![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
|||||||||||
Het
Hertogrijk. In de archieven wordt in de 16e eeuw melding gemaakt van een veld in Terhagen dat het Hertogrijk wordt genoemd (een weyde in dat Hertogrijck”) . Dit hebben we echter nog niet kunnen plaatsen. N.a.v. van deze adellijke naam willen we deze wel gebruiken om nog even in te gaan op een overlevering die verteld dat Terhagen ooit een zelfstandig Graafschap of i.d. is geweest en een eigen kasteel heeft gehad. Mogelijk dat deze overlevering terug te voeren is op de naam “Hertogrijk”.
Hoewel
deze overlevering ongeloofwaardig klinkt, is het van de andere kant ook weer
niet uit te sluiten dat hier waarheid in schuilt. Een Heerlijkheid, als Elsloo,
kende vaak aparte deelgebieden die een zelfstandige administratie voerden maar
wel leenplichtig (ondergeschikt) aan een hogere Heer waren. Een voorbeeld hierin
is de, later te behandelen, hof van Catsop. (We zullen bij de behandeling van de
bossen nog een verrassend gegeven op het gebied van bewoning tegenkomen.) De
bezitter van een dergelijk leen was leenplichtig (ondergeschikt) aan de
kasteelheren van Elsloo. Een dergelijke zelfstandige deelgebied kon ook over een
(klein) verdedigbaar gebouw beschikken. Gezien de eerder beschreven mogelijke
functie van de heuvel voor Terhagen in het kasteelpark, een kasteelberg, de
grotere omvang in vroegere tijden van het gehucht, en de afwijkende
perceelsindeling (waarover later meer) rond Terhagen, sluiten wij hier niets
uit.
Aan
“t Knaupes”
Dit
is de naam van het punt bij de spoorbrug bij de splitsing van wegen voor de
spoorbrug. Hier in de buurt moet een knopenfabriekje hebben gestaan. Uit
beenderen van dieren werden hier knopen vervaardigd. Het dialect woord voor
knoop is “knaup” vandaar ook “knaupes”. Het is ons niet bekend waar dit
fabriekje gestaan heeft. De overlevering verteld van bebouwing in de weilanden
zowel links als rechts op de hoek van de weg die naar de kern aan de bosrand
voert. Dit was, volgens de overlevering, niet het enige knopenfabriekje in
Terhagen. We gaven al eerder aan dat er langs het voetpad dat langs de kern van
Terhagen het bos invoert. Nabij de trappen in dit voetpad ook een huis heeft
gelegen. Ook dit zou een “knaupes” zijn geweest.
De
Kniensheuvel (knien is dialect voor konijn) is geen historische naam. Deze naam
is later gegeven aan het hoger
gelegen bosgebied langs het spoor ten zuiden van Terhagen. De
“Kniensheuvel” is eigenlijk een restant van het grotere Boursveld. Dit veld
zullen we later nog behandelen. Het Boursveld verdween grotendeels door de
spooraanleg en aan de westkant van het spoor boven de steile Maasdaloever, bleef
een
restant over. Dit restant raakte deels bebost en bestaat voor een ander deel uit
weilanden. Afgescheiden van het overig deel van het veld kreeg dit de naam “Kniensheuvel”.
Ongetwijfeld zo genoemd naar het veelvuldig voorkomen van konijnen in het bos en
rond het spoor. In de laatste wereldoorlog stortte er een Duits vliegtuig neer
op de “Kniensheuvel”. Dit is vorig jaar opgegraven.
Bie
de Plobas.
Ook
ligt er op de Kniensheuvel een eenzaam huis. Dit is een spoorwachterwoning. In
de 19e eeuw is nabij Geulle het spoor door drijfzand afgeschoven.
