![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
|||||||||||
Na de beschrijving van de velden rond Catsop,
kan men zich afvragen hoe het landschap in zijn oorspronkelijkste
vorm heeft uitgezien en zich ontwikkeld heeft. Het mag duidelijk
zijn dat dit niet in keer is gebeurd. In de inleidende artikelen
hebben we over dit onderwerp al geschreven. Op basis van alle
verzamelde gegevens is door ons een reconstructie van het landschap
rond het jaar 1000 en rond 1500 gemaakt. Daarbij aangetekend dat dit
een hypothese is (waarschijnlijk is het zo gegaan ). Het beeld is
geschetst op basis van eigen onderzoek en conclusies. Catsop en omgeving was, net als de rest van
Elsloo en aangrenzende gebieden,
tot ca 1000 grotendeels bedekt met oerbos. Dit bos werd in de
loop der eeuwen ontgonnen en op de plaats ervan het landschap naar
de behoeften van de tijd ingericht. Eerst werden gedeelten van het
bos ontgonnen ten behoeve van de aanleg van weidegebieden voor
Elsloo. Later als de akkerbouw de boventoon gaat voeren, wordt door
de Heer van Elsloo een hoeve in dit gebied gebouwd. Een Laathof, de
verre voorganger van de nog bestaande hof van Catsop. Het is ook
mogelijk dat er een tussenstap is geweest, namelijk dat de hof eerst
een veehoeve was welke uitgroeide tot een akkerbouwbedrijf. In de
directe omgeving van de hof lagen kleine boerderijen waar de laten
(de aan de hoeve verbonden arbeiders) woonden. Een gedeelte van het
bos en bestaand weidegebied, wordt omgezet in hoefland, land
behorende tot de hof. Een ander deel
voor eigen gebruik door de laten (zijnde betaling in natura
voor de verplichte arbeid op de hof).
Veranderingen. Rond het jaar 1000 komt de wereld in
beweging, de haam voor het paard word uitgevonden, waardoor de
trekkracht enorm toeneemt tevens vindt er een bevolkingsexplosie
plaats. Men gaat over tot het uitbreiden van de velden en de
weidegebieden ten koste van de bossen. Er komt meer kennis over de
landbouw ter beschikking en er vindt als het ware een groene
revolutie plaats. In deze eeuw beleefd overigens ook de Maashandel
en de Maassteden een bloeiperiode, wat ook zijn weerslag heeft op de
ontginningsactiviteiten in het Maasdorp Elsloo. Vanuit de steden
neemt de vraag naar landbouwproducten namelijk toe.
Reeds lang bestaande elementen, die verband
hielden met het gebruik van het oorspronkelijk landschap, verdwijnen
echter niet. Zij worden in de nieuw ontstane situatie opgenomen en
zijn als zodanig nog te
herkennen in de kadastrale indeling van voor de ruilverkaveling.
Maar ook landschapselementen zoals de landweringen en graften
blijven bestaan. Landweringen worden als holle wegen opgenomen in
het wegenstelsel. Graften, die in de hellingen de horizontale
begrenzingen met de bossen vormen, blijven gehandhaafd als kering
tegen afspoeling en als leverancier van hakhout. Oorspronkelijke
benamingen (verband houdende met het oorspronkelijk gebruik) blijven
eveneens, al of niet verbasterd, bestaan ondanks de veranderingen in
het gebruik (overgang van het accent op veeteelt
naar akkerbouw).
Reconstructie
rond het jaar 1000. Al in de inleidende artikelen beschreven we
hoe een middeleeuws dorp functioneerde en hoe men het landschap
gebruikte. Dit landschap te reconstrueren is de eigenlijke
achtergrond van het onderzoek naar de lokale benamingen en de
diverse landschapselementen. De elementen die we zoeken zijn de
bossen, de velden en de weidegebieden en hun oudste begrenzingen.
Het Mergelakker schrijven we toe aan de hof
van Catsop als het oorspronkelijk land van de hof. Het veld voor de
boerderijen van de laten (rond de Dries) in Catsop was het
Catsopperveld. Dit veld lag tussen de Hokelderweg en het Seeckendaal.
Het weidegebied lag tussen het Einde en de Holstraat, de Hokelderweg aan de ene kant en (deels) de huidige Holstraat en de Eykskensweg aan de andere kant. Dus de Gebraoke wei, de Hokel, Achter de Horst, de Geverdelle en Cracouwen (met achteraan een verbinding met de Horst en Hokel). In dit weidegebied lag, als een eiland, een
apart bos dat met met greppels en graften was omgeven. Dit was het
bos op de Horst. Dit was tevens een jachtgebied. De Heer van Elsloo
had hier een waranda, wat zoiets betekende als een jachtgebied
speciaal voor konijnen. Dit bos werd begrensd door een graft langs
de Geversdelle en de Horsterweg. Bovenaan de Horsterweg liep tot aan
de ruilverkaveling nog een doodlopende veldweg in de richting van
Horsterberg. Waarschijnlijk gaat deze terug op de bovenste
begrenzing van het bos. De gebieden sloten bij de grenzen (vaak
aangeduid door greppels) aan op gelijke gebieden in de aangrenzende
gemeenten. De toegang tot het weide gebied was een apart gebied dat extra
bemest werd, de oorspronkelijke
Dries. Centraal punt is het uiteinde van de Dries, een
drinkpoel voor het vee. Het is goed mogelijk dat deze werd gevoed
door regenwater dat vanuit de Holstraat de poel kon bereiken
Het hele weidegebied van Catsop was dus een soort trechter
waarvan de Dreeschpool het eindpunt was.
De begrenzingen met Beek en Geulle bestonden
uit greppels die tevens de grens vormden. Tussen de Holstraat en de
Kampweg lag de Kamp van Catsop een apart veld voor groenten. De
Holstraat, Kampstraat en Lindebergstraat omgaven en beschermden deze
kamp. Daarbij aangetekend dat het laatste stuk van de Holstraat toen
meer westwaarts liep. De rest
van de het landschap zoals de Heuvel, de Hoogte en het Lindeberg is
dan nog (oer)bos. Het Armsterveld blijft hier buiten beschouwing
omdat dit veld vanuit Terhagen is ontgonnen en eigenlijk niet tot Catsop moet worden gerekend. Aan het einde van de Catsopperstraat en
langs de Dries liggen tot aan de kapel, aan de linkerkant van de
weg, de boerderijen van de laten en de hof van Catsop zelf. Langs de
Daalstraat en het Einde liggen in die tijd nog geen huizen..
|