|
Deel 65:
Meers, De Koele.
|
De Koele
Voor we verder gaan met de beschrijving van de dijken zullen we eerst een
gebied in Meers behandelen met een nogal onduidelijke achtergrond, “de
Koele”.
|
 |
Het
gebied van de Koele in 1935. Duidelijk zijn in de lange sleuf diepere
“Koele” te herkennen waaraan het gebied zijn naam dankt. Het gedeelte
met de hoogtecijfers 36.95 tussen de weg van Klein naar Groot Meers en
de Maas is het huidige kermisplein van Meers. |
Gaat men van Klein naar Groot Meers, dan bemerkt men niets van een
verdieping in het landschap. Alleen de naam Kuilenweg herinnert aan vroegere
dieptes in het landschap. De Koele zijn nu nagenoeg geheel verdwenen maar
eens lag er tussen Groot en Klein Meers vanaf de Maas tot aan de Battenweg
een soort niemandsland. Het gebied leek op een oude Maasarm met diepe
kuilen. Het gebied sloot aan op een oude Maasarm langs de Steinderdijk
tussen de Battenweg en de Maas onder de Maasband welk gebied eveneens “in de
Koele” heette. Ondanks de overeenkomst in naam van beide gebieden, staan ze
in ontwikkeling toch los van elkaar.
|
1847. Het tweede gedeelte van de
Koele .De Battenweg doorsnijdt eigenlijk “de Koele” als geheel.
|
 |
Oude Maasarm ?
De Koele als geheel zijn vaak voor een oude Maasarm en zelfs voor de
oude bedding van de Geul aangezien. Hierover hielden we al eerder bij de
bijschrijving van de Maas een slag om de arm. De reden is dat we betwijfelen
of de het hele gebied van dec Koele wel een Maasarm is geweest. Voor het
stuk tussen de Battenweg en de Maas onder de Maasband langs de Steinderdijk
hoeven we niet te twijfelen, dit is zonder twijfel een oude bedding van de
Maas. Dit gedeelte wordt in de archieven niet alleen aangeduid als “In de Coule” maar ook als “de Cleene of Alde Maes” (hierover later meer).
|
 |
|
Gedeelte van “de
Koele” ofwel “ de Cleene of Alde maas “ anno nu. |
Voor het
gedeelte tussen Groot en Klein Meers zijn we echter niet zo zeker dat dit
een Maasarm is geweest. Nergens zijn we (nog) in de archieven het bestaan of
verwijzing naar een laagte tussen Klein en Groot Meers tegengekomen. Pas in
1766 vinden we een vermelding van de naam “Cuylen”. Men overweegt dan of men
niet beter de Maas door “de Cuylen “ kan laten stromen dan de dijk tegen
grote kosten te onderhouden ……..Een veelzeggende uitspraak. Men zag het
blijkbaar niet meer zitten, de Maas stroomt dan blijkbaar (deels) door de Cuylen en staat op het punt dit te gaan doen. Had men dit overigens
toegelaten, dan was Groot Meers nu Belgisch ! Op de kaart van 1628 van Rekem
(zie voorgaand artikel) zien we geen scheiding in de vorm van een diepte
door Meers, integendeel Meers is dan een geheel. We kunnen we ons ook niet
voorstellen dat men een dorp ging bouwen op een plek waardoor een
gevaarlijke rivierarm loopt. Wel kunnen we ons wat voorstellen bij een beek.
We sluiten overigens niet uit dat hier ooit water uit de Scharberg via Meers
een weg naar de Maas heeft gezocht. Zelf denken we dat het ontstaan van de
Kuilen heeft te maken met de grote doorbraak en afspoelingen rond 1643 of
als een later gevolg hiervan.
Ontstaan van de Koele.
Op dit moment denken we dat het eerste deel van “de Koele” is ontstaan
als gevolg van dijkdoorbraken. Door de opschuiving van de Maasbocht vanuit
de Kotemerweerd en het wegspoelen van de oude dijk en kern van Meers kwam
bij hoogwater het drukpunt van de stroom midden tussen Groot en Klein Meers
te liggen. Met andere woorden, de Maas wilde rechtdoor gaan stromen.
Mogelijk heeft ze dat na diverse dijkdoorbraken korte of langere tijd ook
gedaan en vond ze bij de Veldschuur aansluiting op een vroegere arm, “de Cleene Maes”. Tussen de Maas voor de dijk en de Cleene Maas bij de Battenweg
zien we een hoogteverschil van 3 meter. Eenmaal doorgebroken was de rivier
daardoor in staat om in korte tijd een diepe geul uit te spoelen.
|
 |
Meers
1935.
