logo box 450x250 historie dba67b

Deel 1: De Heren van Elsloo

Na de behandeling van de schutterij van Elsloo, kunnen we niet om de feitelijke gezaghebbers over de schutterij en het dorp heen, de kasteelheren van Elsloo. Daarom vervolgen we serie over de schutterij met een nieuwe serie over onze kasteelheren.

Een opmerking vooraf: Degene die meer van de behandelde gezinnen wil weten, kan de informatie makkelijk zelf opzoeken. Er bestaan diverse genealogische internetsites die de adellijke stambomen weergeven. Waar mogelijk, zullen we relevante internetsites weergeven.
Ook plaatsen we de gegevens in deze serie onder voorbehoud. Dit omdat deze materie niet alleen in het verleden voor onderzoekers maar ook voor ons, een zeer verwarrende materie is waar steeds het gevaar van het maken van verkeerde verbanden op de loer ligt. We durven daarom, hoewel dit altijd ons streven is, zeker niet te pretenderen hierin volledig te zijn. We zullen ook iedereen die onze gegevens kan aanvullen c.q. corrigeren dankbaar zijn en hiervoor open staan.

Noormannen te Elsloo? Wie de eerste heren van Elsloo waren is niet bekend. Ook wat de oudste naam voor Elsloo was, is helemaal niet duidelijk. Aan de Maas heeft ooit een plaats gelegen die Aslao, Aschlo, Ascloha of Ascaloha heeft geheten. Ook de naam Haslou (waarna de voetbalclub is vernoemd ) moet men in dit rijtje plaatsen. In de tijd van de Karolingers (800-1000) lag in die plaats een curtis. De Noormannen hebben hier aangemeerd en als vertrekpunt gebruikt voor hun grote strooptochten in de wijde omgeving.

Nadat men in 1948 plotseling de muurresten bij zeer laag water weer in de Maas (her)ontdekt had, wist men in een keer waar men Aslao etc. moest zoeken. Sterker nog men had het gevonden ! Althans hiervan was men overtuigd. In Elsloo en nergens anders had de curtis gelegen en hadden de woeste Noormannen hun kamp opgeslagen. De brokstukken in de Maas waren zonder twijfel (zonder nader onderzoek te doen !) restanten van een kasteel wat uit een curtis was voort-gekomen en ooit Noormannen onderdak had verleend.
Recent is nog onderzoek naar een kasteel gedaan in het kader van de Maaswerken bij het kasteel van Elsloo. Van dat kasteel resteren nog enkele fundamenten die bij laagwater zichtbaar zijn. Het grootste fundamenten steekt bijna 4 meter boven de rivierbodem uit.

De ontdekking van de muurresten was in Elsloo zelf overigens niet zo’n enorme verassing. De mensen in Elsloo hebben altijd, ook al lang voor 1948, altijd weet gehad van de muurresten en dat dit een kasteel was geweest. Ook voor het recente archeologisch onderzoek door duikers wisten wij hier al heel lang hoe dit kasteel er heeft uit gezien. In het streekmuseum bevind zich namelijk een kaart met een afbeelding van het kasteel (zie ook de beschrijving van het kasteel in “van vreuger tot noe”). Maar ja, ons wordt nooit wat gevraagd ! Wat zouden wij van het dorp zelf ook van eigen historie kunnen weten !

Restant van de muur van het kasteel van Elsloo. De foto geeft overigens een indruk van een groter muurfragment dan dit in werkelijkheid is.

Tot op de dag van vandaag wordt steeds opnieuw vermeld dat Elsloo ooit het vertrekpunt voor de plundertochten van de Noormannen was. Helaas voor Elsloo en de voetbalclub, Aslao etc. is niet Elsloo geweest maar Asselt bij Roermond. Hier heeft men onder het kerkje de resten van een curtis en aanlegplaatsen voor de schepen gevonden. In Elsloo daarentegen is tot op de dag van vandaag helemaal niets gevonden van een gebouw of gebruiksvoorwerpen wat kan duiden op een curtis of aanwezigheid van Noormannen. Het is zelfs zeer de vraag of de Maas toen wel langs het kasteel en Elsloo liep, alles wijst erop dat deze toen verder weg, westelijk van Kotem liep. Omdat we helemaal niets weten over het Elsloo voor het jaar 1100 , heeft het ook totaal geen zin om op deze kwestie nog verder en te speculeren. Voor ons zijn de Noormannen hoogstens alleen in Elsloo geweest om er te plunderen bij hun tochten via de Maas. De Belgen zoeken de noormannen weer in de weerden onder Vught (de Hinsberg). Maar ook hiervoor is geen enkel tastbaar bewijs aangetroffen.

