logo box 450x250 historie dba67b

Deel 20: Aan de Maas


Op de Maas.
In de inleidende artikelen gaven we al aan (en zagen we in het geval van de Jodenstraat en de Straet) dat er in Elsloo diverse gehuchten en buurten in de loop van de tijd verdwenen zijn. Een van deze gehuchten/buurten was “Op de Maese”.

In de archieven komen we “Op de Maese “ tegen als naam voor het gebied wat later “Onder de Berg” zal worden  genoemd. Het gebied tussen het huidige kasteel en de Maas. Dit gebied was van groot belang in het oude Elsloo en is meermaals.  Zo lag hier een belangrijke water en wasplaats (de bron in de Maasberg en de Molenbeek),  vond het contact met de rivier plaats en was er de veerovergang, lag er het bestuurlijke centrum (het kasteel), het economische centrum  (Kasteelboerderij, watermolen en brouwerij) en een aarden verdedigingswerk (de Schans). Net als boven op de Berg heeft de Maas ook hier veranderingen afgedwongen en aanpassingen noodzakelijk gemaakt. Als men nu de Maasberg afdaalt, ontkomt men niet aan het gevoel dat de natuurlijke draai van de weg je stuurt naar de toegangspoort van het pleintje voor de grote schuur (s’Heeren-schuur),  nu de zaal van het hotel kasteel Elsloo. Dit is geen toeval. Tot in de jaren 50 van de 19e eeuw was dit namelijk ook zo. Op een kaart van rond 1850 is die situatie nog duidelijk zichtbaar. De huidige Maasberg langs het kasteel bestond toen ook al. Maar dit was geen weg maar een steeg die de voet van de helling volgde tot aan het kasteel in de Maas, de Batsteeg (Bat moet men hier uitleggen als kade). Deze kade fungeerde als veerdam maar ook werden hier goederen (zoals stenen, mergel en kolen) gelost en geladen op maas-schepen. De Batsteeg was de toegangsweg naar de Maas en het bat.

De Maasberg zelf liep toen inderdaad waar nu de poort is en vervolgens door de bebouwing van het huidige kasteel (tussen de schuur en de rentmeesterwoning door) en draaide in een lichte bocht naar een bruggetje over de Molenbeek . Dit lag ter hoogte van de huidige brug / dam van de kasteelvijver) en was de  toegang tot de beemden in de vorm van een voetpad door de beemden naar Geulle aan de Maas.

De Maasberg rond 1850. Hierop ziet men duidelijk dat er onderaan de helling twee door wegen omsloten driehoeken liggen.

In de kleinste driehoek is een gebouw ingetekend de rentmeesterwoning (de latere fanfarezaal) en aan de basis van de onderste staat een groot gebouw, mogelijk het pakhuis in de Schans, ingetekend.

Rond 1600 lag hier het contact met de rivier en niet bij het kasteel in de Maas. Ook lag hier toen vanaf 1552 de Slakmolen en haaks hierop de oudere brouwerij, het “Panhuys” van Elsloo. De watermolen bestaat nog en is opgenomen in de bebouwing van het kasteel. De watermolen is gebouwd door de Heer van Elsloo, het Panhuys werd aangekocht en verbouwd tot het (in 1885 afgebrande) woonhuis van de Kasteelheren van Elsloo. Voor de bouw van het kasteel lagen er (rond 1600) naast (het nog bestaande) woonhuis van de kasteelboerderij (de Fonteyn) twee huizen, dan volgde de watermolen en de brouwerij op de Slakbeek en hiernaast lagen weer twee huizen. De huizen werden afgebroken om rond 1600 het huidige kasteel te bouwen. Het kasteel in de Maas was afgeschreven en er moest een nieuwe zetel komen, buiten de gevarenzone van de Maas.  De weg werd hierbij echter niet opgeheven. De rentmeesterwoning lag hierdoor apart in een (beschreven) kleine driehoek. Halverwege de 19e eeuw heeft Graaf de Geloes deze weg doen opheffen om de woning met de overige kasteelgebouwen te kunnen verbinden.

