|
Deel 72: De
Battenweg
De Battenweg.
De Battenweg is de verbinding tussen de Veldschuur en de Grote Straat.
Het werkwoord batten beschreven we al eerder, het aanbrengen van houten
beschoeiingen langs de oever van de Maas. Deze bracht men aan om
afspoeling tegen te gaan. De bocht in de Maas was ongetwijfeld hier bebat
en dankt de weg hier
zijn naam aan.
1847. De battenweg (zwarte punten)
beginnende aan de Klauwendijkweg). De Battenweg had vroeger nog een
verlengde door “de Hook” naar de Steinderdijk. Dit stuk weg treffen we in
1942 nog aan als een doodlopend restant . Dit was echter geen weg maar een
voetpad, het Klauwenvoetpad.
|
 |
De Battenweg is geen oude weg. Binnen
het vierkant zien we dat hij hier perceelsdoorsnijdend is. Dat
betekend dat de percelen ouder zijn dan de weg.
Ook zien we hier nog een dijkrestant (rode punten). Onder het
omkaderd gebied zien we het voetpad (gele stippen) wat we al eerder
bij de Koulen aanhaalden. Dit blijkt toch het Heuvelsvoetpad te zijn
welk de Koulenweg en de Binnenkoulenweg met de Battenweg verbond. |
Het stukje dijk bij de Battenweg is ook een
onderdeel geweest van de “oude dijk” langs de Grote straat. De “oude dijk”
sloot bij “de Hook” aan op de Veldschuurdijk. Gaat dus ook door de
percelen en werpt tevens nieuwe vraagtekens op. Men kan namelijk diverse
kanten op. Er was tijdens de ontginning van het gebied blijkbaar geen
noodzaak voor een dijk, later wel. Of men heeft hier te maken met het
verder landinwaarts leggen van een nieuwe dijk nadat een eerdere dijk
afspoelde. Niet ongebruikelijk en de weg heet tenslotte niet voor niets
Battenweg. Maar het kan ook helemaal anders zijn gegaan b.v. dat de
percelen ooit over de dijk heen verlengd zijn met land dat eerst deel
uitmaakte van de Maasbedding.
|
 |
De Hook vanaf de Battenweg. Nu
nog een laagte in het landschap ooit een draaipunt van de
Maas. Op de achtergrond loopt de Klauwendijk (Veldschuurdijk).
|
Een verhaal.
Aangezien bij de Battenweg het verhaal van de Boudewijnhof hoort,
zullen we het, ondanks onze bedenkingen, toch hier weergeven.
Er bestaat in Meers het verhaal van de zoon van een gevluchte Franse
edelman, een Hugonoot , die Meers gekocht zou hebben. De Hugonoten waren
protestanten die in 1572 in Parijs in de val werden gelokt en waarbij
velen werden vermoord tijdens de zgn Bloedbruiloft. Ook vluchten velen
naar het buitenland. Zo zou een edelman naar Brussel zijn gevlucht . Zijn
zoon zou hun grafelijke titel verkocht hebben en van het geld De Meers,
ook wel Broek of Lage landen geheten, gekocht hebben. Hij wilde zich hier
vestigen samen met zijn drie zoons Corneill, Beauduin en Jean. Voor het
zover was overleed hij, doch zijn zoons eerbiedigden zijn wil en bouwden
drie boerderijen. Ze veranderden hun achternaam in een nederlandse naam,
van den Bos en hun voornamen. Jean werd Johannes en bouwde de hoeve de
Weerterhof. Corneill werd Neel en bouwde de Neelenhof en Beauduin werd
Boudewijn die de Boudewijnhof bouwde.
De Weerterhof bestaat nog. Van de Neelenhof
zouden nog de fundamenten nabij de Grote Straat in de Maas liggen en met
de stenen zou de boerderij van de familie Brouns op de hoek van de
Koevaart gebouwd zijn. De Boudewijnhof zou gestaan hebben tussen de
Battenweg en de “keezelkoel”, waar hoge beuken staan. De
Boudewijnhofstraat is naar deze boerderij genoemd.
Echter; Meers is nooit in totaal verkocht, van Broek en Lage Landen in
Meers hebben wij nog nooit gehoord en er zijn geen drie boerderijen
tegelijkertijd gebouwd en de naam In de Bos komt waarschijnlijk uit
Elsloo. Men heeft hier verschillende zaken in een mandje gegooid en er een
mooi verhaal van gemaakt. Er hebben altijd verhalen van rijke, gevluchte
Hugonoten rondgewaard ( Alles met een franse naam in Maastricht denkt af
te stammen van een adelijke gevluchte Fransman).
