|
Deel
79:
De overzijde en Stein
|
De Elsloose gebieden aan de overzijde.
Eerder beschreven we al de oude grenzen van Elsloo aan de overzijde van de
Maas. Voor de komst van de Franssen stroomde de Maas namelijk gedeeltelijk over
het grondgebied van Elsloo en niet er langs. Nu was het wel zo dat de
landbouwers uit Elsloo en Meers niet met een pont de Maas overstaken om aan de
andere kant de akkers te bewerken of vee te weiden. De gronden werden verpacht
aan een enkele inwoner van Kotem of Maasmechelen maar voor het grootste deel aan
inwoners van Vught. Vandaar dat er we herhaaldelijk beschrijvingen van dit
gebied tegenkomen met vermelding van lokale namen en inwoners van aangrenzende
dorpen. Aangezien dit materiaal uiteraard niet in hun archieven voorkomen, is
het volgende bedoeld als aanvulling van hun gegevens. Misschien kunnen we langs
deze weg tot uitwisseling van gegevens komen.
 |
Totaaloverzicht van de Belgische Maasdorp die ooit gezamelijke
grenzen met Elsloo hadden. (kaart 1935) |
|
Aan de Koock. Op dit punt stroomde
ooit de Maas door Elsloos gebied. |
 |
Diefhuysen
Ook kende het gebied aan de overkant diverse al of niet actieve Maasarmen en
ander viswater wat verpacht werd. Echter niet aan de beowners van Vught of Leuth
maar aan de inwoners van Diefhuisen. Hier komen we weer bij een eerder
aangehaald onderwerp punt, verdwenen gehuchten en huizen. In de archieven van
Elsloo worden rond 1500 “de visschers van Dieffhuysen” genoemd die het viswater
aan de overzijde pachten. Het is natuurlijk de vraag waar Diefhuysen lag.
Hierover komen we o.a. de volgende beschrijvingen tegen: “enen weerdt gelegen
over der Maesen nae Machelen, geheiten der Elslre werdt offt den Mechelre werdt
bij Diefhuessen”, “die visscher van den Krieckelsberch ende Diefheussen”
(1514),. Aangezien we niet weten wat precies de Mechelse weerd is geweest of
waar de Krieckelsberg lag, kunnen we op basis hiervan niet aangeven waar
Diefhuysen (vreemde naam overigens) lag. Een ander vermelding geeft meer houvast.
“aen den Alden Merckt thegen Dieffheusen over” . De “Alden Merckt” weten we wel
te plaatsen. Die lag “op ten reen tusschen die heerlichheit van Vucht ende
Elsloe op ter Masen bij den Maasbant”. Dus Diefhuisen moet schuin tegenover de
Maasband aan de overkant van de Maas hebben gelegen (tegenover de Cattesteert).
Wanneer dit gehucht verdwenen is weten we niet, in 1612 wordt het in ieder geval
nog vermeld. Het is ook geen Elsloo’s gehucht. Althans wij kennen geen
vermelding als zodanig. Wellicht is hier in Vucht of Eisden meer over bekend. (Indien
dit zo is , laat het ons weten).
De gebieden aan de overzijde in 1834 schematisch weergegeven en onze de
weergave hiervan op en kaart uit 1935. Hierbij willen we het laten. Dit is
namelijk niet de precieze grens geweest. Eigenlijk scheidde een strook Mechels
gebied (groene strepen) aan allebei de kanten van de Maas een gedeelte van het
Elsloos gebied af van de rivier (aan deze kant was dit de Mechels griend aan de
overkant de Aelbricht griend).
 |
Het
gebied tussen de Maas en Maasmechelen in 1937. Behalve de Hinsberg
kunnen we geen naam combineren met die in de archieven van Elsloo. (Opmerking:
“ Tegen de Schansheggen” staat op een andere kaart als “ Tegen de
Schaapsheggen”. In de archieven van Elsloo komen voor dit gebied
namen voor als Thonis Weerdt, Hinsberg, Philips griendt, Aan de beek
en andere namen. Deze zullen uiteindelijk (net als in Meers bij de
Weerd) opgaan in nieuwe namen. |
|
Het Belgisch buurdorp Maasmechelen
in 1847. De hoofdstraat brandde in de 19e eeuw, op een paar huizen
na, helemaal af. Inwoners van Elsloo zijn toen gaan helpen blussen.
