![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
||||
Het
is moeilijk om te bepalen hoe oud de gehuchten Meers, Catsop en Terhagen
zijn. Hoewel de gehuchten namen kennen die op een hoge ouderdom wijzen,
hoeft dat niet automatisch te betekenen dat ze ook zo oud als hun naam
zijn. Waarschijnlijk zijn de (latere) woonkernen genoemd naar het gebied
waarin ze gebouwd werden. Deze gebieden kunnen al lang voor het vormen van
de nederzetting in gebruik zijn genomen en kregen toen al hun specifieke
naam. De oude gebiedsnaam ging later over op de nieuwe nederzetting. Het
ontstaan van de gehuchten moet men zien als een soort kolonisatie binnen
een klein gebied. Het gaan bewonen en ontginnen van verder weggelegen
woeste gronden of vroegere weidegebieden toen deze omgezet werden in
akkers. De bestaande gehuchten zijn overigens niet de enige die Elsloo
gekend heeft. We beschikken over
aanwijzigen dat er in Elsloo nog enkele gehuchten hebben bestaan die nu
echter verdwenen zijn. De wegen
Toen
men rond het jaar 1000 begon geleidelijk
aan de bestaande velden uit te breiden en nieuwe te ontginnen, diende het
wegenstelsel deze ontwikkeling te volgen. Ook voor de afzet van de
producten dienden er betere verbindingen te komen. Waar nieuwe
velden niet meer vanuit de bestaande wegen waren te bereiken , werden
vanuit deze, rechte (doodlopende) wegen aangelegd. Naargelang de
ontginningen opschoven, verlengde men deze wegen. Dit ging zo door totdat
men de gewenste uitbreiding had bereikt. Aan het uiteinde van de weg
lagen dan de nog niet ontgonnen gronden waartegen de weg doodliep.
Deze gronden bleven bebost of waren nog lang in gebruik als
weidegronden in dat geval werden de veldwegen tevens als veedrift
gebruikt. De veldwegen werden eigenlijk door de boeren alleen in
het voor- en najaar gebruikt als karwegen (voerstraten) de rest van het
jaar fungeerden ze al of niet als voetpad. Het meeste verkeer gebeurde,
tot ver in de vorige eeuw, te
voet. Het is dus niet verwonderlijk dat het hele gebied van Elsloo
doorkruist was met voetpaden. Deze liepen dan, vaak als verlengde van de
doodlopende veldwegen, naar andere dorpen, sneden wegen af en verbonden de
diverse gedeelten van het dorp met elkaar.
|