logo box 450x250 historie dba67b

Deel 32: Catsop.

Catsop 1950.

Catsop 1950.

Catsop is van oudsher een gehucht van Elsloo. Alles wijst erop dat Catsop ook vanuit Elsloo is gesticht. Het gehucht vertoont de typische kenmerken van een middeleeuwse ontginnings-nederzetting namelijk een grote laathof ( de hof van Catsop) met boerderijen langs oude doorgaande wegen. De diverse  namen van de velden rond Catsop duiden op de ontginning van woeste gronden. Deze namen hebben vaak betrekking op bossen en op de bossen opvolgende weidegebieden. De vroegst bekende vermelding van Catsop dateert uit 1367. Catsop is echter ouder, althans de naam Catsop. Net als bij Terhagen denken we namelijk dat de naam Catsop ouder is dan het gehucht zelf. Catsop is o.i. afkomstig van een samentrekking van de middeleeuwse woorden “cateile” en “tsop of cop”. Cateile betekend vee (dit woord bestaat nog in het Engels voor vee namelijk catle). Het tsop of scop betekend: hoogte, top van een berg of heuvel e.d. De naam Catsop kan dus van “veehoogte” komen. Een ten opzichte van Elsloo hoger gelegen weidegebied.  

De herleiding van “veehoogte”  menen we als volgt te kunnen verklaren. Voor het jaar 1000 was de veeteelt veel belangrijker dan de akkerbouw. Ook toen de akkerbouw steeds meer in belang toenam bleef de veeteelt van groot belang. Men had de mest namelijk nodig t.b.v. de bemesting van de akkers. Daarom ontkwam men er niet aan om grote gebieden als weide-gebied te reserveren.  Dit waren in eerste instantie de beemden en de reeds ontboste gebieden die gebruikt werden als veeweide. Dit aanvankelijk onbewoond weidegebied kan al Catsop hebben geheten voordat er ook maar een huis  stond. We gaan er vanuit dat Catsop in oorsprong een weidegebied van het oude Elsloo was, te bereiken via de Kaakstraat en vervolgens de Catsopperstraat .

De Catsopperstraat. De Catsopperstraat.

In de loop van de tijd werden steeds meer ruwe weiden (grausen) vrijgegeven  voor omzetting in akkers. Dit kon echter niet zonder meer. Voor de nieuwe akkers, had men mest nodig. Daarom moest men als men van weidegronden akkers ging maken ook naar verhouding bos ontginnen voor weidegebieden. De ontginningen konden echter niet onbeperkt doorgaan. Op een gegeven moment liep men tegen grenzen aan. Er diende namelijk een verhouding tussen de oppervlakte aan akkerland en weidegebieden te bestaan (die kon overigens per grondsoort verschillen). De verhoudingen in Elsloo zijn ons niet bekend. Maar die was zeker niet een op een. Men moet hierbij denken dat men als weidegebied meervouden van de oppervlakte aan akkers nodig had.  

Men kon dus pas verder gaan met de ontginningen als men vervangende weidegebieden en aanvullende voor de nieuwe akkers kreeg. Dit probleem werd waarschijnlijk opgelost door het ontstaan van de Graetheide. Dit was namelijk tot in de 13e eeuw het Graetbos. Toen dit bos gekapt was, ontstond er een groot nieuw weidegebied en kon men de ontginningen afronden. Ook zullen in die tijd de veedriften naar de heide toe ontstaan zijn. Zoals we eerder zagen, de Elserveeweg en de Catsopperveestraat. Hoe en wanneer de ontginningen precies zijn uitgevoerd, zal echter wel nooit meer te achterhalen zijn. Men spreekt hier over een proces van eeuwen. Tevens zijn er niet steeds nieuwe gebieden ontgonnen. Wel zijn nog heel wat gegevens over dit proces te achterhalen o.a. door het bestuderen van de samenhang in de kadastrale lijnen op de oudste kaarten. Later zullen we hierop terugkomen.

