logo box 450x250 historie dba67b

De stiefköppige Maaskèntjers

Deel 8: De stiefköppige Maaskèntjer (slot)

Stein ca. 1820
Het dorp Stein bestond eigenlijk uit drie kernen.
Het Keerend bij het kasteel, het dorp (lees centrum) bij de St.-Martinuskerk en het Houtereind /Steeg.

Onderlinge verhoudingen (vervolg)
Aangetekend moet worden dat de dorpen in hun onderlinge strijd niet uniek waren. Het was een algemeen verschijnsel dat de gesloten gemeenschappen in Limburg bijna allemaal interne conflicten hadden (roden tegen blauwen, bokken tegen geiten etc.) of zich afzetten tegen buurdorpen (Bunde tegen Meersen, Geleen tegen Sittard etc). Het was vaak ook een soort sport om elkaar uit te dagen (men had tenslotte geen televisie). Vaak hadden de tegenstellingen een sociale achtergrond.

Kerkweg Stein

In de Maaskant heeft dit verschijnsel zich mogelijk wat langer stand kunnen houden dan elders. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn; de relatief late ontwikkeling van de streek en het karakter van de inwoners. Maar ook dat men bij elkaar bleef wonen (dat doet men overigens nog !) en tot in de jaren zestig van de vorige eeuw was er weinig instroom van buitenaf. Hierdoor heeft het eigen karakter zich kunnen handhaven en is het zelfs meeverhuisd met de bewoners vanuit de oude naar de nieuwe wijken. Dit misschien in tegenstelling tot andere plaatsen met vergelijkbare groei, waarbij de nieuwe bewoners de oude gingen overvleugelen, waardoor hier het eigen karakter sterk verwaterde of zelfs verdween. Misschien speelt hierin ook de aard van der Maaskanter om niet zomaar zonder strijd iets af te geven een rol.

De positie van Stein
Het is de Maaskanter eigen om zich onderling als gelijke te zien. Ook is men niet gauw onder de indruk van iemand zijn opleiding of maatschappelijke positie.
Ook de dorpen zelf beschouwen zich onderling als gelijken. Geen van hen heeft ook
ooit een centrumfunctie voor de anderen gehad. Hoewel de dorpen eeuwenlang een nagenoeg gelijke ontwikkeling hebben gekend, ging Stein zich tenslotte toch steeds meer onderscheiden.

Berg aan de Maas ca 1820

Toen na de Eerste Wereldoorlog Zuid-Limburg langzaam (weer) tot ontwikkeling kwam, bleef Stein toch de aloude gesloten gemeenschap en zich weren tegen invloeden van buiten. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Elsloo en Urmond die door betere verbindingen wel meer voor invloed van buitenaf open stonden.

In Meers heeft men ook nu nog hierover eigen gedachten. Onlangs had iemand uit Meers het over een persoon “dae eine boetelaenjer waor” iemand “dae neet van Maes waor” . Tot mijn grote verbazing, had hij het over iemand die inmiddels al dertig jaar in Meers woont !! Het gesloten verband wat Meers (de Maeser knabbe) ooit was, is blijkbaar toch nog niet weg. In Elsloo daarentegen heeft men dergelijke standpunten al lang aan de kant gezet. Hier maakt het niet uit in welke plaats iemand is geboren, bepalend is hoe hij staat t.o.v. de gemeenschap en dorp. Dat is ook de kerngedachte achter de “Aelsergeis” namelijk de wil om er samen (zonder onderscheid) wat van te maken.

Berg aan de Maas

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde ook Stein in snel tempo en kwamen de dorpen weer min of meer op een lijn. (Desondanks bleef de Heerstraat toch nog lang min of meer een grens tussen de nieuwe wijken en de oude kern van Stein).

De onderlinge strijd die in de gemeenteraad tussen de partijen van tijd tot tijd nog wel eens fel kan oplaaien, is een gevolg van de herindeling. Het zit eenmaal in het karakter van de Maaskanters om voor niemand onder te doen en zich niet zonder strijd ergens bij neer te leggen. Dat doen ze overigens ook onderling niet. Zonder strijd word vaak zelfs het kleinste niet afgegeven. Het is ook vaak een spel. “krijten” noemen ze dat in Meers, dat is iemand plagen, uitdagen.

Wil men wat bereiken bij de Maaskanters, dan moet men hen ook niet vanuit een machtspositie benaderen. Als men dit wel doet, is de kans op een averechtse reactie en tegenspel groot.

