|
De koppige Maaskanters
1. De stiefköppige Maaskčntjers
|
Voorwoord van de
auteur: Guus Peters |
 |
Ooze Maaskčntj was de titel van een stuk welk wij reeds in 1986
schreven en in een boekje met dezelfde naam door de “Stichting
Geschiedkunde de Maaskčntj” uit Stein werd gepubliceerd. Aangezien we de
laatste tijd diverse vragen ontvangen van mensen naar de achtergrond van
de mensen in de Maaskčntj, hebben we het artikel herschreven en fors
uitgebreid onder de titel “de stiefköppige Maaskčntjers” .
Velen die onze dorpen bezoeken of er komen wonen, beginnen hun
kennismaking al al met een verkeerde inschatting. Het begint al bij de
binnenkomst. Men komt de dorpen binnen via de oostkant (vanaf de autoweg)
en vervolgens komt men terecht in nieuwe wijken en moderne dorpscentra.
De eerste indruk is dan dat men te maken heeft een verstedelijkt gebied
waarin de oude dorpen zijn opgelost, net als bij zoveel dorpen in
Nederland is gebeurd. Wat men echter niet direct in de gaten heeft is
dat de toegangen aan de oostzijde feitelijk de “achterdeuren” van de
dorpen zijn. Ze hebben ook allen een voordeur en die ligt aan de mooie,
natuurrijke, historische, naar de Maas gerichte kant. Het zijn allemaal
Maasdorpen, dat wil zeggen gebouwd met het front naar de rivier. Vanuit
het dal moet men dan ook de dorpen benaderen om de mooie kant te
ontdekken.
Vroeger (en helaas soms nog) bestonden er vooroordelen tegen de
Maaskčntj. Opgetekend uit de mond van een oudere vrouw uit Amby:
“vreuger durfde die van Ambie deese kant (ze bedoelde de Maaskant) neet
op te gaon……”
Karakteristieken gemeente Stein
Alle kernen zijn in de zestiger en zeventiger jaren flink gegroeid,
zodat de gemeente nu bijna 27.000 inwoners telt. De oppervlakte bedraagt
2.280 hectare. We kunnen dus met recht spreken van een dichtbevolkte
gemeente.
Stein ligt op een kruispunt van water en wegen. De gemeente is door op-
en afritten verbonden met de autowegen A2 (Amsterdam-Luik) en A76 (Antwerpen-Aken).
De A2 is tegelijkertijd de oostgrens van de gemeente, terwijl de A76 de
gemeente dwars doorsnijdt.
De westgrens van de gemeente wordt gevormd door de Maas. Deze rivier is
tegelijkertijd de grens met België. Parallel aan de Maas loopt het
Julianakanaal met een grote overslaghaven voor bulkgoed in de kern
Stein.
Opvallend is het tweeledig karakter van de gemeente Stein. De oostgrens
met de autowegen en het aangrenzende grote DSM-complex ademt een actief
en industrieel karakter uit. Als we van oost naar west gaan, laten we de
DSM-complexen in het oosten achter ons en komen uit bij het Maasdal in
het westen van de gemeente.
Dit Maasdal, vormt samen met de historische dorpskernen van Elsloo,
Stein, Urmond en Berg aan de Maas een fraai natuurgebied met veel rust
en recreatieve mogelijkheden. Hier vindt u volop rust om te fietsen en
te wandelen in de natuur en te vertoeven aan het water.
(bron: Gemeente Stein)
 |
De Maaskant een
verstedelijkte, modern gebied, maar toch nog steeds met een
eigen karakter. |
Wat men in eerste instantie, gezien de verstedelijking, ook niet in
de dorpen verwacht is een ongrijpbaar en moeilijk te beschrijven iets,
namelijk het eigen karakter van de Maaskant. Ondanks de forse groei
heeft zich namelijk de specifieke eeuwenoude dorpscultuur en het dialect
zich tot op de dag van vandaag weten te handhaven. Dit niet alleen in de
historische kernen, maar verspreid over nagenoeg alle wijken en door
alle lagen van de bevolking.
De intentie van deze artikelen is dan ook om buitenstaanders meer
inzicht te geven in het karakter en achtergrond van de bewoners van de
dorpen in de Maaskant, de Maaskanters dus.
Hoewel het woord Maaskanter mannelijk is, moet men dit in deze artikelen
toch lezen als een aanduiding voor zowel de mannen als de vrouwen. Zo
vreemd is dat overigens niet. De vrouwen in de Maaskant hebben altijd de
broek aangehad en waren al geëmancipeerd, voordat het woord werd
uitgevonden. Velen deden en doen in alles niet voor hun mannen onder,
ook zij kunnen dus met recht “richtige Maas-kéntjers” worden genoemd.
