logo box 450x250 historie dba67b

Deel 27: Rondom Terhagen I


Het Hertogrijk

In de archieven wordt in de 16e eeuw melding gemaakt van een veld in Terhagen dat het Hertogrijk wordt genoemd (een weyde in dat Hertogrijck”) . Dit hebben we echter nog niet kunnen plaatsen. N.a.v. van deze adellijke naam willen we deze wel gebruiken om nog even in te gaan op een overlevering die verteld dat Terhagen ooit een zelfstandig Graafschap of i.d. is geweest en een eigen kasteel heeft gehad. Mogelijk dat deze overlevering terug te voeren is op de naam “Hertogrijk”.

Hoewel deze overlevering ongeloofwaardig klinkt, is het van de andere kant ook weer niet uit te sluiten dat hier waarheid in schuilt. Een Heerlijkheid, als Elsloo, kende vaak aparte deelgebieden die een zelfstandige administratie voerden maar wel leenplichtig (ondergeschikt) aan een hogere Heer waren. Een voorbeeld hierin is de, later te behandelen, hof van Catsop. (We zullen bij de behandeling van de bossen nog een verrassend gegeven op het gebied van bewoning tegenkomen.) De bezitter van een dergelijk leen was leenplichtig (ondergeschikt) aan de kasteelheren van Elsloo. Een dergelijke zelfstandige deelgebied kon ook over een (klein) verdedigbaar gebouw beschikken. Gezien de eerder beschreven mogelijke functie van de heuvel voor Terhagen in het kasteelpark, een kasteelberg, de grotere omvang in vroegere tijden van het gehucht, en de afwijkende perceelsindeling (waarover later meer) rond Terhagen, sluiten wij hier niets uit.

Aan “ut Knaupes”.

Aan “ut Knaupes”.

Aan “t Knaupes”
Dit is de naam van het punt bij de spoorbrug bij de splitsing van wegen voor de spoorbrug. Hier in de buurt moet een knopenfabriekje hebben gestaan. Uit beenderen van dieren werden hier knopen vervaardigd. Het dialect woord voor knoop is “knaup” vandaar ook “knaupes”. Het is ons niet bekend waar dit fabriekje gestaan heeft. De overlevering verteld van bebouwing in de weilanden zowel links als rechts op de hoek van de weg die naar de kern aan de bosrand voert. Dit was, volgens de overlevering, niet het enige knopenfabriekje in Terhagen. We gaven al eerder aan dat er langs het voetpad dat langs de kern van Terhagen het bos invoert. Nabij de trappen in dit voetpad ook een huis heeft gelegen. Ook dit zou een “knaupes” zijn geweest.

De Kniensheuvel
De Kniensheuvel (knien is dialect voor konijn) is geen historische naam. Deze naam is later gegeven aan het  hoger gelegen bosgebied langs het spoor ten zuiden van Terhagen. De “Kniensheuvel” is eigenlijk een restant van het grotere Boursveld. Dit veld zullen we later nog behandelen. Het Boursveld verdween grotendeels door de spooraanleg en aan de westkant van het spoor boven de steile Maasdaloever, bleef een restant over. Dit restant raakte deels bebost en bestaat voor een ander deel uit weilanden. Afgescheiden van het overig deel van het veld kreeg dit de naam “Kniensheuvel”. Ongetwijfeld zo genoemd naar het veelvuldig voorkomen van konijnen in het bos en rond het spoor. In de laatste wereldoorlog stortte er een Duits vliegtuig neer op de “Kniensheuvel”. Dit is vorig jaar opgegraven.

1935. De ingegraven spoorlijn te Terhagen. In het midden zijn goed de vergravingen als gevolg van de opschuiving van het spoor te herkennen.
1935. De ingegraven spoorlijn te Terhagen. In het midden zijn goed de vergravingen als gevolg van de opschuiving van het spoor te herkennen.

Bie de Plobas
Ook ligt er op de Kniensheuvel een eenzaam huis. Dit is een spoorwachterwoning. In de 19e eeuw is nabij Geulle het spoor door drijfzand afgeschoven. Drijfzandbanken komen in dit gebied veelvuldig in de ondergrond voor en hebben meermaals het spoor bedreigd. Men heeft hier zelfs het spoor opnieuw gelegd door het meer in de helling te leggen. De vergravingen hierdoor zijn op de “Kniensheuvel” langs het spoor nog goed te herkennen aan de grondophopingen. De spoorlijn bij Terhagen was een moeilijk traject. Hier moet de spoorlijn komende van Maastricht de hoge Maasdaloever beklimmen om vanaf Elsloo verder over het vlakke Graetheideplateau naar Sittard te gaan.Op de spoorbrug van Terhagen kan men goed zien hoe diep de spoorlijn in het terrein is ingegraven. Om dit gevaarlijke tracé tussen Geulle en Elsloo te bewaken bouwde men een woning op de “Kniensheuvel”voor een spoorwachter die het tracé diende te controleren. In de 20e eeuw woonde hier een ploegbaas van de spoorarbeiders. Dit verbasterde via het dialect (ploeg is ploog) van ploogbaas naar plobas. Hiernaar werd en wordt de omgeving van het huis nog genoemd.

