logo box 450x250 historie dba67b

Deel 6: Meers, de Dijken.

Zoals eerder aangegeven denken we dat rond 1643 het oudste deel van Meers en de dijken door de Maas werden afgespoeld. Daarna volgt een periode van bezinning over wat te doen. Welke maatregelen moest men nemen?. De besluitvorming is niet gemakkelijk. Het probleem is niet alleen technisch moeilijk maar er spelen ook nog zaken als “landsbelang” mee. Stein en Elsloo moet men in die tijd zien als twee zelfstandige staatjes met een kasteelheer aan het hoofd, die het laatste woord heeft. De grenzen lopen in Meers door of langs het door de Maas bedreigde gebied. Er diende dus diplomatiek overleg te worden gevoerd en uiteindelijk goedkeuring van de heren verkregen te worden en uiteindelijk ook betalen. De heren bevonden zich vaak elders waardoor er correspondentie (in het Frans !) gevoerd moest worden wat allemaal extra vertragend werkte. Echter de Maas stond ondertussen niet stil. Het waren grote problemen waarvoor men stond.

1630
De achterliggende oorzaak van de problemen wordt duidelijk in 1630. Maximiliaan van Bronckhorst dient bij de heer van Elsloo een protest in over de grote schade welke hij als heer van Stein sedert vier, vijf jaar lijdt tengevolge van de sterke drift van de Maas. Oorzaak zou zijn dat de heer van Rekem bij Cothem een dijk had opgeworpen. Eigen schuld, is men geneigd te denken, want tijdens de aanleg van de dijk hadden de heren van Geulle en Elsloo de heer van Stein uitgenodigd om gezamenlijk actie te voeren tegen Rekem. Toen liet de heer van Stein het afweten, omdat zowel Stein als Rekem. Loonse lenen waren. Onder voorbehoud van rechten gaf Elsloo aan van Bronckhorst vergunning tot het leggen van batten (stroombrekers) Blij met die toestemming, maar niet ten volle bevredigd, wilde de heer van Stein ook de geleden schade voor rekening van de heer van Elsloo brengen.

1649
” Maximiliaan baron de Merode, heer van Stein, vreest dat de Maas binnenkort aan de voet van de Scharrenberg zal doorbreken”.

Nu ligt het Julianakanaal als buffer tussen de Maas en Stein.

1649
Maximiliaan baron de Merode, heer van Stein, vreest dat de Maas binnenkort aan de voet van de Scharrenberg zal doorbreken. Aan graaf d’Arberg van Elsloo vraagt hij toestemming om op eigen kosten ter plaatse een bat te mogen leggen (dat van 1630 was blijkbaar al verdwenen). Dit wordt hem onder voorbehoud van rechten toegestaan.

1666
In het archief van Elsloo bevind zich een veelzeggende tekst (in het frans) uit maart 1666. Een brief van de secretaris van Elsloo, Huberti aan de Heer van Elsloo graaf d’Arberg. Bij deze tekst bevind zich een schetskaart. Zie hieronder. Vanwege het belang voor de geschiedenis van de dijken van Meers, het inzicht in de problemen waarvoor men stond, geven we de vertaling hieronder weer.

De kaart uit 1666 (in.242).
“Dique de Cleenemers” is de huidige Grote straat. Ook is de dijk van Stein te herkennen alsmede de “kuil” bij de Veldschuur.

Men ziet duidelijk dat de Maas de oude dijken heeft afgespoeld.
Het stuk dijk dat rechts haaks op de Maas staat menen wij (deels) terug te vinden in een nog bestaand laag dijkje tussen de Maas en de weg naar Elsloo. Het stuk links bij C is de Verkesbat.

