![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
|||||||||||||
Op
de Maas.
In
de inleidende artikelen gaven
we al aan (en zagen we in het geval van de Jodenstraat en de Straet) dat er in
Elsloo diverse gehuchten en buurten in de loop van de tijd verdwenen zijn. Een
van deze gehuchten/buurten was “Op de Maese”.
In
de archieven komen we “Op de Maese “ tegen als naam voor het gebied wat
later “Onder de Berg” zal worden genoemd.
Het gebied tussen het huidige kasteel en de Maas. Dit gebied was van groot
belang in het oude Elsloo en is meermaals.
Zo lag hier een belangrijke water en wasplaats (de bron in de Maasberg en
de Molenbeek), vond het contact met
de rivier plaats en was er de veerovergang, lag er het bestuurlijke centrum (het
kasteel), het economische centrum (Kasteelboerderij,
watermolen en brouwerij) en een aarden verdedigingswerk (de Schans). Net als
boven op de Berg heeft de Maas ook hier veranderingen afgedwongen en
aanpassingen noodzakelijk gemaakt.
De Maasberg zelf liep toen inderdaad waar nu de poort is en vervolgens door de bebouwing van het huidige kasteel (tussen de schuur en de rentmeesterwoning door) en draaide in een lichte bocht naar een bruggetje over de Molenbeek . Dit lag ter hoogte van de huidige brug / dam van de kasteelvijver) en was de toegang tot de beemden in de vorm van een voetpad door de beemden naar Geulle aan de Maas.
Rond
1600 lag hier het contact met de rivier en niet bij het kasteel in de Maas. Ook
lag hier toen vanaf 1552 de Slakmolen
en haaks hierop de oudere brouwerij, het
“Panhuys” van Elsloo. De watermolen bestaat nog en is opgenomen in de
bebouwing van het kasteel. De watermolen is gebouwd door de Heer van Elsloo, het
Panhuys werd aangekocht en verbouwd tot het (in 1885 afgebrande) woonhuis van de
Kasteelheren van Elsloo. Voor de bouw van het kasteel lagen er (rond 1600) naast
(het nog bestaande) woonhuis van de kasteelboerderij (de Fonteyn) twee huizen,
dan volgde de watermolen en de brouwerij op de Slakbeek en hiernaast lagen weer
twee huizen. De
huizen werden afgebroken om rond 1600 het huidige kasteel te bouwen. Het kasteel
in de Maas was afgeschreven en er moest een nieuwe zetel komen, buiten de
gevarenzone van de Maas. De
weg werd hierbij echter niet opgeheven. De rentmeesterwoning lag hierdoor apart
in een (beschreven) kleine driehoek. Halverwege de 19e eeuw heeft
Graaf de Geloes deze weg doen opheffen om de woning met de overige
kasteelgebouwen te kunnen verbinden.
Op
het punt waar de weg afboog door het huidige kasteel, splitste zich een steeg
af. Dit was de Batsteeg die later de weg naar de Maas zal worden. Iets verder
(nu onderaan de Maasberg) voegde van rechts de Bergsteeg zich bij de Batsteeg.
Op dit punt bestond er ook een verbinding tussen de beschreven vervallen weg en
de Batsteeg. Dit stukje weg was de basis van de eerste kleine driehoek, die we
op de kaarten kunnen herkennen en waarin het rentmeesterhuis stond.
Langs
de Batsteeg hebben vanaf het nieuwe kasteel tot aan het slot in de Maas huizen
gelegen. Diverse van deze huizen zijn afgespoeld. Voor de aanleg van het kanaal
lagen hier nog enkele huizen o.a. het veerhuis. De beschreven huizen zowel op de
plaats van het huidige kasteel als langs de Batsteeg vormde samen een aparte
buurt van Elsloo. Deze wordt in de archieven “Op de Maese” genoemd.
De
Schans.
Maar
daar is nog niet alles met verteld. Tussen deze twee huizengroepen in lag een
open ruimte. Hier lag de Schans een aarden verdedigingswerk in de 80-jarige
oorlog. Verving het huidige kasteel de woonfunctie van het oude slot, de Schans
verving de vestingfunctie.