Het huis van de “Ploegbaas” op de “Kniensheuvel.” Het huis van de “Ploegbaas” op de “Kniensheuvel.”

De Terhagerdorpstraat
Veel straten kent Terhagen niet. Toch had het een hoofdweg en dat was de weg vanaf de spoorbrug naar de kern aan de bosrand. Althans zo werd de weg in 19e eeuw genoemd. In de vroegere archieven komen we de Terhaegerweg tegen die vanaf de Lindebergstraat naar de kern van Terhagen voerde.

Kaart uit de tijd van de aanleg van het spoor ca. 1865.

Hier ziet men goed de wegen die tengevolge van de spooraanleg zijn omgelegd en verdwenen. Nu ligt de brug in het verlengde van de Terhager Dorpstraat.

Links en rechts van het spoor (in de grijze stroken) kwamen parallelwegen die de verbroken wegen met de spoorbrug moesten verbinden.

Vanaf de nog bestaande boerderij aan de voet van de “Kniensheuvel” boog de weg af door het spoortracé naar het “Armsterveld”.

De Stegelkensberg
Voor de aanleg van de spoorlijn bestond er iets ten noorden van de huidige spoorbrug een merkwaardige wegensituatie. Vanuit de Lindebergstraat  vertrokken twee wegen vanuit een punt naar Terhagen. Dit punt is overigens nog steeds als een kleine driehoek aan de Lindebergstraat te herkennen. De weg die nu nog naar de spoorbrug voert is de het restant van de Terhagerstraet, later wordt deze de Stegelkensberg genoemd.

Een stegel is een draaihek waar een voetpad door een heg gaat. Halverwege deze weg vertrok vroeger een voetpad over (het nog te behandelen) Veldje.Deze weg ging rechtstreeks naar de kern van Terhagen. De andere weg boog naar links en sloot aan op de nog bestaande weg langs de Medammerweide naar het Terhagerpötje. Dit is de Slinksgats (waarvoor we overigens geen naamsverklaring hebben). Men kan zich afvragen waarom op zo’n klein gebied twee wegen naast elkaar lagen. We denken de verklaring hiervoor te moeten zoeken in oude verbindingen van Catsop (en verder) over het Lindeberg met Terhagen, Elsloo en de Maas. Door deze weg kon men via de Slakberg Elsloo of langs het Terhagenpötje de Maas bereiken. Ook was het via Terhagen de kortste weg voor de Catsopenaren naar de beemden, dus de hooilanden.

Tenslotte was dit de weg naar het Terhagerpötje dat zelfs water leverde in zeer droge tijden, waarin mogelijk de watervoorziening (putten) in Catsop problemen opleverde.

De Stegelkensberg en Kalderberg in 1847. De Stegelkensberg en Kalderberg in 1847.

De Kalderberg
Loopt men vanaf de Kaakstraat langs het spoor naar de spoorbrug van Terhagen, dan ziet men dat deze brug eigenlijk op de top van een kleine heuvel ligt, die wordt doorsneden door de spoorlijn. De heuvel ligt ongeveer tussen de Lindebergstraat en de Terhagergats in. Deze heuvel als geheel was de Kaldenberg. Een naam die we ook als Cauwenberg of Kauwberg tegenkomen. Beide namen drukken hetzelfde uit namelijk: kalveren of in het dialect “cauver”.

De naam duidt ook hier op het gebruik van het gebied in de tijd dat de veeteelt overheerste namelijk als kalverweide. Een dergelijke weide werd extra bemest en was bestemd voor de kalveren en melkvee. Omdat de hele berg zo heet denken we dat deze als zodanig al in gebruik was voordat het gebied verkaveld werd, dus globaal voor het jaar 1000. De begrenzing van de kalverweide is moeilijk aan te geven, mogelijk behoorde ook delen van de latere Medammerweide hiertoe.
Een goed punt om de heuvel te herkennen is als men voor de ingang van de tennisbanen in het kasteelpark in de richting van de spoorbrug kijkt.

Laat reactieformulier zien