in rood aangegeven de kleine dwarsdijk

Elsloo de laatste dag van maart 1666

Mijn Heer,

Afgelopen zondag heb ik me naar Cleenemers begeven (nu dus Groot Meers) met de gemeenteplattegronden betreffende het wegruimen (-graven) van de dijk op het landgoed van Geel Wijnen, Wouter Smackars en enkele grote stukken van Cleenemers, met wie ik het onderwerp besproken heb om een dijk te maken van D tot E (zoals is te zien op de bijgevoegde kaart).
Ze hebben mij eenstemmig gezegd, dat dit zeker de ruïne van de dijk en van het land van Stein tot gevolg zal hebben en bijgevolg dat van hun, te meer daar het grootste stuk van hun in Stein ligt, maar dat ook het land van Cleenemers veel land verliest door het opwerpen van een nieuwe dijk en dat die van Stein de intentie hebben om een dijk te maken van A tot F (die ligt aan de jurisdictie -
men bedoelt de grens- of deze overschrijdt ) om te verhinderen dat de Maas niet met onstuimigheid tegen hun dijk valt.
Ze stelden voor om op hun kosten deze dijk tot B te maken en wel zo, dat wij maar van B tot C hoeven te maken*, zo dat wij weinig kosten maken en behalve tijd zouden verliezen, dit ook nog eens voor ons voordelig zou zijn. Vooral hebben ze mij indringend verzocht te wachten op de terugkomst van Monseigneur (de Heer van Elsloo dus) of op andere order, en toen we naar Elsloo zijn teruggegaan hebben we Hayweghen ontmoet, die we gevraagd hebben of het waar was, dat ze hem het voorstel van die van Stein gerapporteerd hadden.
Hij heeft mij gezegd, dat het altijd zijn mening was en de mening van hen die kennis van de Maas hebben, dat men met gemeenschappelijke hand moet handelen voor het instandhouden van elkanders jurisdictie en dat men hem zo vaak datzelfde voorstel ter berde gebracht had en mij om een bevestigend antwoord te geven zou hij er met de drossaard over spreken.
Het lijkt me dat het niet slecht zou zijn om Seigneur hiervan op de hoogte te stellen te meer daar men best in twee of drie dagen de dijk bij Geel Wijnen zou kunnen slechten (afgraven), hetgeen slechts over een tijdsduur van meerdere weken aan te bevelen zou zijn. Vooral zal ik wachten op orders om me daarnaar te schikken. Verblijvend,

Uw nederig en gedienstig verplichtend dienaar,
Huberti,

* Van B naar C.
De Meerserdijk “aan ’t Kumpke”

De situatie in 1666
Uit het gestelde in de brief van 1666 kunnen we enkele dingen herleiden. Men stond op een kritiek punt: om Meers te behouden moesten maatregelen genomen worden, waarover men zich al langere tijd aan het beraden was. In eerste instantie dachten Stein en Elsloo ieder vanuit hun eigen belang. Elsloo wilde een dijk van D naar E aanleggen. Dit zou dan een dijk geweest zijn aan de kant van Groot Meers langs de (latere ?) Kuilen. Dit zou betekend hebben dat men de Maas door de Kuilen leidde met aan de ene kant de Steinderdijk, door Stein in 1615 langs de grens van de Scharberg tot de Maasband aangelegd!. Deze dijk zou -als Elsloo dit plan uitvoerde- onder grote druk komen te staan, het probleem zou zich dan verleggen naar Stein. Stein zag ook het gevaar voor hun dijk en waren al van plan een dijk haaks op hun dijk te leggen van A tot F. Dit zou weer ten nadele van Elsloo gaan, de stroom zou dan afgebogen worden naar links dus naar Groot Meers.

Stein werd in zijn mogelijkheden beperkt door het verloop van de grens. Beiden zagen tenslotte in dat alleen samenwerking het gevaar kon keren. Stein wilde zelfs een deel van de kosten dragen om een dijk van A tot C te leggen. In wezen is het hele plan later uiteindelijk uitgevoerd door de aanleg van de huidige Meerserdijk.

Aan de ene kant de Steinderdijk.

1709-1720
Verschillende doorbraken worden in deze jaren gesignaleerd de zorgen groeien de heer van Elsloo boven het hoofd en de inwoners van Meers kunnen de op hen rustende lasten niet meer voldoen.

