logo box 450x250 historie dba67b

Elsloo in WOII

Op 30 april 2009 ontvangt de redactie van elsloo.info een mail van Melvyn Brown uit Ipswich (Engeland) met het verzoek of wij de tekst kunnen vertalen die op de achterzijde van 2 foto's staat die hij onlangs in de nalatenschap van zijn overleden vader heeft gevonden. Melvyn Brown heeft toegezegd dat hij de originele foto's afstaat aan het Streekmuseum.

Guus Peters en Harie Rouvroye zijn aan de slag gegaan en hun bevindingen tot dusver leest u hieronder. Uiteraard was zoon Melvyn Brown blij dat er mensen waren die hem meer info over de foto's verstrekten en hoe zijn vader aan deze foto's uit Elsloo kwam.
Vragen:
* Herkent iemand John J.K. Brown?
* Heeft iemand nog meer foto's van Elsloo in oorlogstijd?

Neem dan contact op met de redactie en/of Harry Rouvroye via  

Zijn vader John James Kitchener Brown (foto hierboven) was Brits militair in de 2e wereldoorlog, in het Royal Corp of Signals behorend bij de 7th armoured division en zijn legernummer was 5825097. Waarschijnlijk heeft hij de foto's in Elsloo gevonden of gekregen. Want onderdelen van de 7e Arm.Division trokken Elsloo binnen op 8-11-1944 en bleven hier tot 13-12-1944.

John J.K. Brown (rechts) ergens in Europa tijdens het laatste oorlogsjaar

Op de achterzijde van de onderstaande foto's staat de aanleiding en naam en adres van de vermoedelijke maker: J. Franssen uit de Heirstraat 3 te Elsloo. Beide foto's zijn uniek omdat er heel weinig foto's van Elsloo in oorlogstijd zijn. Fototoestellen waren toen nog niet zo'n normaal gebruiksgoed als tegenwoordig. De benodigde fotorolletjes waren niet te koop, maar konden alleen verkregen worden als ruilmiddel met voedsel of tegen woekerprijzen op de zwarte markt. De stempel <Karlsruhe> op de achterzijde van een van de foto's duidt er wellicht op dat de bewuste foto in Karlsruhe, Duitsland werd afgedrukt.

De opnamen zijn gemaakt vanaf het erf van Heirstraat 3 waar in de oorlogstijd een familie Franssen woonde. De vrouw was Duitse van geboorte. Bij de bevrijding in september 1944 verhuisde het gezin naar Maastricht. De Britse soldaten hadden hun kampement op het brikkewerk, naast het bewuste huis. Na de bevrijding stond het huis leeg en werd bewoond door o.a. Britse militairen van de Royal Signals, die onder het grote afdak hun telefooncentrale hadden en materiaal hadden opgeslagen.

De bovenste foto is gemaakt tijdens het jaarlijkse wielrennen op 28-6-1942. Rechts ziet men het Heilig Hart beeld. Het huis rechtsachter staat in de steigers. Links en rechts staan veel mensen naar het wielrennen te kijken. De afbeelding daaronder is de achterzijde van dezelfde foto.

De foto hierboven (daaronder de achterzijde van foto) is gemaakt door dezelfde familie Franssen tijdens de crash van een Engelse bommenwerper op 31 mei 1942. Op deze foto staan heel veel details.
Een verdwenen kruis (niet het Heilig Hart maar een kruis dat staat op een halfbolletje). Het half open huis van bakker Chris Beckers. Er is destijds namelijk op diens pand (het huidige cafe Juliana) een Engelse bommenwerper neergestort die terugkwam van Keulen en boven Valkenburg geraakt was. Ook het huis dat op de foto in de steigers staat was zwaar beschadigd. Het brikkewerk (waar de pannen gestapeld staan) ziet u op de voorgrond op de foto.

Uit de overlevering van Harie Rouvroye, die onderdeel is van deze foto. "De foto is gemaakt op 31 Mei 1942 om ongeveer 13.00 uur.Het motregende zeer licht en er stond een auto aan de linkerzijde van de weg. Die was van de nachtjager die op de bommenwerper had geschoten.Rechts stond een auto die toebehoorde aan de Officier van de Luchtdoelartillerie die op hun beurt het vliegtuig hadden beschoten. Het manneke tussen de auto's ben ik waarschijnlijk. Na de ene auto te hebben bekeken ben ik de weg overgestoken naar de andere. De twee vrouwen met paraplu staan nog helder in mijn geest. Het waren Bel van Leentje methaar dochter."


Vragen:

* Herkent iemand John J.K. Brown?
* Heeft iemand nog meer foto's uit de oorlogstijd?




Citaat uit het boek van Harry Rouvroye "Herinneringen aan oorlog en bevrijding in de Maasstreek" (publicatie met toestemming van de auteur)

Blz 44
De zomerkermis van 1942, die op 31 mei, 1 en 2 juni viel, werd een gedenkwaardige periode. Zoals dat gebruikelijk was, hadden de vrouwen in de voorafgaande dagen gezorgd dat ondanks de rantsoenering enkele vlaaien werden gebakken en een kip of konijn werd geslacht, zodat men toch even de zinnen kon verzetten en over wat extra eten en drinken beschikte.

