logo box 450x250 historie dba67b

Deel 12: De Battenweg

De Battenweg
De Battenweg is de verbinding tussen de Veldschuur en de Grote Straat. Het werkwoord batten beschreven we al eerder, het aanbrengen van houten beschoeiingen langs de oever van de Maas. Deze bracht men aan om afspoeling tegen te gaan. De bocht in de Maas was ongetwijfeld hier bebat en dankt de weg hier zijn naam aan.

Afbeeldingen hierboven: 1847. De battenweg (zwarte punten) beginnende aan de Klauwendijkweg). De Battenweg had vroeger nog een verlengde door “de Hook” naar de Steinderdijk. Dit stuk weg treffen we in 1942 nog aan als een doodlopend restant. Dit was echter geen weg maar een voetpad, het Klauwenvoetpad.

De Battenweg is geen oude weg. Binnen het vierkant zien we dat hij hier perceelsdoorsnijdend is. Dat betekend dat de percelen ouder zijn dan de weg.
Ook zien we hier nog een dijkrestant (rode punten).
Onder het omkaderd gebied zien we het voetpad (gele stippen) wat we al eerder bij de Koulen aanhaalden.
Dit blijkt toch het Heuvelsvoetpad te zijn welk de Koulenweg en de Binnenkoulenweg met de Battenweg verbond.

Het stukje dijk bij de Battenweg is ook een onderdeel geweest van de “oude dijk” langs de Grote straat. De “oude dijk” sloot bij “de Hook” aan op de Veldschuurdijk. Gaat dus ook door de percelen en werpt tevens nieuwe vraagtekens op. Men kan namelijk diverse kanten op. Er was tijdens de ontginning van het gebied blijkbaar geen noodzaak voor een dijk, later wel. Of men heeft hier te maken met het verder landinwaarts leggen van een nieuwe dijk nadat een eerdere dijk afspoelde. Niet ongebruikelijk en de weg heet tenslotte niet voor niets Battenweg. Maar het kan ook helemaal anders zijn gegaan b.v. dat de percelen ooit over de dijk heen verlengd zijn met land dat eerst deel uitmaakte van de Maasbedding.

De Hook vanaf de Battenweg.

Nu nog een laagte in het landschap,ooit een draaipunt van de Maas.

Op de achtergrond loopt de Klauwendijk (Veldschuurdijk).

Een verhaal
Aangezien bij de Battenweg het verhaal van de Boudewijnhof hoort, zullen we het, ondanks onze bedenkingen, toch hier weergeven.

Er bestaat in Meers het verhaal van de zoon van een gevluchte Franse edelman, een Hugonoot , die Meers gekocht zou hebben. De Hugonoten waren protestanten die in 1572 in Parijs in de val werden gelokt en waarbij velen werden vermoord tijdens de zgn Bloedbruiloft. Ook vluchten velen naar het buitenland. Zo zou een edelman naar Brussel zijn gevlucht . Zijn zoon zou hun grafelijke titel verkocht hebben en van het geld De Meers, ook wel Broek of Lage landen geheten, gekocht hebben. Hij wilde zich hier vestigen samen met zijn drie zoons Corneill, Beauduin en Jean. Voor het zover was overleed hij, doch zijn zoons eerbiedigden zijn wil en bouwden drie boerderijen. Ze veranderden hun achternaam in een nederlandse naam, van den Bos en hun voornamen. Jean werd Johannes en bouwde de hoeve de Weerterhof. Corneill werd Neel en bouwde de Neelenhof en Beauduin werd Boudewijn die de Boudewijnhof bouwde.