Nieuwe tijden braken aan met de komst van het Julianakanaal. De invloed van de aanleg van het kanaal op de Maaskantdorpen is op velerlei gebied groot geweest en kan als een breekpunt in de historie van de Maaskant worden gezien. Stein verloor daarmee zijn rechtstreekse verbindingen met het Maasdal, Elsloo de helft van zijn kern, Meers, Urmond en Berg kwamen tussen kanaal en Maas terecht.
De tijd zal uiteindelijk ook de scherpste kantjes doen slijten. Van belang is dat de het onderlinge gelijkheidsbeginsel en de gemoedelijke, feestvierende kant van de Maaskanter, “de auwhoor”, “de Limburger” en de “bourgondier” blijft bestaan.
Aan de vrolijke kant van de Maaskanter dankt de carnavalsvereniging van Elsloo haar naam, “ de Sajelaire”. “Sajelen” is dialect voor treuzelen. De “Aelsenaere” maken zich niet snel druk en kennen bij feesten geen tijd van ophouden.

Nattehaove, Nattenhoven ca 1820

Gemeente Maaskant-Stein
De eerste vijftien jaar van de nieuwe gemeente Stein gingen politiek niet over rozen. Stein werd als dominant gezien en dit werd door de overige kernen van de gemeente Stein door het zelfstandig verleden en het beginsel van allen zijn gelijk niet of moeilijk geaccepteerd. Momenteel is dat overigens een stuk minder geworden en het zou goed zijn als dit soort sentimenten snel tot het verleden mogen behoren.

Een grote factor is van het begin af aan de naam Stein voor de gemeente geweest. Dit was een ontactische keuze van de toenmalige politici. Het benadrukte te zeer het dominante van het dorp Stein. De andere kerkdorpen zagen Stein niet als hun natuurlijke meerdere en gingen van dag een in het verzet. Maar ook de toenmalige politici lieten het zeker niet na om iedere kans aan te grijpen om olie op het vuur te gooien. Journalisten maakten van deze strijd dankbaar gebruik om hele pagina’s in hun krant te vullen. Tot grote ergernis van de inwoners. Toch zat dat allemaal minder diep als het van buitenaf leek. Stonden de gemeenteraadsleden in het gemeentehuis elkaar schijnbaar naar het leven, als ze zich daarbuiten ontmoeten dronken ze samen een glas bier alsof niets aan de hand was !

Voor een buitenstaander zijn de onderlinge verhoudingen dan ook moeilijk in te schatten. Discussies lijken vaak veel heftiger dan ze in werkelijkheid zijn. Strijd voeren zit eenmaal een beetje in de aard van het beestje. Veelzeggend in deze is, dat bij de aankondiging van de herindeling men in Elsloo absoluut niet bij Beek wilde komen, als het toch moest dan liever bij Stein. Zou overigens nog eens een keer een herindeling komen en Stein zou opgaan in een groter verband, dan kan men er vergif op innemen dat de Maaskantdorpen van de een op de andere dag een lijn zouden gaan trekken tegen de nieuwe gemeente.

Obbeeg, Obbicht ca. 1820.
Papenhoven valt buiten dit bestek. Dit deel van Obbicht is verweven met Grevenbicht.
Obbicht vanaf de Belgische oever. (rechts kasteel Obbicht)    

Een overkoepelende, neutrale en historisch verantwoorde naam als Gemeente Maaskant of Maaskant-Stein zou beter zijn geweest. Deze naam zou meer gevoel voor eenheid en gemeenschappelijk belang hebben uitgedrukt. Dan hadden alle kernen, inclusief Stein, hun zelfstandigheid verloren en hadden ze samen een nieuwe start kunnen maken.

De naam Maaskant-Stein zou ook de lading dekken. Maaskant heeft betrekking op alle kernen en door de toevoeging Stein is hij voor buitenstaanders geografisch goed te plaatsen.

Maar hoe dan ook, dit is een gelopen race (of toch niet ?, wie weet). Het gevoel van zijnde een eenheid als gemeente begint ondanks alles toch steeds sterker te worden. Bij de jeugd leeft dit soort sentimenten al helemaal niet meer. Gelukkig ook maar. Wat gelukkig wel nog leeft is het iets wat men in vele plaatsen pijnlijk begint te missen, namelijk in grote kringen de aanwezigheid van een gemeenschapsgevoel gericht op de mensen en op het dorp. In de Maaskant hoeft men dat niet opnieuw te introduceren (als dat al mogelijk is) maar alleen maar vastgehouden te worden. Wat dat betreft moeten we goed beseffen dat we veel te verliezen hebben.

Het Maasdal vanaf de Kattekop in Urmond (richting Maasband). Een schitterend uitzicht over het Maasdal.

Maas bij Kotem / Geneuth (B).

Op de achtergrond de kerktoren van Elsloo, de wachter van het Maasdal.


Effe onger oos :

Ondanks alles, seen veer nog ummer gelieke, stiefköppige en gwretsche Maaskèntjers gebleeve, grwetsch op wat veer sin en op wat veer waore!.
Veer wille dan auch aafsleete mit een paar auw , sterke Maaskèntjs gezèkdes:

“ wat angere auch van oos zekke of denke, dao vaege veer toch
noch ummer de vot aan aaf ” en “dae ut neet bevilt wat er zuut, mot
maer eine angere kèntj opkieke”.

Guus Peters
Aelsenaer en Maaskèntjer.


Laat reactieformulier zien