logo box 450x250 historie dba67b

Deel 49: De grenzen.

Na nagenoeg het hele grondgebied van Elsloo (met uitzondering van Meers) te hebben beschreven, willen we ook de historische grenzen beschrijven. Hoewel men dat vaak gemakshalve aanneemt, zijn de latere gemeentegrenzen van Elsloo niet hetzelfde als de historische. In de loop van de tijd veranderingen plaatsgevonden. Zo ging het gebied aan de overzijde van de Maas verloren, verschoof de grens van de landweer naar de begrenzing van het aandeel in de Graetheide en heeft er grondruil met Stein en correcties met Geulle plaatsgevonden. In de volgende beschrijving maken we een vergelijking tussen de historische grens en de grens van de Gemeente Elsloo vóór de herindeling in 1983.  

De oorspronkelijke grenzen van Elsloo zijn niet bekend. Er bestaan aanwijzingen dat in de vroege middeleeuwen (500-1000) Elsloo samen met Stein, Kotem en Boorsem (tot 1350 vielen die onder Elsloo!) één geheel, een zogenaamd kroondomein, hebben gevormd. De burcht van Elsloo in de Maas is zou hiervan het centrum geweest. Althans als de burcht hier altijd gelegen heeft, er is geen enkel bewijs of aanwijzing voor een ouderdom van de burcht die verder teruggaat dan ca 1100.

De bijfanck
De ons oudst bekende grensbeschrijving is een op een onbekende datum overge-schreven akte van 18 november 1462, de “bijfanck” genaamd. Op gezette tijden werden de grenzen door de schepenen nagelopen en gecontroleerd. In dit geval gebeurde het op het uitdrukkelijke verzoek van de lantheere Johans van Gavere, riddere, heere ten Heetvelt tot Elsloet tot Sint Aechtenroye, tot Sittard etc.  

Het waren niet alleen de schepenen die de inspectietocht maakten maar er werden ook getuigen van stand zoals hier Johans van den Cruetse, openbare notaris en Johan van Anstenrode uitgenodigd om deel te nemen. Verder konden op een dergelijke tocht ook oude mensen en kinderen worden meegenomen. Ouderen vanwege hun kennis van het grensverloop,  kinderen om hun de grens te leren kennen. Dit deden ze door op bepaalde plaatsen de kinderen een pak slaag te geven. Niet omdat ze wat gedaan hadden maar om de plaats in hun geheugen vast te zetten. Als ze oud waren wisten die dan nog precies waar ze dat pak slaag hadden gekregen en dus aangeven waar de grens liep (vandaar ook: Een pak slaag wat je zal heugen).

De oostgrens
De rondgang langs de grenzen, de bijfanck, begon in de Drie Kuilen aan het Meldert. Hier volgde men de grens “den Graef” zijnde de landweer langs de heide (nu dus midden door Elsloo). De Landweer en de grens eindigde aan “den Beecker Grindell”. Dit punt lag ter hoogte van de spoorwegovergang Beek-Elsloo. Dit was de toegang van Beek naar de heide.



De grens volgde de landweer vanaf de Drie Kuilen tot aan de overweg naar Beek. Dus midden door de bebouwde kom van het huidige Elsloo.

Van daar ging hij de Heuvel op, dan op “ten Ruwen Boum op te Haeghen dorn die steyt aen der jouffere landt int Hout. De Ruwen Boum  kunnen wij niet plaatsen wel te Haeghen dorn. Die stond in het Heesterbosch (langs het Seecken-daalstraatje). Vandaar ging het via de Groenen Graeff boven des Hoe Kuylen, ind voert op ten pael boven Quyskoernes Graefve ook wel  de Beeckerreyn genoemd.  De “graven” waren greppels die de grens aangaven.



De grens met Beek over de heuvel naar “het Hout”. Rechts in detail het vreemde verloop van de grens bij de spoorwegovergang met Beek. Op de Kakeberg in Beek stond een grenspaal. Hier heeft deze berg ook zijn naam aan te danken, kaak is een oud woord voor paal (een kaak was bijvoorbeeld ook een schandpaal).

