|
1. Kasteel Elsloo en zijn bewoners
na 1814.
Wat vooraf ging.
Tijdens een grote overstroming in 1459 wordt de oude burcht van Elsloo
zwaar beschadigd. Naar verloop van tijd ziet men blijkbaar in dat het
een kwestie van tijd zal zijn, totdat de burcht definitief in de rivier
zal verdwenen zijn. Men begint met treffen van voorbereidingen voor een
nieuw kasteel. Na een lange voorbereiding van grond- en huizenaankoop
etc. bouwt men in 1552 op een veilige plaats langs de Slakbeek een
nieuwe watermolen en een brouwerij. (“panhuys”). Tijdens de bouw
hiervan hield men al rekening dat de bebouwing tot kasteel uitgebreid
kon worden. Hierbij moet men dan niet meer denken aan een zwaar
verdedigingswerk maar aan een landhuis.
 |
Het slot van Elsloo (Elsloo 1)
in de Maese gefallen.
(detail kaart van Graafschap Rekem 1620) |
 |
De ruïnes van het kasteel in de Maas 1976. Dit is vrijwel het
maximale dat zichtbaar is bij zeer laag water.
|
 |
De Maas in 2006. In het midden
ziet men een brokstuk van het kasteel boven het water uitsteken. |
Voor info over de burcht in de Maas (Elsloo 1) verwijzen we naar onze
serie “van Vreuger tot Noe deel 04 en 19” en voor de gedetaileerde
bouwgeschiedenis van het huidige complex (Elsloo 2) naar de afleveringen
20 en 24.
Nieuw elan.
Het is Graaf Nicolaas d’Arberg en die in 1638 trouwde met de erfgename
van Elsloo Olympe de Gavere die eerste bewoners worden. We vermoeden
dat ook zij de opdrachtgevers voor verdere uitbouw van het complex (Elsloo
2) . Zij voegden echter geen nieuw woonhuis aan het complex, maar men
verbouwde de brouwerij, het panhuys, tot een herenhuis. Deze opzet zal
in hoofdlijnen gehandhaafd blijven tot de verkoop in het begin van de
19e eeuw aan de familie de Geloes. In het restaurant van kasteel Elsloo
is nog steeds de sluitsteen die boven de deur zat te zien met de
symbolen van de brouwers.
|
 |
 |
Twee fragmenten uit kadastrale detailkaarten van ca. 1820
De huidige Maasberg (links van het gebouw in de driehoek op de linkse
kaart) was een onderdeel van de Badsteeg. Het gebouw in de driehoek is
de nu nog bestaande rentmeesterwoning. Op de kaart rechts ziet men dat
het kasteelcomplex ommuurd was en dat de nog bestaande grote schuur
langs een weg lag. Dit klop met de overlevering dat de weg naar de Maas
eerst langs de schuur door de huidige bebouwing liep. De
rentmeesterswoning lag tussen twee wegen in. Rechts van de beek ligt
door de beek gescheiden, vrijstaand, de watermolen.
Op beide kaarten ziet men links beneden het kasteel nog een groot gebouw.
Hier heeft aan de Maas een groot magazijn / pakhuis gelegen waarvan we (nog)
geen gegevens hebben. Wel weten we dat het op een zeker moment in de 18e
eeuw gediend heeft als magazijn voor de Staatse troepen.
 |
Kasteel met Maasberg vlak voor
aanleg Julianakanaal.
Bij de grote schuur ziet men nog een kleine aanzet voor de
weg die door het complex liep. |
De rentmeesterwoning
De woning aan de Maasberg, onderdeel van het kasteel, is de
voormalige rent-meesterwoning. Later wordt dit de fanfarezaal van Elsloo,
atelier van de expressiegroep de Ruif en tenslotte weer (personeels)
woning van het hotel. Vlak voor het kasteel (aan de voet van de Maasberg)
heeft in de 17e en 18e eeuw een aarden versterking gelegen. Dit was “de
Schans” een vluchtplaats voor de dorpelingen in tijden van oorlog. In de
Schans stond een groot huis waarvan de benedenverdieping de gevangenis
van Elsloo was. Wij vermoeden dat het rentmeesterhuis gebouwd is op een
restant van het “huis in de Schans”.
|
 |
|
Vroeger vertelden ze ons als
kinderen dat onder in deze woning het “pieterkeske” (dialect
voor gevangenis) van Elsloo was geweest. Indien dit huis
daadwerkelijk het huis “in de Schans” is geweest klopt deze
overlevering.