Drijfzandbanken komen in dit gebied veelvuldig in de ondergrond voor en hebben
meermaals het spoor bedreigd. Men heeft hier zelfs het spoor opnieuw gelegd door
het meer in de helling te leggen. De vergravingen hierdoor zijn op de
“Kniensheuvel” langs het spoor nog goed te herkennen aan de grondophopingen.
De spoorlijn bij Terhagen was een moeilijk traject. Hier moet de spoorlijn
komende van Maastricht de hoge Maasdaloever beklimmen om vanaf Elsloo verder
over het vlakke Graetheideplateau naar Sittard te gaan.Op de spoorbrug van
Terhagen kan men goed zien hoe diep de spoorlijn in het terrein is ingegraven.
Om dit gevaarlijke tracé tussen Geulle en Elsloo te bewaken bouwde men een
woning op de “Kniensheuvel”voor een spoorwachter die het tracé diende te
controleren. In de 20e eeuw woonde hier een ploegbaas van de
spoorarbeiders. Dit verbasterde via het dialect (ploeg is ploog) van ploogbaas
naar plobas. Hiernaar werd en wordt de omgeving van het huis nog genoemd.
De
Stegelkensberg.
Voor
de aanleg van de spoorlijn bestond er iets ten noorden van de huidige spoorbrug
een merkwaardige wegensituatie. Vanuit de Lindebergstraat
vertrokken twee wegen vanuit een punt naar Terhagen. Dit punt is
overigens nog steeds als een kleine driehoek aan de Lindebergstraat te
herkennen. De weg die nu nog naar de spoorbrug voert is de het restant van de Terhagerstraet, later wordt deze de Stegelkensberg genoemd.
Een
stegel is een draaihek waar een voetpad door een heg gaat. Halverwege deze weg
vertrok vroeger een voetpad over (het nog te behandelen) Veldje.Deze weg ging
rechtstreeks naar de kern van Terhagen. De andere weg boog naar links en sloot
aan op de nog bestaande weg langs de Medammerweide naar het Terhagerpötje. Dit
is de Slinksgats (waarvoor we overigens geen naamsverklaring hebben). Men kan
zich afvragen waarom op zo’n klein gebied twee wegen naast elkaar lagen. We
denken de verklaring hiervoor te moeten zoeken in oude verbindingen van Catsop
(en verder) over het Lindeberg met Terhagen, Elsloo en de Maas. Door deze weg
kon men via de Slakberg Elsloo of langs het Terhagenpötje de Maas bereiken. Ook
was het via Terhagen de kortste weg voor de Catsopenaren naar de beemden, dus de
hooilanden.
Tenslotte
was dit de weg naar het Terhagerpötje dat zelfs water leverde in zeer droge
tijden, waarin mogelijk de watervoorziening (putten) in Catsop problemen
opleverde.
De
Kalderberg.
Loopt
men vanaf de Kaakstraat langs het spoor naar de spoorbrug van Terhagen, dan ziet
men dat deze brug eigenlijk op de top van een kleine heuvel ligt, die wordt
doorsneden door de spoorlijn. De heuvel ligt ongeveer tussen de Lindebergstraat
en de Terhagergats in. Deze heuvel als geheel was de Kaldenberg. Een naam die we
ook als Cauwenberg of Kauwberg tegenkomen. Beide namen drukken hetzelfde uit
namelijk: kalveren of in het dialect “cauver”. De naam duidt ook hier op het
gebruik van het gebied in de tijd dat de veeteelt overheerste namelijk als kalverweide. Een dergelijke weide werd extra bemest en was bestemd voor de
kalveren en melkvee. Omdat de hele berg zo heet denken we dat deze als zodanig
al in gebruik was voordat het gebied verkaveld werd, dus globaal voor het jaar
1000. De begrenzing van de kalverweide is moeilijk aan te geven, mogelijk
behoorde ook delen van de latere Medammerweide hiertoe. Een goed punt om de
heuvel te herkennen is als men voor de ingang van de tennisbanen in het
kasteelpark in de richting van de spoorbrug kijkt.
|