logo box 450x250 historie dba67b

Deel 5: Meers, De Koele.

De Koele
Voor we verder gaan met de beschrijving van de dijken zullen we eerst een gebied in Meers behandelen met een nogal onduidelijke achtergrond, “de Koele”.

Het gebied van de Koele in 1935.

Duidelijk zijn in de lange sleuf diepere “Koele” te herkennen waaraan het gebied zijn naam dankt. Het gedeelte met de hoogtecijfers 36.95 tussen de weg van Klein naar Groot Meers en de Maas is het huidige kermisplein van Meers.

Gaat men van Klein naar Groot Meers, dan bemerkt men niets van een verdieping in het landschap. Alleen de naam Kuilenweg herinnert aan vroegere dieptes in het landschap. De Koele zijn nu nagenoeg geheel verdwenen maar eens lag er tussen Groot en Klein Meers vanaf de Maas tot aan de Battenweg een soort niemandsland. Het gebied leek op een oude Maasarm met diepe kuilen. Het gebied sloot aan op een oude Maasarm langs de Steinderdijk tussen de Battenweg en de Maas onder de Maasband welk gebied eveneens “in de Koele” heette. Ondanks de overeenkomst in naam van beide gebieden, staan ze in ontwikkeling toch los van elkaar.

1847.
Het tweede gedeelte van de Koele .De Battenweg doorsnijdt eigenlijk “de Koele” als geheel.

Oude Maasarm?
De Koele als geheel zijn vaak voor een oude Maasarm en zelfs voor de oude bedding van de Geul aangezien. Hierover hielden we al eerder bij de bijschrijving van de Maas een slag om de arm. De reden is dat we betwijfelen of de het hele gebied van dec Koele wel een Maasarm is geweest. Voor het stuk tussen de Battenweg en de Maas onder de Maasband langs de Steinderdijk hoeven we niet te twijfelen, dit is zonder twijfel een oude bedding van de Maas. Dit gedeelte wordt in de archieven niet alleen aangeduid als “In de Coule” maar ook als “de Cleene of Alde Maes” (hierover later meer).

Gedeelte van “de Koele” ofwel “ de Cleene of Alde maas “ anno nu.

Voor het gedeelte tussen Groot en Klein Meers zijn we echter niet zo zeker dat dit een Maasarm is geweest. Nergens zijn we (nog) in de archieven het bestaan of verwijzing naar een laagte tussen Klein en Groot Meers tegengekomen. Pas in 1766 vinden we een vermelding van de naam “Cuylen”. Men overweegt dan of men niet beter de Maas door “de Cuylen “ kan laten stromen dan de dijk tegen grote kosten te onderhouden ……

Een veelzeggende uitspraak. Men zag het blijkbaar niet meer zitten, de Maas stroomt dan blijkbaar (deels) door de Cuylen of staat op het punt dit te gaan doen. Had men dit overigens toegelaten, dan was Groot Meers nu Belgisch ! Op de kaart van 1628 van Rekem (zie voorgaand artikel) zien we geen scheiding in de vorm van een diepte door Meers. Integendeel, Meers is dan één geheel. We kunnen ons ook niet voorstellen dat men een dorp ging bouwen op een plek waar een gevaarlijke rivierarm loopt. Wel kunnen we ons wat voorstellen bij een beek. We sluiten overigens niet uit dat hier ooit water uit de Scharberg via Meers een weg naar de Maas heeft gezocht. Zelf denken we dat het ontstaan van de Kuilen heeft te maken met de grote doorbraak en afspoelingen rond 1643 of als een later gevolg hiervan.

Ontstaan van de Koele
Op dit moment denken we dat het eerste deel van “de Koele” is ontstaan als gevolg van dijkdoorbraken. Door de opschuiving van de Maasbocht vanuit de Kotemerweerd en het wegspoelen van de oude dijk en kern van Meers kwam bij hoogwater het drukpunt van de stroom midden tussen Groot en Klein Meers te liggen. Met andere woorden, de Maas wilde rechtdoor gaan stromen. Mogelijk heeft ze dat na diverse dijkdoorbraken korte of langere tijd ook gedaan en vond ze bij de Veldschuur aansluiting op een vroegere arm, “de Cleene Maes”. Tussen de Maas voor de dijk en de Cleene Maas bij de Battenweg zien we een hoogteverschil van 3 meter. Eenmaal doorgebroken was de rivier daardoor in staat om in korte tijd een diepe geul uit te spoelen.

Meers 1935.

Indien men de kadasterlijnen rond de Kuilen, waar mogelijk, doortrekt (rode lijnen) dan krijgt men de indruk dat de percelen afgespoeld zijn.
De bochtige Kuilenweg volgt misschien het verloop van een oude beek.

