|
Na uitvoerig het verloop van de Maas tussen Rekem en Leuth te hebben
behandeld, durven wij toch niet te beweren dat hiermee alles gezegd.
Misschien dat deze beschrijving een uitgangspunt kan vormen voor verder
onderzoek (Belgisch en Nederlands, dus Limburgs !!!). Daar zou de historie
van Maaskant zeer mee gebaat zijn. In dit slotartikel willen nog enkele
hiaten in onze kennis aanduiden en kanttekeningen plaatsen.
Voor en na 1500.
Het onderzoek naar de loop van de Maas (overigens gaat ook op voor een
groot deel van de overige historie) valt in twee tijdvakken uiteen. De
periode voor en die na 1500. Het verschil zit in de beschikbaarheid van
gegevens. Over de periode voor 1500 beschikken we over weinig gegevens en
aanknopingspunten.
De meeste kennis moeten we herleiden uit enkele overgeleverde notities in de
archieven en aanwijzingen op basis van de kadastrale gegevens op kaarten.
Als bijvoorbeeld Peter Treckpoel het bijna wegspoelen van kerk en kasteel
van Elsloo nooit had vastgelegd, was het niet mogelijk geweest deze
gebeurtenis te dateren en hadden we niet beter geweten dat de kerk van
Elsloo altijd op de huidige plaats heeft gestaan. Desondanks denken we dat
we met onze beschrijvingen over de periode van voor 1500 in de goede
richting te zitten, maar zeker weten doen we het niet. Na 1500 ontwikkelde
de maatschappij zich in een snel tempo en bijgevolg werden de zaken veel
beter vastgelegd. Voor hetgeen we over de periode na 1500 beschreven hebben
kunnen we dan ook beter instaan en aannemelijk maken.
De doorbraak rond 1450.
Een belangrijk punt in de Maashistorie is de doorbraak rond 1450 (of
eerder).
Deze heeft alles doen veranderen en ontwikkelingen in gang gezet. Hierover
hebben we nog op het eerder gestelde aanvullende denkbeelden. In 1459 wordt
een nieuwe kerk in Elsloo ingewijd een jaar eerder in 1458 verdeeld de Graaf
van Rekem nieuw land onder zijn onderdanen dat ter beschikking is gekomen
door Maasverplaatsing, de “Nieuwe Erven” genaamd. Ook wordt tussen 1450 en
1500 door diverse dorpen (o.a. Elsloo en Boorsem) hun grenzen opnieuw
beschreven. Dit alles duidt er op dat
in een zelfde tijdvak ingrijpende veranderingen in het landschap hebben
plaats-gevonden die herinrichting noodzakelijk maakten. Gaan we de Nieuwe
Erven zoeken, dan blijken die niet op een maar op twee plaatsen te liggen
namelijk tussen Rekem en Boorsem en tussen Geulle en Uikhoven.
De gronden konden pas verlanden nadat de stroom hier verdween. Het wegvallen
van de stroom tussen Rekem en Boorsem betekende ook geen voeding meer voor
de takken tussen Kotem en Maasmechelen. De beek de Ziep neemt ze dankbaar
over als stroomgebied en de takken verlanden uiteindelijk geheel en het
gebied kon verdeeld worden. De gezochte oorzaak van de verandering zal
ongetwijfeld een zware overstroming zijn geweest die mogelijk in de buurt
van Rekem de instroom naar de takken bij Kotem en Boorsem maar ook die langs
Mechelen heeft afgesneden of sterk doen verminderen (het lijkt erop dat de
meest westelijke tak langs Grimbie / Mechelen) het langst is blijven
bestaan. De situatie wordt uiteindelijk definitief bevestigd door de
dijkaanleg door Rekem.
Ook bij Uikhoven moet er toen verandering in loop van de stroom zijn
ontstaan. Tussen het dorp en de huidige Maas kwamen namelijk ook Nieuwe
Erven vrij. Dit kan ook een gevolg zijn van de veranderingen bij Rekem die
versterking van de stroom veroorzaakten van de tak die na 1150 was ontstaan
(opname van de Geul)
Iedere verandering op een bepaald punt in de stroom roept een dominio effect
op. Veranderd er iets met een bocht dan heeft dat ook gevolgen voor de
volgende. Dit effect kan men vergelijken met een tuinslang met stromend
water. Legt men de slang in kronkels en schuift men met de eerste kronkels
dan werkt dat in alle kronkels, nagelang de waterdruk, door. Zo moet men ook
de Maasverplaatsingen zien.
De volgende verandering lag bij Elsloo de Maas had de kerk weggespoeld, het
kasteel aangetast en de stroom langs (links of rechts is nog de vraag)
verlegd. De vraag is waar ze dan eerst stroomde ? Waarschijnlijk toch door
de “Alde Waterganck” langs Kotem of anders door de Kotemerweerd. Dit geeft
namelijk ook de meest logische aansluiting met de Maasarmen tussen Meers en
Mechelen/Vught.
|
 |
|
In rood een
veronderstelde oude dijk in Kotem, in blauw de Alde Waterganck.
|
Langs de Grote straat in Kotem tekent zich een langgerekte, smalle strook
af. Deze strook heeft de typische kenmerken van een dijk waarachter de
huizen lagen. Dit verschijnsel zien we overigens ook in Meers. Deze dijk
duidt op de nabije aanwezigheid van de Maas. Ook de Kotemerweerd vertoont
een regelmatige, dus latere, verkaveling in veel grotere percelen dan de
landerijen achter Kotem (ooit de landerijen van Meers !). Ook hier moeten we
grote veranderingen zoeken die noodzaakten het gebied opnieuw te verkavelen.
