logo box 450x250 historie dba67b

Deel 34: Ut Sjèkkendaal.


Ut Sjèkkendaal
Het Seeckendaal of ziekendaal is de algemene naam voor het dal tussen de Gellik en Beek. De weg door het dal is het Seeckendaalstraatje. Voor de weg komen we in de archieven diverse benamingen tegen. Zoals “Beeckerwegh”,  “weg naar Beek” ,  “het straetje naar het Putje”,  “het Cleen Straatje”. Rond 1900 heet de straat (inclusief Aan de Gellik) de Heesterboschweg. Volgens de overlevering komt de naam van zieken. Deze zieken zouden gewonde soldaten uit de Spaanse oorlog zijn geweest  die in het dal verpleegd werden. Het feit dat men in de overlevering Spaanse oorlog gebruikt, duidt op de realiteit van de overlevering. Deze naam moet overgeleverd zijn want dit is inderdaad de naam die in de archieven voor de 80 jarige oorlog (1568-1648) wordt gebruikt.  De verteller kan dit dus alleen uit overlevering weten. Ook spreken (voor zover bekend) de archieven pas na deze oorlog van het Seeckendaal. Voor deze oorlog heette het dal de “Heestertdelle”.

Het Seeckendaal in 1815. Het Seeckendaal in 1815

Het is goed te zien dat het einde van het straatje door drie percelen heen gaat. Dit betekend dat deze percelen ouder zijn dan de weg en dus het een jonge weg. Oude wegen doorsnijden geen percelen omdat de weg ouder is dan de verkaveling van het gebied. Hij was er al voordat het gebied verkaveld was en diende als uitgangspunt voor de percelen. Vandaar dat men deze manier oude wegen van nieuwere kan onderscheiden. Dit fenomeen komen we meestal tegen bij wegen die eerst doodlopende ontginningswegen of veedriften waren, maar later pas doorgaand werden (hierbij moest men dan door percelen).

De weg achter de Weiden
Vanuit het Einde loopt er een verbinding met het Seeckendaal achter de huisweiden van de boerderijen aan de Daalstraat. Dit is de “weg achter de (huis)weiden”. Boven op de Heuvel sloot dit aan op het voetpad over de Heuvel van Elsloo naar Beek. In de archieven komen we voor deze weg geen aparte naam tegen. Het is een weg die mede dient als verbinding tussen het Einde en het Seeckendaal.

In rood de vermoedelijke oorspronkelijke loop van de “Weg achter de weiden” voor 1800 getekend op kaart rond 1815. Deze weg kende een aftakking naar het Seecken-daal, vermoedelijk een voetpad dat aansloot op een voetpad over de Heuvel. In blauw de huidige weg. In rood de vermoedelijke oorspronkelijke loop van de “Weg achter de weiden” voor 1800 getekend op kaart rond 1815. Deze weg kende een aftakking naar het Seecken-daal, vermoedelijk een voetpad dat aansloot op een voetpad over de Heuvel. In blauw de huidige weg.

In de archieven wordt hij omschreven als de “weg achter de kapel om”. Deze aanduiding valt beter te begrijpen als men bedenkt dat de uitmonding in het Einde ooit korter bij de kapel heeft gelegen. Maar niet alleen de uitmonding ervan. We beschikken over aanwijzingen dat deze veldweg tot in de 18e eeuw korter bij de huizen van de Daalstraat heeft gelopen. Later is de weg een hele rij percelen opgeschoven. Hierbij verschoof zowel de uitmonding op het Einde als in het Seeckendaal. De oude loop van de weg en de uitmonding korter bij de kapel hangt ook weer samen met de aanduiding “Aan het Veldgaet”. Het is heel goed mogelijk dat op de plaats van de oorspronkelijke weg ooit een landwering heeft gelegen als onderdeel van een totale landweer (zie eerdere beschrijvingen van landweren) om Catsop heen.

Ut Sjèkkendaal vanaf de Hoakel gezien.. Een mooi stukje Limburgs landschap dat echter richting Beek helaas deels bedorven wordt door horizonvervuiling van de autoweg en vliegveld.
Ut Sjèkkendaal vanaf de Hoakel gezien.. Een mooi stukje Limburgs landschap dat echter richting Beek helaas deels bedorven wordt door horizonvervuiling van de autoweg en vliegveld.

De Brakkert
De Brakkert is de naam voor de helling in het Seeckendaal Tussen de uitmonding van de “weg achter de weiden” en de Gellik . Hier liep ook ooit een voetpad de Heuvel op. Dit voetpad heette het Stegelke (draaihek als doorgang door de heg rond een weide).

Er bestaat enige onduidelijkheid over de precieze ligging van de Brakkert. We hebben namelijk ook uit mondelinge overlevering opgetekend dat het vlakke gebied in de hoek tussen het Seeckendaalstraatje met de Weg achter de weiden eveneens Brakkert werd genoemd. De naam Brakkert zou volgens de overlevering ook samenhangen met de naam Seeckendaal. Brakkert zou van barakken komen, de keten waarin de soldaten verpleegd werden en die hier gestaan zouden hebben. Het lijkt ons aannemelijk dat deze barakken op het vlakke gebied hebben gestaan en niet in de helling. Mogelijk werd de naam ook voor de helling gebruikt als “Aan de Brakkert” dus bij de barakken (die dan aan de overkant van de weg hebben gestaan). Ook hier weer een aanwijzing van de realiteit van de overlevering. Zonder rechtstreekse overlevering is het moeilijk om het woord barakken met Brakkert in relatie te brengen. Men is eerder geneigd de uitleg te zoeken in een samenhang met braak liggen. In 1736 Komen we inderdaad een vermelding tegen “omtrent de b(a)rakken”, welke wordt geplaatst op de helling van de Heuvel.