De Weerterhof bestaat nog. Van de Neelenhof zouden nog de fundamenten nabij de Grote Straat in de Maas liggen en met de stenen zou de boerderij van de familie Brouns op de hoek van de Koevaart gebouwd zijn. De Boudewijnhof zou gestaan hebben tussen de Battenweg en de “keezelkoel”, waar hoge beuken staan. De Boudewijnhofstraat is naar deze boerderij genoemd.
Echter; Meers is nooit in totaal verkocht, van Broek en Lage Landen in Meers hebben wij nog nooit gehoord en er zijn geen drie boerderijen tegelijkertijd gebouwd en de naam In de Bos komt waarschijnlijk uit Elsloo. Men heeft hier verschillende zaken in een mandje gegooid en er een mooi verhaal van gemaakt. Er hebben altijd verhalen over rijke, gevluchte Hugonoten rondgewaard ( Alles met een franse naam in Maastricht denkt af te stammen van een adelijke gevluchte Fransman).
De Weerterhof is inderdaad door Johannes In de Bos gebouwd. De Neelhof kan teruggaan op resten van het “verdronken” Meers die inderdaad in de Maas kunnen liggen en vroeger zichtbaar waren. Wat de Boudewijnhof betreft. Dit zou geen boerderij maar een hof, een tuin zijn geweest in eigendom van de rijke Urmondse redersfamilie die Beauduin als achternaam hadden. Beauduin is echter de franse versie van de voornaam Boudewijn. Dit zou de achtergrond van de naam Boudewijnhof zijn.

Althans, wij zijn nog niets in de archieven tegengekomen wat ook maar enigszins het verhaal zou kunnen staven. Het verhaal van de famillie Beauduin herinneren we ons van een publicatie (van Harry Strijkers?).
Meers heeft aan het hele verhaal wel een straatnaam overgehouden. Er is overigens nog een straat die haar naam te danken heeft aan een verhaal (legende), de Winandusstraat. De Heilige Winandus was van Meers en ging op bedevaart naar Jeruzalem. Om een lang verhaal kort te maken : omdat hij braver was als zijn metgezellen hoefde hij niet terug te lopen maar werd hij door een engel naar Catsop gevlogen. Op de plaats waar hij landde staat nu in Catsop de Winanduskapel (met het verhaal als plafondschildering).

De beuken met toetersteen aan de Battenweg, de plaats van de vermeende Boudewijnhof.
Aangezien hier toen een actieve Maasarm langsliep, zou men toen geen slechtere plaats voor een boerderij kunnen kiezen.

De Klauwendijk
Hoewel buiten ons onderzoeksgebied komen we toch nog even terug op de Klauwendijk (nu de Veldschuurdijk). Dit is dus het stuk dijk tussen de Veldschuur en de Nieuwe dijk naar de Maasband. Van de aanleg van de allesomvattende Steinderdijk weten we eigenlijk niets, ook geen jaartal van aanleg terwijl dit toch een behoorlijk karwei moet zijn geweest. We denken dat deze in ieder geval na 1570 is aangelegd. Dit omdat de grens van Elsloo langs de dijk liep en in de grensbe-schrijving uit 1570 de dijk niet vermeld wordt. Ook hebben we het vermoeden dat deze dijk niet in een keer is aangelegd maar in fasen en wellicht voorgangers heeft gekend.

1942.
De klauwendijk. De naast de dijk lopende Kauwenweg dient natuurlijk Klauwenweg te zijn.

We menen de Steinderdijk in 4 vakken te kunne verdelen. Het eerste vak is vanaf de Scharbergweg (dat was de weg omhoog vanuit het dal bij de autowegbrug) naar Klein Meers, aansluitend het stuk door Kleine Meers naar de Veldschuur (volgens de overlevering de Hondsrug genoemd), dan het stuk van de Veldschuur naar de Geerlingskuil (de Klauwendijk) en tenslotte de Nieuwe dijk naar de Maasband. We sluiten niet uit dat de Meerserdijk (zie ook Lindendries) en de Klauwendijk eerder is aangelegd dan het stuk van Kleine Meers naar de Veldschuur en dat de Klauwendijk via de Hook in eerste instantie aansloot op de “oude dijk” door Meers om zo de oude Maasarm (later het gebied op de Klauwen) te omsluiten.

De Klauwendijk

Waterpool of Oude Mert
De Battenweg heeft een begin en een einde. Hij begint aan de Steinderdijk alias Klauwendijk alias Veldschuurdijk en eindigd in de de Meerser Dorpsstraat alias de Grote straat. (De aan de Meerser Dorpstraat voorafgaande naam was overigens Cleenmeerserstraat. Hoezo in Meers zijn de namen verwarrend ?) De twee wegen kwamen bij elkaar op een centraal punt in Cleene Meers alias Groot Meers. Rond 1900 wordt de Battenweg als volgt beschreven: De Battenweg brengt de verbinding tot stand tussen de Klauwenweg, de Binnenkoulenweg , de Klauwenweg, den Heuvelsvoetpad , het Achterveldjens voetpad en de Meerser Dorpstraat.

