logo box 450x250 historie dba67b

7. De schutterij van Elsloo (slot)

Regiment
Van wie het initiatief en de benodigde vakkennis om de schutterij te reorganiseren vandaan kwam, hoeft men niet lang te zoeken. Ongetwijfeld heeft de heer van Elsloo, Nicolaas D’Arberg de Valangin, hierin persoonlijk de hand gehad. Nicolaas was een hoge militair en van de ontwikkelingen binnen het krijgsbedrijf zeer goed op de hoogte. Hij zal het niet hebben kunnen verdragen als zijn schutterij van Elsloo een ongeorganiseerde troep zou zijn geweest.

Bijna alle kasteelheren van Elsloo zijn hoge officieren geweest of hebben in dienst gestaan van graven, hertogen, bisschoppen, het Heilig Roomse Rijk (Duitse rijk), Spanje of Oostenrijk. Elsloo was als Rijksheerlijkheid zodanig een onderdeel van het Duitse rijk, een geheel zelfstandig mini staatje. In volgende artikelen over de heren van Elsloo zullen we deze uitvoerig behandelen. De heren van Elsloo waren in ieder geval geen kleine jongens.
Ook voerden de heren van Elsloo regimenten aan. In onze tijd is een regiment een gevechtseenheid van een legerkorps, maar tot de 18e eeuw was dat anders een regiment was zelf een mini leger. De eigenaar van een dergelijk regiment, de Luitenant Kolonel, verhuurde zichzelf en zijn regiment aan een vorst. Een aantal van die regimenten samen vormden dan weer het grote leger.

……de veldheer sloot overeenkomsten met de kolonels. De kolonels stonden aan het hoofd van een regiment en verhuurden vaak hun gehele regiment aan de veldheer. Het moest dan natuurlijk wel zo zijn dat de kolonel al een compleet regiment tot zijn beschikking had. Was dit niet het geval dan besteedde de kolonel de werving van de troepen weer uit aan de kapitein, het hoofd van de compagnie……………

Het is dus helemaal niet verwonderlijk dat de officiersrangen van de schutterij van Elsloo geheel overeenkomen met de rangen in een regiment. Het lijkt er dan ook sterk op dat de schutterij naar dat beeld omgevormd werd tot een soort klein regiment. De schutterij was in Elsloo dus een mini-legertje in een mini-staatje.

Veldheren in actie. (Frederik Hendrik van Nassau)

Hoezeer onze edelen op de hoogte waren van het krijgsbedrijf en dus van de aanvalskracht van de vijand en de verdedigingskracht van onze schutterij blijkt uit het volgende. Het is voorgekomen dat op berichten van naderende troepen de Heer van Elsloo met zijn hele hebben en houden op karren geladen naar zijn huis in de Kapoenstraat (de Poort van Gavere) vertrok om binnen de veilige muren van Maastricht betere tijden af te wachten.

Blijde inkomste of Joyeuse Entrée
Ook vervulde de schutterij ceremoniele taken. Uit een (zwaar beschadigd) stuk in de archieven konden we het volgende opmaken. In het stuk wordt de “blijde incomste” (joyeuse entree) beschreven van een nieuwe kasteelheer. “Blijde incomste” moet men zien als een geheel van festiviteiten en ceremonies die plaatsvonden bij het in bezit nemen van een gebied. De bekendste zijn de beschrijvingen van de “blijde incomste” die grote landheren maakten zoals de hertogen van Vlaanderen of Brabant. Maar ook in de kleine zelfstandige Heerlijkheden vond deze ceremonie precies hetzelfde plaats. Elsloo, hoe klein ook, stond toch op gelijke rang met de grote.

1582 “Blijde incomste” van Frans van Anjou in Antwerpen.

Elsloo was dus een Vrije Rijksheerlijkheid. Dit betekende dat de kasteelheer alleen verantwoording schuldig was aan zijn landheer en dat was de keizer van het Duitse Rijk. In ruil voor trouw en militaire bijstand kreeg de Heer van de keizer rechten in Elsloo en mocht de inkomsten die hieruit voortvloeiden behouden. Bij wisseling van de wacht diende de nieuwe kasteelheer trouw aan de keizer te zweren , dit was de leenhulde. Als hij dat had gedaan, dan mocht hij zijn Heerlijkheid in bezit nemen.