Het “Panhuys”, de zetel van de kasteelheren van Elsloo. Na het afspoelen van het slot in de Maas werd in 1612 het panhuys (panhuys betekend brouwerij) omgevormd tot zetel van de heren van Elsloo.

Dit brandde in 1885 tot de grond toe af. Rechts herkend men nog de bestaande siertoren uit 1843 met erachter de toren van de kerk die in 1843 in een storm verloren is gegaan.

In het restaurant van kasteel Elsloo is de gevelsteen van de brouwerij met brouwerssymbolen ingemetseld.

 

Op het punt waar de weg afboog door het huidige kasteel, splitste zich een steeg af. Dit was de Batsteeg die later de weg naar de Maas zal worden. Iets verder (nu onderaan de Maasberg) voegde van rechts de Bergsteeg zich bij de Batsteeg. Op dit punt bestond er ook een verbinding tussen de beschreven vervallen weg en de Batsteeg. Dit stukje weg was de basis van de eerste kleine driehoek, die we op de kaarten kunnen herkennen en waarin het rentmeesterhuis stond.

De situatie Önder de Berg” tussen kasteel en Maas in 1925. De stippellijn is het midden van het kanaal. De weg naar de Maas is de oude Batsteeg.

Langs de Batsteeg hebben vanaf het nieuwe kasteel tot aan het slot in de Maas huizen gelegen. Diverse van deze huizen zijn afgespoeld. Voor de aanleg van het kanaal lagen hier nog enkele huizen o.a. het veerhuis. De beschreven huizen zowel op de plaats van het huidige kasteel als langs de Batsteeg vormde samen een aparte buurt van Elsloo. Deze wordt in de archieven “Op de Maese” genoemd.

De Schans
Maar daar is nog niet alles met verteld. Tussen deze twee huizengroepen in lag een open ruimte. Hier lag de Schans een aarden verdedigingswerk in de 80-jarige oorlog. Verving het huidige kasteel de woonfunctie van het oude slot, de Schans verving de vestingfunctie.


Het rentmeesterhuis van het kasteel. Mogelijk is dit in oorsprong ouder dan het kasteel zelf.

Rechts is een stuk zichtbaar van de tussenbouw welke werd opgetrokken na het vervallen van de oude weg naar de Maas.

De kleine muurtjes rechts zijn restanten van de hondenkooien. Hierin werden de honden voor de drijfjacht vastgehouden.

In de Schans lag een gebouw, een groot pakhuis.  In hoeverre het rentmeesterhuis een onderdeel van de Schans is geweest weten we (nog) niet. Wat we wel weten is dat aan de Maas een groot magazijn of pakhuis in de Schans heeft gelegen en dat de gevangenis van Elsloo “ de Schans” werd genoemd. Ook weten we dat de Hollanders in de 18e eeuw aan de Maas bij Elsloo een militair magazijn hebben gehad. Op de oude kadasterkaarten staat dit pakhuis aan de basis van de tweede driehoek ingetekend. De wallen van de Schans zijn in 1718 afgebroken voor een dijk van te maken om het kasteel te beschermen. Rest mij nog te vermelden dat langs de Molenbeek de grote bleek van Elsloo lag. De plaats waar men de witte was op het gras in de zon lieten nableken. De beemden in de buurt van de Molenbeek waren gemeenschappelijk bezit en werden “die Gemeynte” genoemd.

Hierbij moeten we het laten met de beschrijving van dit gebied. De reden hiervoor is dat de ontwikkelingen in dit gebied nog onvoldoende onderzocht zijn om een sluitende beschrijving te kunnen geven. We hopen e.e.a. van dit punt nog eens nader te kunnen toelichten.

Aan ut vaer
“Aan ut vaer” is de aanduiding voor de omgeving van de uitmonding van de Molenbeek in de Maas en het laatste stuk van de weg naar de Maas. Op dit terrein wordt nu jaarlijks een popfestival gehouden.  Dit punt is een zeer geliefde plek voor sportvissers. Tot in de 70-er jaren van de vorige eeuw kon men, via een bruggetje over de Molenbeek een kleine houten steiger bereiken waaraan het voetveer van Ernst Penders aanlegde. Om hem te waarschuwen moest men eerst in het belhuuske aan de weg de bel luiden. Ernst kwam dan over. De bel was een mooie klok die uiteindelijk is gestolen. Jarenlang heeft hier toen een grote ronde ring als bel dienst gedaan.

