![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
||||||||||||||
Juddekirkhef. Voor de ruilverkaveling stak het Rootstraatje de Schuthaag over en liep door het Hoge Bos in. Aan de bosrand links van deze weg lag tot in de jaren ’60 een kleine begraafplaats die men de Juddekirkhef (Jodenkerkhof) noemde. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is er zover wij weten nooit een Jood begraven. Jood, in het dialect Jud, was niet alleen een aanduiding voor aanhangers van het Joodse geloof maar ook voor niet-Katholieken of niet- kerkelijken. Protestanten noemde men hier vroeger heidenen! Zelfmoordenaars, met de dood gestraften, onbekende aangespoelde lijken in de Maas, ongedoopten maar ook Joden mochten allemaal niet in gewijde aarde (parochie kerkhof) begraven worden. Daarvoor had ieder dorp een apart klein kerkhof, een zogenaamde Juddekirkhef.
Het merkwaardige in Elsloo
is, dat we tijdens ons onderzoek op drie Juddekirhoven gestuit
zijn waarvan dat aan de bosrand het jongste
was. Dit kerkhofje werd pas in 1918 aangelegd. Hoeveel
mensen hier begraven werden weten we niet. Wel weten we dat hier
in de tweede wereldoorlog nog enkele Duitsers werden begraven.
Begin jaren ’60 nog twee graven. Een van een soldaat was dood
gevonden in de Geversdelle (onder de Hoosterberg), de ander was
dood gebleven in een schip in het kanaal. Dit was een deserteur
die zich hierin verborgen had. De Duitsers bliezen het schip
op, onwetend dat er een soldaat in zat. Coen Martens heeft
de graven verzorgd tot ze begin jaren 60 naar de Duitse
begraafplaats in Ijsselstein werden overgebracht.
Het kerkhof, dat niet meer was dan een met heggen omringd
klein grasveld, werd toen opgeheven.
Een
voorafgaande Juddekirkhef.
Hoewel
er geen relatie is met het Ermsterveldj
als onderwerp, willen we toch naar aanleiding van de
Juddekirkhef ook de
andere begraafplaatsen in Elsloo beschrijven. De noodzaak van een
Juddekirkhef bestond natuurlijk ook al voor 1918. Ook voor die
tijd bestond er een Juddekirkhof. Dit lag echter op een geheel
andere plaats, namelijk in Elsloo zelf. Meer bepaald op de plaats
waar nu de supermarkt en een tweetal huizen liggen aan het Dorine
Verschureplein. Mensen
hebben ons verteld dat hier nog tot de ruiming eind jaren ’40,
kruisjes stonden. Ook spreekt men van een dodenhuisje en grote
beuken (harrebeuken) die hier stonden. Hier werden, ook volgens de
overlevering, in de eerste wereldoorlog verschillende Duitse
soldaten begraven die vanuit België aanspoelden. Er zou ook een
officier bij geweest zijn. Het kerkhofje is dus niet in 1918 geruimd
maar heeft tot na W.O. II tegelijkertijd met het kerkhofje aan het
Hoge Bos bestaan. Misschien was het vol en was er behoefte aan een
tweede kerkhof. Wat er met de overblijfselen na de ruiming is
gebeurd, is ons niet bekend. Het driehoekje wat eerst kerkhof was
kreeg toen een nieuwe functie, namelijk kermisplein. Dit pleintje
werd weer opgeheven na de aanleg van het Dorine Verschureplein.
De
echte Jodenkerkhof.
Toch
heeft Elsloo ook ooit een kerkhof gekend dat alleen voor het
begraven van Joden bestemd was en speciaal voor een familie, de
familie Manases. In de 17e eeuw geeft de kasteelheer
van Elsloo deze familie toestemming om in Elsloo te mogen wonen om
het beroep van slager uit te oefenen.
Een van de reeks bepalingen en voorwaarden was dat ze hun
doden mochten begraven op de Santeberg bij het Terhagerpötje.
Hoewel we het niet zeker weten waar deze plaats exact was, komen
er twee in aanmerking. Ofwel op de heuvel (die we al eerder
beschreven als een kunstmatige kasteelheuvel) in het park vlak bij
de huizen van Terhagen of bovenaan de helling in de weg van het
Terhagerpötje naar boven.Hier bovenaan rechts
in de driehoek tussen het voetpad en de dieper liggende
Slinksgats, zou volgens de overlevering het Jodenkerkhof gelegen
hebben. Wij denken zelf dat het op de laatste plaats lag. Dit
omdat in de beschrijving “boven
het Terhagerpötje” wordt vermeld en daar ligt de heuvel net
iets te ver van en de heuvel ligt in de Terhagerberg wat toen een
begrip was en derhalve in een beschrijving ook vermeld zou zijn.
In 1836 vertrekt de laatste telg van de Joden Manases uit Elsloo
en het kerkhofje wordt door de Geloes bij het kasteelpark gevoegd.
De
uitgraving langs het spoor.
In
het Armsterveld ligt langs de spoorlijn een diepe uitgraving
waarin sterke bronnen ontspringen en een beek, de Roeschert,
vormen. Deze uitgraving is niet zo oud als de spoorlijn maar
dateert uit de 20/30 jaren van de vorige eeuw. Ze is in dezelfde
periode als het kanaal werd gegraven vervaardigd. Al vanaf de
aanleg van het spoor hier in de hellingen heeft men veel last
gehad van bronnen en drijfzand. In de 19e eeuw is het
spoor al eens bijna weggevaagd als gevolg van
drijfzandverzakkingen. Na enkele kliene verzakkingen werd
tenslotte besloten om de bronnen van de Roeschert, die voorheen
vlak langs het spoor liep uit te graven. Om de zand en kiezel te
bergen heeft men toen een kleine spoorlijn aangelegd met wissels
in de hoofdlijn en aan de overkant in het Maasdal gestort. Op deze
wijze zijn de zand en de kiezelberg ontstaan, links en rechts van
de grote duiker in het bos. Tussen beide “bergen” door stroomt
de beek.
|