|
Deel 64:
Meers, de oudste dijk.
|
De prijs van de Maas
De nabijheid van de Maas heeft ook altijd met zich meegebracht dat men
zich met dijken tegen overstromingen moest beschermen. Of men dat van begin
af aan heeft moeten doen is de vraag. Eerder beschreven we al dat de Maas de
mogelijkheid had om de stroom over meerdere takken te verdelen. Wellicht
hadden de toenmalige dorpen, die uiteraard ook op de hoogste punten lagen,
helemaal geen dijken nodig. Met het inperken van de rivier stuwde ook steeds
meer water over een kleiner wordende oppervlakte en steeg dus en moest men
zich aanpassen aan de nieuwe situatie door het leggen van dijken, die in
eerste instantie overigens vrij laag waren. Hierbij ging het meer om de
kracht van de stroom te breken om afspoeling tegen te gaan dan werkelijk het
water buiten te houden. Het kwelwater kon men namelijk niet keren en men was
ingesteld op periodiek bezoek van de Maas. Daarbij lagen de meeste huizen op
de hoogste gedeelten in het Maasdal.
Een overstroming had ook een voordeel. De landerijen werden dan met een
vruchtbare laag slib bedekt. Nu is het slib vervuild maar toen was het een
welkome bemesting aangezien men, tot in de 19e eeuw, aangewezen was op
stalmest. Het Maasdal was hierdoor zeer vruchtbaar, vandaar de constante
bewoning ondanks de nadelen van de rivier.
Gingen overstromingen gepaard met zeer hoge waterstanden al of niet samen
met kruiend ijs, dan was men weerloos en werd er grote schade geleden. Dit
was de prijs voor het wonen langs de Maas. Voor Meers is die prijs heel hoog
geweest. In het begin van de 18e eeuw was de bevolking van Meers door de
verwoestingen van de Maas zo verarmd dat men niet meer aan de op hun
landerijen (voor zover ze nog bestonden) rustende lasten niet meer konden
opbrengen en hiervan door de Heer van Elsloo vrijgesteld werden. Het moet
toen wel heel erg met Meers gesteld zijn geweest, want vrijstelling van
lasten was toen hoogst ongewoon.
|
 |
De “vogelvlucht” kaart uit
1628 van Rekem geeft geen echt duidelijk beeld van Meers. Toch kan
men e.e.a. afleiden. De Maas stroomt vrij recht (de S bocht heeft
zich nog niet gevormd) en dicht langs Kotem. De Kotemerweerd heeft
de toevoeging aanwas, hetgeen duidt op een recente aanspoeling. Er
is nog een behoorlijke afstand tussen het kasteel van Stein en de
Maas. Meers bestaat uit een kern en ligt achter een dijk (geel)
die loopt vanaf de Scharberg de rivier volgend tot ruim achter het
dorp. Deze dijk wordt aangeduid als de “oude dijk van Meers” een
nieuwe is echter niet ingetekend. Voor die dijk ligt een gebied
dat lijkt op een aanwas. Waarschijnlijker is dat dit het
tegengestelde is, een afspoeling. Vandaar ook misschien de
benaming “oude dijk”. Die naam kan er later zijn ingezet nadat de
dijk ten onder ging terwijl de dijk nog bestond toen de kaart
vervaardigd werd. Ook is de ligging het dorp dicht bij de
hellingen van de Scharberg getekend. Hoeve de Weerd ontbreekt
(bestond die toen wel ?) . Waarschijnlijk wordt hier de situatie weer-gegeven die bestond vlak voor de grote afspoelingen waarvan
de 6 ouden van dagen getuigden.
|
De oudste dijk.
Hoewel men al vanaf ca 1450 tegen de Maas vocht en voornamelijk op de Lindendries, wijst er alles op dat de situatie rond de helft van de 17e eeuw
in een keer is verslechterd. In de archieven vinden we rond 1650 diverse
kaarten en beschrijvingen die betrekking hebben op een koerswijzing tussen Geneuth en Meers. Belangrijke jaartallen zijn 1642 en 1643 (januari) in
beide jaren vinden er grote overstromingen plaats en worden door de Maas
overal in het Maasdal grote verwoestingen aangericht. Ongetwijfeld moeten we
in die jaren ook de verandering bij Meers plaatsen. Waarschijnlijk is in
1643 de Maas doorgebroken, heeft de oude kern (de reghte Dorpstraete)
afgespoeld en is bij Geneuth een andere koers gaan volgen. Vandaar ook de
weerslag in de archieven die wijzen op een aanpassing aan een nieuwe
situatie. Niet alleen bij Meers hebben toen grote veranderingen
plaatsgevonden, maar ook noordelijker bij Berg aan de Maas en Stokkem heeft
de rivier in 1642 een andere koers genomen en o.a. het oude Obbicht
weggespoeld.