Het veer van Elsloo is echter niet altijd onbeduidend geweest. Het is tot in de 20e eeuw een groot veer geweest waar men met karren kon worden overgezet. Het was ook een schakel in een weg komende van Rekem door Elsloo naar Sittard (zie ook de beschrijving van het heidegebied ).


De Maasovergang in de jaren ’50 (links op de foto) en het bruggetje over de Molenbeek naar de aanlegsteiger van het veer.

Vanwege het ontbreken van de brug over het kanaal, was men om Belgie en de beemden te bereiken gedwongen om eerst het veer onder aan de Maasberg te nemen en vervolgens het voetveer over de Maas.

Voor de boeren was het een hele klus om met de hooiwagens over het veer te komen en de Maasberg te beklimmen.

Aan de overkant op de Halle lag ook een druk van deze kant bezocht café. Verder heeft het veer drukke tijden gekend als mogelijkheid voor smokkel. Men kocht er waar die in Belgie stukken goedkoper was (vooral margarine en koffie) in de nabije Belgische dorpswinkels en verstopte die op allerlei manieren in de kleren en voertuigen.

Waterrecreatie
Ook was de Maas een geliefd doel voor een uitstapje op de zondagmiddag. Niet alleen voor de Aelsenaeren maar ook vanuit Beek, Geleen en verder kwam men naar de Maas kijken. In de 50 en 60-er jaren was de Rolberg een geliefd wandel en fietsdoel met kinderen. De naam Rolberg is gegeven aan de helling langs het Julianakanaal iets verder dan de brug waar bovenaan banken staan. Hier rolden de kinderen zich door het (toen hondenpoepvrij) gras naar beneden tot ze “duuzelig” waren en “zwao dul wie ein kuuke “rondliepen. Ook kon en kan men hier mooi naar de “bwetjes kieke”.        

Voordat de dorpen en steden in de omgeving zwembaden kregen oefenden de Maas en kanaal bij Elsloo op zonnige dagen een grote aantrekkingskracht op de mensen uit. In het gedeelte van de Maas tussen het veer en een Belgische bunker (uit 1e Wereldoorlog, nu opgeruimd) ging men zwemmen. Bij het kasteel in de Maas was het te gevaarlijk, hier is het diep en zijn er draaikolken. Velen leerden hier zwemmen. Nog lang waren deze in het zwembad te herkennen aan hun “Maasslag”. Zij zwommen scheef in het water, dit moest men doen om tegen de stroom te kunnen zwemmen. Als de Maas in de zomer laag was vormde zich hier een breed kiezelstrand (wel met grote stenen) welk de Maas in liep. Langs de kant was het vrij ondiep en kon men “pootje baden” . Naar het midden was het dieper en kon men zwemmen. Tot in de 60-er jaren was het hier zomers druk. De beste zwemmers (de opgeschoten jeugd) waagden zich in het kanaal, klommen op de schepen en sprongen van de brug. Op de hellingen van de Scharberg langs het kanaal zag het dan tussen Elsloo en Stein zwart van de zonaanbidders. Met kleine kinderen werd ook er wel eens bij de brug / dam in de kasteelvijver gezwommen (in de kleine Wiert) . Het nadeel hier was het zeer koude water. Vandaar dat gezinnen naar de Maas gingen.

Aan de  Maas  loopt nog een klein gedeelte van de oude weg. Veel Aelsenaere herinneren zich nog met weemoed de warme contacten die via dit pontje met Kotem werden onderhouden.
Alleen het huisje waar de bel in hing staat zonder dak te wachten op restauratie als herinnering aan de band met Kotem.

Met het opheffen van de veerpont veranderde de afstand tussen beide gemeenschappen (met zoveel historische en familiare banden) van een in tien kilometer



Laat reactieformulier zien