![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
|||||||||||||
Het
Mergelakker
In
de archieven is “Het Mergelakker” de naam van het gebied welk begrensd wordt
door: de Stationsstraat-west, de Spoor en Veestraat, het Kempken, de Catsopper
en Heirstraat. De naam beslaat dus een vrij groot gebied (zonder verdere
deelbenamingen). We denken dat de naam Mergelakker te maken heeft met het
bemesten van de akkers met mergel. Vaak werd bij de verpachting van akkers de
verplichting opgelegd om deze jaarlijks te bemergelen. Vóór de uitvinding van
de kunstmest, was men namelijk op stalmest aangewezen. Als aanvullende meststof
werd mergel (kalk) gebruikt welke over de Maas werd aangevoerd (in Elsloo zit
overigens geen mergel in de ondergrond). De naam kan dus afkomstig zijn
van de beschreven verplichting, dus de akker die bemergeld moet worden.
De
weg over “het Mergelakker”
Midden
over het Mergelakker liep er een veldweg die begon aan “Het Heilig Hart”
deels de huidige Mgr Kerckhofstraat volgde en over de spoorlijn heen naar het
Kempken voerde. De huidige weg “Mergelakker” volgt ook ongeveer het verloop
van de oude veldweg. Langs deze weg lagen enkele huizen, die nog te herkennen
zijn tussen de nieuwbouw. In
oorsprong was de veldweg een ontginningsweg vanuit Catsop. Later wordt deze naar
het Heilig Hart toe verlengd en wordt hierdoor een verbindingsweg met Catsop.
Maar niet alleen met Catsop. Waar nu
het voetbalterrein ligt, liep een voetpad naar de Veestraat. Het verlengde
hiervan was de veldweg die nu nog over de (nog te behandelen) Heuvel gaat. Dit
was de kortste route naar Beek voor voetgangers.
Een melaatsenhuisje
In
de archieven uit de 16e eeuw treffen wij de vermeldingen aan van een
“Melaeten-huysken”. Waar dit precies stond weten we niet, wel dat het ergens
aan de toenmalige Veestraat (dus inclusief de Spoorstraat) heeft gestaan. Het
bestaan van dit huisje wijst erop dat deze besmettelijke ziekte, die we alleen
nog van TV in verre landen, kennen ook hier geheerst heeft. Iemand die getroffen
werd moest uit het dorp verdwijnen. De melaatsen woonden alleen of met meerderen
geïsoleerd van de rest van het dorp. Eigenlijk werd men op deze wijze levend
begraven. Dit melaatsenhuisje komen we in 1514 tegen als “blockhuys” waarbij
ook een tuin hoorde de “blockhuishof”. Blokhuis betekent overigens
gevangenis, het lijkt ons niet waarschijnlijk dat men midden in het veld een
aparte gevangenis bouwde. Melaatsheid zag men misschien als een straf, mogelijk
daarom “blockhuys”.
De
vlootgraaf
Over
het Mergelakker liep er verder een belangrijke afvoer van het hemelwater, de
Vlootgraaf die we ook als de Daal (Ghen Dael)
tegenkomen. Dit was een gegraven afvoer door een ondiep natuurlijk dal.
De vlootgraaf begon aan de Gellik en ontving hier het water vanuit het
Seeckendaal, vervolgens liep hij in de richting van de Rabobank aan de
Stationsstraat. Volgens de overlevering heette het grote weiland waar nu o.a. de
Rabobank op staat ook “de Vlootgraaf” maar werd ook “ut Kuulke” genoemd.
Nu is de laagte helemaal opgevuld. Bij hevige regenval stroomde het water vanuit
de weide onder een bruggetje in de Stationsstraat door en verder via De
Vischerspoel naar de Drie Kuilen (zie eerder beschrijving van deze velden).
Volgens de overlevering kon op deze plaats in de laagtes aan beide zijden van de
Stationsstraat het water lang blijven staan. Dit vanwege in de ondergrond
aanwezige kleilagen. Deze gegraven vloedgraaf bestond overigens al in 1788 niet
meer. Dan is er al sprake van “den gewesen vloetgraef”.
Het
kempken.
De
begrenzing van het Mergelakker in het zuiden bij Catsop wordt gevormd door
“het Kempken”. Deze weg loopt vanaf de Daalstraat naar de Catsopperstraat.
Nu doorkruist de straat “Mergelakker”het Kempken. Voorheen vormde ze er een
T-splitsing mee. “Het Kempken” komt in de archieven ook voor als de gats of
weg naar het Lindeberg. De naam
Kempke(n) verwijst naar een verkleinwoord voor Kamp. Een kamp was in de regel
een groter apart omheind gebied waar o.a. groenten werden geteeld. In Catsop
heeft ook een dergelijke grote kamp gelegen, dat we later nog zullen behandelen.
Hier was ook sprake van een kamp maar dan in een kleinere vorm. Namelijk “den
Camp van de hof tot Catsop” (1695). We nemen aan dat het Kempke (1695, “ Opt
kemken “) hier zijn naam aan dankt.
De Hofweide.
Tussen
de straat “op de Dries” en het Kempken lag en ligt een weidegebied. Dit was
de huisweide van de hof van Catsop en daarom “de Hofweide” genaamd.
De
Gebranden Hof. Tegenover de Gellik op de hoek van de Daalstraat met het Kempken lag er een weiland welk “de Gebranden hof” werd genoemd. Waarschijnlijk heeft hier ooit een boerderij gestaan, die afbrandde maar niet meer herbouwd werd.
De
Gats op.
Vanaf
het punt waar het Kempken uitkomt in de Catsopperstraat heeft er ooit, in een
boog, een gats achter de huizen van “op de Dries”gelopen. Deze mondde uit
naast de hof van Catsop uit in de straat “op de Dries” en fungeerde als
afkorting tussen de Catsopperstraat en het Einde. Het is deze gats waaruit de
naam Catsop ooit verklaard werd als zijnde afkomstig van “de gats op”.
|