De Weerterhof is inderdaad door Johannes In de Bos gebouwd. De Neelhof kan
teruggaan op resten van het “verdronken” Meers die inderdaad in de Maas
kunnen liggen en vroeger zichtbaar waren. Wat de Boudewijnhof betreft. Dit
zou geen boerderij maar een hof, een tuin zijn geweest in eigendom van de
rijke Urmondse redersfamilie die Beauduin als achternaam hadden. Beauduin
is echter de franse versie van de voornaam Boudewijn. Dit zou de
achtergrond van de naam Boudewijnhof zijn.
|
 |
De beuken met toetersteen aan de
Battenweg, de plaats van de vermeende Boudewijnhof. Aangezien
hier toen een actieve Maasarm langsliep, zou men toen geen
slechtere plaats voor een boerderij kunnen kiezen.
|
Althans, wij zijn nog niets in de archieven
tegengekomen wat ook maar enigszins het verhaal zou kunnen staven. Het
verhaal van de famillie Beauduin herinneren we ons van een publicatie (van
Harry Strijkers ?). Meers heeft aan het hele verhaal wel een straatnaam
overgehouden. Er is overigens nog een straat die haar naam te danken heeft
aan een verhaal (legende), de Winandusstraat. De Heilige Winandus was van
Meers en ging op bedevaart naar Jeruzalem. Om een lang verhaal kort te
maken : omdat hij braver was als zijn metgezellen hoefde hij niet terug te
lopen maar werd hij door een engel naar Catsop gevlogen. Op de plaats waar
hij landde staat nu in Catsop de Winanduskapel (met het verhaal als
plafondschildering).
De Klauwendijk.
Hoewel buiten ons onderzoeksgebied komen we toch nog even terug op de
Klauwendijk (nu de Veldschuurdijk). Dit is dus het stuk dijk tussen de
Veldschuur en de Nieuwe dijk naar de Maasband. Van de aanleg van de
allesomvattende Steinderdijk weten we eigenlijk niets, ook geen jaartal
van aanleg terwijl dit toch een behoorlijk karwei moet zijn geweest. We
denken dat deze in ieder geval na 1570 is aangelegd. Dit omdat de grens
van Elsloo langs de dijk liep en in de grensbe-schrijving uit 1570 de dijk
niet vermeld wordt. Ook hebben we het vermoeden dat deze dijk niet in een
keer is aangelegd maar in fasen en wellicht voorgangers heeft gekend.
|
 |
1942. De klauwendijk. De naast de dijk lopende Kauwenweg
dient natuurlijk Klauwenweg te zijn.
|
We menen de Steinderdijk in 4 vakken te kunne
verdelen. Het eerste vak is vanaf de Scharbergweg (dat was de weg omhoog
vanuit het dal bij de autowegbrug) naar Klein Meers, aansluitend het stuk
door Kleine Meers naar de Veldschuur (volgens de overlevering de Hondsrug
genoemd), dan het stuk van de Veldschuur naar de Geerlingskuil (de
Klauwendijk) en tenslotte de Nieuwe dijk naar de Maasband. We sluiten niet
uit dat de Meerserdijk (zie ook Lindendries) en de Klauwendijk eerder is
aangelegd dan het stuk van Kleine Meers naar de Veldschuur en dat de
Klauwendijk via de Hook in eerste instantie aansloot op de “oude dijk”
door Meers om zo de oude Maasarm (later het gebied op de Klauwen) te
omsluiten.
|
 |
De
Klauwendijk |
Waterpool of Oude Mert.