Deze ceremonie noemde men “blijde incomste”. De heer bevestigde de onderdanen de reeds bestaande (voor)rechten en verleende soms nieuwe privileges. De heer diende immers zijn onderdanen te beschermen, het recht te handhaven en het recht te respecteren. Of de inwoners zo blij waren met deze ceremonie is nog maar de vraag. Wat ze in Elsloo kregen weten we niet, maar in Helmond ( behoorde eveneens tot de bezittingen van onze latere graven) moest men voor Graaf Nicolaas D’Arberg in 1768 als welkoms cadeau 500 livres ophoesten.

Wanneer de vorst zich niet aan de beloften zou houden, dan waren zijn onderdanen niet meer verplicht om hem te gehoorzamen. Om dit te voorkomen diende hij er voor te zorgen dat hij zijn beloften deed invullen en mede daarvoor had de schutterij nodig. De schutterij was dus van groot belang voor de Heer, vandaar ook van hem de begunstiging en aandacht voor de kwaliteit.

Als in 1767 Nicolaes D’Arberg bezit neemt van de heerlijkheid Elsloo (een jaar voor Helmond), komt hij met het veerpont de Maas over. Hier wordt hij opgewacht door de dorpsnotabelen de bevolking en de schutterij. De schutterij staat in twee rijen opgesteld, de oude en de jonge schutterij. Welke hun geweren presenteren en met pieken en vaandel salueren. De rest van de ceremonie kunnen we (nog) niet herleiden. Waarschijnlijk begeleide de schutterij de Heer naar de kerk. Hier beloofde hij de inwoners hun rechten te respecteren en te beschermen. Daarna ging het naar het kasteel waar de Heer achterleenmannen benoemde welke op hun beurt trouw aan de Heer zwoeren. Na afloop was het feest . Later zullen we de heren van Elsloo nog afzonderlijk behandelen , we zullen dan zien dat “onze” graaf bijzonder hoge posities heeft gehad in de Oostenrijkse Nederlanden. Men kan geloven dat deze graaf vanuit zijn achtergrond zeer goed in staat is geweest om onze schutterij te inspecteren.

…Als in 1767 Nicolaes D’Arberg bezit neemt van de heerlijkheid Elsloo, komt hij me het veerpont de Maas over……

Vanwege hun taken was de bijdrage van de schutterij de Blijde Incomste van belang. Zij stonden dan ook vooraan. De schutterij was belast met de openbare orde en zorgde voor de erewacht.  Uit het document kan men ook opmaken dat de schutterij dan nog volop bloeit. Dit is eigenlijk ook het laatste wat we van de schutterij vernemen. De Fransen die in 1795 komen hebben uiteraard geen boodschap aan lokale getrainde korpsen en verbieden de schutterijen. Toch bestaat er nog een koningsplaat uit 1804, midden in de Franse tijd. En een aan het einde ervan uit 1814. Dat betekend toch dat men op een of andere manier ondergronds is doorgegaan en tenminste nog het koning- schieten in stand heeft proberen te houden. In de geest is de schutterij dus nog geruime tijd blijven voortleven. Ook een teken van het belang dat men eraan gehecht heeft. Maar hier hebben we verder geen gegevens over.

Franse grenadiers

De Schutterijen na de Franse tijd
De nieuwe grondwet van de jonge staat Nederland (inclusief Belgie) uit 1815 verplichte tot oprichting in iedere gemeente van kleine geoefende kernen met oefenplicht op zondag. Vooral op het platteland waren er een groot aantal ongeoefende eenheden de zgn. rustende schutterij. Elsloo heeft ook een rustende schutterij gehad. Maastricht had als vestingstad wel een dienstdoende (dus actieve) schutterij. Dit korps is de in 1980 heropgericht en bestaat nu weer onder de naam Dienstdoende Stadsschutterij Maastricht 1815 (dit terzijde).

