logo box 450x250 historie dba67b

Deel 13: Meers, enkele aanvullingen

Inmiddels hebben we aanvullende informatie ontvangen die we ook willen weergeven. Bij deze spreken we ook onze waardering uit voor het werk van Nic van de Wal uit Kleine Meers (Zwarte Laakstraat). Hij heeft met grote nauwkeurigheid (zelfs namen die wij alleen uit de archieven kennen ontbreken niet !) een tweetal kaarten vervaardigd en daarop alle veldnamen de namen van de (inmiddels vervallen) wegen en voetpaden in Meers ingetekend. Zijn kaarten heeft hij ons ter beschikking gesteld. Ze vormen een waardevolle aanvulling op onze kennis. Hiervoor dank.

Oude bewoningssporen
Gingen wij er in eerste instantie van uit dat Meers nooit iets gevonden is, blijkt dat toch niet te kloppen. De overlevering in Meers verteld dat er wel vondsten zijn gedaan. In de Koele zijn ooit een tweetal grote vazen opgegraven, dit waren twee middeleeuwse voorraadpotten met een spitse punt die ingegraven werden. In de Zwarte Laakstraat is op een tweetal plaatsen op kelderdiepte met Maasstenen geplaveide oppervlaktes aangetroffen die in het verlengde van elkaar in de richting kasteel Stein lagen.

Het ligt voor de hand om aan een weg te denken, maar het kunnen net zo vloeroppervlaktes (kelder vloeren) zijn geweest. Ook zijn er door mensen diverse stenen pijlpunten gevonden (het bewijs dat het Maasdal eens een rijk jachtgebied was). Misschien is er nog meer bekend, laat ons dat dan weten. We hoeven geen voorwerpen maar hebben al veel aan beschrijvingen wat gevonden is. Het hele verhaal van een dorp is een puzzel waarvan ook kleine stukjes deel uitmaken en van belang zijn voor het geheel aan kennis.

Het Hemelrijk
In de archieven (1612) komen we een weide tegen van een halve bonre “genaempt dat Hemelrijck”. Deze ligt in Cleynen Meers en grenst naar de Maas (de Alde Maas !) “mijns heren Weerde” (de Koeweide) en naar Stein “die gemeynstraat van Meers (de Grote Straat). We weten dat deze weide lag tussen de Bromsteeg en de Auwe
Mert”. Wat Hemelrijk hier betekend weten we niet. Wel zouden we dat graag weten, want die naam komt vaker voor in het Maasdal o.a. bij de Maasband.

De hemel op aarde aan de Grote straat in Meers.

Voetpaden rond Kleine Meers
Om de velden met de kruiwagen (sjurkar) te bereiken en het vervoermiddel de leren tram (te voet) was, bestonden er ook rond Meers vele voetpaden als afkorting op de wegen. Deze voetpaden noemde men dan ook (Sjörkarwaegskes)

Afbeelding hierboven: Enkele nog niet genoemde “Sjörkarwaegskes” rond Klein meers met stippen verduidelijkt. Lichtgroen: “ Meerser voetpad” (daar gaan we weer!) geel: een voetpad met een prachtige onverklaarbare naam nl. “Stijfgedrongen voetpad” . Dit voetpad sloot overigens aan de andere kant van de dijk aan op het Veldjensvoetpad.
Rood: het “Veldschuurvoetpad”. Blauw: Oude naam is niet bekend maar nu is dat de Driebunderweg.Deze had een vervolg in een voetpad/veldweg naar de watermolen bij het kasteel van Stein. Lila: Dit was eerst de Drie Bunderweg, nu volgt deze weg de voet van de kanaaldijk en heet nu Boerenveldweg.

Gezicht “ Op de Drie Bunder” vanaf de weg naar de brug van Stein.

Het Kampervoetvoetpad
In deel 9 maakten we onder Veldje melding van het Kampervoetpad (met foto).
Dit was echter niet juist. Bij deze willen we dat rechtzetten. Tevens willen we nog een paar nier genoemde namen in dit gebied vermelden. (Meers beschrijven is niet niks !)
Het Kampervoetpad lag tussen de Meerserdijk en de kamperstraat. De Meerserdijk blijkt echter niet hetzelfde te zijn als de Meerserdijkweg (vandaar de verwisseling).
De Meerserdijk is de dijk (met weg) vanaf de Scharberg tot aan Kleine Meers en dan nog een stukje dijk de bocht om, tot aan de Kamperstraat. Vanaf dat punt werd het pas Meerserdijkweg.
Tussen de Meerserdijk en de Kampstraat bestond een verbinding en dat was het Kampervoetpad.