De met pannen afgedekte muurtjes tegen de gevel van de
rentmeesterwoning zijn restanten van de hokken waar de
jachthonden van de deelnemers aan drijfjachten werden opgesloten.
|
 |
Bijna niet voor te stellen; maar ooit liep
de Maasberg waar nu de schuur met de grote poort staat. |
|
Dit gedeelte van de Maasberg
was dus in aanleg de aanzet van de Batsteeg. De hoofdweg ging in
de bocht rechtdoor, waar nu het kasteel ligt. |
 |
De Geloes.
Na het overlijden van Charles P.A. D’Arberg Baron D’Elsloo (1776-1814)
werd het landgoed met kasteel Elsloo op 24 maart 1818 gekocht door
Charles Emiel Servaas de Geloes gehuwd met Antoinetta Ernestina
Francisca gravin de Borchgrave d’Altena.
Vastlegging van Mulken.
Het volgende is letterlijk overgenomen van een stuk wat is (over)geschreven
ofwel door meester Van Mulken ofwel zijn vader die rentmeester was. Dit
omdat de brand van 1885 niet vermeld wordt. Het bevat heel veel details
over het kasteel en de familie de Geloes. De schrijver heeft dit voor
het nageslacht willen vastleggen.

Hier staat:
Het Kasteel, gelegen aan de Slakbeek is in 1620 gebouwd en op 20 Januari
1885 afgebrand. ‘s Heerenschuur (in hout en leem gebouwd) en stallen
zijn op 14 Januari 1835 afgebrand. Nota 18 stuks koeien en runderen, 1
Zwitserse stier en 4 varkens waren in den brand omgekomen. Gebouwen noch
vee waren tegen brandschade verzekerd. In 1835 en ’36 zijn schuur en
andere gebouwen opnieuw opgebouwd. A.M. Morreau was bouwmeester en A.
Janiar architect en uitvoerder van het werk.
Beide woonden te Nivelles.
In 1844 is de toren gebouwd.
Graaf Charles de Geloes is overleden te Elsloo den 21 october 1834.
Bij het overlijden van Graaf Charles de Geloes drukte op het landgoed
Elsloo eene gezamenlijke schuld van Fl 208.929,40 waarvan te betalen
renten Fl 18.337,17.Het huis op de Halle is aangekocht op 25 April 1848.
Markies de Grimaldi is gehuwd met Gravin Isaure de Geloes te Elsloo op
17 Juni 1852.
Het Kasteel Lauvernac is in 1854 aangekocht door Graaf Theodoor de
Geloes, voor Frs 240.000,00 bijkomende kosten als verbetering van grond
Frs 40.000,= en restauratie van het kasteel Frs 100.000,=.
Landgoed Crutzen was groot 78 bunders.
In het proces tusschen Graaf Theodoor de Geloes en zijn Zuster Markiezin
de Grimaldi is deze laatste veroordeeld tot inbreng van Frs 88.067,= en
betaling van alle kosten. Drossaert heeft altijd gediend tegen 200 Frs
’s jaars en de kost.
Einde vastlegging.
Opmerking: Men rekent nog met Belgische francs . Het was
overigens in die tijd in deze grensstreek dat men zowel in francs als
guldens en zelfs in Duitse Marken rekende. Na de brand in 1835 werd dus
behoudens de toren en het rentmeesterhuis het nog bestaande gedeelte
grotendeels gebouwd. De molen uit 1553 was en is het oudste gedeelte van
het kasteel.
 |
De wapens van Charles Emiel
Servaas de Geloes gehuwd met Antoinetta Ernestina Francisca
gravin de Borchgrave d’Altena in het hek van de grafkapel bij de
St Augustinuskerk. Opmerking: bij de restauratie van de
grafkapel is. Het wapenschild van de Geloes rood geverfd, dit
waren andere de Geloes, het wapen van Charles was zwart (met een
gouden kruis), zoals het voor de restauratie ook op het
hek was !! |
|
 |
|
In 1782 zijn plannen gemaakt
voor verbouw van het herenhuis.
We weten echter niet of die ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd.
