logo box 450x250 historie dba67b

Hengel Sport Vereniging Juliana Elsloo - Deel 1

Naar aanleiding van onze artikelen over de aanleg van het Julianakanaal werden wij door de secretaris van Hengel Sport Vereniging Juliana erop geattendeerd dat hun vereniging haar oprichting mede aan de aanleg van dit Julianakanaal te danken heeft. De historie vanaf de oprichting in 1932 tot 1957 werd in hun jaarblad “’t Stopke” in 2007 opgenomen. In het kader dat het kanaal 75 jaar geleden geopend werd, past dit stukje historie van een echte Aelsere vereniging zeker in de reeks over het Julanakanaal.

Uit: ’t Stöpke 2007
Duikend in de archieven van onze vereniging kwam ik een stuk tegen over de vereniging geschreven in 1982 door de toenmalige penningmeester Coen Smeets; hij was toen 79 jaar. Coen Smeets is ononderbroken 40 jaar penningmeester geweest van onze vereniging. Hij is op het 40 jarig bestaansfeest tot erelid benoemd en kreeg door de vereniging een gouden speld als waardering aangeboden. Ik heb Coen nog lange tijd meegemaakt als penningmeester en bestuurslid. Ik kan U vertellen dat we het als jonge bestuursleden vaak niet makkelijk hadden met de oudjes. In hun ogen waren we snotapen en zij waren niet ontvankelijk voor vernieuwing. Maar al die oudjes waren in hart en nieren echte verenigingsmensen in onze club en hun verdiensten waren groot. In die
tijd ging het er soms hard toe op bestuursvergaderingen maar na afloop was alles vergeten en werd gekaart en gebiljart. Het betreft de jaren 1932 t/m 1957 van onze vereniging. Ik heb het schrijven zo origineel mogelijk gelaten dus U zult wat rare en ouderwetse zinnen ontdekken. Vooral de ouderen zullen nog al wat namen tegenkomen die hun bekend in de oren klinken. Hier en daar zal ik een kleine toelichting geven welke cursief staat gedrukt. Ik wens U veel leesplezier.
Math Coumans.

Op 11 maart 1983 overhandigd Harie Bovens (links) de symbolische voorzittershamer aan Math Coumans.

foto: Archief HSV Juliana

Hengelclub Juliana (HCJ)
De hengelclub Juliana te Elsloo werd opgericht 27 september 1932 in Café Sport bij Jan Cremers. (Café Sport, later zaal Cremers, later disco Djive, nu een partyzaal, gelegen in de Kaakstraat te Elsloo. Hier is onze vereniging 40 jaar gehuisvest geweest.)
Aanwezig waren 3 personen: Jef Bovens, Harie Beckers en Coen Smeets.

Dit werd tevens het voorlopig bestuur, als volgt samengesteld: Jef Bovens voorzitter, Harie Beckers secretaris en Coen Smeets penningmeester. Half oktober waren we al met 8 man: J. Bovens, H. Beckers, C Smeets, J Houben P.Janssen, C. Frederix, J.Frederix en G. Frederix. Voorzitter werd J.Houben, J. Bovens werd secretaris en C.Smeets penningmeester.
Deze oprichting viel niet in goede aarde bij de oudere vissers, maar we waren gedwongen want we hadden maar 2 vergunningen om in het kanaal te vissen (J. Bovens en C. Smeets)
Onze eerste opzet was het kanaal te pachten van Elsloo tot aan de brug in Geulle, maar we hadden geen geld. Toen besloten we om per maand 1 gulden te betalen van oktober 1932 tot mei 1933. In mei 1933 hadden we fl. 57,58 in kas. We hadden een feestavond gehouden om geld in te zamelen, een feest met mosselen en haring. Dit was een flop we hielden slechts fl.1,58 over. In april 1933 besloten we om in te schrijven om het kanaal te pachten voor fl. 200,00 later maakten we er fl. 257,58 van.