Rode stippen: Het Kampervoetpad) over een dijkrestant tussen de Kampstraat en de Meerserdijk.

Gele stippen: de Meerserdijk.

Licht blauwe stippen: de Meerserdijkweg.

Gezicht vanaf de Meerserdijkweg naar het Kampervoetpad (verhoging in het midden) rechts het restant van de Kampstraat (achter het hek).

Links de Meerserdijk.

 

Mersener Hond
Maar met de vermelding van de Meerserdijk en de Meerserdijkweg is de verwarring nog niet compleet. Volgt men namelijk de Meerserdijk de kleine helling af naar Kleine Meers dan loopt in het verlengde van de helling een voetpad rechtdoor. Dit loopt over een gedeelte van de Steinderdijk naar de Veldschuur. Dit voetpad heet Kleine Meerserdijkweg.

De Meerser Eindstraat gaat hier over de “Hondsrug” ( de kleine verhoging in de weg is de oude dijk).

Tijdens de vergadering in Meers in 1561 is sprake van de dijken aan de “Merssener Hond” . Een “hond” , afkorting van honderd, is een landmaat ter grootte van honderd vierkante roeden (vergelijk ook met de Quaden Hond in Elsloo). We weten echter niet waar dit gebied lag. Wel was nog in de jaren zeventig van de vorige eeuw bij oudere Meersenaren de benaming “de Hondsrug” bekend. Deze zou nabij de hier beschreven Kleine Meerserdijkweg aan de Steinder kant van de Lindendriesstraat gelegen zijn. Misschien is dit een combinatienaam ontstaan uit de oude naam Merssenerhond en rug naar de verhoging die de dijk vormt. In het licht van de opschuiving van de Maasbocht over de Lindendries kan de plaatsing van de Merssener Hond hier kloppen.

Onze Lieve Heer (achter draad !)

Onze Lieve Heer
Bovenaan de Vaartjensweg staat een veldkruis. Dit kruis wordt “Onze Lieve Heer” genoemd en het punt “bij of aan Onze Lieve Heer”
Tegenover Onze Lieve Heer daalt een weg af naar de Maas. Dit noemden wij het Kampervoetpad, niet juist dus. Rond 1900 laat men hier het Lijnpad beginnen.
In de omgeving van deze “afrit” van de dijk naar de Maas lagen ook de Steinse weiden en het is de plaats waar de schutterij van Stein over de Maas heen slag leverde met het “leger” van Rekem (zie aflevering 2).

Het Lijnpad
Rond 1900 laat men bij Onze Lieve Heer het lijnpad beginnen om het nabij de Scharberg weer op de Meerserdijk aan te laten sluiten. Dit slaat echter slechts op een gedeelte van het lijnpad.

Het lijnpad was een (beklinkerd) pad dat de Maas volgde. Hierover liepen de paarden die de schepen trokken. Over hoe de schepen over de Maas hebben gevaren en hoe dit precies met de paarden ging is ons (nog) niet bekend. (Die hier meer van wil weten adviseren we om het scheepvaartmuseum in Maasbracht te bezoeken). Herhaaldelijk, naargelang de stroomdraad liep, moest men de rivier oversteken om het pad aan de andere zijde te volgen. De paarden moesten of door de Maas waden of werden op een apart meegevoerd pont overgezet. Ook zullen de talloze voetveren over de rivier hierin een rol gespeeld hebben. Met het verplaatsen van de Maas moet men ook steeds de lijnpaden verlegd hebben. Ook vroeger veranderde er veel en ging niets vanzelf.

1847
Vanaf het voetveer aan de Losplaats tot onderaan de Scharberg ziet men hier het Lijnpad ingetekend (rode stippen). Op de Belgische oever ziet men eveneens een, niet zo duidelijk , pad de Maas volgen.
Mogelijk een lijnpad op de andere oever (gele stippen).