De kapel aan de Grote straat op de “Auwe Mert” . In de jaren 80 van de vorige eeuw door buurtbewoners helemaal zelf gebouwd en nu onderhouden. Een mooi staaltje van gemeenschapszin. Zo hoort het !

Waar de Grote Straat een scherpe knik naar rechts maakt, er staat nu een kapelletje. De plaats is altijd een onbebouwd stukje grond geweest. De aanduiding voor dit gebied is volgens de overlevering “de waterpool” of “Auwe Mert” (deze naam komt overigens ook in de archieven als Auwe Merkt !).

De naam markt zou kunnen duiden op handel van goederen, de plaats lag tenslotte ooit aan de Maas. Niets sluiten we uit, maar voor handel hebben we hier geen aanwijzingen. We denken dat hier “Mert” gelezen moet worden als “dorpsplein”. De aanwezigheid van een drinkpoel wijst ook op een verzamelpunt voor het hoeden en bewaken van het vee. Ongetwijfeld lag het weidegebied langs de vroegere Maas. In de vorm van het pleintje kan men een driehoek herkennen. Dergelijke driehoekige pleintjes met drinkpoel komen in Limburgse dorpen veel voor. Het waren vaak vertrekpunten voor het hoeden van vee maar ook de plaats waar het vee ‘s nachts gezamenlijk tussen de huizen binnen een omheinding werd opgesloten (zie ook onze beschrijving van de Dries te Catsop, ). De omvang van de “Mert” kan voor dit doel ook groter zijn geweest dan nu het geval is.

De aanduiding “Auwe Mert (oude markt)” staat in tegenstelling tot een nieuwe markt. Deze nieuwe moeten we ongetwijfeld zoeken in het pleintje voor cafe de Villa . Ook hier weer een aanwijzing dat het bovenste deel van de Grote straat ouder is dan het onderste. Was de “Auwe mert” en omgeving dan misschien toch het uiteinde aan de Maas van het oudste Meers ? Bij de huidige (onvolledige) stand van zaken, durven we hierover geen verdere veronderstellen te maken. Wat we weten hebben we ook weergegeven. Wel weten we dat In de archieven van Elsloo zijn nog diverse stukken met betrekking tot Meers zitten die nog niet zijn doorgenomen en die misschien meer licht op de zaak kunnen werpen. (Wie veel tijd en interesse heeft kan zich melden. Wij zelf hebben hier helaas nu de tijd niet voor).

De omgeving van de drinkpoel rond 1900.

Duidelijk is “de pool” te herkennen (de weg gaat er door !) ook ziet men goed dat de bebouwing hier samen met het dijkrestant de bocht omgaat. Hier kwamen ook verschillende veldwegen bij elkaar.
Vanuit de Groote Straat gaat naar links achter de huizen het Heggenvoetpad (overigens later ook Achter de Hoven genaamd), naar rechts het Achterveldjensvoetpad en rechtdoor het Weertvoetpad naar hoeve de Weert.

Tot in de 30 jaren van de vorige eeuw lag hier inderdaad een drinkpoel, “ waterpool”, voor het vee. In de 17e eeuw (en eerder) was hier ook al water aanwezig maar niet in de vorm van een poel. Eerder beschreven we al hoe de Maas oorspronkelijk een slingerbeweging tussen de Koeweide en de Weerterhof maakte om vandaar weer een bocht oostwaarts naar de Groote Straat te maken. De plaats van de poel, nu dus de standplaats van het kapelletje, was het eerste diepe punt van de bocht. De bocht draaide vervolgens in de Hook om uit te komen langs de Klauwendijk.

Enkele oude Maaslandse huizen in de bocht tegenover de kapel. Een draagt het jaartal 1656. Misschien een aanwijzing voor de datering van de “herbouw” van Meers.
Het hogere perk langs de huizen zijn de allerlaatste restanten van de “oudste dijk”.
De “Auwe Mert” en omgeving (inclusief bomen) is dus feitelijk het oudste gedeelte van het huidige Groot Meers, zeg maar de historische kern.
Laat reactieformulier zien