De schutterijwet van 1827 verplichtte iedere schutter tot enige oefening. In 1831 bij de Tiendaagse Veldtocht tegen België bleek dat zij tekort schoten in hun rol. In 1870 vormden de gemobiliseerde schutters een leger waarmee weinig was aan te vangen. Na de Landweerwet van 1901 werden de schutterijen totaal opgeheven. Veel geoefende kernen bleven vrijwillig voortbestaan in talrijke schietverenigingen die zich schutterij ging noemen. Hieruit komen ook de meeste schutterijen voort in de vorm zoals wij die in Zuid-Limburg kennen. Hoewel men graag verwijst naar de eeuwenoude historische wortels van de schutterijen mag uit het voorafgaande blijken dat deze eigenlijk weinig nog te maken hebben met de historische schutterijen zoals de schutterij van Elsloo er een was. Het beeld van de oude schutterijen en een historische band vind men wel nog terug in de schuttersgilden in de rest van Limburg, Belgisch Limburg en Noord Brabant.

De schietsport in Elsloo
In de ene plaats werd dus een volledige schutterij als militair korps heropgericht, in een andere beperkte men zich tot zuiver alleen tot de schietsport. In het laatste geval niet met geweren maar met de handboog. In dit licht moet men dan ook de oprichting zien op 3 september 1894 van de nu nog bestaande handboogschutterij “St Hubertus”. Men moet hierbij niet vergeten dat Elsloo toen ook een klein arm dorp was, waar tevens in 1898 fanfare de Maasgalm werd opgericht. Zelf vermoeden we dat in die tijd meer belangstelling bestond om de fanfare uit te bouwen en hiervoor de beschikbare financiële middelen te gebruiken dan een schutterij op te zetten.

Een moderne handboog is hightech en staat ver af van de bogen van de oude schutterijen.

St Hubertus “ mag dan wel de oudst bekende schietvereniging in Elsloo zijn, maar is niet altijd de enige geweest. Er heeft ook nog een kruisboogschutterij bestaan welke we kennen uit een publicatie van 1936:

Krantenartikel 1936
Jaarvergadering Kruisboogschutterij. Zondag j.l. hield de kruisboogschutterij “Schuttencamp” gevestigd in het lokaal TH Bours haar jaarvergadering. Na de opening door den voorzitter bleek dat het verslag van den secretaris in orde was bevonden. Het verslag van den penningmeester wees uit dat de club er financieel goed voor staat en dat er in 1935 is gewerkt met een batig saldo. Alles is in orde bevonden werden tot afgevaardigden naar de algemeene vergadering te Roermond benoemd de heeren H. Janssen en E. Aspers. Hierna sluiting op de gebruikelijke wijze.


Kruisboog


Navraag bij H. Rouvroye leverde de volgende aanvullende gegevens op:

Door Bours baatte op de stationsstraat (oost) het cafe :"De bierstal" uit. De kruisboogschutterij is in de oorlog ter ziele gegaan omdat schieten verboden werd.In die tijd is ook het cafe gesloten. Bij Bours zat ook de imkersvereniging die toen ook is verdwenen.Hoe lang de schutterij heeft bestaan heeft is niet bekend. Wel weet ik H.R.) dat ik met Frens Odekerken hele middagen kruisboog heb geschoten.De knecht van Willem Vonken (dat was de buurman van Frens, nu de Bourgondische hoeve) ,Hubert Aspers was lid van de schutterij. Volgens alles schoten ze in de tuin van Door Bours. Aannemer Huubke Janssen was bestuurder,evenals Emanuel (Maan) Aspers, de vader van Hubert. Die schutterij was volgens Harrie R. niet zo oud en heeft Maan Aspers die opgericht nadat hij met zijn familie in de 20er jaren hier is komen wonen.Ze stamden uit midden Limburg. Zeker 2 van zijn zonen waren lid van de schutterij.