Coen Smeets op het 50 jarig jubileum van de vereniging in 1982
foto: Archief HSV Juliana

We maakten 2 inschrijf formulieren klaar, een op naam van J. Bovens voor fl.251,00 en een voor de club op naam van J. Houben voor fl. 257,58 Jef Bovens ging naar Maastricht naar de Domeinen waar de formulieren ingeleverd moesten worden. De dag van de gunning was spannend we liepen van Houben naar Bovens en van Bovens naar Houben om te vragen of er nog geen bericht was.
Eindelijk kregen we bericht dat wij het kanaal gepacht hadden. Er waren 17 inschrijvingen geweest, wij waren de hoogste bieder met fl. 257,58  Bovens nummer twee met fl.251,00 en van Haren uit Maastricht met fl.237,50

De vreugde was enorm, direct werd bij Café Sport de vlag uitgestoken want het werd een hoge feestavond. Wij mochten 35 vergunningen verkopen maar eerst moest betaald worden. We hadden slechts fl. 57,58 in kas dus fl.200,00 tekort. Dat was geen probleem want C. Smeets en J.Houben boden direct aan om ieder fl.100,00 te lenen, het was toch maar voor enige dagen. We maakten toch maar voorzichtigheidshalve een briefje klaar een soortement contract dat door alle leden getekend werd. In mei 1933 mochten we 35 vergunningen uitgeven, deze waren we zo kwijt. De prijs van een vergunning was nogal veel voor die tijd. We verkochten 5 vergunningen voor fl.20,00 per stuk, 10 vergunningen voor fl.15,00 en 20 vergunningen voor fl. 10,00.

Die van fl. 20,00 waren voor de Walen uit Luik (B), die van fl.15,00 buiten Elsloo en Geulle en die van fl.10,00 voor de mensen uit Elsloo en Geulle. Dit was niet veel want het kanaal zat vol vis van allerlei soorten, snoek, baars, paling, voorn enz.. (Destijds werd vrijwel alle gevangen vis meegenomen voor consumptie of werd verkocht.) Het was een geweldige tijd, hoe de vis in het kanaal kwam zijn we nooit achter gekomen omdat het kanaal bij Elsloo nog niet klaar was en boven de Geul ook niet. Dus de vis moest vermoedelijk uit de Geul zijn gekomen. We moesten wachten tot juni want het was gesloten tijd. (Toen gold de gesloten tijd van 1 maart tot 1 juni op het kanaal en tot 15 juni op de Maas. Velen van ons hebben het gesloten seizoen nog jaren meegemaakt.)

Voorzitter van het eerste uur: Sjeng Houben
foto: Archief HSV Juliana

Toch wilden we al eens proberen, niet met een hengel maar aan een fles of gesloten blikken pot hieraan vastgemaakt een snoer van een meter en een haak. Als aas werden kleine vissen gebruikt die kon men in die tijd met een vork vangen, de vissen zaten onder de stenen. (vermoedelijk kleine geuven, wij noemden ze “ glitschgeuven”)

Het vissen ging als volgt: we deden de vis aan een niet te kleine haak. Op het snoer zat een beetje lood om het aas naar beneden te houden, het hele zaakje, fles, snoer en aas werd in het water gegooid. Na een paar minuten zag men de fles op en neer gaan in het water, zólang dat snoek of baars doodvermoeid naast de fles op het water dreef. Met een lang touw verzwaard met een steen, werd over het snoer gegooid en de vis werd binnengehaald. Het lijkt ongeloofwaardig maar het is waar. Met spanning werd de opening van het seizoen afgewacht maar op 1 juni was het zover. Er werden veel vissen gevangen vooral voorns, baars en snoek. Het aas voor voorns was deeg of tarwe, voor baars piering en voor snoek een visje.

