|
Deel 73:
Meers, enkele aanvullingen
Inmiddels hebben we aanvullende informatie ontvangen die we ook willen
weergeven. Bij deze spreken we ook onze waardering uit voor het werk van
Nic van de Wal uit Kleine Meers (Zwarte Laakstraat). Hij heeft met grote
nauwkeurigheid (zelfs namen die wij alleen uit de archieven kennen
ontbreken niet !) een tweetal kaarten vervaardigd en daarop alle veldnamen
de namen van de (inmiddels vervallen) wegen en voetpaden in Meers
ingetekend. Zijn kaarten heeft hij ons ter beschikking gesteld. Ze vormen
een waardevolle aanvulling op onze kennis. Hiervoor dank.
Oude bewoningssporen
Gingen wij er in eerste instantie van uit dat Meers nooit iets
gevonden is, blijkt dat toch niet te kloppen. De overlevering in Meers
verteld dat er wel vondsten zijn gedaan. In de Koele zijn ooit een tweetal
grote vazen opgegraven, dit waren twee middeleeuwse voorraadpotten met een
spitse punt die ingegraven werden. In de Zwarte Laakstraat is op een
tweetal plaatsen op kelderdiepte met Maasstenen geplaveide oppervlaktes
aangetroffen die in het verlengde van elkaar in de richting kasteel Stein
lagen.
Het ligt voor de hand om aan een weg te
denken, maar het kunnen net zo vloeroppervlaktes (kelder vloeren) zijn
geweest. Ook zijn er door mensen diverse stenen pijlpunten gevonden (het
bewijs dat het Maasdal eens een rijk jachtgebied was). Misschien is er nog
meer bekend, laat ons dat dan weten. We hoeven geen voorwerpen maar hebben
al veel aan beschrijvingen wat gevonden is. Het hele verhaal van een dorp
is een puzzel waarvan ook kleine stukjes deel uitmaken en van belang zijn
voor het geheel aan kennis.
Het Hemelrijk
In de archieven (1612) komen we een weide tegen van een halve bonre “genaempt
dat Hemelrijck”. Deze ligt in Cleynen Meers en grenst naar de Maas (de
Alde Maas !) “mijns heren Weerde” (de Koeweide) en naar Stein “die
gemeynstraat van Meers (de Grote Straat). We weten dat deze weide lag
tussen de Bromsteeg en de Auwe
Mert”. Wat Hemelrijk hier betekend weten we niet. Wel zouden we dat graag
weten, want die naam komt vaker voor in het Maasdal o.a. bij de Maasband.
 |
De hemel op aarde aan de Grote
straat in Meers. |
Voetpaden rond Kleine Meers.
Om de velden met de kruiwagen (sjurkar) te bereiken en het
vervoermiddel de leren tram (te voet) was, bestonden er ook rond Meers
vele voetpaden als afkorting op de wegen. Deze voetpaden noemde men dan
ook (Sjörkarwaegskes)
 |
Enkele nog niet genoemde
“Sjörkarwaegskes” rond Klein meers met stippen verduidelijkt.
Lichtgroen: “ Meerser voetpad” (daar gaan we weer!) geel: een
voetpad met een prachtige onverklaarbare naam nl. “Stijfgedrongen
voetpad” . Dit voetpad sloot overigens aan de andere kant van de
dijk aan op het Veldjensvoetpad.
Rood: het “Veldschuurvoetpad”. Blauw: Oude naam is niet bekend maar
nu is dat de Driebunderweg.Deze had een vervolg in een voetpad/veldweg
naar de watermolen bij het kasteel van Stein. Lila: Dit was eerst de
Drie Bunderweg, nu volgt deze weg de voet van de kanaaldijk en heet
nu Boerenveldweg.
|
|
Gezicht “ Op de Drie Bunder” vanaf de
weg naar de brug van Stein. |
 |
Het Kampervoetvoetpad
In deel 69 maakten we onder Veldje melding van het Kampervoetpad (met foto).
Dit was echter niet het Kampervoetpad. Bij deze willen we dat rechtzetten.
Tevens willen we nog een paar nier genoemde namen in dit gebied vermelden.
(Meers beschrijven is niet niks !)
Het Kampervoetpad lag tussen de Meerserdijk en de kamperstraat. De
Meerserdijk blijkt echter niet hetzelfde te zijn als de Meerserdijkweg (vandaar
de verwisseling).