In dezelfde dagen wilde de Engelsen de Duitsers duidelijk maken dat ze Duitsland konden treffen door een bombardement met duizend bommenwerpers uit te voeren, hetgeen sterk op het moreel van de burgerbevolking zou werken. Als aanvalsdoel werd Keulen uitgezocht; de datum werd vastgesteld op de nacht van 30 op 31 mei 1942. Men schraapte alle bombardementsvliegtuigen bij elkaar die voorhanden waren en vanaf 10 uur s' avonds verlieten de vliegtuigen Engeland om Keulen aan te vallen.

Het spreekt haast vanzelf dat Elsloo in de vliegroute lag en in de nacht, die helder en koel was, klonk al vroeg de vooralarmering van de mijn Maurits, wat betekende dat Engelse vliegtuigen de kust waren gepasseerd. Kort daarna kon men honden horen janken die het geluid van de vliegtuigen veel eerder hoorden dan de mensen.
Al spoedig kon iedereen horen dat er een enorme hoeveelheid vliegtuigen passeerde richting Duitsland, waar enige tijd later de vuurgloed zichtbaar werd van de branden in Keulen.
Er speelden zich in onze omgeving diverse luchtgevechten af, waarbij meerdere vliegtuigen neerstortten. De sirenes van de luchtbescherming werden in werking gesteld en de bevolking ging de kelders in.

In de stroom bommenwerpers bevond zich ook het vliegtuig met de code L.7802, een tweemotorige middelzware bommenwerper van het fabrikaat Vickers Wellington met een gelegenheidsbemanning aan boord. Het vliegtuig was met een bommenlading van 2.000 kg van zijn thuisbasis Finningly vertrokken en had na 3 uur vliegen Keulen bereikt, waar het zijn bommenlast had afgeworpen in de reeds brandende stad.
Op de terugweg werd het in de omgeving van Valkenburg, vliegend op een hoogte van 3500 meter, door een Duitse nachtjager, die door radar werd geleid, onderschept. De nachtjager, van het tweemotorig type Messerschmitt 110, werd gevlogen door luitenant Barte, een piloot die tot dat moment al zeven vliegtuigen had afgeschoten. De Duitser naderde zijn tegenstander aan de achterkant van onderen en op een afstand van vijftig meter opende hij het vuur met zijn zes machinegeweren waarna meteen de linkermotor en de benzinetank vlam vatte. De staartschutter van het Engelse vliegtuig had nog wel teruggeschoten maar niets geraakt.

Het vliegtuig dat brandde werd door de piloot, lieutenant Hughes, in een duikvlucht gebracht waarbij de brand werd geblust; na enige seconden horizontaal te hebben gevlogen brak er opnieuw brand uit die niet meer te blussen bleek.
De piloot bracht het vliegtuig op tegenkoers- dus van het westen naar het oosten- en besloot het te verlaten. Van Elsloo uit gezien had het vliegtuig tijdens de manoeuvres vanuit zuid-oostelijke richting een westelijke koers gevolgd tot over de Belgische grens om vervolgens te keren en noordelijk van Elsloo op oostkoers te gaan. Hierbij kwam het toen als een fakkel brandende toestel binnen bereik van de op de steenberg en schachten van de mijn Maurits geplaatste Duitse luchtdoelartillerie; deze nam zijn kans waar en schoot nog een aantal granaten in het vliegtuig. De piloot droeg zijn bemanning op het vliegtuig te verlaten en sprong zelf als laatste.
Terwijl de zes parachuttes zich ontvouwden en de piloten landden tussen Obbicht en Geleen, waarbij ze allen gevangen werden genomen, vloog het toestel stuurloos rond om uiteindelijk richting Elsloo te vliegen en daar met enorm geweld neer te storten op de hoek van de Julianastraat en de Schoolstraat.

Het toestel boorde zich enkele meters diep in de weg en de rondvliegende delen verspreiden zich in de omgeving. De brandende benzine spatte tegen de muren van cafe Juliana en zette dit pand in vuur en vlam. De bewoners, de familie Martens, konden amper het vege lijf redden door aan de achterkant het huis te verlaten. De aan de overkant gelegen woningen bleven, hoewel beschadigd, wonderwel gespaard; er vielen slechts lichtgewonden !
Voor de brandweer was een directe benadering onmogelijk door de exploderende munitie van het vliegtuig; men moest zich beperken tot nablussen. De resten van het vliegtuig werden onder bewaking gesteld en enige tijd later door Franse krijgsgevangenen opgeruimd.
Het was niet bepaald een prettig begin van de zomerkermis. De processie die langs de Julianastraat zou trekken werd een week uitgesteld en in de kerk werd een extra collecte gehouden om de getroffen familie te helpen de eerste noden op te vangen.
De processie werd een week later gehouden; het was de laatste, want van dat moment af was het houden van processies definitief verboden onder het mom, dat het gevaarlijk was met grote aantallen mensen op straat te zijn bij mogelijk luchtgevaar.

Neil Melville-Kenney
Elsloo crash survivor
Thank you for this article. I believe the rear-gunner from the crashed plane you describe was my grandfather, Leslie Ronald Read (745334). I recently found a letter to him from Harrie Rouvroye confirming this, and also sharing some words from the first man he met after the crash, before being captured by German soldiers and taken as a POW. He survived to be liberated, and to start a family (otherwise I wouldn't be here!) I also recently found a collection of his memorabilia I am trying to track down: http://bit.ly/2dBfWrs If we can share more information, then please feel free to contact me. Ik woon in Leiden nu, maar ik spreek alleen klein beetje Nederlands, het spijt me. Beste groetjes, Neil
Laat reactieformulier zien