In
de Baendj.
“De
Baendj” is de aanduiding voor de beemden langs de Maas tussen Elsloo en Geulle,
van oudsher de hooilanden van Elsloo en voor het grootste deel kasteelbezit.
De beemden bestonden oorspronkelijk uit het hele gebied tussen de bossen
en de Maas. Het Julianakanaal loopt nu dwars door de beemden en deelt het gebied
nu in tweeën. In de beemden wordt de grens met Geulle gevormd door de
voormalige loop van de Hemelbeek. Voorheen liep deze beek
rechtstreeks naar de Maas, maar bij de aanleg van het kanaal is de omgeleid.
Vlak voor de “Auw Maas” is de droge bedding van de beek nog vaag
zichtbaar.
|
 |
“De
Baenje van Aelse” in 1950. Het hele gebied was toen één grasvlakte.
|
Met
“De Baendj” bedoeld men
het hele gebied. Baendj is dialect voor beemd wat grasland langs een rivier
betekend. Op kadasterkaarten komt
de naam “Vuilbeemden” voor als benaming van de beemden . Vuil betekend hier
niet vies maar komt van het dialect “voel” wat lui betekend. De beemden
bestonden tdeels uit zanderige gronden, mogelijk groeide hier het gras of
gewassen minder snel. Zelf heb ik nooit een andere naam vernomen als “in de
Baendj”. Binnen de beemden
bestonden er in het verleden nog diverse deelbenamingen.
De
Auw Maas
Hoewel
deze voormalige Maasarm op het grondgebied van Geulle ligt, willen wij deze
gezien de relatie met de beemden van Elsloo toch behandelen. De huidige Maasloop
heeft lange tijd samen met de “Auw Maas” een eiland omsloten.
Dit eiland heette “de Middelgreend” en heeft tot 1840 aan Boorsem
behoord (Belgie)De huidige “Auw Maas” is in zijn actieve periode als
hoofdstroom een bedreiging voor Elsloo geweest.
|
“de
Twee Sinten”
In
de archieven komen we vermeldingen tegen bij grensbeschrijvingen van de
“
de twee Sinten” (de twee eilanden ?) aangetroffen waartussen de Hemelbeek
(de grens) doorging. Langs de Hemelbeek
had de Heer van Elsloo een groot perceel in bezit wat In de
archieven “de Sint(e)” wordt genoemd. De oudste vermeldingen spreken
van “de Cynct” en later
“in de Seyndt”. Ook komen we hier de aanduiding “des Heeren weerd”
tegen. In dit gebied bestonden verder nog verschillende
deelbenamingen die we niet kunnen plaatsen als “die Scheepsley’
(jaagpad ?) en “der Rugge”
. Waarschijnlijk had de Heer van Elsloo hier ook aangrenzende
bezittingen op Geuls gebied die deze namen droegen.. Maar het kan ook zo
zijn dat Elsloos terrein door grensaanpassingen naar Geulle zijn
overgegaan. Hoewel de Hemelbeek altijd de grens is geweest, staat
namelijk daarmee de loop van de beek, en dus de grens, er
niet mee vast. |
 |
|
De
situatie in 1770 (Ferraris). Duidelijk zijn hier twee eilanden
zichtbaar de “Twee Sinten.” |
|
De
Slubbe
Vooraan in de beemden aan de overzijde van de
Molenbeek zijn nog duidelijk oude stroomgeulen van de Maas zichtbaar.
Dit zijn de “Slubbe” (slub
is dialect voor greppel). We sluiten niet uit dat de bedding van de
Molenbeek een Maasarm of de Maas zelf is geweest. Als gevolg van de
Maasverplaatsingen naar het oosten werden er in de 18e eeuw
hier landaanwinsten (voor
het kasteel) gerealiseerd in de vorm van een drietal weerden. Deze
weerden werden genoemd naar de vrouw en de dochters van de kasteelheer
Rebecca, Olympia en Isabellaweerd.
1895
(Rijkswaterstaat).
De
“Auw Maas” met de Hemelbeek als grensscheiding en “de Krome diek”
. Het lijkt erop dat de “Sainterbeemden” het tweede eiland hebben gevormd
met het onderste stuk van de Hemelbeek als bovenste Maasarm . Dit gebied
heet ook de ”Sainter
beemden”.
