![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
||||||||||||||||
|
Deel 74: Meers,
De Koowei De Koeweide. We beschreven al de straat Koeweide, maar dat is maar een deel van het verhaal. Wat nu straat is, was ooit de grens met het weidegebied “ Koeweide”. Koeweide is geen unieke naam. Overal waar de Maas langs de dorpen loopt heeft er langs de rivier wel een gemeenschappelijk weidegebied bestaan, een Koeweide. Soms was die in gemeenschappelijk bezit “gemeyne grond” soms bezit van de landsheer. In het geval van Meers was de Koeweide kasteelbezit ( Elsloo). In de archieven komen we ze als de “Koyeweijde” tegen. De Bovenste Koevaart, de Pontegatsweg en de “Auwe Mert” waren de toegangen tot de Koeweide. Tussen de toegangen in lag de afscheiding tussen dorp en Koeweide ( nu is dat Achter de Heggen en de straat Koeweide.). De omvang en begrenzing van de Koeweide is in grote mate afhankelijk geweest van de loop van de Maas.
De Maas langs de Koeweide is ook geen vast gegeven geweest. De kleine bochten in de Maas langs de Koeweide in Meers zijn net zo’n verschuivende bochten geweest als hun grote broers, de bochten bij de Lindendries en Geneuth. Rond 1500 was dit hele gebied al in beweging met aan- en afspoelen van weerden, een proces wat werd ingezet bij de grote veranderingen bij het kasteel van Elsloo rond 1450. Ook is rond 1525 de oude Meerserdijk gebouwd die we in de Grote straat tegenkwamen. Die is naar voorbeeld van de dijk van Rekem (achter de Halle) en de Steinderdijk aangelegd (die bestonden toen dus al en waarschijnlijk niet lang.) De opdrachtgever was de Heer van Elsloo. In ruil voor het in gebruik mogen nemen en omzetten in bouwland van weerden direct in de omgeving van “Cleynen Mers” met een subsidie van 100 gulden.
In rood aangegeven het gebied wat wij aanmerken als zijnde de oorspronkelijk Koeweide. Deze kaart geeft overigens ook goed weer de gebieden rond Meers die weiland (grijs gespikkeld) en bouwland waren en hoe die t.o.v. elkaar lagen. Dit landschap was nog in de jaren 70 van de vorige eeuw nog nagenoeg onveranderd. Deze kaart maakt overigens ook de situatie van de “Auwe Mert” aan de Grote Straat en “de Hook” duidelijk.
De Koogreendj. In 1719 legt de Heer van Elsloo ter bescherming van zijn landen en om aanwas te bevorderen vanaf de Bovenste Koevaart dwars door de vroege Maasloop een rechte dijk langs de Koeweide. Dit is de nog deels bestaande Koegriend dijk. Aan de buitenzijde van deze dijk spoelde zeer snel nieuw land aan en uiteraard aan de overzijde af. De Maas schoof snel op in de richting Geneuth, wat onder Maas-mechelen viel. Hier kreeg men het benauwd en protesteerde dan ook tegen de aanleg van deze dijk. De aanspoeling noemde men Koegriend. Een griend is een aanspoeling of eiland bestaande uit rivierstenen. De grienden werden vaak met struiken beplant om het aanslibbingproces te bevorderen. De grasbegroeiing liet men door het vee afgrazen. Nu heet de dijk Koegrienddijk echter in de archieven komen in 1720 de vermelding tegen dat Elsloo de Cleynen Meerscherdijck (daar gaan we weer eens !) door de Koeweide (en niet langs !) bouwt. Mechelen wil dat Elsloo die afbreekt of verlegt. Genueth en landerijen dreigen ze te verliezen. Volgens ons kan deze Cleynen Meerscherdijck geen andere zijn dan de Koegrienddijk.
