|
Deel 68:
Meers, Veldschuur en Maasband.
|
Verbindingen met Stein.
Het is ons opgevallen dat alle wegen die voor de aanleg van het
kanaal vanuit Kleine Meers naar Stein liepen, zonder uitzondering
perceelsdoorsnijdend zijn. Dat betekend dus dat de percelen ouder
zijn dan de wegen. We vermoeden nu dat er tussen Kleine Meers en
Stein een groot drassig weidegebied heeft gelegen wat later wordt
ontgonnen tot landbouwgebied met enkele recht doodlopende
ontginningswegen. Toen er uiteindelijk de behoefte aan
verbindingswegen ontstond, was men genoodzaakt de percelen te
doorsnijden.
Deze ontwikkeling wijst erop dat er voor de ontginning van het gebied hier
helemaal geen wegen bestonden en er blijkbaar ook geen noodzaak toe was.
Hadden er al voor de ontginning huizen op het Steinder deel gestaan, dan
had er ook ongetwijfeld een verbinding met Stein bestaan (minimaal een
kerkweg) die dan later als vertrekpunt voor de percelen zou dienen. Dit
alles versterkt ons vermoeden dat het Steinder deel vanuit het (afgespoelde)
Elsloos Meers is ontstaan en niet vanuit Stein.
Of deze ouderdom theorie m.b.t. de wegen ook van toepassing is op Elsloo’s
Meers, kunnen wij niet meer nagaan. De Maas heeft alle sporen ( de
Lindendries) uitgewist.
|
 |
1847.
In de rechthoeken punten waar de wegen perceelsdoorsnijdend zijn.
|
Veldnamen te noorden van Kleine Meers.
Hoewel deze namen eigenlijk niet binnen dit bestek vallen willen wij
ze i.v.m. de band met Meers als geheel toch weergeven. Door het gebrek aan
kennis van de oude archieven over dit gebied zijn we wel gedwongen de
uitleg te beperken. Relatief ver van Stein gelegen zullen de velden direct
ten noorden van Meers merendeels door inwoners uit Meers in gebruik zijn
geweest.

Op de Steen: Mogelijk een verwijzing naar een steen die diende als
uitgangspunt voor het inmeten van de percelen. Steen-namen verwijzen ook
vaak naar oude (Romeinse) bebouwing ter plaatse. We denken dat dit hier
niet het geval is.
Op drie bunders: Een bunder was een oppervlaktemaat ca 0,8 hectare.
Achter de Veldschuur: Aanduiding voor percelen die niet ouder
kunnen zijn dan de
Veldschuur zelf.
In de Scheijdhoek: Hoek waar de grenzen (scheidingen) van het oude
Elsloo en Stein een hoek vormden.
Aan de oeveren: Aan de oever van een voormalige Maastak.
Hoxweerd: Komt van Bosweerd in de 17e eeuw werd hier een bos(je)
ontgonnen.
Lange Morgens: Langgerekte percelen van een morgen. Een morgen is
ca een vijfde hectare.
Spekersdelle: Delle is laagte. Spekers zou van spijker of spieker
kunnen komen een graanopslag op palen. Hier zijn we niet van overtuigd
omdat men deze niet in het open veld bouwde, zeker niet in een
overstroombare delle.
De Veldschuur.
Over de ouderdom van het kleine gehucht de Veldschuur kunnen we niet
veel zeggen. Op de kaarten uit de 18e eeuw komt het gehucht in ieder geval
voor. Op de oudste kaarten die we van Elsloo kennen (rond 1650) komt de
Veldschuur echter niet voor. Dit wil overigens niet zeggen dat het gehucht
niet bestond, de gemeentekaarten volgden (jammer genoeg) toen ook al
strikt de grens.
|
De
Veldschuur achter de Steinderdijk.