Indien
men de kadasterlijnen rond de Kuilen, waar mogelijk, doortrekt
(rode lijnen) dan krijgt men de indruk dat de percelen afgespoeld
zijn. De bochtige Kuilenweg volgt misschien het verloop van een oude
beek. In blauw geven we een terrein weer met een hoogtecijfer van
35.80 rechts ernaast noteren we 37.10 en daarnaast weer 35.95 (ook in
blauw) De Maasoever wordt met 38.95 aangegeven. Dit hoogteverschil
maakte de plaats hier tot de Achillishiel van Meers, het zwakste punt.
Rest ons de vraag hoe de in blauw aangeven gebieden gescheiden kunnen
zijn door een hoger gebied. Zijn zij uitgegraven of het tussenliggende
verhoogd ? Heeft men hier soms het materiaal voor de vroegste en
latere dijken uitgegraven ? Dat moet toch ergens vandaan zijn gekomen.
|
Hoogwater
Wanneer het eerste deel van de Koele zijn ontstaan weten we niet. Wij denken
dat dit is gebeurd na de grote afspoelingen in 1643. Mogelijk staan
aanwijzingen over een inbraak van de Maas en de gevolgen hiervan in nog niet
door ons gelezen archiefstukken.
Extreem hoogwater, overstromingen en dijkdoorbraken is overigens iets wat
meermaals in de geschiedenis hebben plaatsgevonden. In publicaties komen de
volgende jaartallen voor die deze weergeven:
Ca 1150 doorbraak bij Neerharen, 1175, april 1189, 1196, 1348, 1374, 1408,
ca 1450 doorbraak bij Elsloo, juli 1463, januari 1489, 1642 (bruggen
vernield bij Namen en Luik en afspoelen Obbicht, 1643 doorbraak bij Meers ?,
november 1658, augustus 1663, 1678, december 1740, maart 1751, februari
1784, april 1789, 1843 kerk in Elsloo gaat in een orkaan ten onder, februari
1844, 1850, december 1880, januari 1926, 22 december 1952, 1966/67, 1993 en
1995.
In “Uikhoven in het verleden” haalt pater R. Verbois een oude Maastrichtse
kroniek aan. Hieronder een korte samenvatting:
1491
Zeer koude winter. Het begon met kerstmis te vriezen en op St Stevensdag
(tweede kerstdag) sneeuwde het. De Maas was zo fel toe gevroren, dat karren
over het ijs konden rijden. Daags na lichtmis brak het ijs. Het hoogwater
berokkende veel schade en de molen van Uikhoven dreef weg.
1739
Voor Driekoningen begon het te vriezen; de oostenwind was zo koud dat de
oude mensen zulk weer nooit hadden meegemaakt. Reeds de vijfde vriesdag kon
men overal te voet over de Maas. De koude bleef aanhouden tot de 7e maart;
dan begon het te dooien, met groot gevaar voor overstroming, daar men
beweerde dat in de Ardennen de sneeuw een man hoog lag. De dooi trad
gelukkig langzaam in zonder overstroming. De veldvruchten waren niet
bevroren wat wel gebeurde in 1709.
1740
Hetgeen we verleden jaar vreesden, gebeurde dit jaar. Reeds op 9
december begon de Maas te overstromen en op de 12e en 13e stonden alle
landerijen onder water. Dit zakte na enkele dagen. Het begon te regenen en
de Maas bleef stijgen: een ware zondvloed . De dijken braken door en op 18
januari stond alles blank.
|
 |
De Koele anno
nu. Waar eens de Koele met huisvuil werden volgestort ligt nu het
voetbalterrein van Havantia.
|
1783
Einde 1783 was de Maas op twee dagen tijd toe gevroren en op Nieuwjaarsdag
kon men er over heen lopen. Dezelfde avond begon het te dooien, zodat
anderdaags reeds ijsschotsen en vloed alles onverwacht overstroomden.
1876
Op zondag 12 maart 1876, omstreeks half vijf in de namiddag brak een orkaan
los met ongehoord geweld. Door de hevige stormwinden gedreven, zwol de Maas op. Schuimende golven van 2 a 3 meter hoog, verspreiden een dichte mist, die
in
enkele ogenblikken de huizen, gelegen bij de Maas, in een donkere sluier
hulde.
Na een tiental minuten stilde het geweld geleidelijk. Verscheidene huizen
had een hun pannen verloren. Honderden bomen werden met hun wortels uit de
grond gerukt. Te Kotem sloeg de storm twee huizen omver, te Mechelen een
huis en in Wezeth werden verscheidene huizen ernstig beschadigd. Het onweer
woedde over heel Belgie en vernielde veel. De Maasstreken leden bijzonder
van het water.
Het laat zich raden, dat ook Meers en Elsloo veel van de hier beschreven
ellende meekregen !
1880
De Maasdijk brak in Meers door. (Weer zocht de Maas naar een nieuwe bedding
door “de Koele”).
1926
De Maasdijk in Meers brak weer door …………met alle gevolgen van dien.
(Zie voor een uitgebreide beschrijving van de doorbraken in 1880 en 1926 het
boek “den diek is door” door W. van Mulken).