![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
|||||||||||||
De
Heuvel
Tussen
het Seeckendaal en de spoorlijn en tussen Beek en de Veestraat ligt een hoogte (105
m) welk in totaal “de Heuvel” heet. Midden over de Heuvel loopt de grens
tussen Elsloo en Beek. De herkomst van de naam is duidelijk, de hoogte is een
van de eerste heuvels van zuid-Limburg. Hier gaat het Graetheideplateau over
naar het plateau van Schimmert, waarvan “onze” heuvel een afgescheiden
onderdeel is.
Het
is bijna niet voor te stellen, maar miljoenen jaren geleden is de Heuvel ooit
ontstaan als eiland in een oermaas. Diezelfde oermaas heeft ook onze Heuvel
heeft opgebouwd uit kiezel en zand.
Later raakte hij in de laatste ijstijd bedekt
met een laag löss. De
lösslaag is overigens niet
overal even dik en is ook hier en daar afgespoeld. Dit heeft met gevolg dat er
op de Heuvel (en op meer plaatsen rond Catsop) hier en daar kiezel of zandlagen
aan de oppervlakte komen.
Soms
gebruikt men in de archieven voor de percelen op de Heuvel ook de naam “Heuvelsveld”,
maar meestal wordt er onderscheid gemaakt tussen “Op en Onder de Heuvel”.
“Op de Heuvel” zijn eigenlijk de percelen die achter en naast het bosje op
de top van de heuvel liggen. “Onder de Heuvel” is
het vlakkere terrein tot aan de Veestraat en langs de spoorlijn tot aan de
grenzen met Beek. De spoorlijn vormt nu de grens maar voor de aanleg hiervan
liep het veld “Onder de Heuvel” door tot aan de Schutterskampweg en langs de
huidige Spoorstraat (zie ook de eerdere beschrijving van de Schutterskamp). Het
was dus een vrij groot veld. Verder komen
we nog percelen tegen die aan of langs de Heuvel liggen. Deze liggen dan aan het
Seeckendaal. In de heuvel aan de
zijde van de Veestraat ligt een graft. Dit is de Heuvelsgraft. Verder liggen er
nog enkele mooie graften in de
hellingen van de heuvel langs het Seeckendaal.
Een graft is een begroeide steilte in een helling. Ze zijn ontstaan als ontginningsgrens met een bos. Later gaat men ook het bovenliggende bos rooien en vermoedelijk stapelde men vervolgens de stronken etc. op langs de begrenzing. De achterliggende grond vulde ten slotte door afspoeling of door mensenhand de leemtes tussen de bovenkant van de stapel en de natuurlijke glooiing van de helling . Zo werden hoogteverschillen opgevangen en ontstonden massieve rechte barrières tegen afspoeling van de steile hellingen. Deze graften werden beplant en werden regelmatig gekapt voor het hakhout. Ook zijn deze mini bosjes de (schaarse) schuilplaatsen bij uitstek voor het in de velden levend wild.
Aan
de Quaden Hond.
Aangezien
de Heuvel tussen de woonkernen van Beek, Elsloo en Catsop ligt, is het logisch
dat de kortste weg naar Beek over de Heuvel liep. Voor karren lag dat vanwege
het nemen van de hellingen anders, die zochten hun weg in eerste instantie door
het Seeckendaal (pas later gaat men via de huidige Stationsstraat naar Beek).
Voor
voetgangers liep er dan ook over de Heuvel vanuit het Mergelakker een voetpad
over de Heuvel naar Beek. Het begin van dit voetpad/veldweg welk begon aan de (Catsopper)veestraat
heette: “Aan de Quaden Hond”. Quad betekent niet alleen kwaad maar ook
slecht. Natuurlijk kan dit slaan op een valse hond die zich hier heeft
opgehouden, maar het zou vreemd zijn als het punt naar iets tijdelijks als een
hond vernoemd zou zijn. Mogelijk slaat dit op een slecht stuk land.
De
Koksheuvel.
De
Koksheuvel was een klein heuveltje dat aan de Schuttersstraat langs het spoor
ligt. Langs de hele spoorlijn in Elsloo komen dergelijke grondophopingen voor.
Ze zijn ontstaan door grondstortingen tijdens de aanleg van de spoorlijn
(en latere verdubbeling van het spoor). Volgens de overlevering is Koks de
achternaam van een leidinggevende tijdens de aanleg c.q. uitbreiding. Op de hoek
van de Veestraat / Schuttersstraat heeft volgens de overlevering ook een
dergelijke heuvel gelegen. Deze zou zijn afgegraven om er de stenen van de oude
pastorie (1883) bij de St. Augustinuskerk van te bakken. Ook aan de overkant van
de overweg voor voetgangers lag een dergelijke heuvel (waarvan nu nog een
restant van over is).
De
Knup.
Op
de Knup (1563 Knijp) is de naam van het bosje op de top van de Heuvel. Knup of
knip is dialect en betekend bobbel. Deze bobbel slaat dan niet alleen op het
bosje maar op de hele top van de Heuvel. Het is dus min of meer een alternatieve
naam voor “Op de Heuvel” en wordt ook vaak voor de hele Heuvel gebruikt (“Ich
gaon de Knup op”).
De
overigens nauwkeurige Tranchotkaart geeft hier echter geen bos aan, wat echter
ook weer niet wil zeggen dat hier vroeger nooit bos is geweest. Vermoedelijk is
dit altijd een slecht stuk grond (kiezel) geweest, begroeit
met hakhout of bebost. Het is het goed mogelijk dat het rond
1800 is gekapt en later weer
aangeplant. In het bosje is ook beperkt kiezel gedolven. Deze werd gebruikt voor
het verharden van de veldwegen in de omgeving.
|