Het gebouw bestaat niet meer. Dat wijst er wel op dat de
D’Arbergs Elsloo toen niet afgeschreven hadden. Hoewel zij op
meerdere plaatsen (zie de serie de Heren van Elsloo) grote
huizen bezaten, zouden ze Elsloo niet verbouwen als ze er niet
een zeker belang aan hechten. De eigenaar van kasteel Elsloo was
op dat moment Graaf Nicolas Antoin D’Arberg D’Valagin et St
Empire. Zie hiervoor de serie : de Heren van Elsloo aflevering
9 Nr 23.
De tekening komt uit een boek in het rijksarchief in Maastricht,
de naam van de architect is ons echter niet bekend. |
 |
Het Herenhuis van het kasteel.
Gedeelte uit tekening gemaakt in kleur door meester Pesch.
|
Nadere gegevens familie De Geloes
Op 17 juni 1852 trouwt de dochter van de Geloes, Isaure A.F.T.V. gravin
de Geloes met Charles, Henry Maxiem markies de Grimaldie, Cagnes,
Antibes en Beaux Prins de Monaco (geb. 09.11.1818 te Besacon. Het
echtpaar woont geruime tijd in bij de oude gravin te Elsloo.
Op 10 maart 1860 is Gravin Antoinette de Geloes overleden.
Volgens de overlevering werd de Gravin vanuit het kasteel door het park,
de Medammerweide en zo door het dorp naar de kerk voor de begrafenis
gebracht.
Na scheiding en deling in 1871 werd eigenaresse van onder andere het
kasteel met de molen en aanhorigheden de gravin Isaure Anatolie
Ferdinande Theodore Valerie, gravin De Geloes, echtgenote van Charles
Louis Henri Maxence, markies de Grimaldi d"Antibes de Cagnes prins van
Monaco, te Parijs. Later woonde zij te Crutzen in Hasselt (B.)
 |
Op 09 mei 1880 overleed Karel
(Charles) de Grimaldi .
De Markies heeft de gemeente Elsloo eens aangeklaagd wegens
slecht onderhoud van de wegen. Hij reed met zijn paard over de
smalle weg naar Meers over de toenmalige rand van het Maasdal
zijn paard struikelde echter en de Markies belandde met zijn
paard in de steile helling. Elsloo kreeg de schuld……!
|
De bronnen en putten van het kasteel.
Wie de Maas nu ziet, kan zich nauwelijks voorstellen dat deze rivier
hier ooit een wilde stroom was. Het water sleet toen de huidige steile
hellingen bij het kasteel en in de bossen uit. Daarbij sneed ze ook
diverse grondlagen door. Een van die lagen die daarbij aangesneden werd
is een laag klei, die hier miljoenen jaren geleden is afgezet in een
zee. Deze kleilaag laat geen water door. Op de plateaus achter Elsloo
zakt de neerslag op die laag en “stroomt” over deze laag richting
Maasdal, waar het water in ontelbare bronnen uit de helling te
voorschijn komt.
Toen men kasteel Elsloo ging bouwen, zaten deze bronnen natuurlijk ook
hier in de helling en stroomden richting achtergevels.
De “fonteyn” voor het huis van
de kasteelboerderij in de Maasberg.
|
 |
Men maakte hier van de nood een deugd. Het aanwezige water werd namelijk
zo effectief mogelijk gebruikt. Op de eerste plaats werd de hoofdstroom,
de Slakbeek, gebruikt voor aandrijving van het molenrad en als
waterleverancier voor de brouwerij. Na de molen gaat deze dan verder
naar de Maas als Molenbeek. Voor algemeen gebruik bestond er de bron
“fonteyn” onder aan de Maasberg. Deze zal ook eerder bestaan hebben dan
het kasteelcomplex.
Meer bijzonder zijn de diverse bronnen op het terrein zelf. Om te
beginnen bevindt zich in de kelder van het “Huys de fonteyn” een bron
in de kelder. Deze vult van rechts een bak en stroomt links weer uit de
kelder. Deze bak werd in de woning als koeling gebruikt.
In de tuin van hetzelfde huis ontspringen ook bronnetjes. Die zijn bij
de laatste verbouwing achter de gevel naar de molenvijver geleid. Voor
dit huis op de oprit bevind zich verder nog een gemetselde bak in de
grond die afgedekt is met een ijzeren plaat. Deze bak wordt links gevoed
door een bron welke rechts uitstroomt.
Deze bak werd gebruikt voor de koeling van melk en voor drinkwater voor
het vee.