De hof van Catsop
De oudste nederzettingen, zoals Elsloo, ontstonden op de meest gunstige plaatsen nl. de rivier en beekdalen. Hier was stromend water, liepen de wegen, lagen de hooilanden, de weiden, de akkers en de bossen kort bij elkaar.  Rond het jaar 1000 kwamen de minder gunstig gelegen maar nog redelijk vruchtbare terreinen aan bod. Die werden dan op grote schaal ontgonnen langs de wegen werden de boerderijen gesticht. We kunnen aannemen dat deze ontwik-keling ook aan het ontstaan van Catsop maar ook aan de andere gehuchten van Elsloo ( de een wat vroeger, de ander later) ten grondslag heeft gelegen.

De hof van Catsop. De hof van Catsop.

De ontginningen rond Catsop werden dus niet ten behoeve van boerderijen in Elsloo uitgevoerd, de akkers lagen hiervoor ook te ver weg. De laat of wenhof van Catsop was het centrum van de ontginningen. Hij werd mogelijk oorspronkelijk gesticht als een kalverhof, een veeboerderij  later wordt het een akkerbouwbedrijf. We vermoeden dat ongeveer het hele Mergelakker tot het grondgebied van de hof heeft behoord. De laathof was leenplichtig aan de Heer van Elsloo en een zelfstandige administratieve eenheid. De vertegenwoordiger van de Heer op zo’n hof was een halfer. Dat wil zeggen hij betaalde de helft van de opbrengst als pacht. De werknemers werden laten genoemd. Vandaar de naam laathof.

De laten dienden op het land van de hof te werken in ruil kregen ze een stuk land van de hof toegewezen waarop ze hun boerderijtje mochten bouwen met een stuk grond om zelf te bewerken. Eigenlijk betaalden ze hun pacht in de vorm van verplichte arbeid. Daarbij waren ze verbonden aan het land, dat betekende dat men niet uit vrije wil kon vertrekken men was horig (men behoorde toe)  aan de grond. Eigenlijk waren het gewoon slaven. Maar dat woord gebruikt men niet graag. Dat betekend namelijk dat de edelen slavenhouders zijn geweest en hun afstammelingen willen dat liever niet weten. Dat zou ook betekenen dat wijzelf voor het merendeel afstammen van slaven. Daarbij heeft de kerk in dit stelsel een grote rol gespeeld. Ook zij heeft in de middeleeuwen enorme gebieden geexploiteerd.

Later vervallen de verplichtingen aan de hof en verpacht men het land aan de vrije landbewerkers (de voorlopers van onze boeren). Deze betalen dan eigenlijk nog een afkoopsom voor hun verplichtingen, de cijns. De registers waarin deze cijns werd bijgehouden en waarin bijkomstig de percelen en de cijnsplichtigen uiterst nauwkeurig worden beschreven met betrekking tot ligging en omvang, vormen de basis van deze artikelen. Later wordt er steeds meer land aan de boeren verkocht en worden het zelfstandige  boerderijen.

Catsop rond 1820. Catsop rond 1820.

Catsop rond 1820. Duidelijk is dat Catsop bestaat uit een drietal woonkernen rond de Hof. De ontwikkeling staat niet stop, het huidige Mergelakker kan men als de vierde woonkern zien. De historie van de hof zelf verdiend overigens een aparte studie. Pas dan kan men ook een helder beeld van de ontwikkeling van Catsop krijgen.


Het oudste Catsop
Men kan zich afvragen wat nu de oudste bebouwing van Catsop is. Als men naar de oude kaarten kijkt, valt het op dat Catsop uit drie delen bestaat.  De Dries, de Daalstraat en het Einde. Het lijkt erop dat het oudste deel de huizen bij de Dreeschpool zijn. Die liggen het dichts bij de hof en kennen een zeer versplinterde, dus oude, perceelsindeling. Gezien de perceelsindeling en regelmatige bebouwing lijkt de Daalstraat van latere datum  en het jongste deel is de bebouwing aan het Einde. Dit lijkt allemaal zo, of het werkelijk zo is geweest is de vraag.  

