Wat je móet weten
over netwerken online
|
|
|
|

|
Wie
een baan zoekt, moet aanwezig zijn op het web. Zonder sociale
netwerken kom je er niet meer. Maar: wereldwijd zijn er meer dan
negenhonderd netwerken; en recruiters kijken ook op andere plaatsen.
Gouden tips om je aanwezigheid online te managen.
|
|
De
top acht: |
1.
Google
2.
LinkedIn
3.
Facebook
4.
Hyves
5. Blogs
6.
Schoolbank
7.
MySpace
8. Plaxo |
|
|
|
1.
Google |
|

|
|
Je
‘online schaduw' is groter dan je denkt. Op het moment dat je gaat
solliciteren, gaan allerlei mensen zoeken naar je aanwezigheid
online. Hoe Googleable ben je? Controleer het vooraf door je naam
tussen aanhalingstekens in Google in te tikken en controleer de
resultaten. Een acht jaar oud opruiend stukje in de schoolkrant kan
zomaar opduiken in de eerste tien hits. |
|
Op
edwords.nl wordt uitgelegd hoe je onwelgevallige informatie over
of van jezelf kunt verwijderen uit de Google index. |
|
Online daten is gezellig, maar niet ongevaarlijk. De informatie op
betaalde datingsites is vrijwel nooit te achterhalen via Google,
maar die van onbetaalde soms wel. Zorg dat je toekomstige werkgever
niet struikelt over die advertentie waarin je op zoek ging naar een
meedogenloze meesteres. |
|
Wie-o-wie is een personenzoekmachine waar je snel - gerichter
dan met Google - alle gegevens die online te vinden zijn over jezelf
kunt checken. Recruiters kijken hier mee. Als je je naam intikt,
krijg je een helder overzicht van alle verwijzingen naar jezelf,
gerangschikt naar blogs, datingsites, telefoongidsen, netwerksites,
enzovoort. |
|
|
|
2.
LinkedIn |
|
Een
must als je professioneel wilt netwerken. Wereldwijd meer dan 24
miljoen gebruikers, waarvan 1 miljoen in Nederland, dus ook geschikt
voor wie een baan in het buitenland zoekt. LinkedIn is voor
recruitmentbureaus en HR-managers dé plek om naar je te zoeken of om
je profiel te controleren als je gesolliciteerd hebt. Voor jou is
het de dé plek om jezelf professioneel te presenteren met je cv, en
referenties te halen over banen waarin je geïnteresseerd bent. |
|
De
meeste mensen zijn geneigd online stoerder te doen over hun
werkervaring dan in een sollicitatiebrief, omdat ze geloven dat dat
minder consequenties heeft. Fout. Zorg dat het cv dat je plaatst op
LinkedIn hetzelfde is als dat in sollicitatiebrieven. Wees eerlijk
tot in de details. Zeg dus niet dat je key-account manager bent als
je gewoon account manager bent. En als je je gegevens verandert,
bedenk dan dat andere gebruikers dat tot tien dagen nadien kunnen
zien, doordat er een melding verschijnt bij de gewijzigde onderdelen. |
|
Blijf
zo dicht mogelijk bij jezelf, dan heb je de grootste kans benaderd
te worden voor een baan die goed bij je past. |
|
Houd
er rekening mee dat vooral ‘niet professionele' informatie (sporten,
reizen) de belangstelling van recruiters heeft. Dat geldt voor je
meer persoonlijke profiel op Hyves en je verwijzingen op Google (zie
aldaar). Zorg dat er geen onverklaarbare verschillen bestaan tussen
hoe je jezelf op verschillende plaatsen online presenteert. |
|
Geïnteresseerd in een baan bij bedrijf X? Benader via de uitgebreide
zoekfunctie van LinkedIn mensen die gewerkt hebben bij dat bedrijf
(het mooiste is als je je voorganger er aantreft), en vraag ze
waarom ze er zijn vertrokken, en wat de valkuilen zijn. LinkedIn
kent ook vele bedrijfsalumnigroepen van oud-medewerkers: uitgelezen
plekken om je referenties te zoeken. |
|
Tienduizend contacten op LinkedIn (dat komt voor) staat misschien
heel stoer voor je vrienden, maar recruiters worden daar vooral
wantrouwig van. Niet voor niets vraagt LinkedIn ‘Do you know and
trust this person?' als je iemand benadert. Bij duizend contacten of
meer is dat vrijwel onmogelijk. Vermijd dat je bekend komt te staan
als een LION (LinkedIn Open Netwerker), die ongerichte
contactverzoeken stuurt aan jan en alleman, om status te verwerven
als topnetwerker. |
|
Je
contacten managen op LinkedIn wordt steeds makkelijker. Op de
beginpagina van LinkedIn, onder de kop ‘Build your network' laat
LinkedIn je heel eenvoudig contacten toevoegen uit je mailprogramma,
je eigen adresboek of van andere netwerksites. Doe dat. |
|

|
|
3.
Facebook |
|
De
grootste ter werld, met 124 miljoen gebruikers, vooral in de VS.
Onmisbaar gereedschap voor wie een baan in het buitenland zoekt. In
Nederland zelf (300.000 gebruikers) stelt Facebook weinig voor;
gebruik Facebook dus naast, en niet in plaats van LinkedIn. |
|
Pas
op: Facebook heeft ook een datingfunctie. Gebruik die liever niet,
tenzij je het geen bezwaar vindt als een recruiter in de eerste
regels van je profiel al een zin aantreft als ‘Houdt van: vrouwen'. |
|
|
|
4.
Hyves |
|