In blauw geven we een terrein weer met een hoogtecijfer van 35.80 rechts ernaast noteren we 37.10 en daarnaast weer 35.95 (ook in blauw)
De Maasoever wordt met 38.95 aangegeven. Dit hoogteverschil maakte de plaats hier tot de Achillishiel van Meers, het zwakste punt. Rest ons de vraag hoe de in blauw aangeven gebieden gescheiden kunnen zijn door een hoger gebied.
Zijn zij uitgegraven of het tussenliggende verhoogd? Heeft men hier soms het materiaal voor de vroegste en latere dijken uitgegraven? Dat moet toch ergens vandaan zijn gekomen.

Hoogwater
Wanneer het eerste deel van de Koele zijn ontstaan weten we niet. Wij denken dat dit is gebeurd na de grote afspoelingen in 1643. Mogelijk staan aanwijzingen over een inbraak van de Maas en de gevolgen hiervan in nog niet door ons gelezen archiefstukken.

Extreem hoogwater, overstromingen en dijkdoorbraken is overigens iets wat meermaals in de geschiedenis hebben plaatsgevonden. In publicaties komen de volgende jaartallen voor die deze weergeven:
Ca 1150 doorbraak bij Neerharen, 1175, april 1189, 1196, 1348, 1374, 1408, ca 1450 doorbraak bij Elsloo, juli 1463, januari 1489, 1642 (bruggen vernield bij Namen en Luik en afspoelen Obbicht, 1643 doorbraak bij Meers ?, november 1658, augustus 1663, 1678, december 1740, maart 1751, februari 1784, april 1789, 1843 kerk in Elsloo gaat in een orkaan ten onder, februari 1844, 1850, december 1880, januari 1926, 22 december 1952, 1966/67, 1993 en 1995.

In “Uikhoven in het verleden” haalt pater R. Verbois een oude Maastrichtse kroniek aan. Hieronder een korte samenvatting:

1491
Zeer koude winter. Het begon met kerstmis te vriezen en op St Stevensdag (tweede kerstdag) sneeuwde het. De Maas was zo fel toe gevroren, dat karren over het ijs konden rijden. Daags na lichtmis brak het ijs. Het hoogwater berokkende veel schade en de molen van Uikhoven dreef weg.

1739
Voor Driekoningen begon het te vriezen; de oostenwind was kouder dan men ooit had meegemaakt. Reeds de vijfde vorstdag kon men overal te voet over de Maas. De koude bleef aanhouden tot de 7e maart; toen begon het te dooien: Met groot gevaar voor overstromingen, men beweerde dat in de Ardennen de sneeuw een man hoog lag. De dooi trad gelukkig langzaam in zonder overstroming. De veldvruchten waren niet bevroren wat wel gebeurde in 1709.

1740
Hetgeen we verleden jaar vreesden, gebeurde dit jaar. Reeds op 9 december begon de Maas te overstromen en op de 12e en 13e stonden alle landerijen onder water. Het begon te regenen en de Maas bleef stijgen: een ware zondvloed. De dijken braken door en op 18 januari stond alles blank.

De Koele anno nu. Waar eens de Koele met huisvuil werden volgestort ligt nu het voetbalterrein van Havantia.

1783
Einde 1783 was de Maas op twee dagen tijd toe gevroren en op Nieuwjaarsdag kon men er over heen lopen. Dezelfde avond begon het te dooien, zodat s´anderdaags reeds ijsschotsen en vloed alles onverwacht overstroomden.

1876
Op zondag 12 maart 1876, omstreeks half vijf in de namiddag brak een orkaan los met ongehoord geweld. Door de hevige stormwinden gedreven, zwol de Maas op. Schuimende golven van 2 a 3 meter hoog, verspreiden een dichte mist, die in enkele ogenblikken de huizen, gelegen bij de Maas, in een donkere sluier hulde.
Na een tiental minuten stilde het geweld geleidelijk. Verscheidene huizen had een hun pannen verloren. Honderden bomen werden met hun wortels uit de grond gerukt. Te Kotem sloeg de storm twee huizen omver, te Mechelen een huis en in Wezeth werden verscheidene huizen ernstig beschadigd. Het onweer woedde over heel België en vernielde veel. De Maasstreken leden bijzonder van het water. Het laat zich raden, dat ook Meers en Elsloo veel van de hier beschreven ellende meekregen !

1880
De Maasdijk brak in Meers door. (Weer zocht de Maas naar een nieuwe bedding door “de Koele”).

1926
De Maasdijk in Meers brak weer door …………met alle gevolgen van dien.
(Zie voor een uitgebreide beschrijving van de doorbraken in 1880 en 1926 het boek “Den diek is door” door W. van Mulken).

Schade als gevolg van dijkdoorbraak in 1926
Laat reactieformulier zien