Bovenaan
de kaart, bij het veer, “De
Slubbe” .
Deze
stroomgeulen omsloten de Rebacca, Olympia en Isabella weerd. We sluiten
niet uit dat de bedding van de Molenbeek vanaf de “Wiert” ook een
restant van een Maasarm of
de misschien wel de Maas zelf is geweest.
|
 |
De
Krome Diek
Om
de dreiging vanuit de huidige Äuw Maas”te keren werd in 1727 vanaf de hoge
Maasdaloever een boogvormige dijk door de
beemden aangelegd. Dit is de Broeckerdijk.
Nu is hier alleen nog een stuk tussen het bos en het Julianakanaal van over.
Eerst werd het middenstuk bij de aanleg van het kanaal verdwenen. Het restant
aan de Maaszijde is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw pas afgegraven.
Vanwege zijn boogvorm werd deze dijk ook “de Kromme dijk” genoemd.
|
 |
Op
de Tranchotkaart uit 1803 is het eiland en de “Auw Maas” goed te
zien.
In
dit gebied (ook aan de overzijde van de Maas) is de rivier lang niet
altijd stroomvast geweest en heeft de hoofdstroom zich meermaals
gewijzigd.
|
|
“De
Sourenbaendj”
Het
eerste stuk van de “Krome diek” bestaat nog. Dit ligt tussen het
Julianakanaal en de bosrand. Dit stuk gaat dwars door de
“Sourenbaendj” (zure beemd). Dit
stuk van de beemden werd zo genoemd omdat hier zuur gras groeide. Dat is
een grassoort dat niet door koeien werd gegeten maar wel door paarden,
geiten en schapen. Vandaar dat we in dit gebied ook vaker de aanduiding
“Schaapsweide” tegenkomen. Dit gras groeit op komgronden, een zeer
fijne klei-afzetting welke de ondergrond afsluit. Dit betekent in natte
perioden dat het gebied lang drassig is, maar in droge perioden er geen
water vanuit de ondergrond omhoog kan. Deze soort klei-afzetting is een
gevolg van dat dit gebied het uiterste overstromingsgebied van de Maas
was. Hier stond het water nagenoeg stil en konden de fijnste
kleideeltjes zich afzetten.
|
 |
|
|
Het
zuidelijk gedeelte van de “Sourenbaendj” met het restant van de
“krome diek”. Nog steeds een drassig gebied met zuur gras. |
|
Wegen
door de beemden.
Tot heden zijn we
nog nergens een vermelding van een doorgaande weg door de beemden
tegengekomen. Voor de aanleg van het kanaal liepen er alleen een tweetal
voetpaden door de beemden. Die begonnen aan de voet van de Maasberg bij
een bruggetje over de Molenbeek. De
voetpaden mochten alleen door de boeren gebruikt worden als weg om het
hooi binnen te halen. Een voetpad liep naar de oude kern van Geulle aan de Maas het
andere liep in zuidwestelijke richting dood.
De reden voor het
ontbreken van wegen is de drassigheid van het terrein (de komgronden in
combinatie met de beken vanuit het bos) en het overstromingsgevaar.
Hierdoor ontstond er een natuurlijk obstakel in de noord-zuid route
langs de Maas.
Door deze
omstandigheden was het verkeer gedwongen om via de hellingen bij
Terhagen te gaan om weer bij de huidige duiker de helling af te dalen.
Onder aan de helling liep er tussen de moerasgebieden door een weg naar
Geulle aan de Maas.
Later werd deze
route onbruikbaar en was Geulle aan de Maas voor paard en kar alleen via
een grote omweg over Hussenberg te bereiken. Wel bleef de route door het
bos voor voetgangers nog lang in gebruik. Dit alles verandere pas nadat
er bij de aanleg van het kanaal ook nieuwe wegen in het Maasdal werden
aangelegd. Op het verloop van de oude wegen zullen we nog terugkomen. |
 |
|
|
De
Baendj met voetpaden in 1925.
De
aangegeven wegen zijn in werkelijkheid voetpaden. In de beemden staan
rijen populieren ingetekend. Wel zijn restanten van de oudste wegen in
de hellingen onder Terhagen te herkennen. |
|