Brouwer Claessen heeft daarvoor toen een hoge Belgische
onderscheiding gekregen. Hij was met de brouwerswagen de Maas
overgestoken om hiermee bluswater aan te voeren. De kerk ligt dan
nog aan een oude Maasarm, het Breedwater. |
 |
Vucht.
Een groot deel van de gebieden van Elsloo aan de overzijde lagen onder Vucht.
Deze landerijen waren derhalve ook in gebruik bij de inwoners van dit dorp.
 |
Het
buurdorp Vucht in 1897. De zwarte golvende lijn langs het dorp is
maximale overstromingsgrens van de Maas. |
|
De diverse benamingen in de
weerden onder Vucht, Eisden en Leuth. Met rode stippen zijn de
grenzen na de “Elsloose tijd” weergegeven. |
 |
Stein
Ook dit oeroud dorp heeft een interessante ontwikkelingsgeschiedenis die het
waard is nader uitgezocht te worden. Dit is niet aan ons maar aan lokale
onderzoekers. Om hun enigszins te motiveren geven we ook van Stein een paar
overzichtskaarten weer om als uitgangspunt te dienen.
 |
Stein in 1803. Goed zijn
de restanten van de wallen van Stein te onderscheiden, het
Steinderbos (jachtgebied van de kasteelheren), de Graetheide en zijn
open verbinding met het Maasdal. Stein is wel degelijk een Maasdorp
en heeft, zoals we beschreven wel degelijk aan de Maas gegrensd en
tegen de rivier en haar helpers aan de Lindendries letterlijk
gestreden. En wat te denken van de begrenzing met de Maas onder de
Maasband. Dit alles om eerdere stellingen dat Stein nooit aan de
Maas gegrensd zou hebben, nogmaals te weerleggen.
|
|
1847 Duidelijk is te zien dat Stein vroeger uit twee
kernen bestond gezien de diverse dalwaarts gerichte wegen, duidelijk
op het Maasdal georienteerd. Het Keereind bij het kasteel heeft de
opzet van een straatdorp met als uitloop de weg naar Beek, de
Steinderweg. Wellicht een van de oudste wegen in het gebied en
mogelijk zelfs al van Romeinse oorsprong. Het Keereind toch een
gehucht van de noordelijker gelegen kern Stein.
Men kan zien dat dit gedeelte een zwermdorp is.
Gegroepeerd nabij de kerk . Opvallend is de cirkel gevormd door
wegen naast de kerk. Een dergelijke cirkel komt bijna nergens voor.
Wij kennen hem alleen van Heerlen waar het teruggaat op de grachten
van een landfort, een verdedigingswerk. Hij kan natuurlijk door
samenloop ontstaan zijn, maar een oorsprong uit een verdedigingswerk
sluiten wij, mede gezien de ligging t.o.v. de kerk (voorburcht ?)
alsnog niet uit.
|
 |
 |
Stein in
1923. net als alle dorpen in de regio is de omvang en de
landinrichting dan nog onveranderlijk middeleeuws. Op 1 januari 1926
stoppen in ons gebied de middeleeuwen. Op die dag wordt namelijk de
Staatsmijn Maurits in Geleen geopend. Ook zijn dan al de eerste
spaden van het Julianakanaal gegraven. Dit is het begin van een zeer
ingrijpende ontwikkeling, die eigenlijk na de tweede wereldoorlog
echt begon. |
|
Stein 1983. Nagenoeg het hele
grondgebied van Stein is opgeslokt door kanaalaanleg huizenbouw,
autowegen en industrie. Zelfs deze kaart is al achterhaald. Het open
terrein tussen Stein en Elsloo is nu ook nagenoeg verdwenen. |
 |
 |
Woningbouw in de “Drie Koele”.
|
|