Het is eigenlijk moeilijk te omschrijven want “eine Maaskčntjer seen is
namelik ouch ein geveul”. Het heeft heel veel met gevoel te maken.
Gevoelens van verbondenheid met elkaar, met het dorp, de rivier en de
streek.
Verder zal het u opvallen dat de nadruk in het beschrevene ligt op de
dorpen Elsloo, Meers , Stein en Urmond. Minder wordt vermeld over Berg,
Nattenhoven en Obbicht. De oorzaak ligt in het feit dat de laatste
dorpen buiten ons regulier onderzoeksgebied liggen en wij derhalve
hiervan minder materiaal hebben. Alle aanvulling in deze is welkom, ook
eventuele kanttekeningen bij of aanvullingen op de tekst. Wij willen
zeker niet pretenderen de wijsheid in pacht te hebben en staan altijd
open voor aanvullingen en opbouwende kritiek.
Wij vinden het van groot belang dat er een zo helder mogelijk beeld van
onze achtergronden en karakter wordt vastgelegd. Bijzonder zouden wij
het op prijs stellen als inwoners van “Catsep, Terhage, Aelse, Meas,
Maasbčndj, Stein, Wčrmend, Berg, Nattehaove of Obbeeg” zich geroepen
voelen deze artikelen vanuit hun “geveul en weite” aan te vullen.
Opgetekende Maaskantse uitspraak: “ Twje dénger höbbe veer noäts
gekent: angs en geldj”. (twee dingen hebben we nooit gekend: “angst en
geld.)
Het Maasland.
De naam Maaskant wordt vaak verward of vereenzelvigd met Maasland. Dit
is echter niet hetzelfde! Maasland wordt tegenwoordig vaak gebruikt als
alternatief voor de Westelijke Mijnstreek. De naam is rekbaar. Soms
rekent men ook hier het Belgische Maasdal toe of zelfs een nog groter
gebied. De naam Maasland is een verwijzing naar het vroeg middeleeuwse
Maselant (de Maasgouw). Dit was een oud graafschap waar onze streek toe
behoorde en waarvan de grenzen nooit zijn vastgesteld. Men vermoedt dat
grote delen van Nederlands- en Belgisch Limburg ertoe behoord hebben.
Het is echter nooit een streeknaam in onze regio geweest.
De Maaskant / Maaskčntj
Wat wel altijd in de volksmond heeft bestaan is de naam Maaskant. Deze
komt waarschijnlijk van een typisch Limburgse zegswijze. Limburgers
spreken namelijk niet in termen als ten noorden van, ten oosten van, in
de buurt van etc. wanneer men de ligging van een plaats of gebied wil
aanduiden maar spreken van “aan de kanten van….” (meestal een
hoofdplaats). “ Zo duidt men in het noordelijk deel van Zuid- Limburg de
Maasdorpen aan met “aan de kanten van de Maas” kortweg “Maaskant in het
dialect Maaskčntj. “aan de kčntje van Sittard haet ut nut gedaon” (in de
omgeving van Sittard was er een zwaar onweer) of “dae kump van de kčntje
van Mestreech”, die is afkomstig uit de omgeving van Maastricht.
De naam Maaskant is overigens niet uniek voor onze streek. Hij wordt
voor diverse streken langs de Maas gebruikt van Eiijden tot Hoek van
Holland.Er is echter maar één “ Maaskčntj ”.
Begrenzing van dialectgebied.
Globaal bestaat de Maaskant uit de dorpen langs de rivier de Maas vanaf
Elsloo
tot en met Roosteren. Onder andere op basis van het dialect kan men de
streek onderverdelen in een noordelijk en zuidelijk gedeelte. Het
zuidelijk gedeelte loopt van Catsop tot en met Obbicht. (waarbij men
Catsop en Obbicht als overgangsgebieden moet beschouwen) Het noordelijk
vanaf Obbicht tot en met Roosteren.
Het Limburgsch-Frankisch.
Ripuarië.
Het Brabantsch-Frankisch was, zoo zagen we in het vorige hoofdstuk
voornamelijk de taal van de afstammelingen der Salische Franken. Het
Limburgsch-Frankisch is in hoofdzaken afkomstig van de Ripuarische
Franken, die zich tusschen den Nederrijn bij Keulen tot over de Maas
hadden gevestigd. Hun taalgroep strekt zich ook nu nog over dezelfde
streken ongeveer uit. De dialecten van Duitschland, ten Oosten van
Nederlandsch Limburg (van Aken, Keulen, Dusseldorf enz.) waren dus
oorspronkelijk aan de dialecten van het tegenwoordige Nederlandsch en
Belgisch Limburg zeer na verwant.
http://www.dbnl.org/tekst/ginn001rege01_01/ginn001rege01_01_0005.htm
De regenboogkleuren van Nederlands taal Jac. van Ginneken en H.J.
