logo box 450x250 historie dba67b

Deel 4: Meers, de oudste dijk.

De prijs van de Maas
De nabijheid van de Maas heeft ook altijd met zich meegebracht dat men zich met dijken tegen overstromingen moest beschermen. Of men dat van begin af aan heeft moeten doen is de vraag. Eerder beschreven we al dat de Maas de mogelijkheid had om de stroom over meerdere takken te verdelen. Wellicht hadden de toenmalige dorpen, die uiteraard ook op de hoogste punten lagen, helemaal geen dijken nodig. Met het inperken van de rivier stuwde ook steeds meer water over een kleiner wordende oppervlakte en steeg dus en moest men zich aanpassen aan de nieuwe situatie door het leggen van dijken, die in eerste instantie overigens vrij laag waren. Hierbij ging het meer om de kracht van de stroom te breken om afspoeling tegen te gaan dan werkelijk het water buiten te houden. Het kwelwater kon men namelijk niet keren en men was ingesteld op periodiek bezoek van de Maas. Daarbij lagen de meeste huizen op de hoogste gedeelten in het Maasdal.

Een overstroming had ook een voordeel. De landerijen werden dan met een vruchtbare laag slib bedekt. Nu is het slib vervuild maar toen was het een welkome bemesting aangezien men, tot in de 19e eeuw, aangewezen was op stalmest. Het Maasdal was hierdoor zeer vruchtbaar, vandaar de constante bewoning ondanks de nadelen van de rivier.

Gingen overstromingen gepaard met zeer hoge waterstanden al of niet samen met kruiend ijs, dan was men weerloos en werd er grote schade geleden. Dit was de prijs voor het wonen langs de Maas. Voor Meers is die prijs heel hoog geweest. In het begin van de 18e eeuw was de bevolking van Meers door de verwoestingen van de Maas zo verarmd dat men niet meer aan de op hun landerijen (voor zover ze nog bestonden) rustende lasten niet meer konden opbrengen en hiervan door de Heer van Elsloo vrijgesteld werden. Het moet toen wel heel erg met Meers gesteld zijn geweest, want vrijstelling van lasten was toen hoogst ongewoon.

De “vogelvlucht” kaart uit 1628 van Rekem geeft geen echt duidelijk beeld van Meers. Toch kan men e.e.a. afleiden.

De Maas stroomt vrij recht (de S bocht heeft zich nog niet gevormd) en dicht langs Kotem. De Kotemerweerd heeft de toevoeging aanwas, hetgeen duidt op een recente aanspoeling.

Er is nog een behoorlijke afstand tussen het kasteel van Stein en de Maas. Meers bestaat uit een kern en ligt achter een dijk (geel) die loopt vanaf de Scharberg de rivier volgend tot ruim achter het dorp. Deze dijk wordt aangeduid als de “oude dijk van Meers” een nieuwe is echter niet ingetekend.

Voor die dijk ligt een gebied dat lijkt op een aanwas. Waarschijnlijker is dat dit het tegengestelde is, een afspoeling. Vandaar ook misschien de benaming “oude dijk”. Die naam kan er later zijn ingezet nadat de dijk ten onder ging terwijl de dijk nog bestond toen de kaart vervaardigd werd.

Ook is de ligging het dorp dicht bij de hellingen van de Scharberg getekend. Hoeve de Weerd ontbreekt (bestond die toen wel ?) . Waarschijnlijk wordt hier de situatie weer-gegeven die bestond vlak voor de grote afspoelingen waarvan de 6 ouden van dagen getuigden.

De oudste dijk
Hoewel men al vanaf ca 1450 tegen de Maas vocht en voornamelijk op de Lindendries, wijst er alles op dat de situatie rond de helft van de 17e eeuw in een keer is verslechterd. In de archieven vinden we rond 1650 diverse kaarten en beschrijvingen die betrekking hebben op een koerswijzing tussen Geneuth en Meers. Belangrijke jaartallen zijn 1642 en 1643 (januari) in beide jaren vinden er grote overstromingen plaats en worden door de Maas overal in het Maasdal grote verwoestingen aangericht. Ongetwijfeld moeten we in die jaren ook de verandering bij Meers plaatsen. Waarschijnlijk is in 1643 de Maas doorgebroken, heeft de oude kern (de reghte Dorpstraete) afgespoeld en is bij Geneuth een andere koers gaan volgen. Vandaar ook de weerslag in de archieven die wijzen op een aanpassing aan een nieuwe situatie. Niet alleen bij Meers hebben toen grote veranderingen plaatsgevonden, maar ook noordelijker bij Berg aan de Maas en Stokkem heeft de rivier in 1642 een andere koers genomen en o.a. het oude Obbicht weggespoeld.