Schoolplaat van plunderende Noormannen.    

Misschien is “Aelse” wel de oudste naam en in het dialect blijven voortleven en is alleen de laatste L weggesleten (Aelsle). We kunnen ons namelijk afvragen waarom de mensen hun dorp ineens anders zouden zijn gaan noemen. De grootouders van mijn moeder b.v. spraken Aelse echt niet anders uit dan zij doet en wij nu doen. De naam steeds anders schrijven door mensen van buitenaf is een andere zaak. Regelmatig zijn we zelf de namen Elsle, Elsla en Elsloe( t) tegengekomen. Als men de laatste L weglaat, wat overigens vanwege de uitspraak een logisch gevolg is, dan zit men toch heel dicht tegen Aelse aan.
Al hadden de Noormannen hier niet hun kamp, indirect hebben ze misschien wel de bouw van een verdedigingswerk bevorderd. Veel kastelen zijn namelijk in die tijd ontstaan als verweer tegen de Noormannen. Dit kan ook voor Elsloo gelden. Maar daar is niet eens mee gezegd dat dit in eerste instantie op de plaats van de burcht in de Maas moet zijn geweest. (zie tevens onze beschrijvingen m.b.t. de kastelen in “Historie en Maaskant” op deze site)

Niet in het minst vanwege de chaos ten tijde van de Noormannen, breekt het 'leenroerig tijdperk' of de feodaliteit door. In theorie onderdanig aan hun vorst en diens wetgeving , maar in de praktijk vaak eigenmachtig optredend, regelen de vele lokale heren het bestuur van hun 'heerlijkheid'. In ruil voor bescherming van hun onderdanen (de meeste zijn laten of horigen, zeg maar half slaven en slaven) kunnen zij allerlei domaniale rechten doen gelden. Zij regelen bestuur en rechtspraak (bv. via een schepenbank en drossaard), bezitten winstgevende monopolies (zoals vissen en jagen, wanmolens en brouwerij) en herinneren hun onderhorigen geregeld aan hun verplichtingen zeker aan de telkens terugkerende karweien of heren-diensten.

Vrije Rijksheerlijkheid
Elsloo maakte rechtstreeks deel uit van het H. Roomse Rijk en was zodoende rijksonmiddelijk´, wat hierop neerkwam, dat de heren in hun gebied optraden namens de Duitse koning c.q. keizer. Door het zwakke gezag van van deze waren de heren van Elsloo in hun gebied feitelijk alleenheersers. De Keizerlijke schepenstoel te Aken of het Rijkskamergerecht te Spiers, later te Wetzlar, golden als hoven van appèl voor het gerecht van Elsloo. De vrije heren van Elsloo beschikten over verscheidende koninklijke rechten, regalia genaamd . Zoals de hoge- (doodstraf) en lage rechtsspraak, het recht van jacht en visserij, het muntrecht, het tolrecht, het tiendrecht (die ze weer konden verpachten) en diverse banrechten (zoals het verplicht laten malen op hun molen en van hun brouwerij het bier kopen) Voorts hieven de heren belasting op grond en hieven accijnzen op de verschillende waren. De oudste machthebbers ontleenden hun naam aan de plaats en noemden zich dientengevolge: `Heer van Elsloo` . Kortom Elsloo was een Vrije Rijksheerlijkheid !

Het eerste geslacht wat de naam “van Elsloo (in het frans D’Elsloo)” droeg was van heel oude adel en kwam niet voor uit minnestralen (dienaren van een vorst). Afkomstig zijn uit een oud adelijk geslacht was in de middeleeuwen een groot statussymbool onder de adel en kon vele deuren open doen gaan. We zullen ook zien dat lagere edelen hun status (en die van hun nageslacht) trachten te verhogen door met dochters van de oude Elsloose adel te huwen.

Kaart van het Heilig Roomse Rijk ca 1512
Laat reactieformulier zien