De Meerserdijk is de dijk (met weg) vanaf de Scharberg tot aan Kleine
meers en dan nog een stukje dijk de bocht om, tot aan de Kamperstraat.
Vanaf dat punt werd het pas Meerserdijkweg. Tussen de Meerserdijk en de
Kampstraat bestond een verbinding wat het Kampervoetpad was.
 |
Rode stippen: Het Kampervoetpad) over
een dijkrestant tussen de Kampstraat en de Meerserdijk . Gele
stippen: de Meerserdijk. Licht blauwe stippen: de Meerserdijkweg. |
|
Gezicht vanaf de
Meerserdijkweg naar het Kampervoetpad (verhoging in het midden)
rechts het restant van de Kampstraat (achter het hek). Links de
Meerserdijk. |
 |
Mersener Hond
Maar met de vermelding van de Meerserdijk en de Meerserdijkweg is de
verwarring nog niet compleet. Volgt men namelijk de Meerserdijk de kleine
helling af naar Kleine Meers dan loopt in het verlengde van de helling een
voetpad rechtdoor. Dit loopt over een gedeelte van de Steinderdijk naar de
Veldschuur. Dit voetpad heet Kleine Meerserdijkweg.
 |
De Meerser Eindstraat gaat hier over
de “Hondsrug” ( de kleine verhoging in de weg is de oude dijk). |
Tijdens de vergadering in Meers in 1561 is sprake van de dijken aan de
“Merssener Hond” . Een “hond” , afkorting van honderd, is een landmaat ter
grootte van honderd vierkante roeden (vergelijk ook met de Quaden Hond in
Elsloo). We weten echter niet waar dit gebied lag. Wel was nog in de jaren
zeventig van de vorige eeuw
Bij oudere Meersenaren de benaming “de Hondsrug” bekend. Deze zou nabij de
hier beschreven Kleine Meerserdijkweg aan de Steinder kant van de
Lindendriesstraat gelegen zijn. Misschien is dit een combinatienaam
ontstaan uit de oude naam Merssenerhond en rug naar de verhoging die de
dijk vormt. In het licht van de opschuiving van de Maasbocht over de
Lindendries kan de plaatsing van de Merssener Hond hier kloppen.
Onze Lieve Heer
Bovenaan de Vaartjensweg staat een veldkruis. Dit kruis wordt “Onze Lieve
Heer” genoemd en het punt “bij of aan Onze Lieve Heer”
 |
Onze Lieve Heer (achter
draad !) |
Tegenover Onze Lieve Heer daalt een weg af naar de Maas. Dit noemden wij
het Kampervoetpad, niet juist dus. Rond 1900 laat men hier het Lijnpad
beginnen.
In de omgeving van deze “afrit” van de dijk naar de Maas lagen ook de
Steinse weiden en het is de plaats waar de schutterij van Stein over de
Maas heen slag leverde met het “leger” van Rekem (zie aflevering 62).
Het Lijnpad
Rond 1900 laat men bij Onze Lieve Heer het lijnpad beginnen om het nabij
de Scharberg weer op de Meerserdijk aan te laten sluiten. Dit slaat echter
slechts op een gedeelte van het lijnpad.
Het lijnpad was een (beklinkerd) pad dat de Maas volgde. Hierover liepen
de paarden die de schepen trokken. Over hoe de schepen over de Maas hebben
gevaren en hoe dit precies met de paarden ging is ons (nog) niet bekend.
(Die hier meer van wil weten adviseren we om het scheepvaartmuseum in
Maasbracht te bezoeken). Herhaaldelijk, naargelang de stroomdraad liep,
moest men de rivier oversteken om het pad aan de andere zijde te volgen.
De paarden moesten of door de Maas waden of werden op een apart meegevoerd
pont overgezet. Ook zullen de talloze voetveren over de rivier hierin een
rol gespeeld hebben. Met het verplaatsen van de Maas moet men ook steeds
de lijnpaden verlegd hebben. Ook vroeger veranderde er veel en ging niets
vanzelf.
|
 |
1847. Vanaf het
voetveer aan de Losplaats tot onderaan de Scharberg ziet men
hier het Lijnpad ingetekend (rode stippen). Op de Belgische
oever ziet men eveneens een, niet zo duidelijk , pad de Maas
volgen. Mogelijk een lijnpad op de andere oever (gele stippen).
|
Het Dijkpad
Het stuk dijk welk achter cafe de Witte Börstel naar de Losplaats
loopt is het dijkpad.
