![]() |
|
|
Zoeken op deze site
|
|
|
|||||||||||||||||||||
Smalle weerd Tot de bezittingen van het kasteel van Elsloo in Meers behoorden behalve diverse kleinere weerden en stukken land, de Onderste Landen, de Bovenste Landen, de Koegriend maar ook de Smalle Weerd . De Smalle Weerd lag aan de overkant van de Alde Maes tussen hoeve de Weerd en de Maasarm (nu op de Klauwen). Hoe smal deze oorspronkelijke weerd en hoe breed de weerd was waar hij in tegenstelling tot stond weten we niet. Het was echter niet de enige naam in voor dit gebied. In de archieven komen we in het centrale deel van de Smalle Weerd de St Aghata altaars landen tegen. Deze landerijen waren bezit van het St Aghata altaar van de kerk van Elsloo. Dit altaar had verspreid meerdere landerijen in de Heerlijk-heid Elsloo in bezit. Een andere merkwaardige naam is de Catsopperweerd die hier ergens gelegen moet hebben. Of de naam in verband staat met het Elsloose gehucht of hoeve, weten we niet. Het kan ook met de herkomst van de naam te maken hebben, Catsop in de betekenis van veehoogte (zie ook beschrijving gehucht Catsop).
Maar er is nog een Cat-naam in het spel. De uitmonding van de Alde Maes in de huidige Maas heette namelijk de Cattesteert. Misschien is dat een verwijzing naar de vorm of een bijnaam voor de Alde Maese die hier inderdaad op een omhoog staande kattenstaart lijkt. In de overlevering is ook de naam Sinterclaesken blijven bestaan. En inderdaad in 1697 komen we hier het “St Nicolaesweertjen” tegen. Mogelijk bezit geweest van het St Nicolaes altaar van Elsloo. Nabij de Maas waren voor de ontgrinding van het gebied diepe sleuven zichtbaar zijnde voormalige stroomgeulen van de Maas. Dit zijn de “ Delle “ (del is dal). De stroomgeulen zijn de voormalige buitenbochten van Maasarmen, daar waar de stroom de bodem het diepste uitschuurde. Deze blijven ook het langst zichtbaar in het landschap en krijgen ook bij het uitkomen van de Maas het eerste water.
Op en aan de Klauwen. Een al vaker aangehaalde naam. Dit is het gebied langs de Klauwendijk (nu Veldschuurdijk). Tot aan het ontgrinden van het gebied is de bedding van de Alde Maese hier het langst zichtbaar geweest. De naam spreekt voor zich, onder de dunnen kleilaag lagen direct de stenen (in het dialect klauwen) van de voormalige maasbedding. Het gebied werd ook “in de Koele” genoemd (zie ook eerdere beschrijving).
De Geerlingskuil. Een markant punt op oude kaarten is de Geerlingskuil ofwel de Crosskoel. Deze (vroeger veel diepere kuil) ligt in het verlengde van de “Klauwendijk” (Veldschuur-dijk). Hoe de kuil ontstaan is of wie de naamgever was (Geerlings kan een familienaam zijn maar een geer is ook een driehoekig stuk land). Voor de dijkaanleg in dit gebied heeft men materiaal nodig gehad. Mogelijk dat de kuil hieraan zijn ontstaan dankt.
In de Koock Dit is het gebied in de omgeving van de Geerlingskuil. De naam is geen verbastering van hook maar komt van Koeck (gewoon koek dus). Waarom dit gebied naar koek werd genoemt weten we niet, misschien leek de oorspronkelijke vorm op een toenmalige koek. Belangrijk is dat de Blauwen Steen (een grenssteen) hier in de buurt heeft gestaan. In 1612 ligt een stuk land “in genen Koeck” het grenst aan een kant aan “de Heren van Steyn Weerdt” aan een andere zijde Heyn Dassen en Arke Wijnen erven. En “uutschietende op ten reyn genaempt den Blauwen Steyn daer vijff landsts heren op reynen.” Dat waren er dus nogal wat. Hier kwamen Vught, Leuth, Eisden, Elsloo en Stein bij elkaar. Deze steen komen we ook als de “Gebranden Steen” tegen. Hoe de grenzen precies hebben gelopen weten we niet maar we vermoeden wel waar de steen stond. Enkele tientallen meters vanaf de Geerlingskuil in de richting van de Maasband.
De latere grens met Stein is niet de oorspronkelijke (zie ook onze beschrijving van de grenzen). Rond 1750 grenst hetzelfde stuk “den westen den Auwe Merck off den Heerenbampt” van alhier. Deze opmerking waren we liever niet tegengekomen, aangezien we al een “Auwe mert” hebben in de Grote straat. We hebben geen idee of er een samenhang is. We kunnen we vermelden dat deze “Auwe mert” een groot stuk land is geweest en waarschijnlijk nu in de Maas ligt. Misschien is dat “merckt” een aanduiding voor iets wat wij niet weten en heeft het niets met “markt” te maken. De overlevering verteld ook dat men een stuk oever aan de overzijde van de Maas bij Kleine Meers de “Vodde mert” noemde. Andere namen in deze omgeving uit de archieven zijn: Slabben Bonre (ook gelegen tussen Maas en In de Koock) , “aen den Pesche” en “den Dries van St Lambrichts tot Luyck”. Hierbij aangetekend dat de huidige Maas toen hier waarschijnlijk anders liep. De gezochte namen kunnen derhalve in de huidige Maas liggen.
Namen langs de Maas Naast de veldnamen bestaan er ook nog namen direct langs de rivier. Eerder hebben we al “de Eik” genoemd. De Maas heette hier dan ook “aan de Eik” . een eind in de richting van de Maasband (halverwege) lag “de dam” met er achter een grindeiland. In Meers wordt dit “Pontegard” (?) genoemd. Een stuk verderop komt het riool uit, dit noemt men dan ook ”aan het riool”. Verder heet niet alleen het veld “In de Koock” maar noemde men de Maas ook “Aan de Koock” . De dam is een strekdam in de Maas om de stroom te leiden naar het midden van de Maas. De Maas heeft hier de neiging om richting Hoeve de Weerd op te schuiven. Bij de dam schijnt er in de jaren zestig grindwinning te hebben plaatsgevonden vanuit Belgie. Toen moeten er (uiteraard in de zomer) de vrachtwagens door de Maas hebben gereden. De dam is ook het punt waar ik ooit bijna voorgoed kopje onder ging.
|