Uitvergroting van de oude dijk van Meers op de kaart van 1628. De dijk volgt de Maas.

Groot Meers 1930.

Langs de Grote Straat in Meers is nog duidelijk een strook zichtbaar wat een onderdeel van de oude dijk kan zijn geweest. De oude naam voor de Dijksteeg, “op ’t Diekske” , doet vermoeden dat ook dit tot de oude dijk behoorde. Maakt men een vergelijk met de kaart van 1628 dan zou het aangeduide gedeelte nog maar de helft van de oorspronkelijke lengte uitmaken. Ook ligt het dorp in 1628 niet aan het uiteinde van de dijk maar meer richting Scharberg.

We moeten hier wel aantekenen dat de gemaakte vergelijking zoveel waarde heeft als de betrouwbaarheid van de kaart.

De bocht in de Grote Straat.

Links langs de huizen ligt een lichte verhoging met een oude knotwilg. Deze verhoging met knotwilg is waarschijnlijk een laatste zichtbaar restant van de oudste dijk van Groot Meers en met de aangrenzende huizen wellicht het oudste deel van het huidige Grote Meers.

Met het nodige voorbehoud, denken we dat de oudste dijk ongeveer verlopen heeft zoals we deze in blauw hebben aangegeven.

Met rood hebben we het gebied aangegeven waarin we vermoeden dat de oudste aaneengesloten bebouwing van het huidige Groot en Kleine Meers heeft gelegen.

De nabije dijk van Kotem hoeft hier overigens niet identiek te zijn met de dijk op de kaart van 1628.
Tevens moet men er rekening mee houden met het feit dat de Scharberg hier toen verder het Maasdal
inschoot.

Tweeling dorp
Tot zover de geschiedenis van het oudste Meers geschetst naar de huidige kennis van zaken. Rest ons er op te wijzen dat er in de buurt een dorp bestaat dat opmerkelijk veel overeenkomsten met Meers heeft. Dat dorp is het Belgische Kotem. Heeft Meers op de Lindedries de strijd tegen uitspoeling van een Maasbocht gevoerd, Kotem heeft dat tegen de opschuivende Maas vanuit de beemden van Elsloo gedaan. Zag Kotem zijn grondgebied door het opschuiven van het eerste deel van de S-bocht groter worden, Meers had zag dat gebeuren door het opschuiven van de tweede helft richting Maasmechelen. Ook dit dorp is net als Meers vaak kopje onder gegaan ten gevolge van dijkdoorbraken. We weten echter niet of Kotem net als Meers ook veel huizen verloren heeft en ook opgeschoven is. Het tragische in deze is dat de maatregelen die het ene dorp moest nemen om zich tegen de veranderende Maas te beschermen problemen voor het andere opleverde. Legde de ene een dijk, dan betekende dat een verhoogde waterstand voor de ander en moest die zijn dijken ook weer versterken wat weer aan de andere kant hoger water opleverde. Bij grote overstromingen was het de redding van de een als bij de ander de dijk brak en het water zich kon verspreiden over een groter gebied. Deze ontwikkeling is de achtergrond van de strijd tegen de Maas door Kotem (lees Rekem), Elsloo, Stein, Meers maar ook Maasmechelen.

1847 Kotem en Groot Meers naast elkaar.

Frappant is niet alleen de overeenkomst in omvang maar ook hebben beide een hoofdstraat (Grote Straat) die haaks op de rivierdijk staat, kennen deze straten beide een dijkrestant en hebben ze beide in het midden een verbreding met een zijweg. De dorpen zijn in hoge mate elkaars spiegelbeeld.





Laat reactieformulier zien