De laatste herinneringen aan de schutterij
In 1990 vertelde Frits Lemmens (de schilder) ons dat de schutterij is opgeheven nadat de schutters bij terugkomst van een schuttersfeest in Geule onderweg ruzie met elkaar hadden gekregen. Een schutter werd doodgeschoten en een ander zwaargewond, welke de volgende dag overleed. De schutters zouden hebben geoefend in de Schutterskamp. Dit zou hem door meister van Mulken zijn verteld. Misschien heeft de meister , ook niet beter wetend, dit inderdaad verteld. Echter dit verhaal kenden we al, maar niet van de schutterij maar van de eerste fanfare van Elsloo, de voorloper van de huidige Maasgalm. Die is inderdaad in Geulle ten onder gegaan in een veldslag. Niet onderling maar met de inwoners van dit dorp. Ook is er toen iemand aan de verwondingen overleden (geen twee). Historische bronnen in Geulle bevestigen ook dit verhaal. Wel hebben inderdaad schutters geoefend in de Schutterskamp, maar of dit de historische schutterij is geweest weten we niet. Wel kan hier de kruisboogschutterij hebben geoefend , Cafe Bours lag feitelijk in de Schutterskamp .

De laatste fysieke herinnering aan de oude schutterij zijn de koningsplaten en vogel in bruikleen gegeven aan het Streekmuseum en de hellebaard die zich, volgens het boekje van meister van Mulken, in Maastricht zou bevinden. Dat het zilver in Elsloo is, is op zich verwonderlijk, gezien de wegen die het bewandeld heeft. Eigenlijk is het geen verhaal om trots op te zijn. Wederom is het een klein krantenartikel wat ons op het spoor heeft gezet:

De Limburgsche aankondiger 11-11-1905:
Elsloo, De schuttersgilden alhier had onlangs de zilveren platen met vogel aan een antiquair verkocht. Het gelukt Jhr. Mr. Victor de Stuers ze terug te koopen , waarna ze zijn overgenomen door het museum van oudheden te Maastricht.


Uit dit artikel blijkt dat onze voorvaderen in Elsloo weinig gevoel voor behoud van culturele waarden hadden. Als excuus kan echter aangevoerd worden dat waarschijnlijk toen het geld telde . Men moet niet vergeten dat Elsloo in die periode straatarm was.

Dit artikel zegt echter meer. De verkopers waren de schuttergilden, dus meer dan een. Zij konden ook het zilver alleen verkopen als ze het rechtens in eigendom hadden. Dit zou alleen kunnen als er een band bestond met de historische schutterij. Ze hadden blijkbaar voor de uitvoering van hun tradities het zilver niet (meer) nodig en waren het ook niet van plan te gaan gebruiken, anders verkochten ze het niet. Het waren dus geen verenigingen die nog aan koningschieten deden en hun koning met de platen behingen. Wie waren deze verkopende gilden dan wel ? Dat weten wij ook niet. De enige die wij kennen zijn de Handboogschutterij St Hubert en de kruisboogschutterij “Schuttencamp” , maar die bestond toen nog niet. We kunnen dus het meervoud en de betreffende vereniging niet nader verklaren.

Er zit bij ons overigens nog een groot zwart gat in kennis over de periode tussen de laatste koningsplaat uit 1814 en de oprichting van St Hubert (eigenlijk tot aan de eerste wereldoorlog). Tot nu toe hebben we ons namelijk geconcentreerd op het uitzoeken van de periode voor de Franse tijd en tussen de wereldoorlogen. Hopelijk zullen we nog in staat zijn om de hiaten na de Franse tijd nader te onderzoeken en weer te geven.

Guus Peters
Gerard, Bedankt voor het compliment en nog wel uit Engeland.De afbeelding van het zilver hebben we bewust achterwege gelaten. Dit om geenslapende honden wakker te maken die het waard zouden gaan vinden dit te gaan opzoeken... groeten Guus Peters
G.W.Ch. Lemmens
Mijn complimenten met dit prachtig geschreven artikel der Gilden, maar en er is een maar ! Ik mis de afbeeldingen van het Konings Zilver !Met dank en groeten,Gerard Lemmens
Laat reactieformulier zien