|
Aan
de Gellik
“Aan
de Gellik” is de weg welk vanuit de Daalstraat vertrekt naar het Seeckendaal. De aanduiding Gellik komen we in de archieven ook tegen als
“Gelleck”en “Gellijck”. Letterlijk zou de betekenis uitgelegd
kunnen worden als gelijk, effen. Zowel de Daalstraat als de Heuvel lopen
af naar de Gellik. Men zou dit punt kunnen uitleggen als op het gelijk
(vlakke veld) komen en hieruit de naam herleiden. Bij deze uitleg moeten
we wel opmerken dat als de naam werkelijk van gelijk zou komen, het niet
DE maar HET Gellik moet zijn. Aan deze uitleg klopt dus iets niet. Zelf
denken we dat Gellik nog iets anders
betekend kan hebben.
|
 |
De
straat “Aan de
Gellik” |
Op
kadasterkaarten kunnen we zien dat er naast de straat
“Aan de Gellik” aan
de zijde van de Heuvel zich een apart gebied aftekent. Men
kan hier een boogvormige kadasterlijn onderscheiden, welke begint in de
Veestraat (bij het electriciteitshuisje) en eindigt in de bocht in de
straat “Aan de Gellik”. De percelen die op de Heuvel liggen houden
rekening met deze lijn. Dit
wijst erop dat deze lijn al bestond voordat het gebied werd verkaveld.
|
 |
De
Gellik in 1815. Het gebied tekent zich duidelijk af en heeft geen
binding met de omringende kavels. Wel wordt het duidelijk
afgebakend door enerzijds de straat en anderszijds een boogvormige
lijn. Zowel langs de straat, langs de kadastrale lijn als in het
Seeckendaal zijn bomen
ingetekend die mede het gebied afbakenen. Mogelijk stonden die
langs afvoersloten voor het water die tevens het terrein ertussen
in moesten ontwateren.
|
In de archieven maakt men onderscheidt tussen een grote en kleine Gellik. We
vermoeden dat de scherpe begrenzing van de Gellik te maken heeft met de
afvoer van het hemelwater vanuit het Seeckendaal of zelfs stromend water
heeft gekend. Vanaf de Gellik zocht het water vervolgens zijn weg via
“de Dael” over het mergelakker. Deze afvoer bestond waarschijnlijk uit
twee takken waarvan mogelijk een de Grote Gellik en de andere de Kleine
Gellik kan zijn geweest. Vanuit deze redenatie vragen we ons af of het
woord gellik niet een oude, niet meer bekende, aanduiding voor een
afvoersloot kan zijn geweest. Uiteindelijk wordt het gebied tussen beide
waterafvoeren Gellik genoemd en de straat er langs “Aan de Gellik”.
Dit zou dan ook de verklaring zijn waarom we in de archieven percelen
tegenkomen die “aan” en percelen die
“op” de Gellik liggen.
Het gebied de Gellik kan in vroeger tijden drassig zijn geweest en werd
daarom pas laat apart verkaveld. Ook kan het, samenhangend met de
drassigheid, gediend hebben als een gezamenlijke huisweide voor het vee
(zoals we al eerder beschreven onder Groene Graaf). De straat zelf was de
toegang naar het Seeckendaal. Via het Seeckendaal heeft tot ca 1800
de belangrijkste weg naar Beek gelopen voor vrachtverkeer
(voetgangers gingen over de Heuvel) . Vanuit
Elsloo volgde men dan de Elserveeweg
(nu Stationsstraat-west), vervolgens de Catsopperveestraat om dan via de Gellik naar Beek te gaan. Vanuit Catsop volgde men de Daalstraat en dan de Gellik. Het verkeer vanuit Beek volgde uiteraard omgekeerd dezelfde weg.