|
 |
Uitvergroting van de oude dijk
van Meers op de kaart van 1628. De dijk volgt de Maas.
|
|
 |
Groot Meers 1930. Langs de
Grote Straat in Meers is nog duidelijk een strook zichtbaar wat
een onderdeel van de oude dijk kan zijn geweest. De oude naam
voor de Dijksteeg, “op ’t Diekske” , doet vermoeden dat ook dit
tot de oude dijk behoorde. Maakt men een vergelijk met de kaart
van 1628 dan zou het aangeduide gedeelte nog maar de helft van
de oorspronkelijke lengte uitmaken. Ook ligt het dorp in 1628
niet aan het uiteinde van de dijk maar meer richting Scharberg.
We moeten hier wel aantekenen dat de gemaakte vergelijking
zoveel waarde heeft als de betrouwbaarheid van de kaart.
|
|
 |
De
bocht in de Grote Straat. Links langs de huizen ligt een lichte
verhoging met een oude knotwilg. Deze verhoging met knotwilg is
waarschijnlijk een laatste zichtbaar restant van de oudste dijk van
Groot Meers en met de aangrenzende huizen wellicht het oudste deel van
het huidige Grote Meers.
|
|
 |
Met het
nodige voorbehoud, denken we dat de oudste dijk ongeveer verlopen
heeft zoals we deze in blauw hebben aangegeven. Met rood hebben we het
gebied aangegeven waarin we vermoeden dat de oudste aaneengesloten
bebouwing van het huidige Groot en Kleine Meers heeft gelegen. De
nabije dijk van Kotem hoeft hier overigens niet identiek te zijn met
de dijk op de kaart van 1628. Tevens moet men er rekening mee houden
met het feit dat de Scharberg hier toen verder het Maasdal
inschoot. |
Tweeling dorp.
Tot zover de geschiedenis van het oudste Meers geschetst naar de huidige
kennis van zaken. Rest ons er op te wijzen dat er in de buurt een dorp
bestaat dat opmerkelijk veel overeenkomsten met Meers heeft. Dat dorp is het
Belgische Kotem. Heeft Meers op de Lindedries de strijd tegen uitspoeling
van een Maasbocht gevoerd, Kotem heeft dat tegen de opschuivende Maas vanuit
de beemden van Elsloo gedaan. Zag Kotem zijn grondgebied door het opschuiven
van het eerste deel van de S-bocht groter worden, Meers had zag dat gebeuren
door het opschuiven van de tweede helft richting Maasmechelen. Ook dit dorp
is net als Meers vaak kopje onder gegaan ten gevolge van dijkdoorbraken. We
weten echter niet of Kotem net als Meers ook veel huizen verloren heeft en
ook opgeschoven is. Het tragische in deze is dat de maatregelen die het ene
dorp moest nemen om zich tegen de veranderende Maas te beschermen problemen
voor het andere opleverde. Legde de ene een dijk, dan betekende dat een
verhoogde waterstand voor de ander en moest die zijn dijken ook weer
versterken wat weer aan de andere kant hoger water opleverde. Bij grote
overstromingen was het de redding van de een als bij de ander de dijk brak
en het water zich kon verspreiden over een groter gebied. Deze ontwikkeling
is de achtergrond van de strijd tegen de Maas door Kotem (lees Rekem),
Elsloo, Stein, Meers maar ook Maasmechelen.
|
 |
|
 |
| 1847 Kotem en Groot
Meers naast elkaar. Frappant is niet alleen de overeenkomst in omvang
maar ook hebben beide een hoofdstraat (Grote Straat) die haaks op de
rivierdijk staat, kennen deze straten beide een dijkrestant en hebben
ze beide in het midden een verbreding met een zijweg. De dorpen zijn
in hoge mate elkaars spiegelbeeld. |
|