Endepols
In het zuidelijk gedeelte van de Maaskant vind men een gelijkluidend
dialect, waarbij de uitspraak van de a-klank het meest naar voren
springt, deze wordt als – é – uitgesproken. Het bekende rijmpje : “Aan
de kčntj van ’t lčndj, steit ein mčnjel mit sčndj” illustreert dit. In
andere dorpen nog geen drie kilometer uit de Maaskant spreekt men de – a
- uit. “Aan de kantj van ut landj stjeit ein mangel mit sandj”. Ook de
“r” rolt stevig in de dorpen, doch dat gebeurt ook noordelijker. Verder
kennen we hier de sj-klank niet.
't Centraal-Limburgs
De smale struip langs de Maas en róndj Wieërt in 't weste vanne
provincie wuuert 't Centraal-Limburgs geneump. Dae naam liek op 't
ieëste gezich get gek, met hae is gekaoze ómdet dit gebied same mit e
groeat stök vanne Belzje provincie Limburg 't centraal deil is van 't
gans Limburgs taalgebied. De Centraal-Limburgse dialekte, beveurbeeldj
't Mestreechs en 't Tongers, höbbe gein sj-klank in wäörd die beginne
mit de mitklinkerkómbinatie sp-, st-, sl-, sm-, sn- en zw-: spele ('spelen'),
strikke ('breien'), slaope ('slapen'), meh waal - net wie de dialekte
mieë ten oeaste van dees dialekte - in wäörd wo de standaardtaal sch-
haet: sjoeël ('school'), sjoen ('mooi'), sjolk ('schort').
Oetzónjeringen op deze regel zeen de dialekte van Wieërt en ómgaeving:
dao gebroek me die sch- waal. (http://www.limburgsedialecten.nl/content/lb/ov/gesch/cindx.html)

http://www.limburgsedialecten.nl/content/nl/ov/gesch/LIM_DIALEC.pdf
Het is echter niet alleen het dialect maar zeker ook de mentaliteit, het
karakter en de gebruiken wat de Maaskanters onderscheidt van anderen.
Men kan zich afvragen hoe deze verschillen in zo’n klein gebied tot
stand zijn te verklaren. Het antwoord ligt opgesloten en de
gemeenschappelijk sociale en economische ontwikkeling, die anders is dan
de dorpen die de Maaskant omringen. Ook de oriëntatie op het Maasdal (beide
oevers) speelt hierin een grote rol.
|
Ferrariskaart .
De heide (hier rond 1775) schermde de Maaskant af van de andere
dorpen in het huidige Zuid Limburg. Aan de andere kant van de
Maas lagen de dorpen tussen de Maas en de Kempen . De Graetheide
vormde ook als het ware een taalgrens binnen de dialecten. Het
Sittards en Beeks b.v. verschillen duidelijk van het Maaskants. |
 |
De Graetheide.
Men kan het nu moeilijk voorstellen , maar eens vormde de Graetheide één
grote vlakte tussen de Maaskant en Sittard, Born en Beek. De zuidgrens (landweer)
kwam vanaf Krawinkel en sloot in de buurt van de huidige overweg
Beek-Elsloo aan op de westgrens, welke vanaf hier midden door het
huidige Elsloo liep om vervolgens de wallen van Stein te volgen. Tussen
Stein en Urmond vormde de heide een wig tot aan de Maasdalrand. Ten
oosten van Urmond, Berg en Obbicht, volgde de grens ongeveer de Oude
Postbaan om achter Obbicht af te buigen naar Guttecoven. Deze grens
handhaafde zich tot ver in de achttiende eeuw.
|
 |
De
Graetheide op de Tranchotkaart rond 1800.Met rode stippen is de
voormalige landweer en dus de begrenzing van de heide
weergegeven. De door Ferraris ingetekende grens is duidelijk te
herleiden door de landweren te volgen. Het rood gearceerde
gedeelte is in het laatste kwart van de achttiende eeuw
ontgonnen (dus nog net voor de Fransen kwamen).Ter orientatie.
De onderste punt ligt bij de huidige spoorwegovergang
Beek-Elsloo. (Zie ook Van vreuger tot Noe 14, 15, 16, 17)
|
|