De benadering van de Gellik vanuit Elsloo en Catsop zijn de oorsprong van
de splitsing die nu nog bestaat aan het begin van “Aan de Gellik”.
|
 |
De
Gellik, de Daalstraat en de Catsopperveestraat in 1950. Goed
zijn de hoge bomen nog te zien die tot de jaren 70 stonden in de
driehoek aan het begin van “Aan de Gellik”.
|
Hoewel
we daar geen concrete bewijzen voor hebben, zou het ons niet verbazen als
op de Gellik ook ooit een waterplaats of drinkpoel heeft gekend. Dit
mede omdat er vanuit het Seeckendaal nu nog een zwakke beek
stroomt, die verder via het riool afwatert. Deze beek is niet zo heel oud,
pas in de jaren 70 is deze weer op gang gekomen. Toch moet deze al eerder
gestroomd hebben. In het Seeckendaal komen we de, nog te behandelen,
benaming “ut Putje” tegen. Put is een oud woord voor bron, hetgeen we
al eerder tegenkwamen bij het Terhagerpötje.
Het is goed mogelijk dat het water van het Putje op de Gellik
verzameld werden van hieruit zijn weg zocht over het Mergelakker. Een
sterke beek zal het niet geweest zijn, we zijn ze in ieder geval nergens
in de archieven vanaf 1500 tegengekomen en ze had in ieder geval geen
aparte naam. Mogelijk voerde
ze maar tijdelijk water of ze voerde zo weinig water dat ze niet ver
doorstroomde. De Gellik zou het eindpunt van de beek geweest kunnen zijn
of misschien de Visserspoel in het Elserveld.
Ook de vermelding van
een voormalige vlootgraaf kan erop duiden dat de beek op een gegeven
moment geen water meer voerde. Was de vlootgraaf namelijk alleen voor
hemelwater gegraven, dan had men hem toch open moeten laten. Het
hemelwater komt tenslotte altijd weer terug.
|
De
Gellik in 1982. Langzaam. Door een opvangbekken in het Seeckendaal en de riolering is de waterafvoerfunctie van de Gellik verdwenen en raakt het gebied stilaan
aan geheel bebouwd.
|
 |
De
Daalstraat
Vanaf
de kapel in Catsop loopt de Daalstraat hellend naar “de Gellik”. In
het afdalen van de helling in de straat kan men de naamsherleiding zoeken
in de betekenis van “de straat die afdaalt” maar ook in de bestemming
namelijk naar het punt waar “den Dael” over het
Mergelakker begon. De Daalstraat was in eerste instantie de vebinding met de Catsopperveestraat (en via deze met de heide), het
Mergelakker, de Gellik ( en via het Seeckendaal met Beek) en de velden op
de Heuvel. In latere tijden krijgt de Daalstraat ook een functie als
doorgaande weg. Hierover later meer.
|
 |
De
Daalstraat in 1845. Duidelijk is de oudste bebouwing te zien .
Men kan goed zien dat de boerderijen aan de kant van de hof op
percelen liggen die samen een blok vormen. Waarschijnlijk is
deze blok afgesplitst van de hof van Catsop. Aan de overkant is
de samenhang minder duidelijk en zijn de percelen meer
gesplitst. Dit duidt op oudere bebouwing van de straat. Ook de Catsopperhof is goed te zien met ernaast een grote drinkpoel.
|
|
 |
|
De
splitsing Daalstraat, Gellik en Veestraat. |
De
Catsopperveestraat
Deze
weg begint aan de Gellik en liep door tot aan de Elserveeweg (Stationsstraat-west).
De huidige Spoorstraat was dus een onderdeel van deze weg. Over de
Catsopperveestraat werd het vee vanuit Catsop naar de Graetheide gedreven.
|
 |
De
Catsopperveestraat in 1910. Op de Gellik ligt dan maar een huis en
langs de Veestraat twee.
Eentje eenzaam in het veld en het tweede op de hoek met de
Elserveeweg. Dit laatste is
nu afgebroken er staat nu een drogisterij. Nu is gebied rond de
Gellik helemaal volgebouwd. Aangezien rond het begin van de Gellik
aan een kant verschillende leden van de familie Dols wonen en aan
de andere kant (richting Daalstraat) van de familie Knoben,
spreken de Catsoppenaeren ook wel van de “Dolshoek” en de “Knobenhoek”..
|
|