![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
|||||||||||||||
Vanuit
het Armsterveld kan men tussen het Hoge Bos en de Eykskensweg een
hoger gelegen veld onderkennen. Dit is de Hoogte, de Catsoppenaeren
spreken van de Whegde, De Hoogte bestaat uit twee gedeelten Op en
Onder de Hoogte. De Hoogte wordt duidelijk begrenst door de
Schuthagerweg, de Lindebergstraat, de Eykskensweg, de grens met
Geulle en het Hoge Bos.
Onder
en Op de Hoogte zijn eigenlijk twee aparte velden. Beide hebben,
gezien de perceelsindeling, een verschillende ontwikkeling gekend.
Vanuit de Schuthagerweg en de Lindebergstraat is het bos wat stond
op Onder de Hoogte ontgonnen. En Op de Hoogte (wat langer bos is
gebleven) vanuit de Eykskenweg. Deze was overigens toen niet zo
diep, waardoor de aangrenzende velden vanuit de weg te bereiken
waren. Voor een klein deel is Op de Hoogte ontgonnen vanuit het
voetpad naar Hussenberg). De
naamsherkomst, Hoogte of Whegde, spreekt gezien de ligging voor
zich. Deze is duidelijk vanuit Elsloo ontstaan. Een hoger gelegen
veld. Vanuit Hussenberg (Geulle) is de naam niet gekomen, van
daaruit is het namelijk geen hoogte maar een lager gelegen gebied.
Route
naar Hussenberg.
Al
eerder beschreven we gedeelten van de route naar Hussenberg over het
Armsterveld. De voorzetting liep langs de Hoogte, het Hoogtevoetpad.
Het verloop hiervan is wel wat betreft het gedeelte naar het bos toe
bij de ruilverkaveling gewijzigd. Voorheen liep dit vanuit de
Armsterveldweg rechtdoor, nu ligt het meer naar rechts.
Het
gericht van Elsloo
Op
de Hoogte op de grens met Geulle heeft ook de gerechtsplaats van
Elsloo gelegen. Deze stond op een plaats wat in de archieven het
Gericht wordt genoemd. Op deze plaats werden de doodvonnissen
uitgevoerd, o.a. door middel van een galg, radbraken, onthoofding of
anders. Exact kunnen we deze cruciale plek niet plaatsen. Daarvoor
zou men bodemonderzoek moeten doen. De archieven en de overlevering
geven ons wel aanwijzingen waar het gericht ongeveer heeft gelegen.
Uit een grensbeschrijving uit 1462 kunnen we afleiden dat het
gericht van Elsloo stond boven aan de Biesenkuil (dat is wat we nu
de strontkuil noemen, de diepe trog in het Hoge Bos waarin de
Materbergbeek ontspringt).
Andere vermeldingen spreken van percelen die liggen
“op de Heugde aant gericht boven den Wingerd (nu in Hoge
Bos) op de rein van Elsloo” etc.
Alle vermeldingen komen op hetzelfde punt neer. Volgens deze
gegevens kan het gericht nergens anders gelegen hebben dan op de
Hoogte in de omgeving (in de richting van de Eykskenweg)
van het punt waar het Hoogtevoetpad een aftakking kent naar
de bron van de Materbergbeek. Dit voetpad is namelijk de grens met Geulle. Ook de overlevering vertelt dat in het bos, bij de
beschreven aftakking, “d’r vreuger luu in ein ströp gebengeld höbbe”.
Dit vertelde men de kinderen als men daar langs kwam om hun bang te
maken, het zou hier spoken. Ook de Bokkenrijders uit Elsloo moeten
hier zijn opgehangen. In hun processtukken staat echter niet de
exacte plaats alleen “daar waar men gewoon is criminele justitie
te doen” en dat was dus, zoals we zagen,
op de Hoogte. Ook dat de plaats van het gericht op de Hoogte
in de overlevering bewaard is gebleven, versterkt het vermoeden dat
we hier de gerechtsplaats moeten zoeken.
|