![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
|||||||||||||
Op
Cracouwen Cracouwen
(de Catsoppenaeren spreken van Op Cracouwen) is de naam van het veld
dat ligt tussen de hellingen van de Geverdelle, de Eykskensweg en de
grens met Geulle. In Cracouwen
zien we een zogenaamde weidenaam, in “Couwen” menen we koyen (
koeien ) te herkennen, een verwijzing naar het oorspronkelijke
gebruik van het gebied. Waarvoor het “cra” in de naam staat
weten we niet. Een verbastering van iets wat we niet meer als een
gegeven kunnen herkennen. Cracouwen was in eerste instantie de naam
van een groot stuk land dat het kasteel toebehoorde. In 1685 wordt
door landmeter Bollen een stuk van 14
morgen (1,4 hectare) “genaempt het Cracouwen” ingemeten en
verkaveld. Ook
hier weer een bewijs dat veel veldnamen voortkomen uit de naam voor
één (groot) perceel, dat dan later over gaat op het hele gebied.
Dit verschijnsel zagen we ook bij de Moordkuil en de Hokel.
De
Énkskenswaeg.
Engskeswaeg
is de dialectnaam voor de Eykskensweg (Ik heb zelfs mensen horen
spreken van de Hengskenswaeg). In
mijn jeugd leerde ik deze weg al goed kennen.
Toen al boeide me het landschap en dacht na over de
naamsherkomst. Het bordje Eykskensweg was me nooit opgevallen en
lange tijd dacht ik dat de naam afkomstig was van “eng” in de
zin van smal (dat is de weg ook) maar ook in het donker eng. Dit om
aan te geven dat men voorzichtig moet zijn met het verklaren van
namen. Was de oorspronkelijke naam, Eykskensweg,
in de loop der eeuwen verloren gegaan dan zou men nu er een
heel andere uitleg aan geven. In de trant van afkomstig van eng of
zelfs van hengst.
De
Eykskensweg was een onderdeel van de belangrijke Gemeyn Heerstraat,
de middeleeuwse verbinding tussen Maastricht en Roermond. Al eerder
gaven we aan dat de huidige verbinding met de Eykskenweg via de
Geverdelle nog vrij jong is. De Eykskenweg begint dan ook niet waar
nu de holle weg begint. De Eykskensweg moet men zien als het
verlengde van de Lindebergstraat (die in Kaakstraat begint), waarbij
de Holstraat komende vanaf de Dries zich voegt. Vanaf het punt waar
de Holstraat samenkomt met de Lindebergstraat, begint eigenlijk de
Eykskenweg.
De
ontstaansreden van de Eykskensweg ligt verder terug dan zijn functie
als weg. Voor diverse wegen in Elsloo, zoals de Driekuilenweg, is
het aannemelijk te maken dat deze teruggaan op vroege landweringen.
Voor een wering te maken kan een greppel (of greppels) zijn
uitgegraven waarvan de grond werd gebruikt voor
egalisatie van het ontboste terrein. Een dergelijke wering, die kon
bestaan uit een of meerdere greppels met tussenliggend begroeiing in
de vorm van dichte hagen, dienden niet alleen om groot wild
van de akkers en weidegebieden te weren maar ook omgekeerd om
ook het vee niet in het bos te doen geraken.
Ook graften kunnen deel uitgemaakt hebben van
weringen. De Eykskensweg gaat waarschijnlijk terug op een
dergelijke landwering als afscheiding
tussen een bos dat ooit
stond op de Hoogte en de akkers of weidegronden in de Geversdel en
Cracouwen.
Het bos op de Hoogte maakte toen deel uit van een groter geheel en
het is goed mogelijk dat hier ook groot wild in voorkwam (wilde
varkens, herten etc). Hieronder men niet alleen de huidige bossen
rekenen maar ook de bossen in Geulle (die waarschijnlijk toen ook
veel groter waren). Wanneer
de weringen zijn aangelegd en het bos werd gekapt, is
moeilijk aan te geven maar rond het jaar 1000 zal deze situatie nog
bestaan hebben. Dit gebeurde ook niet in een keer maar in fases.
