![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
|||||||||||||||||
De Grote Straat. In eerder afleveringen hebben we al beschreven hoe het oorspronkelijke Cleene Meers veranderde in Groot Meers, ofwel hoe Groot en Klein Meers aan twee kanten uit de Maas zijn gekropen. De kern van Groot Meers is nu de Grote Straat. Deze straat loopt van de Battenweg tot tegen de Maasdijk. Eens liep de straat door tot aan de overzijde van de huidige Maas (zie eerdere beschrijvingen). Wanneer dit Grote Straat is gaan heten is ons niet bekend maar ooit was het de Cleenen Meerserstraat en rond 1900 was het de Meerser Dorpstraat. Om het nog verwarrender te maken bestond er toen ook nog een Meerser Dorpsweg. Men moet hier dan ook Meerser Dorpstraat vertalen als aanduiding voor “het centrum van Meers”. De Meerser Dorpsweg als de weg (vanuit Kleine Meers) naar dit “centrum” toe. De Dorpsweg is nu de Kerkweg.
Op de Koevoet. Een van de huizen in de kerkstraat draagt de naam “Op de Koevoet” een naam die we ook in de archieven tegenkomen en dus ook hier moeten plaatsen wellicht hier de oudste naam voor de straat (omgeving) is. Hoe men de naam hier moet plaatsen is iets anders. is de kerkweg in oorsprong een veedrift geweest? Heeft er iets in de omgeving iets bestaan wat naar de vorm deed denken aan een koevoet als werktuig of een koevoet als onderdeel van een koe (Daarbij aantekenend de vraag of deze naam voor het werktuig hier gangbaar was en een koe geen voet heeft maar een poot met een hoef).
De Dijksteeg. “Op ut Diekske” zeggen ze in Meers. Deze smalle steeg verbind de Grote Straat met de Meerser dijk. In eerder afleveringen beschreven we al de oudste dijken van Meers waarvan “ut Diekske” een overblijfsel is. Fungeerde het eertijds tevens als achteringang voor de huizen aan de Grote Straat. Langzamerhand werden in de achtertuinen hiervan en stallen en schuren omgevormd tot woonhuizen die nu aan “ ut Diekske” liggen. Rond 1900 heet het “het Dijksken”.
De Koevaart. Onderlangs de Meerserdijk wringt zich vanuit de brede Grote Straat zich een smalle weg naar de Koeweide. Dit is de Koevaart, die rond 1900 dezelfde naam had. De naam vaart is dialect voor oprit toegang tot een erf. De Koevaart was de toegang tot het belangrijke weidegebied “ de Koeweide”.
De Losplaats. De Koevaart kende een verlengde (bij de fanfarezaal naar links) en dat was de “Bovenste Koevaart”. Dit stuk diende om de “Losplaats” aan de Maas te bereiken. De naam “losplaats” verwijst naar een mogelijkheid om hier schepen te lossen. Wat gelost werd kunnen we ook niet zeggen maar te denken valt aan bouwmaterialen, mest, mergel misschien ook vee. Tevens lag hier het voetveer over de Maas naar Geneuth, eertijds een belangrijke verbinding voor Meers met de Belgische Maasdorpen aan de andere kant, dorpen waar Meers overigens veel mee van doen had. Het is ook dit veer dat in de tweede oorlog een schakel vormde in een belangrijke “pilotenlijn”. Het is ook dit veer waar in de 18e eeuw Herman Vranken veerman van was. Deze herman was Bokkenrijder en was in zijn tijd een roemrucht figuur die in menig processtuk in het Elsloos archief voorkomt. Wanneer het veer uit vaart is genomen, is ons niet bekend. De laatste veerlui kwamen uit de familie Berghs die tevens als laatste professioneel op Maas met een schokker visten.
De weg naar Elsloo. Via het veer door de Kotemerweerd en dan via het veer van Elsloo was ook de kortste weg naar Elsloo. Maar de meeste zullen (ook om wachttijden en kosten te besparen toch voor de langste weg gekozen hebben). De weg langs de Maas van Groot Meers naar Elsloo was lang, erg lang. De door de Maas afgedwongen verschuiving van zowel de kern van Elsloo als die van het oude Meers, maakte de weg naar Elsloo steeds langer. De lange weg leeft nog voort in de overlevering van verhalen over lange wegen naar school en kerk over in de winter vaak donkere en onbegaanbare wegen die meer weg hadden van aangestampte modderpaden. Waarbij de te nemen steile helling van de Scharberg bij de autowegbrug, zeker in de winter, een grote te nemen hindernis was. (De huidige weg is overigens afgevlakt en hiermee niet te vergelijken). Bij deze helling horen ook de verhalen over grote omwegen die men vaak moest maken om (in de winter) de doden in Elsloo te kunnen begraven. Verhalen van de doodskisten die op de bevroren Scharberg de helling afgleden, in een boot over de Maas naar Elsloo opgetrokken werden of via het veerpont te Meers naar Kotem en dan via het veerpont van Elsloo naar Kotem uiteindelijk hun laatste bestemming bereikten.
Dit laatste met het verhaal van de pastoor van Elsloo die met zijn misdienaars aan de Elsloose kant van het veer stond te wachten terwijl tot zijn grote ergernis de dode in zijn kist op de andere oever stond waarvan de begeleiders in het café bij het veer zaten en bleven zitten. De bouw van de eigen kerk en school in de twintiger jaren van de vorige eeuw, was voor de inwoners van Meers dan ook een enorme vooruitgang en maakte het dorp onafhankelijker van Elsloo. Dit werd ongewild versterkt doordat het tot begin jaren 60 heeft geduurd voordat de in de oorlog opgeblazen brug over het kanaal in Elsloo hersteld was.
|