logo box 450x250 historie dba67b

Deel 55: De Maas, voor 1150.

De Geul
Voor de doorbraak  rond 1150 bij de Overslag liep de Geul dus in de richting van Elsloo. Tussen Uikhoven en Kotem kwam ze in de Maas uit. Dit is de gangbare opvatting die ook wij overigens onderschrijven. Nergens is namelijk ook maar een vermelding of aanwijzing te vinden die er op wijst dat voor 1150 de Geul langs Elsloo of Meers heeft gelopen. Maar ook hier moeten we een slag om de arm houden. Er zijn namelijk ook onderzoekers die de Geul door Meers (door de Kuilen) tot aan hoeve de Weerd  hebben laten doorlopen.  

Een ontbrekende schakel
Wat voor Elsloo en Meers echter belangrijker is dan de loop van de Geul is de loop van de Maas voor 1150 in ons gebied. Vroegere onderzoekers (de meeste van Belgische zijde) beschrijven echter geen aaneengesloten beeld van de voortzetting van de Maas bij  Elsloo en Meers in de tijd voor 1150. Daarom moeten we zelfstandig op zoek naar de ontbrekende schakel.  



Een van de oudste publicaties over de Maasloop (links). Tussen Rekem en Kotem staat geen Maasarm ingetekend maar wel een oude arm (geel) direct langs Kotem met de naam “alte waterganck”. Ook op het kaartje rechts staat ook een arm langs Elsloo (overigens niet dezelfde als op het kaartje links). Betreffende armen zijn  los van aansluitende  verbanden ingetekend.        



Hoe schetsmatig de kaart (links) op het eerste gezicht mag zijn, men heeft hier niet zomaar wat getekend. Duidelijk is te zien dat er tussen Uikhoven en Kotem een Maasarm loopt die zich voor de Hal splitste. Hierin zien we een aanwijzing naar het bestaan van een  Maasarm langs Elsloo voor 1150 die tussen Kotem en Boorsem doorkwam. Door deze kaart nu te vertalen naar de in de percelen herkenbare lopen op de kadastrale Maaskaart uit 1847, kan men toch de oude Maasarmen plaatsen (hierbij aangetekend dat we nog meer mogelijkheden niet uitsluiten).

Onze bevindingen in een overzichtskaart. Wij denken hiermee in de buurt te komen  van de situatie voor het jaar 1150. De Maas liep toen  ook al langs Elsloo en wel in diverse takken rond Kotem en Meers (ook door de Kuilen) , welke dorpen (voor zover ze bestonden !) relatief veilig op eilandjes lagen. Wij denken dat bij de overstroming in 1150 er een verbinding (geel) tussen de oude loop van de Geul en de Maas bij Elsloo is ontstaan.

Naar aanleiding van het voorafgaande komen we uiteindelijk tot het eerste overzichtplaatje van het verloop van de Maas, de situatie rond het jaar 1000 voor de grote doorbraak bij Itteren. Als deze doorbraak een feit is, wil dat echter nog niet zeggen dat dan de situatie voor Elsloo en Meers gevaarlijker is geworden. Het water blijft zich namelijk nog steeds verdelen over meerdere geulen. Boorsem en Kotem blijven blijkbaar goed bereikbaar want tot 1335 blijven ze deel uitmaken van Elsloo. Eigenlijk is er niets anders gebeurd dan dat de onderste Maastak langs Rekem zich via de Geul een afkorting naar de Maas bij Elsloo heeft gezocht. Het is het toenemen van de kracht van de stroom die de Maas voor Geulle, Elsloo en Meers steeds gevaarlijker maakt en evenredig de dorpen op de andere oever ontlast.



Met blauwe stippen de huidige Maas. De zwarte lijnen geven de hoofdtakken aan, met de mogelijkheid van meerder vertakkingen (zwarte stippellijnen).Met kruisjes en stippen de Geul.  De aangeduide dorpen zijn overigens ingetekend als herkennings-punten, dit betekend overigens niet dat ze toen ook al bestonden !

Laat reactieformulier zien