de naam Schutterskamp over op
het hele gebied tussen de Stationsstraat-oost , de Spoorstraat en de
spoorlijn. Hier ligt nu de buurt Schuttersdreef (een van Schutterskamp
afgeleide naam). Eigenlijk behoorde dit gebied tot de spooraanleg tot het
veld “onder de Heuvel “ aan de andere kant van de spoorlijn.
De
overlevering verteld van de kinderen van Elsloo die voor WO II over de
veldweg de Schutterskamp het warme middageten in een blikken draagstelletje (henkelmenke)
naar hun vaders brachten. Deze
werkten in Beek in de sigarenfabrieken en kwamen
hen
dan halverwege tegemoet. Vermoedelijk staken de voetgangers in het
verlengde van de weg hier gewoon de spoorweg over. Deze was toen een enkel
spoor en er liepen niet zoveel treinen.
|