![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
|||||||||||||||||||
’t
Bluuske ’t Bluuske is de naam voor de kapel van Catsop. Bluuske is een samentrekking van belhuuske (belhuisje). De kapel had namelijk een dubbelfunctie. Het was niet alleen een kapel, maar ook de drager van de alarmbel van Catsop. Bij brand en onraad werd de bel geluid en dan dienden alle weerbare mannen zich te verzamelen (er stonden hoge boetes op het niet verschijnen). De kapel is een Mariakapel in de 16e eeuw komen we ze tegen als de “Onse lieve vrouwe Maria capelle oft beldhuysken”. We denken overigens dat de kapel altijd op dezelfde plaats heeft gestaan.
Ut
Einj (het Einde)
De
straat het Einde begint bij de kapel en vormt de verbinding met Hussenberg
in Geulle. Het Einde is een vrij recente naam. In de archieven komt hij
niet voor. Daarin wordt het eerste stuk van het Einde “het Catsopper
Veltgaet” genoemd. De toegang tot de velden van Catsop. Rond 1900 was Horsterweg de officiële naam voor het Einde. We denken dat de naam het
Einde lange tijde alleen in de volksmond de aanduiding voor deze straat is
geweest en uiteindelijk straatnaam werd. Wanneer de naam overgegaan is in
het Einde is ons niet bekend. Ongetwijfeld was dit een aanduiding voor het
uiteinde van het gehucht. In de trant van “’t Einde van Catsop”.
Vanuit het Einde vertrekken nu nog een
aantal veldwegen. Maar ook de doorgaande Geversdellenweg, de Horsterweg en
de Daalstraat moet men in eerste instantie als toegangsweg naar de velden
zien. Later zullen dit pas doorgaande wegen worden.
Het
Einde was waarschijnlijk eerst een doodlopende ontginningsweg die
naargelang de ontginningen vorderden steeds meer vertakkingen kreeg. De
weg wordt echt belangrijk als de ontginningsweg naar de Horst zich
ontwikkeld tot een doorgaande weg over Oensel naar Valkenburg. De
verbinding tussen het Einde en de Eykskensweg
(de Geversdellenweg) is nog niet zo oud. Ook deze liep in eerste
instantie dood. Deze weg werd doorgaand toen het belang van de Holstraat
als verbinding met de Eykskensweg afnam als gevolg van de aanleg door de
Heide van de Postbaan (einde 18e eeuw) en er een verbinding
ontstond, of belangrijker werd, van de Eykskensweg via het Einde en zo
verder tot aan de kruising in de heide bij restaurant Ruimzicht.
De
Daalstraat
Langs
deze straat, waarvan we al een naamsverklaring hebben gegeven, heeft zich
een van de drie groeikernen van Catsop gevormd. Gezien de regelmatige
indeling van percelen en overeenkomstige bouw van de boerderijen lijkt het
erop dat deze kern planmatig is aangelegd. De straat is waarschijnlijk ook
jonger dan de bebouwing aan de Dries. De straat is in oorsprong een
veldweg waarlangs boerderijen werden gesticht die ofwel aan een aparte hof
(de Gebranden hof) verbonden waren of te maken hadden met uitbreiding van
de velden in een grote ontginningsgolf. Hierdoor kwam meer grond
beschikbaar dan de bestaande boerderijen erbij konden nemen en ontstond er
ruimte voor nieuwe bedrijven. Het was zeer in het belang van de eigenaren
van de woeste gronden, in deze de Heer van Elsloo, dat deze ontgonnen
werden. Hoe meer “grausen” werden omgezet in akkerland en
gecultiveerde weilanden, hoe meer cijnsopbrengsten. Ook toen al probeerde
men door schaalvergroting meer inkomsten te verkrijgen, er is niets nieuws
onder de zon.
Op
de Dreesch
Het
centrale plein van Catsop is den Dries. Dit de naam voor de weg vanaf de
kapel naar het plein toe en het plein zelf. Het plein zelf wordt door de
Catsoppenaeren de “Dreeschpool”
genoemd. Zoals we zullen zien, is historisch gezien “Dreeschpool” de
correcte naam voor het plein. Rond
1900 heten de straten rond het plein en de straat naar de kapel niet de
Dries. Ze hebben allemaal aparte namen. Op zich wonderlijk hoeveel
straatnamen er toen bestonden tussen de Dreeschpool en de kapel. Om te
beginnen was toen het kleine stukje weg langs het plein tussen de
Catsopperstraat en de Kampstraat geen weg maar een voetpad en heette
Driesscher voetpad. Vanaf de Catsopperstraat, langs het plein tot achter
de kapel was de Kapellerstraat. Bij de kapel werd er overigens nog een
aparte naam gevoerd voor het stukje weg dat langs de kapel de Daalstraat
met het Einde (toen Horsterweg) verbond. Dat was de kapellersteeg. De weg
vanaf de Kampstraat en Holstraat langs het plein tot de Kapellerstraat was
de Driesscherweg. Uiteindelijk verdwijnen ook weer deze namen en worden de
wegen tussen de kapel en de Catsopperstraat “de
Dries”.
Hoewel de kaarten niet in dezelfde positie worden weergegeven, kan men toch goed zien dat alleen de westkant van de Dries in 100 jaar is veranderd door bij en herbouw van panden. Op de kaart uit 1845 is goed de Dreeschpool te zien die tot ver in de vorige eeuw op de plaats van het plein heeft gelegen. Een dergelijk poel had verschillende functies. Hij was op de eerste plaats een drinkpoel voor het vee en verder een reservoir voor bluswater. Om verdamping van het water en opwarming te voorkomen, stonden om de poel bomen. Er staan nog steeds bomen op het pleintje.
De
naam dries was in de middeleeuwen een term in de landbouw. Een stuk land
dat men tijdelijk braak liet liggen, lag “dries”. Dries zou dus braak
liggen kunnen betekenen. Herhaaldelijk komen we vermeldingen tegen van
stukken land die tijdelijk “dries” lagen. Een dergelijke dries liet
men begroeien met gras en er werd vee op geweid. Nu kan ook het
omgedraaide het geval zijn geweest. Dat dries eigenlijk sloeg op het
gebruik van het braakliggende land als veeweide, dus dries niet voor braak
maar als een aanduiding voor een al of niet tijdelijke veeweide. In Catsop
was de Dries blijkbaar een aanduiding voor permanente weide.
De
Dries in Catsop besloeg niet alleen het huidige pleintje. Dit was slechts
een onderdeel van een dries die veel groter was. In de archieven komen we
een weide tegen die op de Dries lag en de Holstraat liep over de Dries.
Hoewel de begrenzingen moeilijk te herleiden zijn vermoeden we n.a.v. deze
vermeldingen dat de Dries oorspronkelijk (deels) het vlakke gebied is
geweest ten zuiden van het pleintje (en misschien ook nog onder de
Bussegraaf) . We zien deze dries als een gezamenlijke veeweide die extra
bemest werd voor het melkvee en de kalveren. Dicht bij de nederzetting en
goed te bewaken. Misschien is de Dries, of delen ervan, ook gebruikt als
plaats waar men het vee ’savonds na beweiding bij elkaar dreef. Het
huidige pleintje met de drinkpoel was eigenlijk een hoek van deze grote
dries omsloten door de wegen die over de Dries liepen. In de loop der tijd
breidt de bebouwing rond het pleintje zich uit en raakt dit afgezonderd
van het geheel. Het overige deel van de Dries had toen waarschijnlijk zijn
functie als gezamenlijke weide verloren en werd verkaveld.
|