|
 |
De naam veldschuur verwijst naar een andere
functie van een gebouw ter plaatse dan een woonhuis. Een veldschuur was
een schuur voor de opslag van granen die men bouwde in het veld buiten het
dorp. Meestal kwam een losstaande schuur wel eens voor als er bij het
bedrijf in de woonkern geen plaats meer was voor het bouwen van een extra
schuur. In een dergelijk geval bouwde men ze op een andere plaats in de
buurt. Dat kon ook buiten de kern zijn. Dat hing er ook vanaf waar men een
perceel ter beschikking had. Dergelijke schuren waren van vakwerk en
konden derhalve ook verplaatst worden. In Elsloo kennen we een voorbeeld
waarbij een schuur verkocht werd en in Beek weer werd opgebouwd. De
Tiendschuur van de kerk van Elsloo lag ook buiten de bebouwde kom van het
dorp. Ook bestaat er de mogelijkheid dat de schuur, gezien de ligging, te
maken heeft gehad met de bouw van de grote dijk van Stein, een soort
bouwkeetfunctie. Hoe het ook zij, dit punt of de schuur is bewoond geraakt.
Op de Tranchotkaart bestaat het gehucht uit twee huizen links en rechts
van de straat.
|
 |
Tranchotkaart 1815. De situatie bij de Veldschuur. Duidelijk is de
ligging achter Steinderdijk te zien aan een weg die als verlengde
van de Grote straat in Meers
naar Stein voerde.
|
De Maasband
Hoewel de Maasband niet onder Elsloo viel, willen we vanwege de
samenhang met Meers, dit gehucht toch nader toelichten. De Maasband gaat
terug op een eiland in de Maas en heette niet Maasband maar bamp (beemd).
Volgens de overlevering is het gehucht ontstaan toen rond 1600 de
protestante kasteelheer van Leuth, zijn eveneens protestantse bedienden
toestemming gaf hier te gaan wonen. Het gebied van de Maasband was
overigens niet alleen van Leuth maar ook Eisden had hierin een aandeel.
Men kan zich afvragen of dat wel praktisch was om de mensen aan de
overkant van de Maas te laten gaan wonen. Hierbij moet men echter niet
uitgaan van de huidige Maas maar van een Maas met meerdere takken waarvan
waarschijnlijk de hoofdtak toen rechts van de Maasband liep ( het is deze
tak die men nu weer wil gaan uitdiepen als nevengeul voor de Maas bij
hoogwater).
|
 |
De
Maaskant ca 1650 (zie ook eerdere aflevering m.b.t. oude maaslopen).
Op het kleine omkaderd eiland onder Leuth (Luyt) ligt nu het gehucht
de Maasband.
|
Veldnamen rond de Maasband .
Ook van de Maasband willen we aan de hand van een kaart uit 1897
enkele veldnamen weergeven.
|
 |
De
Tranchotkaart 1803 geeft een goed beeld van de ligging van de
Maasband tussen wisselende Maasarmen. Vaag ziet men ook de grenzen
van Vught en Eisden tot in de Maasband doorlopen. Van het precieze
verloop hiervan zijn wij (nog) niet op de hoogte.
|
|
 |
Op de
kaart kan men goed de oude Maasarm die de Maasband van Stein
scheidde onderkennen. Bovenaan zien we de Leutherhoek onmiskenbaar
verwijzend naar het voormalig Leuther gebied aan deze kant van de
Maas. In de voormalige Maasarm staat Wouters Bamp (de beemd van
Wouters) . Boxweerd is een verbastering van Bosweerd. Hoewel men dat
niet zou denken, heeft ook het Maasdal nog lang (kleine) bosgebieden
gekend. Vlak aan de Maas was het In de Kouck (herkomst onbekend. In
de hoek ?). Onder het gehucht lag het Maasband veld met erboven in
de Delle. Dit Delle kan verwijzen naar een oude Maasarm waarvan men
ten noorden van de Maasband de resten nog kan herkennen. Verder ziet
men vanuit de Maasband door de oude Maasarm de weg naar Stein gaan.
Het is deze arm die men weer wil gaan uitgraven waarbij de weg over
een lage brug komt te lopen.
|
|