De Battenweg heeft een begin en een einde. Hij begint aan de Steinderdijk
alias Klauwendijk alias Veldschuurdijk en eindigd in de de Meerser
Dorpsstraat alias de Grote straat. (De aan de Meerser Dorpstraat
voorafgaande naam was overigens Cleenmeerserstraat. Hoezo in Meers zijn de
namen verwarrend ?) De twee wegen kwamen bij elkaar op een centraal punt
in Cleene Meers alias Groot Meers. Rond 1900 wordt de Battenweg als volgt
beschreven: De Battenweg brengt de verbinding tot stand tussen de
Klauwenweg, de Binnenkoulenweg , de Klauwenweg, den Heuvelsvoetpad , het
Achterveldjens voetpad en de Meerser Dorpstraat.
|
De kapel aan de Grote straat op de
“Auwe Mert” . In de jaren 80 van de vorige eeuw door buurtbewoners
helemaal zelf gebouwd en nu onderhouden. Een mooi staaltje van
gemeenschapszin. Zo hoort het ! |
 |
Waar de Grote Straat een scherpe knik naar
rechts maakt, er staat nu een kapelletje. De plaats is altijd een
onbebouwd stukje grond geweest. De aanduiding voor dit gebied is volgens
de overlevering “de waterpool” of “Auwe Mert” (deze naam komt overigens
ook in de archieven als Auwe Merkt !).
De naam markt zou kunnen duiden op handel van goederen, de plaats lag
tenslotte ooit aan de Maas. Niets sluiten we uit, maar voor handel hebben
we hier geen aanwijzingen. We denken dat hier “Mert” gelezen moet worden
als “dorpsplein”. De aanwezigheid van een drinkpoel wijst ook op een
verzamelpunt voor het hoeden en bewaken van het vee. Ongetwijfeld lag het
weidegebied langs de vroegere Maas. In de vorm van het pleintje kan men
een driehoek herkennen. Dergelijke driehoekige pleintjes met drinkpoel
komen in Limburgse dorpen veel voor. Het waren vaak vertrekpunten voor het
hoeden van vee maar ook de plaats waar het vee ‘s nachts gezamenlijk
tussen de huizen binnen een omheinding werd opgesloten (zie ook onze
beschrijving van de Dries te Catsop, ). De omvang van de “Mert” kan voor
dit doel ook groter zijn geweest dan nu het geval is.
De aanduiding “Auwe Mert (oude markt)” staat in tegenstelling tot een
nieuwe markt. Deze nieuwe moeten we ongetwijfeld zoeken in het pleintje
voor cafe de Villa . Ook hier weer een aanwijzing dat het bovenste deel
van de Grote straat ouder is dan het onderste. Was de “Auwe mert” en
omgeving dan misschien toch het uiteinde aan de Maas van het oudste Meers
? Bij de huidige (onvolledige) stand van zaken, durven we hierover geen
verdere veronderstellen te maken. Wat we weten hebben we ook weergegeven.
Wel weten we dat In de archieven van Elsloo zijn nog diverse stukken met
betrekking tot Meers zitten die nog niet zijn doorgenomen en die misschien
meer licht op de zaak kunnen werpen. (Wie veel tijd en interesse heeft kan
zich melden. Wij zelf hebben hier helaas nu de tijd niet voor).
|
 |
De omgeving van de drinkpoel rond 1900. Duidelijk is “de pool” te
herkennen (de weg gaat er door !) ook ziet men goed dat de bebouwing
hier samen met het dijkrestant de bocht omgaat. Hier kwamen ook
verschillende veldwegen bij elkaar.
Vanuit de Groote Straat gaat naar links achter de huizen het
Heggenvoetpad (overigens later ook Achter de Hoven genaamd), naar
rechts het Achterveldjensvoetpad en rechtdoor het Weertvoetpad naar
hoeve de Weert. |
Tot in de 30 jaren van de vorige eeuw lag
hier inderdaad een drinkpoel, “ waterpool”, voor het vee. In de 17e eeuw
(en eerder) was hier ook al water aanwezig maar niet in de vorm van een
poel. Eerder beschreven we al hoe de Maas oorspronkelijk een
slingerbeweging tussen de Koeweide en de Weerterhof maakte om vandaar weer
een bocht oostwaarts naar de Groote Straat te maken. De plaats van de poel,
nu dus de standplaats van het kapelletje, was het eerste diepe punt van de
bocht. De bocht draaide vervolgens in de Hook om uit te komen langs de
Klauwendijk.
|
 |
Een koppel oude Maaslandse huizen
in de bocht tegenover de kapel. Een er van
draagt het jaartal 1656. Misschien een aanwijzing voor de
datering van de “herbouw” van Meers. Het hogere perk langs de
huizen zijn de allerlaatste restanten van de “oudste dijk” .
De “Auwe Mert” en omgeving (inclusief bomen) is dus feitelijk
het oudste gedeelte van het huidige Groot Meers, zeg maar de
historische kern.
|
|