We zien het water wel in- en uitstromen maar tot nu toe zijn we er nog
niet in geslaagd om de onderaardse loop en verbindingen van de
ondergrondse stromen in kaart te brengen.
 |
Het
huys de Fonteyn.
In de kelder van het woonhuis bevind zich een waterbak gevoed
door een bron evenals onder de ijzeren plaat onder de
openstaande deur. |
Maar ook het kasteel zelf kent zijn eigen bronnen. Voor de poort van de
grote schuur bevind zich een diepe put. Dit is echter geen gebruiksput
maar een zinkput. Uit de wand komen diverse bronnen waarvan het water
beneden in de kiezellagen verdwijnt.
Echt laag is die muur echter niet want achter de muur gaat het 6 meter
naar beneden. Het muurtje is de
Achter deze put staat een laag muurtjetop van een grote keermuur in de
helling. Beneden aan de voet van deze muur bevindt zich een tweede
soortgelijke zinkput. Ook hier komen bronnen in uit. Het bijzondere aan
deze put is dat hier een gedeelte van het water wordt en werd opgevangen
om vervolgens via een leiding onder het kasteel door uit te komen in de
waterbak voor de paarden. Deze staat nu nog tegen de gevel van het
kasteel. De hoeveelheid aangeleverd water was vroeger dusdanig dat twee
paarden tegelijk konden drinken zonder dat de bak leeg raakte.
Aan de andere kant van de Slabeek in de benedenverdieping van de grote
toren bevind zich de derde zinkput. Het verhaal gaat dat de toren op
eiken palen is gefundeerd die nat gehouden worden door hier naar toe
geleide bronnen die via de zinkput afgevoerd worden.
 |
De kasteeltoren. Beneden in de
toren bevindt zich de derde zinkput. |
De zogenaamde “ridderzaal” in de kasteeltoren is een betimmerde luxe
stijlkamer (eetkamer) waarvan de ramen uitkijken op de tuin en het park.
Op het plafond zijn in de 19e eeuw de wapens van de fam. De Geloes door
de schilder Duchateau geschilderd. In de tweede wereldoorlog is in de
“wijnkelder” (eigenlijk is dit de benedenverdieping) in de kasteeltoren
de nikkelvoorraad van het SBB (nu DSM) door Louis Thomassen voor de
Duitsers verborgen. Deze hadden ze nodig als katalysator voor het maken
van salpeterzuur. Ook had men
hier de voorraad fietsbanden van de lokale fietsenhandelaar Kroon
verborgen.
|
Vanaf de toren heeft men een
weids gezicht.
Foto: folder Hotel Kasteel Elsloo. |
 |
De Molenbeek.
Tenslotte komt alle water bij elkaar in de ondergrondse Molenbeek. Deze
loopt onder het voorterrein van het kasteel door en komt bij de sluis
bij de duiker van het Julianakanaal weer naar buiten om direct weer via
de duiker naar de Maas te stromen.
 |
De situatie in
1897. Ook toen liep het water vanaf de molen al ondergronds naar
de Molenbeek (stippellijn. |
 |
De
situatie na de aanleg van het Julianakanaal. Op de tekening ziet
men de loop onder het voorplein en door de duiker onder het
kanaal door.
|
|
De grootste verandering was
echter niet het water maar het uitzicht. Keek men eerst uit over
het uitgestrekte Maasdal, voortaan keek men tegen een hoge dijk
aan.
Het monumentale parkhek is afkomstig uit Breust (Eijsden) |
 |
|
 |
De beemden van Elsloo
aan de andere kant van het kanaal ter hoogte van kasteel
Elsloo. Voor de aanleg van het kanaal behoorde dit tot
het panorama vanaf het kasteel.
In de beemden mochten de boeren geen palen met
prikkeldraad zetten. Dit
om de kasteelbewoners niet te hinderen bij het
paardrijden en drijfjachten.
|
|
 |
Volgens de
overlevering was er in de verre omgeving geen mooier
beeld, dan
het zicht op de bossen, kasteel en dorp Elsloo komende
vanuit Geulle a/d/ Maas door de beemden richting Elsloo.
Door de aanleg van het kanaal is dit beeld
sterk aangetast. Toch is het beeld vanuit de beemden
langs de Maasoever en vanuit Belgie toch nog altijd
bijzonder.
|
|