|
|
Dit
netwerk kondigde al een paar keer aan dat er ook een cv-functie op
zou komen, maar dat idee is volgens insiders voorlopig van de baan.
Desondanks moet je de rol van je Hyves niet onderschatten bij je
zoektocht op de arbeidsmarkt. Je nieuwe baan zul je via Hyves niet
snel vinden, maar andersom weten je toekomstige werkgever jou er
beslist wel te vinden. |
|
‘Hyves, dat is toch privé-informatie?' Dat dacht je. Veel
recruiters kijken juist alleen máár op Hyves. Op LinkedIn speelt
iedereen immers mooi weer met een blinkend cv. Laat je daardoor niet
afschrikken, maar sta er wel bij stil als je gaat Hyven. |
|
Anderzijds: verberg niet te veel over jezelf. Arbeidsmarktadviseur
Bas van de Haterd noemt het voorbeeld van een vrouw die zich op
Hyves nadrukkelijk als heavy metal fan en ‘wicca' (heks) presenteert.
De kans dat ze in aanmerking komt voor een representatieve functie
bij ABN Amro is daarmee gering. De vraag is of dat erg is: in zo'n
baan zou ze het waarschijnlijk toch niet lang uithouden. |
|
Bedenk goed wat je aan wie wilt laten zien. Ieder onderdeel op Hyves
(foto's, ‘krabbels', blogs) kun je toegankelijk maken voor ‘vrienden',
‘vrienden van vrienden' of ‘iedereen'. Gaan de eerste tien krabbels
over je kroegleven, bedenk dan of je het geen bezwaar vindt dat een
eventuele werkgever dat ziet (een uitgebreid sociaal leven kán
natuurlijk een pré zijn); zoniet: ‘uitzetten'. Hetzelfde geldt voor
foto's: die ene op het strand in je bikini is leuk voor vrienden,
niet voor werkgevers. |
|
Overigens wek je juist wantrouwen door slechts één formele foto van
jezelf op Hyves te plaatsen. Netwerkers met kwade bedoelingen
plaatsen vaak profielen op diverse sites vergezeld van steeds
dezelfde fakefoto. Drie of vier foto's in je openbare map waar je
duidelijk op staat in steeds een andere omgeving (sport, een
feestje, vakantie) werken het best. |
|
Ook
voor Hyves geldt: achthonders ‘vrienden' staat stoer voor je
leeftijdgenoten, maar sommige recruiters denken ‘get a life'. |
|
|
|
5.
Bloggen |
|
Het
hoofd van Google Maps in de VS heeft zijn baan te danken aan een
blog. Microsoft bombardeert regelmatig bloggers die met autoriteit
over zijn producten publiceren tot MVP (most valued person) en
recruteert hen soms voor een hoge baan. Wie in een blog zijn kennis
op een interessante manier weet te verspreiden aan vakgenoten kan er
een waardevol sollicitatietool aan hebben, vooral in de ICT- en de
marketingwereld. Maar: aan blogs over je dode parkiet, of de
zoveelste marketingblog over opvallende reclamefilmpjes heb je niet
zoveel. Blog alleen als je echt iets te melden hebt. Doe dat via
Blogspot of Web-log of sluit je aan bij een bestaande blog als
Marketingfacts of
Molblog. |
|
|
|
6.
Schoolbank |
|
Bij
het zoeken naar een baan kan het handig zijn om eens te kijken waar
je vroegere klasgenoten tegenwoordig uithangen. Wellicht is er één
werkzaam in de sector waar jij graag aan de slag wilt en kan hij of
zij iets voor je betekenen. Door recruiters zul je hier niet snel
gevonden worden. |
|
|
|
7.
MySpace |
|
Wereldwijd heel groot, maar op recruitmentgebied alleen interessant
voor wie in de muziekbusiness aan de slag wil. In toenemende mate is
ook de audiovisuele sector hier aanwezig (film, tv). Voor artiesten
en muzikanten en geluidstechnici dus een must, voor anderen niet van
belang. |
|
|
|
8.
Plaxo |
|
Een
online adresboek dat veel gebruikt wordt om contacten in Outlook en
andere mailprogramma's te backuppen en synchroniseren met andere
adresboeken. Er hangt ook een sociaal netwerk aan, Plaxo Pulse
geheten, maar dat stelt in de recruitmentwereld niet veel voor. Je
profiel hoeft er dus niet op, maar de aanwezigheid op Plaxo van je
‘kale' gegevens (adres, naam etc.) kan handig zijn voor je
professionele contacten. |
|
|
|
Tot
slot: |
|
De
gemiddelde mens kan niet meer dan drie sociale netwerken tegelijk
serieus onderhouden. Kies je netwerken zorgvuldig, en houd ze
regelmatig - minstens eens per twee weken - bij. Wie her en der een
profiel laat slingeren en niets bijhoudt, wekt de indruk een
aandachtsjunk en een sloddervos te zijn. |
|
Met
dank aan arbeidsmarktadviseur
Bas van de Haterd
waarvan binnenkort het boek ‘Personal brand.nl' verschijnt (samen
met ‘talentcoach' Huub van Zwieten en ‘personal branding coach' Tom
Scholte), over hoe je jezelf online als merk neerzet. |
|
Illustratie Johan Kleinjan |
| |