Op deze kaart uit 1935 ziet men het voetpad “het Stegelke” over de Brakkert de Heuvel opgaan. Het beschreven gebied in 1950. Heel goed zijn merkwaardige driehoeken te zien. Dit zijn stukken van land die behoren of behoord hebben tot percelen aan de andere kant van de weg. De weg gaat hier door de percelen.
Op deze kaart uit 1935 ziet men het voetpad “het Stegelke” over de Brakkert de Heuvel opgaan.
Het beschreven gebied in 1950. Heel goed zijn merkwaardige driehoeken te zien. Dit zijn stukken van land die behoren of behoord hebben tot percelen aan de andere kant van de weg. De weg gaat hier door de percelen.

Groenen Graaf
Aan de (vanuit Catsop gezien) linkerkant van het Seeckendaal staan de benamingen van het gebied in relatie tot de Heuvel waarvan de hellingen deel uitmaken. Zo worden percelen hier aangeduid met “Aan het hangen van den Heuvel” . Hiermee bedoeld men dat de percelen liggen in de (steile) hellingen van de Heuvel. Ook worden percelen vermeld die liggen “op ten Groenen Graaf der lanxt den Heuvel gaat”. Waarschijnlijk bedoelt men met deze graaf de onderste en grootste van de drie onder Heuvel beschreven graften.

Het Heester(t)bosch 1942 Het Heester(t)bosch 1942

Het Heestert
Het Heestert beslaat een groot deel van het veld rechts naast het Seeckendaalstraatje, achter “de weg achter de weiden”. Het Heestert bestaat uit twee delen. Het Groot en het Klein Heestert. Het Groot Heestert ligt aan de grens met Beek boven “het Putje”. Het gebied boven (en waarschijnlijk ook onder) de grote graft bij het waterbekken, de Heestert of Hoge Graaf, is het Klein Heestert. Het Heestert was een bos en heette ook Heestertbosch. Nog in 1573 ligt hier 1,5 morgen bos wat “het Heestert” heette. Dit gebied was waarschijnlijk een van de laatste gebieden die ontgonnen zijn. Het bos je was toen een restant van een groter geheel dat voor en na werd gekapt. Ook in de naam komt het bos terug. Het Heestert, Heystert, Hestert, Hastert  komt van heester of heister wat boomstam of knuppel betekend. Lange tijd heeft dit bos het dal gedomineerd aangezien het Seeckendaal heel lang en vanouds her Heestertdelle heeft geheten.

Het Putje in het Seeckendaal aan de grens met Beek. In het midden  ziet men het kleine beekje lopen. Op de achtergrond de Heestertgraaf en het Seeckendaalstraatje.
Het Putje in het Seeckendaal aan de grens met Beek. In het midden  ziet men het kleine beekje lopen. Op de achtergrond de Heestertgraaf en het Seeckendaalstraatje.

Het putje
Halverwege het Seeckendaal aan de grens met Beek, ligt aan de rechterkant een drassig terrein waaruit een heel klein naamloos beekje ontspringt. Al eerder moet dit water hier gelopen hebben, althans een bron ontsprongen. In de archieven komen we namelijk hier de benaming “het Peutiën”( Putje) tegen. Put is niet alleen een gegraven waterplaats maar ook een oud woord voor bron. De omgeving van de bron wordt in de archieven “aan, bij of boven het Putje”  genoemd.  Gezien het gebruikte verkleinwoord is deze bron blijkbaar altijd zwak geweest. Vroeger liep dit water een eindje richting Gellik en verzonk het water in de weilanden op de plaats waar nu de waterbuffer ligt. In de jaren 70 is het water nog een tijd langs de weg geleid naar het riool. Nu loopt het in het waterbassin. Onder Gellik beschreven we al de doorvoer van dit water. In het Seeckendaal komen we ook nog vermeldingen tegen van een (niet bepaalde) watergrub en van een Smispoel. Deze vermeldingen staven het vermoeden dat ook vroeger al er een zwak waterstroompje in het Seeckendaal heeft bestaan.

Aan het Putje aan de grens met Beek en het Heestert. Men ziet hier dat de gemeentegrens met Beek  de perceelsgrenzen volgt.

De Vossekuil
Aan het einde van het Seeckendaal  op Beker gebied lag de Vossekuil. In de archieven komen we de vermelding tegen van “achter Catsop aan die Vossekuyl”. Volgens de overlevering werden hier ooit vossen in een speciale valkuil gevangen. In de naam van het tankstation langs de autoweg heeft men de namen Seeckendaal en Vossekuil gecombineerd tot Vossedal.

Laat reactieformulier zien