Het lijkt er op dat men vanaf 1666 nog heel wat water door de Maas (en de Kuilen?) heeft laten stromen voor men tot aanleg van de dijk is gekomen. Het zal wel zo zijn geweest dat men noodmaatregelen heeft getroffen, maar pas in 1720 komen we een vermelding tegen van de aanleg van een dijk door het Veltjen tot op de Koeweide, “de Cleijnen Meerscherdijck” (waarvan we overigens ook in 1718 en 1719 al meldingen van aanleg tegenkomen). Mechelen wil dat Elsloo die afbreekt of verlegt, Geneuth en landerijen dreigen ze te verliezen. Zeker, geen denkbeeldige angst: buiten de dijk schuift de Maas heel snel op in de richting van Maasmechelen en vormt tussen Meers en Geneuth de Koegriend. Dit staat tegenover het verlies doordat de Maas steeds meer van de Scharberg afspoelde en daarmee ook de verbindingen met Meers. De S-bocht heeft zich dan bijna voltooid. Alleen rond hoeve de Weert blijven nog verschillende takken actief.

1721
In 1721 worden er stenen van het land van de heer geraapt en er een dijk van gemaakt. Mogelijk is dit de dijk over de Koeweide (de veldweg vanaf de houtzagerij naar de recente grindafgraving). In deze tijd krijgen de pachters van de Weert en Geneuth het ook met elkaar aan de stok. Die van Geneuth claimt de aangespoelde gronden bij de Weerd omdat deze van hem zijn afgespoeld en bij de Weerd zijn aangespoeld (beide hoeven vallen onder Maasmechelen).

1723
Stein probeert gewapenderhand (zie ook beschrijving van de grenzen) Rekem te beletten de Maasoever tegenover Meers te bebatten .

Het woord “bat” of “battinghe” (frans: batte, duits: Battung) werd in onze streken algemeen gebruikt voor een krib of “dijckage” in de rivier ter bescherming van de oever. De heer van de oever had van ouds het recht om zijn gebied door dergelijke dwarsdijkjes of “stroomweren” te beschermen tot 1, 2, 3 roeden en meer in de Maas. Het werkwoord is “batten”. Degene die met de taak belast was heette “batmeester” of “batburgemeester”, een soort wethouder van openbare werken, die in Stein tegelijk met de burgemeester of schatheffer jaarlijks werd aangesteld op voordracht van de gemeente. De werklieden waren “batters”. (Naar Pater Munsters). In Elsloo had men de Batsteeg, in Meers de Battenweg . Het woord bat werd ook gebruikt als aanduiding voor kade waar de schepen konden aanleggen. Zo kende Urmond het Bat (deels nog zichtbaar in de benedenstad) waar de Maasschepen konden aanleggen en gelost c.q. geladen worden.

De “Veldslag” aan de Maas.
Pater Munsters heeft dit voorval als eens uitgebreid beschreven. Velen zullen deze publicatie niet kennen. Daarom willen wij het u niet onthouden. Bijgaand verslag is gebaseerd op het artikel van Pater Munsters welk hij publiceerde in de Maasgouw van 1953 (72e jaargang, aflevering 3).

Bij <12> staat de schutterij van Stein, achter hun de Meerserdijk.

Onderaan de Kampstraat en de Steinderdijk.

In het najaar van 1723 begon de graaf van Reckheim zijn Maasoever tegenover Stein te bedijken. De heer van Stein kon dit niet dulden. De plaats waar men thans aan het batten was, had vroeger rechts van de Maas gelegen en behoorde toen tot de Steinder of Elsloose jurisdictie. Enkele oudste inwoners van Stein en Kleine Meers, tussen de 60 en 76 jaar, legden daarover tegenover het schepengerecht van Stein een verklaring af. Op 29 oktober werd namens de landsheer de gerichtsbode Simon Holsbour naar Reckheim gezonden met het verzoek de bedijking te staken. Zonder gevolg! De heer van Stein zag wel een oplossing voor het conflict. Hij zond rentmeester d’Oodtman naar burgemeester Christ Muris en verzocht om manschappen “tot destructie en verweer”. De burgemeester van Stein wilde daar niets van weten. De zaak ging de gemeente niet aan, en zonder een bijzondere opdracht van de gemeente kon hij daarvoor geen kosten maken. Hij voegde daaraantoe: “zou er iemand dood blijven, wie zou die dan weer oprichten ?”.