Aanleg van het Julianakanaal, KLM luchtfoto 11 oktober 1934
foto: Streekmuseum Schippersbeurs Elsloo

Het was augustus geworden en het kanaal lekte als een zeef en Waterstaat liet geen water meer bijkomen. Onrustbarend zakte het water en de ramp voor de vis was compleet. Met lede ogen moesten we aanzien hoe het kanaal leeg liep. We hadden vermoeden dat het opzet was. We hebben toen duizenden kleine visjes gevangen en met emmers in de Molenbeek gezet zodat ze richting Maas konden zwemmen. (Molenbeek was de beek die vanaf de molen in Kasteel Elsloo liep richting Maas. Deze beek bestaat nog steeds en mond uit in de Hemelbeek en verdwijnt onder het kanaal naar de Maas.)
De grote vissen werden gevangen, verkocht en weggegeven. Het was net een vismarkt. De bewoners van Elsloo en omstreken kwamen vis halen want de meeste konden ze gratis krijgen. Na twee, drie dagen kwam weer water in het kanaal tot grote vreugde van de vissers. Snel stond weer 1 tot 1.50 m water in het kanaal. En tot onze grote verbazing barste het weer van de vis. Ongelooflijk waar ze vandaan kwamen.

Langzaam ging 1933 voorbij met uitzonderlijk veel visgenot. Begin 1934 wilden we eens weten of er veel paling te vangen viel. Wij maakte een reep klaar die de lengte had van de ene kant van het kanaal naar de andere. (Een “reep” was eigenlijk een stropers vistuig, het was toen al verboden. Het was een lange touw waaraan met lussen haken aan gebonden werden, meestal palinghaken. Deze haken werden beaasd met pieren. Het hele zaakje werd verzwaard met een steen of stuk lood en werd in het water gegooid. Na een nacht werd in alle vroegte het stroperstuig opgehaald.) Die reep werd op de dam in het kanaal klaargemaakt. Het was een heel karwei met al die haken en wormen. Een man liep aan de westelijke oever en de andere aan de oostelijke zijde met de reep en zo werd deze in het water gelaten dwars door het kanaal. De volgende morgen ging ik met Sjeng Houben naar het kanaal, wij hadden beide klompen aan, want laarzen waren nog schaars en duur. We moesten de reep aan een zijde uit het kanaal trekken, dit was veel te zwaar, maar we kregen hulp van enkele polders en zo werd het karwei geklaard. (polders waren arbeiders die meestal uit noord Nederland hier naar toe werden gehaald om mee te helpen het kanaal te graven)

De vangst was enorm, de lijn met haken hing vol met vis, paling en baars. Deze moesten langs de steile kant worden opgetrokken daardoor schoten veel vissen los en verdwenen weer in het kanaal. Het was toch een hele belevenis geweest maar we hebben het geen tweede keer gedaan en zijn gestopt met stropen. Daarna hebben we een wedstrijd gehouden, we waren met 9 deelnemers. Er werd alleen gevist op snoek en baars op een zondag van 10.00 uur tot 12.00 uur.

Voor het op peil  houden van de kasteelvijver werd in 1929 een overloop met toegangsbrug gemaakt.
foto: Streekmuseum Schippersbeurs Elsloo

We mochten aan twee kanten van het kanaal vissen, aan iedere kant 100 meter. Na afloop had iedereen minstens 1 snoek of baars gevangen. Op deze wedstrijd gebeurde wat bijzonders. Cris Frederiks, ons oudste lid was lichamelijk gehandicapt. (Deze man liep op krukken maar was desondanks een fervente visser.) Hij kreeg een zware snoek aan de lijn en deze trok Cris het water in. Met hulp van enkele toeschouwers is Cris toen met snoek en al uit het water gehaald. Cris vond het de mooiste belevenis uit zijn visserstijd, het was geweldig mooi zij hij.

Wij hielden ook een wedstrijd op voorn, deze duurde 1 uur. We waren met 9 deelnemers, het water was maar 70 cm diep en het beet slecht. Er was veel publiek op de dijk, die konden zien dat de winnaar maar 7 stuks gevangen had. We hadden wel voor iedereen een mooie prijs. Die waren geschonken  door: M. Albrigs, H. Beckers, J Notten, J. Cremers, allen uit Elsloo, J Houven, v Haren, Wilms allen uit Maastricht en Th Rotting uit Voerendaal.