Wij hebben overigens geen idee van hoe we het vervolg van de Alde Waterganck
met de loop van de Maas tussen Elsloo en Geulle moeten combineren. De Maas
zou dan met een vrij diepe bocht (de loop van de Hemelbeek ?) door de
beemden van Elsloo hebben gelopen. We willen hierbij aantekenen dat we over
de dijk en landerijen in Kotem eigenlijk niets concreets kunnen zeggen dan
hetgeen we uit de kaarten kunnen herleiden. We zijn terzake onkundig over de
achtergrond van de dijken en landerijen rond dit dorp.
|
 |
|
Het
door Dhr Gorissen al in 1931 vervaardigd kaartje met oude Maaslopen.
We hebben de hoofdtakken met elkaar verbonden en doorgetekend in de
beemden van Elsloo. De situatie voor 1450. Het is jammer dat wij niet
over de bijbehorende teksten en bronvermeldingen beschikken die aan
deze kaart ten grondslag liggen.
Merkwaardig is dat hij op deze kaart niet de oude tak waar nu de Ziepbeek door stroomt heeft ingetekend. Ook is vreemd de plaatsing van
Geneuth op de rechteroever. Net als wij bij ons onderzoek moesten
vaststellen zal het voor vroegere onderzoekers niet anders zijn
geweest. Men kan wel de hoofdlijnen van het verloop van de stroom
aangeven maar niet in detail. De mogelijkheden om de diverse armen te
combineren zijn hiervoor gewoon te groot. |
Mogelijk hebben
de geschetste veranderingen van rond 1450 zich al veel eerder ingezet en kan
dit gedateerd worden in de tijd dat Boorsem en Kotem bij Rekem werden
gevoegd in ca. 1350. De Maasstroom kan dusdanig in sterkte zijn toegenomen
dat deze dorpen toen al steeds meer gescheiden van Elsloo raakten. De Nieuwe
Erven moedten tenslotte ruim de tijd hebben gehad om voldoende te verlanden
om als akkergronden uitgegeven te kunnen worden.
|
 |
Hoog water, de Maas staat op
uitkomen. In het midden de kerk van Kotem, rechts de Hal. Op de
voorgrond liggen hier onder water de resten van de oude burcht van
Elsloo.
Men moet in vroeger tijden toch moed gehad hebben om zo kort bij een
rivier te blijven wonen die in een paar uur in een kolkende watermassa
kon veranderen en alles wat je hebt opgebouwd mee kan nemen. . En dan
hebben we nog de Maasschippers, vissers en veerlui die over de voor
hun moeilijke rivier voor hun brood moesten varen ! De Maaskanters
waren en zijn niet van suiker gemaakt !
|
Scherpe
bochten.
Als we de veronderstelde loop van de Maas langs Meers vanaf Elsloo op de
Tranchotkaart rond 1600 weergeven, dan ziet men dat deze zeer scherpe
bochten maakt. Toch moeten die bestaan hebben de Maas was blijkbaar in staat
om korte zeer scherpe bochten te maken.
|
 |
In rood
de veronderstelde loop langs Meers (na 1450) met zeer scherpe bochten.
In blauw een veronderstelde verbinding met de Oude Maas onder Vucht.
Ook over de achtergond van de Oude Maas bij Vught is ons niets bekend.
Het lijkt ons sterk dat deze gevoed werden door de oude tweede
hoofdtak langs Mechelen. De Maas zou in dat geval hier wel een zeer
scherpe hoek gemaakt moeten hebben. Of er moet een andere verbinding
zijn geweest, die wij nu niet meer kunnen herkennen. |
|
Ook
een vraagteken zetten we bij de loop van de Ziepbeek bij Geneuth als
Maasloop (gele kader). Een iets oostelijker strook (rode kader) geeft
meer het beeld van een oude Maasloop weer.
Opmerkelijk is dat het laatste het stuk van de Alde Waterganck die Dhr
Gorissen aangaf bij Geneuth in het verlengde hiervan ligt. Of is het
rood omkaderd stuk de “Alde Waterganck” en heeft de Maas (of een
Maastak) anders door de Kotemerweerd gelopen ? Dit zou dan ook de
verklaren waarom we deze niet in de kaarten kunnen herkennen.
We
weten het gewoonweg niet. Wij vragen ons af of de Alde Waterganck niet
links van Kotem i.p.v. rechts heeft gelegen.
|
 |
Het slot van de beschrijving van de Maas.
Tenslotte sluiten we het verhaal van de Maas af met een overzichtskaartje
van rond 1750. De Maas heeft bijna haar huidige bedding gevonden. Alleen
onder Vught is er nog een kleine groep eilandjes die tenslotte ook zullen
verdwijnen. Na de afronding van de beschrijving van de Maasveranderingen,
kunnen we nu overgaan tot het beschrijven van het dorp dat altijd met de
voeten in de Maas heeft gestaan, Meers (Maes).
|