![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
|||||||||||||||||
Ut
Sjèkkendaal
Het
Seeckendaal of ziekendaal is de algemene naam voor het dal tussen de Gellik en Beek. De weg door het dal is het Seeckendaalstraatje. Voor de
weg komen we in de archieven diverse benamingen tegen. Zoals
“Beeckerwegh”, “weg
naar Beek” , “het
straetje naar het Putje”, “het
Cleen Straatje”. Rond 1900 heet de straat (inclusief Aan de Gellik)
de Heesterboschweg. Volgens de overlevering komt de naam van zieken.
Deze zieken zouden gewonde soldaten uit de Spaanse oorlog zijn
geweest die in het dal
verpleegd werden. Het feit dat men in de overlevering Spaanse oorlog
gebruikt, duidt op de realiteit van de overlevering. Deze naam moet
overgeleverd zijn want dit is inderdaad de naam die in de archieven
voor de 80 jarige oorlog (1568-1648) wordt gebruikt.
De verteller kan dit dus alleen uit overlevering weten. Ook
spreken (voor zover bekend) de archieven pas na deze oorlog van het Seeckendaal. Voor deze oorlog heette het dal de “Heestertdelle”.
De weg achter de Weiden
Vanuit
het Einde loopt er een verbinding met het Seeckendaal achter de
huisweiden van de boerderijen aan de Daalstraat. Dit is de “weg
achter de (huis)weiden”. Boven op de Heuvel sloot dit aan op het
voetpad over de Heuvel van Elsloo naar Beek. In de archieven komen
we voor deze weg geen aparte naam tegen. Het is een weg die mede
dient als verbinding tussen het Einde en het Seeckendaal.
In de archieven wordt hij omschreven als de “weg achter de kapel
om”. Deze aanduiding valt beter te begrijpen als men bedenkt dat
de uitmonding in het Einde ooit korter bij de kapel heeft gelegen.
Maar niet alleen de uitmonding ervan. We beschikken over
aanwijzingen dat deze veldweg tot in de 18e eeuw korter
bij de huizen van de Daalstraat heeft gelopen. Later is de weg een
hele rij percelen opgeschoven. Hierbij verschoof zowel de uitmonding
op het Einde als in het Seeckendaal. De oude loop van de weg en de
uitmonding korter bij de kapel hangt ook weer samen met de
aanduiding “Aan het Veldgaet”. Het is heel goed mogelijk dat op
de plaats van de oorspronkelijke weg ooit een landwering heeft
gelegen als onderdeel van een totale landweer (zie eerdere
beschrijvingen van landweren) om Catsop heen.
De
Brakkert
De
Brakkert is de naam voor de helling in het Seeckendaal Tussen de
uitmonding van de “weg achter de weiden” en de Gellik . Hier
liep ook ooit een voetpad de Heuvel op. Dit voetpad heette het Stegelke (draaihek als doorgang door de heg rond een weide). Er bestaat enige onduidelijkheid over de precieze ligging van de Brakkert. We hebben namelijk ook uit mondelinge overlevering opgetekend dat het vlakke gebied in de hoek tussen het Seeckendaalstraatje met de Weg achter de weiden eveneens Brakkert werd genoemd. De naam Brakkert zou volgens de overlevering ook samenhangen met de naam Seeckendaal. Brakkert zou van barakken komen, de keten waarin de soldaten verpleegd werden en die hier gestaan zouden hebben. Het lijkt ons aannemelijk dat deze barakken op het vlakke gebied hebben gestaan en niet in de helling. Mogelijk werd de naam ook voor de helling gebruikt als “Aan de Brakkert” dus bij de barakken (die dan aan de overkant van de weg hebben gestaan). Ook hier weer een aanwijzing van de realiteit van de overlevering. Zonder rechtstreekse overlevering is het moeilijk om het woord barakken met Brakkert in relatie te brengen. Men is eerder geneigd de uitleg te zoeken in een samenhang met braak liggen. In 1736 Komen we inderdaad een vermelding tegen “omtrent de b(a)rakken”, welke wordt geplaatst op de helling van de Heuvel.
Groenen
Graaf
Aan
de (vanuit Catsop gezien) linkerkant van het Seeckendaal staan de
benamingen van het gebied in relatie tot de Heuvel waarvan de
hellingen deel uitmaken. Zo worden percelen hier aangeduid met
“Aan het hangen van den Heuvel” . Hiermee bedoeld men dat de
percelen liggen in de (steile) hellingen van de Heuvel. Ook worden
percelen vermeld die liggen “op ten Groenen Graaf der lanxt den
Heuvel gaat”. Waarschijnlijk bedoelt men met deze graaf de
onderste en grootste van de drie onder Heuvel beschreven graften.
Het
Heestert
Het
Heestert beslaat een groot deel van het veld rechts naast het
Seeckendaalstraatje, achter “de weg achter de weiden”. Het
Heestert bestaat uit twee delen. Het Groot en het Klein Heestert.
Het Groot Heestert ligt aan de grens met Beek boven “het Putje”.
Het gebied boven (en waarschijnlijk ook onder) de grote graft bij
het waterbekken, de Heestert of Hoge Graaf, is het Klein Heestert.
Het Heestert was een bos en heette ook Heestertbosch. Nog in 1573
ligt hier 1,5 morgen bos wat “het Heestert” heette. Dit gebied
was waarschijnlijk een van de laatste gebieden die ontgonnen zijn.
Het bos je was toen een restant van een groter geheel dat voor en na
werd gekapt. Ook in de naam komt het bos terug. Het Heestert,
Heystert, Hestert, Hastert komt
van heester of heister wat boomstam of knuppel betekend. Lange tijd
heeft dit bos het dal gedomineerd aangezien het Seeckendaal heel
lang en vanouds her Heestertdelle heeft geheten.
Het
putje
Halverwege
het Seeckendaal aan de grens met Beek, ligt aan de rechterkant een
drassig terrein waaruit een heel klein naamloos beekje ontspringt.
Al eerder moet dit water hier gelopen hebben, althans een bron
ontsprongen. In de archieven komen we namelijk hier de benaming
“het Peutiën”( Putje) tegen. Put is niet alleen een gegraven
waterplaats maar ook een oud woord voor bron. De omgeving van de
bron wordt in de archieven “aan, bij of boven het Putje”
genoemd. Gezien
het gebruikte verkleinwoord is deze bron blijkbaar altijd zwak
geweest. Vroeger liep dit water een eindje richting Gellik en
verzonk het water in de weilanden op de plaats waar nu de
waterbuffer ligt. In de jaren 70 is het water nog een tijd langs de
weg geleid naar het riool. Nu loopt het in het waterbassin. Onder Gellik beschreven we al de doorvoer van dit water. In het Seeckendaal komen we ook nog vermeldingen tegen van een (niet
bepaalde) watergrub en van een Smispoel. Deze vermeldingen staven
het vermoeden dat ook vroeger al er een zwak waterstroompje in het Seeckendaal heeft bestaan.
De
Vossekuil
Aan
het einde van het Seeckendaal op
Beker gebied lag de Vossekuil. In de archieven komen we de
vermelding tegen van “achter Catsop aan die Vossekuyl”. Volgens
de overlevering werden hier ooit vossen in een speciale valkuil
gevangen. In de naam van het tankstation langs de autoweg heeft men
de namen Seeckendaal en Vossekuil gecombineerd tot Vossedal. |