Zo kan de vermelding van  “den Gebranden hof” aan de Gellik duiden op een noordelijker voorganger van de huidige hof of zelfs op een tweede hof.  Indien dit inderdaad zo is geweest, dan is Catsop misschien (verschillend in tijd) ontstaan wel uit twee aparte groeikernen nl. de Daalstraat en de Dries. Men moet er ook niet vanuit gaan dat de hof altijd op de plaats van de huidige heeft gestaan. We  weten namelijk dat in de huidige tuin en in het weiland van de huidige hof vanaf de kapel tot aan de Dries meerdere woningen hebben gelegen. De hof zelf heeft waarschijnlijk eerst korter bij de Dries gelegen dan nu. Men kan dus met de ontwikkeling van Catsop alle kanten op.    

De Catsoppenaeren
De mensen van Catsop zullen in oorsprong uit Elsloo, maar misschien ook van elders, als laten aan de hof zijn verbonden. Doordat de bebouwing van Catsop toch op enige afstand van Elsloo ligt, ontwikkelde zich toch een zelfstandige groep binnen de bevolking van Elsloo, de Catsoppenaeren. Kende Elsloo een bevolking die meer “trok” op dorpen aan de overkant van de Maas en Stein.  Die van Catsop “trok” toch meer naar  Beek, Geverik en Geulle. Dit had niet alleen te maken met de ligging maar ook naar verhouding  grote aantal boerderijen in Catsop. De boerenbevolking huwde meer in eigen kring en die vond meer aansluiting in vermelde dorpen dan in Elsloo. (Natuurlijk is er ook altijd vermenging tussen Catsop en Elsloo geweest.) Er bestond en bestaat onder de Catsoppenaeren  een gevoel van een eigen idenditeit en onafhankelijkheid.  Dit uitte zich tot in recente tijden in het streven naar de mooiste wagen/groep in de optocht tot vechtpartijen op het schoolplein. De spoorlijn fun-geerde hierin als grens. We hebben zelfs van iemand opgetekend dat er vroeger (voor de tweede wereldoorlog)  zelfs verschil in het dialect tussen Catsop en Elsloo te horen was. In wezen is de achtergrond van het verschil tussen beide het feit dat Elsloo de sociale en economische achtergrond van een Maasdorp en Catsop van een Zuid-Limburgs plateaudorp c.q. gehucht heeft. Al eerder gaven we aan dat het gebied van Elsloo ligt op de grens van het Graetheideplateau en het plateau van Schimmert. Elsloo ligt op het een, Catsop op het ander.

Tot op de dag van vandaag bestaat er een apart gevoel voor het eigene in Catsop welk zich vaker uit in een (ludieke) strijd  tegen Elsloo. Op de foto maakt een Catsoppenaer tegen de schrijver van deze reeks  (Aelsenaer) duidelijk dat deze zich op “vreemd gebied” bevind. Zijn vrouw laat dit allemaal koud. Opmerkelijk is dat de vrouw inderdaad een echte Catsopse is, maar haar man (Vincent Everaers) eigenlijk……….een geboren Aelsenaer is, maar zijn moeder was geboren ….in Catsop! Het is en blijft een mooi spel. Feit is dat Catsop een hechte gemeenschap is en dit hopelijk nog lang zal blijven.

Pierre Lemmens (Patronaatsknöppele en Waerknöppele) ook geboren en getogen in Catsop schreef een treffende herinnering>>>
Zoals iedereen vroeger had ook hij een bijnaan: Pierre van Lies van Tjeu van Tien van ’t einhèndje. Waar de naam vandaan kwam, moet u maar aan Pierre vragen.....

Laat reactieformulier zien