Het Dijkpad
Het stuk dijk welk achter cafe de Witte Börstel naar de Losplaats loopt is het dijkpad.
Wat betreft de losplaats merken we op dat ook veel hooi en bomen uit de beemden verkocht en via boten afgevoerd werd. Misschien dat de Losplaats hierin ook een rol heeft gespeeld.

Het Dijkpad 1930

Hoewel wij ons baseren op de namen zoals we die in de archieven zijn tegengekomen, bestaan er ook nog diverse namen in de volksmond. We beseffen dat we hierin nooit compleet kunnen zijn en de namen juist
te plaatsen. Desondanks zullen we ze waar mogelijk toch weergeven. Ook voor aan de Maas bij Groot Meers namen wij kennis van enkele van dergelijke namen.  A: Het Bat, B: Maake Devoi (herkomst ?), C: ’t Anker
D: Riool E: Koedrenk.

De Maasvaart
Voor het begrip toch een beetje over de Maasvaart.
De vaart op de Maas zeker dateren vanuit de Romeinse tijd maar gaat ook weer verloren. Na de stormen van de volksverhuizing wordt de rivier pas echt weer belangrijk rond het jaar 600. De landwegen waren toen slecht en alleen de oude Romeinse weg van Keulen over Maastricht naar de kust was van belang. De handel verplaatste zich naar de rivieren. Eerst was de hoofdroute: via Rhone en Rijn tussen de Middellandse zee en het Noorden. In die tijd verplaatst ook de handel zich naar de Maas.

Vanaf het jaar 1000 was Maastricht uitgegroeid tot een toonaangevende stad, waarvan de handelaren o.a. over zee gingen zelfs tot Zweden en over de Rijn naar Keulen. Dat Maasverkeer ging natuurlijk ook allemaal door onze streek naar Dorestad en later naar Dordrecht. Maar ook via de Rijn naar Keulen. Het Maasdal werd steeds belangrijker en kwam al vroeg tot ontwikkeling, net als onze dorpen en niet te vergeten de kastelen (beheersen van Maas betekende namelijk macht en aanzienlijke inkomsten uit tol).

Maasschepen rond 1600 op de Maas in Maastricht. De kerk is de St Maartenskerk van Wijk.

De Maas was een moeilijke rivier om te bevaren, zeker in de zomer door de vele ondiepten en bochten. Het oogst bewondering voor de schippers die dit konden klaarspelen. Men voer met een koppel d.w.z. een schip met roef en zeil met erachter een stuk of vier platte schepen waarvan er minimaal een niet was beladen. Dit laatste diende om bij ondiepten de vracht te verdelen zodat de schepen hoger op het water kwamen te liggen. Ook werden hiermee de paarden die de schepen trokken bij hoog of diep water overgezet als men voor het lijnpad van oever moest wisselen.  In de bochten stonden palen die dienden om met het sleeptouw de schepen door de bocht te trekken.

Het lijnpad volgde de bevaarbare plaatsen en liep langs beide oevers. De paarden werden bij hoge waterstand , van de ene naar de andere oever gebracht op een vlot of pont., dit sleepte achter de schepen aan. In meerdere Maasdorpen waren lijndrijvers met paarden te huur, ook logementen. De Maasschepen brachten allerlei waren en producten uit Holland naar Maastricht: olie, vet, boter, kaas, spek, zout,gedroogde vis, haring, specerijen, suiker etc. Uit het Luikerland kwamen kolen , kalk, naamse steen, graniet, marmer enz. Het hooi der Maasbeemden, dat het meest door Maastrichtenaren werd gekocht, vervoerde men over de Maas. (Uit Uijkhoven in ’t verleden.1971 R. Verbois)

De Maasvaart werd na ca 1600 steeds minder om in de 19e eeuw helemaal ten onder te gaan o.a. door de aanleg van de Zuid Willemsvaart (Belgie), de verslechterde economische situatie in Limburg en uiteindelijk het Julianakanaal.
Dit om aan te geven dat alles wat bij Elsloo en Meers met de Maas gebeurde niet alleen van invloed was op onze dorpen maar ook op de handelsbelangen van de steden langs de Maas. Zo is b.v. het kasteel van Elsloo in de Maas altijd een grote hinderpaal geweest voor de scheepvaart. Ook met de Maasverplaatsingen zullen de schippers niet blij zijn geweest.

Laat reactieformulier zien