De Cleyne of Alde Maas. Zoals we eerder uitvoerig hebben beschreven, heeft de Maas uiteindelijk in fases haar bedding langs de Koeweide verlaten. Rond 1650 is de situatie zo dat het eerste deel over de Koeweide van de bedding geheel verland is, maar het tweede gedeelte wordt nog gevoed door een Maastak die van de hoofdmaas langs hoeve de Weerd (overigens op de oude kaarten steevast Weertderhof genaamd) komt. Het is deze maasarm die nog (tot de herziening van het landschap in recente tijde) nog duidelijk waarneembaar was voor hoeve de Weerd en langs de Klauwendijk (Veldschuurdijk) . Overigens hebben langs en om de hoeve hebben meerdere Maastakken bestaan. De Maas heeft zowat overal rond de hoeve gelopen.
Overste en Onderste Landen. Het oorspronkelijk gebied van de Koeweide kende een onderverdeling. Langs de Koegrienddijk lagen de Overste Landen en in de bocht onder Hoeve de Weerd de Onderste Landen. “landen” moet men hier lezen als akkers, waarschijnlijk aangelegd na het verlanden van de bedding. Nu zijn deze landerijen opgegaan in de algemene aanduiding “Op de Weerd”. Het aangroeien van de Koegriend was voor de Heer van Elsloo een heugelijke gebeurtenis. Na steeds meer inleveren in de Kotemweerd was hier aanzienlijke aangroei die hem toe kwam. In 1720 worden over de Overste Landen geschreven: “ De overste Landen tot Cleyne Meers groot tien bunder 90 cleyn royen en die dagelyx merkcelijk aanwassen door de stroom van de Maas”. Vanuit Geneuth kon men enkele generaties geleden langs de Maasoever aan de Belgische kant de kerktoren van Vught zien liggen . Nu loopt de zichtlijn over de Maas heen langs de andere oever.
Het Zwembad. In de jaren 60 waren er geen zwembaden in Elsloo, Stein of Beek. Wilde men verkoeling dan zocht men dat in het Julianakanaal , een grindgat of de Maas. Met kinderen ging men ook wel eens met de fiets naar Rekem of naar Opgrimbie. Het Julianakanaal en grindgaten waren eigenlijk meer voor de geoefende zwem-mers. Wilde men echt zwemles volgen dan moest men naar het Sportfondsenbad in Maastricht. De meeste, veelal jongens, die konden zwemmen hadden zich dat zelf de Maas geleerd. Later toen de zwembaden kwamen kon men die Maaszwemmers nog herkennen. Die lagen schuin in het water als ze zwommen. Dit kwam omdat men gewend was tegen of met de stroom te zwemmen. Die hadden “eine Maasslaag” . De Maas was in de zomer populair omdat men er een soort strand had en langs de oevers het niet zo diep was en dus ook geschikt voor kinderen. Althans als de oever waar niet de stroomdraad (“de struim”) liep. De meeste badgasten konden niet zwemmen en vermaakten zich in het ondiepe met “pootje baaien”. Zwemmen in de Maas of grindgat is niet zonder risico. Met de waterstand varieert de kracht van de stroom. Draaikolken kan men niet aan het wateroppervlak herkennen, de stroom kan je “pakken” en meenemen. Koude onderstromen kunnen plotseling kramp veroorzaken etc. Hier spreekt ervaring. Zelf ben ik in mijn jeugd door de stroom gepakt en achter de dam naar benden getrokken. Het is aan mijn oude kameraden Jan Martens en Harrie Janssen (beide wonen nu in de Grote straat) te danken dat ik er uit ben gekomen. Zij konden nog net op tijd vanaf de dam een tak toesteken om me uit de stroming naar boven te trekken. (Zij vragen zich overigens nog steeds af of daar toen wel goed aan hebben gedaan en ik ben nog steeds voor medailles aan het sparen.) Ook in Meers was er een plaats waar men in de Maas ging zwemmen en die een tijd bijzonder populair in de regio is geweest. Helaas zijn er in die tijd diverse zwemmers in het Julianakanaal maar ook de Maas verdronken. Naar het schijnt is ook iemand in het “zwembad” van Meers verdronken waarna men is gestopt. Het zwembad van Meers lag tussen de Losplaats maar nog voor het voetveer over de Maas (dat bestond toen overigens al niet meer). Weer iets verder in de bocht lagen “Drenkbek” . Waarschijnlijk meerdere drinkmogelijkheden voor vee van verschillende percelen weiland.
|