Wat betreft de losplaats merken we op dat ook veel hooi en bomen uit de
beemden verkocht en via boten afgevoerd werd. Misschien dat de Losplaats
hierin ook een rol heeft gespeeld.
 |
Het Dijkpad 1930
|
Hoewel wij ons baseren op de namen zoals we die in de archieven zijn
tegengekomen, bestaan er ook nog diverse namen in de volksmond. We
beseffen dat we hierin nooit compleet kunnen zijn en de namen juist
te plaatsen. Desondanks zullen we ze waar mogelijk toch weergeven. Ook
voor aan de Maas bij Groot Meers namen wij kennis van enkele van
dergelijke namen. A: Het Bat, B: Maake Devoi (herkomst ?), C: ’t
Anker
D: Riool E: Koedrenk.
De Maasvaart
Voor het begrip toch een beetje over de Maasvaart.
De vaart op de Maas zeker dateren vanuit de Romeinse tijd maar gaat ook
weer verloren. Na de stormen van de volksverhuizing wordt de rivier pas
echt weer belangrijk rond het jaar 600. De landwegen waren toen slecht en
alleen de oude Romeinse weg van Keulen over Maastricht naar de kust was
van belang. De handel verplaatste zich naar de rivieren. Was eerst de
route via Rhone en Rijn tussen de Middellandse zee en het Noorden de
hoofdroute. In die tijd verplaatst ook de handel zich naar de Maas. Rond
het jaar 1000 was Maastricht uitgegroeid tot een toonaangevende stad,
waarvan de handelaren o.a. over zee gingen tot Zweden toe en over de Rijn
naar Keulen. Dat Maasverkeer ging natuurlijk ook allemaal door onze streek
naar Dorestad en later naar Dordrecht. Maar ook via de Rijn naar Keulen.
Het Maasdal werd steeds belangrijker en kwam al vroeg tot ontwikkeling,
net als onze dorpen en niet te vergeten de kastelen (beheersen van Maas
betekende namelijk macht en aanzienlijke inkomsten uit tol).
|
 |
|
Maasschepen rond
1600 op de Maas in Maastricht. De kerk is de St Maartenskerk van
Wijk.
|
De Maas was een moeilijke rivier om te bevaren, zeker in de zomer door de
vele ondiepten en bochten. Het oogst bewondering voor de schippers die dit
konden klaarspelen. Men voer met een koppel d.w.z. een schip met roef en
zeil met erachter een stuk of vier platte schepen waarvan er minimaal een
niet was beladen. Dit laatste diende om bij ondiepten de vracht te
verdelen zodat de schepen hoger op het water kwamen te liggen. Ook werden
hiermee de paarden die de schepen trokken bij hoog of diep water overgezet
als men voor het lijnpad van oever moest wisselen. In de bochten
stonden palen die dienden om met het sleeptouw de schepen door de bocht te
trekken.
Het lijnpad volgde de bevaarbare plaatsen en liep langs beide oevers. De
paarden werden bij hoge waterstand , van de ene naar de andere oever
gebracht op een vlot of pont., dit sleepte achter de schepen aan. In
meerdere Maasdorpen waren lijndrijvers met paarden te huur, ook logementen.
De Maasschepen brachten allerlei waren en producten uit Holland naar
Maastricht: olie, vet, boter, kaas, spek, zout,gedroogde vis, haring,
specerijen, suiker etc. Uit het Luikerland kwamen kolen , kalk, naamse
steen, graniet, marmer enz. Het hooi der Maasbeemden, dat het meest door
Maastrichtenaren werd gekocht, vervoerde men over de Maas. (Uit Uijkhoven
in ’t verleden.1971 R. Verbois)
De Maasvaart werd na ca 1600 steeds minder om in de 19e eeuw helemaal ten
onder te gaan o.a. door de aanleg van de Zuid Willemsvaart (Belgie), de
verslechterde economische situatie in Limburg en uiteindelijk het
Julianakanaal.
Dit om aan te geven dat alles wat bij Elsloo en Meers met de Maas gebeurde
niet alleen van invloed was op onze dorpen maar ook op de handelsbelangen
van de steden langs de Maas. Zo is b.v. het kasteel van Elsloo in de Maas
altijd een grote hinderpaal geweest voor de scheepvaart. Ook met de
Maasverplaatsingen zullen de schippers niet blij zijn geweest.
|