De zuidgrens
Van de paal op de Horst ging het naar de Goelrewech (de weg van Geulle naar Beek) en vandaar naar “boven die Biessen Kuyl daer dat Gericht van Elsloet plach te staen en van dan via boven den Materbergher Bossch op die wye (wilg ?) die van auts daer gestanden heeft en de voert van dan doer den Bosch op ten Waterganck te Materberch (de Materbergbeek). Dus vanaf de Horst naar het Hoge Bos, bij de Biessenkuil naar beneden naar de Materbergbeek.  



De zuidgrens komende van de Horst over Cracouwen en de Hoogte naar de Materbergbeek in het Hoge bos.

Via de beek gaat de grens naar de molen en door het molenrad. Vandaar naar de Hemelbeek die door de twee Tsenten geet. De twee Tsenten is de Sainterbeemd, twee eilanden (waarschijnlijk alleen bij hoog water). Vandaar in de Maas tot op de helft van de stroom. We zijn nu aangekomen in de beemden van Elsloo tegenover Boorsem.



1935                                                                  1983

Het gebied tussen duiker en kanaal in 1935 en 1983.
Blijkbaar is de grens met Geulle hier ooit rechtgetrokken. In 1935 volgt ze nog de oude loop. Later is de grens hier rechtgetrokken. Als men goed kijkt, ziet men dat de grens eerst niet door de duiker gaat, maar ervoor lag. Men heeft eerst de duiker gebouwd en toen de beek omgelegd. Vandaar dat die van Gäöl het niet na kunnen laten om de Aelsenaeren duidelijk te maken dat deze duiker op het Gäöls ligt en de beek erdoor niet de grens is. De grens is ook in het kanaal gecorrigeerd en gaat dan recht naar de Oude Maas en volgt deze tot aan de Maas zelf. Eerst volgde de grens tot aan de Maas de loop van de Hemelbeek.
Ook ziet men op de kaart van 1935 bij de kromme dijk nog de oude loop van de Roeschert ingetekend.Het is ons niet helemaal duidelijk hoe de beken nu precies liepen. Op de kaarten lijkt het of het min of meer een stelsel was waarbinnen waterlopen zelfs kruisten. Mogelijk zijn oude en nieuwe lopen door elkaar getekend. Op de kaart is de huidige loop van de Hemelbeek herkenbaar.Men kan ook zien dat de grens vanaf de Zandberg niet de huidige loop van de beek maar de oude aan de voet van de Zandberg volgde.  

De Westgrens
De grens volgt dan de rivier naar het noorden tot Lonegens weerde (helaas een onbekende benaming). Deze weerd behoorde Elsloo toe. Van dan ging de grens recht op Kerstgens Valdere (eveneens een onbekende benaming) en dan, via huidig Belgisch gebied, verder. Zonder twijfel was hier sprake van de Maas in haar oude bedding door de Kotemerweerd links van de Hal in de richting van Geneuth (tegenover Groot Meers). Aangezien de akte uit 1462 is en rond 1459 de doorbraak van de Maas bij de Hal zou hebben plaatsgevonden (volgens Peter Treckpoel) kan dit de reden van de kasteelheer zijn geweest voor zijn opdracht voor de bijfanck. Van de andere kant wijst niets in de tekst op een grote Maasverplaatsing. De uitdrukkelijke vermelding dat de onbekende Lonegens weerd tot Elsloo behoorde kan hier op duiden. De grensbeschrijving hier verder gaat langs Mechelen en Vucht en via de Maasband terug. Deze beschrijving valt echter buiten dit bestek.  



De westgrens volgde het midden van de Maas die alles behalve stabiel was. On der andere hebben e boogvormige oude Maaslopen onder Vucht  eens de grens met Elsloo  gevormd.

De Noordgrens
Wij steken onder de Scharberg over en beginnen weer bij Scherren en volgen vanaf hier de grens over de Scharstraat (de helft was Elsloo, de andere helft Stein) tot aan het vertrekpunt in de Drie Kuilen.

Van Scherren naar de Drie Kuilen.Op deze kaart uit 1905 is Scherren al lang in de Maas verdwenen en loopt de grens met Stein langs een smalle strook langs de Maas naar Meers.. Nadat de Maas de hele Lindendries had afgespoeld, had Elsloo geen verbinding meer over land met Meers. Rond 1850 heeft er een ruil met Stein plaatsgevonden. Een gebied onder de Maasband werd toen geruild tegen een strook langs de Maas om zo weer een verbinding met Meers over eigen gebied te krijgen.

Laat reactieformulier zien