In
de Schans lag een gebouw, een groot pakhuis. In
hoeverre het rentmeesterhuis een onderdeel van de Schans is geweest weten we
(nog) niet. Wat we wel weten is dat aan de Maas een groot magazijn of pakhuis in
de Schans heeft gelegen en dat de gevangenis van Elsloo “ de Schans” werd
genoemd. Ook weten we dat de Hollanders in de 18e eeuw aan de Maas
bij Elsloo een militair magazijn hebben gehad. Op de oude kadasterkaarten staat
dit pakhuis aan de basis van de tweede driehoek ingetekend. De wallen van de
Schans zijn in 1718 afgebroken voor een dijk van te maken om het kasteel te
beschermen. Rest mij nog te vermelden dat langs de Molenbeek de grote bleek van
Elsloo lag. De plaats waar men de witte was op het gras in de zon lieten
nableken. De beemden in de buurt van de Molenbeek waren gemeenschappelijk bezit
en werden “die Gemeynte” genoemd. Hierbij moeten we het laten met de beschrijving van dit gebied. De reden hiervoor is dat de ontwikkelingen in dit gebied nog onvoldoende onderzocht zijn om een sluitende beschrijving te kunnen geven. We hopen e.e.a. van dit punt nog eens nader te kunnen toelichten.
Aan
ut vaer.
“Aan
ut vaer” is de aanduiding voor de omgeving van de uitmonding van de Molenbeek
in de Maas en het laatste stuk van de weg naar de Maas. Op dit terrein wordt nu
jaarlijks een popfestival gehouden.
Dit punt is een zeer geliefde plek voor sportvissers. Tot in de 70-er
jaren van de vorige eeuw kon men, via een bruggetje over de Molenbeek een kleine
houten steiger bereiken waaraan het voetveer van Ernst Penders aanlegde. Om hem
te waarschuwen moest men eerst in het belhuuske aan de weg de bel luiden. Ernst
kwam dan over. De bel was een mooie klok die uiteindelijk is gestolen. Jarenlang
heeft hier toen een grote ronde ring als bel dienst gedaan.
Het
veer van Elsloo is echter niet altijd onbeduidend geweest. Het is tot in de 20e
eeuw een groot veer geweest waar men met karren kon worden overgezet. Het was
ook een schakel in een weg komende van Rekem door Elsloo naar Sittard (zie ook
de beschrijving van het heidegebied ).
Aan
de overkant op de Halle lag ook een druk van deze kant bezocht café. Verder
heeft het veer drukke tijden gekend als mogelijkheid voor smokkel. Men kocht er
waar die in Belgie stukken goedkoper was (vooral margarine en koffie) in de
nabije Belgische dorpswinkels en verstopte die op allerlei manieren in de kleren
en voertuigen.
Waterrecreatie.
Ook
was de Maas een geliefd doel voor een uitstapje op de zondagmiddag. Niet alleen
voor de Aelsenaeren maar ook vanuit Beek, Geleen en verder kwam men naar de Maas
kijken. In de 50 en 60-er jaren was de Rolberg een geliefd wandel en fietsdoel
met kinderen. De naam Rolberg is gegeven aan de helling langs het Julianakanaal
iets verder dan de brug waar bovenaan banken staan. Hier rolden de kinderen zich
door het (toen hondenpoepvrij) gras naar beneden tot ze “duuzelig” waren en
“zwao dul wie ein kuuke “rondliepen. Ook kon en kan men hier mooi naar de
“bwetjes kieke”.
Voordat
de dorpen en steden in de omgeving zwembaden kregen oefenden de Maas en kanaal
bij Elsloo op zonnige dagen een grote aantrekkingskracht op de mensen uit. In
het gedeelte van de Maas tussen het veer en een Belgische bunker (uit 1e
Wereldoorlog, nu opgeruimd) ging men zwemmen. Bij het kasteel in de Maas was het
te gevaarlijk, hier is het diep en zijn er draaikolken. Velen leerden hier
zwemmen. Nog lang waren deze in het zwembad te herkennen aan hun “Maasslag”.
Zij zwommen scheef in het water, dit moest men doen om tegen de stroom te kunnen
zwemmen. Als de Maas in de zomer laag was vormde zich hier een breed
kiezelstrand (wel met grote stenen) welk de Maas in liep. Langs de kant was het
vrij ondiep en kon men “pootje baden” . Naar het midden was het dieper en
kon men zwemmen. Tot in de 60-er jaren was het hier zomers druk. De beste
zwemmers (de opgeschoten jeugd) waagden zich in het kanaal, klommen op de
schepen en sprongen van de brug. Op de hellingen van de Scharberg langs het
kanaal zag het dan tussen Elsloo en Stein zwart van de zonaanbidders. Met kleine
kinderen werd ook er wel eens bij de brug / dam in de kasteelvijver gezwommen
(in de kleine Wiert) . Het nadeel hier was het zeer koude water. Vandaar dat
gezinnen naar de Maas gingen.
|