De greppels die rond de Hoogte lagen bestaan nog steeds maar niet
meer als zodanig herkenbaar, ze zijn omgevormd tot wegen. Deze wegen
zijn de Eykskensweg, het bovenste gedeelte van de Lindebergstraat en
de Schuthagerweg. Naarmate
de ontginningen vorderden en de bos- en weidegebieden akkers werden,
verloren de weringen, zoals die rond de Hoogte hun beschermfunctie
en werden ze omgevormd tot wegen. Liepen de greppels of weringen in
een helling, dan werden ze verder uitgegraven dit voor het afzwakken
van de helling ten behoeve van het verkeer op de nieuwe wegen. We
sluiten hierbij niet uit dat de grond die uit de greppels in de
hellingen kwam, toen is gebruikt voor het opvullen van de greppels
die in de buurt door vlak terrein liepen. Dit om de bereikbaarheid
van de akkers vanaf de wegen te verbeteren.
De uitgediepte en opgevulde greppels werden zo tot onderdelen van wegen gevormd. Waar nodig maakte men tussenstukken met bestaande, doodlopende ontginningswegen of veedriften Zo groeide een stelsel van veld- en doorgaande wegen. We denken dat de in de middeleeuwen zo belangrijke Gemeyn Heerstraat van Maastricht naar Roermond. (Door Elsloo volgde deze de Driekuilenstraat, Heerstraat, Catsopperstraat, Holstraat en Eykskensweg) op deze wijze tot stand is gekomen.
Met betrekking tot de Eykskensweg is nog iets
merkwaardigs aan de hand. Dienden de doorgaande wegen in Elsloo een halve
Heerstraat breed te zijn (ca. 5 m), de Eykskensweg diende het dubbele (32 voet,
10 meter) te zijn. Deze breedte kunnen we nog terugvinden in het stuk
Eykskensweg vanaf de Holstraat tot de holle weg maar bij de holle weg zelf
stuiten we op twee vragen. Waar is hier die breedte gebleven en hoe is de weg
op die diepte gekomen? De breedte is er nog, alleen niet op het huidige niveau.
Op ca 5 meter boven het huidige niveau van de weg kan men een breder stuk
herkennen, hier denken wij de oude weg te moeten zoeken. Blijft over dat
blijkbaar de weg is uitgediept. Dat de weg niet uitgespoeld is door water, moge
duidelijk zijn. Er ligt geen helling achter de weg die het water kracht kan
geven en de weg gaat midden door een plateau. Het bovenste gedeelte (de oude weg
dus) kan in eerste instantie als landweer en later verder voor het verkeer zijn
uitgegraven zijn. Voor het beneden stuk ligt dit anders, dit moet na ca. 1700
nog eens dieper zijn uitgegraven. Zou het veronderstelde kloppen, dan zou de
Eykskensweg in drie etappes zijn uitgegraven.
Gezien
de constateringen bij de Staasjewaeg,
de Whakkelderwaeg en
nu weer bij de Enkskenswaeg, krijgen we steeds meer de indruk dat de
holle wegen in diverse fases dieper zijn geworden. Afhankelijk van
hun functie. Het uitdiepen deed
men door ze als ze ook als kleigroeve te gebruiken (de klei kan
overigens voor allerlei doeleinden gebruikt zijn, tot stenen bakken
toe). Op zich niet onlogisch. Men diende hiermee twee doelen. Men
bracht geen schade aan kostbaar akkerland en men zwakte de helling
ten behoeve van het verkeer af.
De
naam Eykskensweg is afkomstig van eiken. De archieven spreken ook
twee eiken langs deze weg. Een Cleyn Eyckske rechts aan het eindpunt
van de hole weg en een Groote Eyck halverwege (eveneens rechts van)
de weg. Volgens de overlevering heeft er in de Eykskens-weg een
holle eik gestaan die zo groot was dat er een tafel met stoelen in
paste. Het eindpunt
(links en rechts) van de holle weg, aan de grens van Elsloo met Geulle, kende een aparte
naam: “aan het Eykske”
ook wel vermeld als “aan het Cleyn Eykske”. Voorheen
liep vanaf dit punt een doodlopende veldweg Cracouwen in.
Deze volgde hier de grens tussen Elsloo en Geulle.
De
gemeentegrenzen waren overigens ook niet automatisch
de grenzen van de veldnamen.
De Heuvel, de Hoogkuil en de Horst worden ook voor de aangrenzende
gebieden in Beek gebruikt evenals Cracouwen en de Hoogte en
Materberg in Geulle.
Dit
kan betekenen dat de namen al bestonden voordat de grenzen werden
vastgesteld (dus voor de ontginningen) of dat er grensverschuivingen
hebben plaatsgevonden waarbij de grens door een gebied met een
bepaalde naam kwam te lopen dat eerst tot één Landheer behoorde. |