Er bleef de heer van Stein niets anders over dan het nogmaals in vrede te proberen. Roepend over de Maas dreigde men met maatregelen. Op 5 november waarschuwde de gerichtsbode van Stein enkele schutten, dat Reckheim weer bezig was met de bedijking in de Cothemerweerd, nu onder gewapend geleide. Uit archiefstukken blijkt dat de mannen van Stein later verklaarden dat Reckheim naar gissing wel “500 mannen gewapent met schietgeweer” tegenover Stein had opgesteld, alsmede drie kanonnen. Stein daarentegen was slechts met een groep van acht, negen mannen. Ondanks die geringe sterkte begonnen ze naar Reckheim te roepen en met hoeden te zwaaien om het batten te staken. Stein schoot “tot waarschouwinge” twee of driemaal in de Maas. Ook Reckheim vuurde en loste zelfs een kanonschot. Volgens de verklaring zouden uiteindelijk de mannen van Reckheim dekking hebben gezocht in de “grubben en struijcken” en van daaruit op Stein zijn blijven vuren. Uit de archiefstukken blijkt niet hoe dit treffen afliep.

Op de achtergrond de Verkesbat. In oorsprong een van de oudste dijken van Meers. Het Verkesbat is een restant van de bescherming tegen de Maas in de oudste situatie toen die nog door de Kotemerweerd en voor hoeve de Weerdt stroomde. Op de achtergrond Geneuth.

1727
In 1727 spreekt men van de Grote dijck beginnende tot Cleene Meers van de Steynder dijck af en sich verstrekkende door het Veldje voor en lanx de huysen van Meers tot aan het hoofd van de eertijds en al noch soo genoemden Verkensbat (dat is de dijk achter de Fanfarezaal/houtzagerij). Opmerkelijk is dat hier niet de Koele genoemd worden, waardoor de dijk toch ook doorheen moest. We vragen ons daarom af of de Koele toen wel bestonden.
Elsloo legt overigens dan ook door de beemden tussen Geulle en Elsloo de “Kromme dijk” aan. Men vreesde voor de ondergang van het (huidige) kasteel van Elsloo.

1766
Alle investeringen blijken voor niets te zijn geweest, de Maas blijft een bedreiging vormen voor Meers. In 1766 overweegt men zelfs of het niet beter is om de rivier door de Kuilen te laten stromen, dan tegen hoge kosten de dijk te onderhouden.
Men blijft de dijk tegen hoge kosten onderhouden. Uiteindelijk zal er zelfs in 1880 een Waterschap de Groote Meers (zie boek “den diek is door” van W. van Mulken) worden opgericht voor het onderhoud.

De plaats waar in 1880 en 1926 de dijk brak.

In Meers noemt men dit punt ’t Kumpke
(het Kommetje, dit naar de vroegere diepe ligging van het terrein).

In februari 1995 gebeurde dit net niet, maar het was wel een spannende situatie.

Anno nu:
Meers heeft zich echter kunnen handhaven. Ondanks de doorbraken in 1880 en 1926 en de overstromingen in 1993 en 1995. De dijk werd (wederom) verstevigd en verhoogd. In het buitengebied werd een dijk gelegd om wateroverlast vanuit de
omgeving van hoeve de Weert te voorkomen.

Daarnaast ging in het voorjaar van 2000 de uitvoering van het Grensmaasproject van start, waarvoor Meers als proefproject was aangewezen. Dit proefproject is een onderdeel van het grotere project Meers (ca. 135 ha) wat weer een van de 15 deelprojecten is die tot 2015 langs de Grensmaas worden uitgevoerd (totaal ca. 1500 ha).

Een van de vierdoelstellingen van het project is vermindering van de water-overlast het verbreden van de stroomgeul, het verlagen van de aangrenzende oevergronden en het uitwisselen van de kleiige deklaag met grind.
Uiteindelijk moet een levende grindrivier in combinatie met natuurlijke begrazing het landschap gaan vormgeven.
Een totaal ander landschap dan dat van 20 jaar geleden. Een prachtig stuk rivierlandschap is voor veiligheid ingeruild.

De tijd zal leren wat voor landschap zich zal vormen. Door de nieuwe dijkaanleg is Meers nu geheel door dijken omgeven en bij hoogwater dus door water , “wie ein dwreg kumpke in eine gwratte pool water”.

Laat reactieformulier zien