Op een middag kwam M. Smeets, hij was een echte snoekvisser, naar me toe en gooide een net vol snoeken voor mijn voeten neer. Verbaasd keek ik naar hem en vroeg: Is het kanaal weer leeggelopen? Nee was het antwoord, deze heb ik vanmorgen gevangen. Dus je kunt indenken hoeveel van dat spul in het kanaal zat. De zomer van 1934 ging zo langzaam aan voorbij. Aan het kanaal werd aan twee kanten gewerkt. Het ging snel, als men door de Scharberg heen was, was het ergste gebeurd. Met lede ogen zagen we het einde naderen van ons mooie en onvergetelijk viswater. Aan het einde van 1934 werd de dam uit het kanaal gebaggerd en het kanaal was klaar in onze omgeving. Het was afgelopen met de mooie visdagen op ons stuk water.

Verwijdering van de damwand te Elsloo november 1934. Het pand Elsloo richting Born wordt gevuld.

foto: Streekmuseum Schippersbeurs Elsloo

Geleidelijk werd het Julianakaal opgevuld 1935

foto: Streekmuseum Schippersbeurs Elsloo

De dijken waren klaar en verboden toegang verklaard niemand mocht op de ingezaaide dijk komen. Met veel praten en moeite kregen we weer het looprecht langs het water.
Het koste veel geld, we pachten 2000 meter aan de oostkant in Elsloo en 1500 meter aan de westkant ter hoogte van Kasteel Geulle. Als extra moesten we fl. 100,00 borg betalen voor het geval dat we de dijk zouden beschadigen. Na vele jaren hebben we dit geld weer teruggekregen.

1935 Wij hadden twee jaar geen contributie betaald en nu gingen we fl.3,00 per jaar betalen. Dit gebeurde met 1 kwartje per maand, het was een heel karwei om de contributie binnen te krijgen maar uiteindelijk heeft iedereen betaald. De meeste leden die een dure vergunning hadden betaald zoals de Walen uit het Luikse en de Maastrichtenaren verlieten de visclub. Maar enkele bleven ons trouw, zoals Wilmes van Haren, van Horen uit Maastricht, Rotting uit Voerendaal, J. van Thoor uit Susteren en Claessen uit

Sittard. Al gauw waren we met 35 leden en gingen aan concoursen meedoen. De eerste twee jaren was er geen wedstrijdvisser in Elsloo, dat was toen nog niet erg bekend. De eerste dobbers kregen we van Claessen uit Sittard. In 1934 namen we aan 4 wedstrijden deel. In Maastricht bij de Goede Vangst en bij M.V.V. (M.V.V. was: Maastrichtse Vis Vereniging, later van naam veranderd in Visstand Verbetering Maas.)
In Luik en in Herstal. We waren slecht op de hoogte we hadden ook geen goed materieel om op concoursen te vissen. Het resultaat was dan ook nihil. In Luik kregen we een beker voor de verst komende vereniging. (In die tijd heel normaal, ook prijzen voor mooiste houding in de optocht e.d. Ik heb nog een krantenknipsel gezien waar de wedstrijd in Luik genoemd werd. Sef Bovens had dat aan de krant bericht. Als kop van het artikel stond: Na een felle strijd met de Walen ging Juliana met de eer strijken. Over visserslatijn gesproken)

In 1935 ging het al een stuk beter, hier en daar sleepten we al een prijsje weg. We hadden goede leermeesters gekregen, Driessens en Engelbert uit Maastricht. Het waren fijne kerels die ons hielpen met goed vistuig zoals kleine haakjes en fijne lijntjes. Die kwamen per schuit van Frankrijk naar Maastricht. Goed vismateriaal was hier in de omgeving niet te krijgen. Ook hielpen ons die mannen met de Franse taal als we in de Walen gingen vissen.

Visconcours 1935 bij de beek in de Maas te Elsloo.

foto: Streekmuseum Schippersbeurs Elsloo
Laat reactieformulier zien