logo box 450x250 nostalgie 6c98a1

Een verhaal van Jo Smeets.


In de middeleeuwen wordt de duif gebruikt om snel een berichtje over te brengen. In het recente verleden worden zij omschreven als de renpaardjes van de arbeider. Wie wil vandaag de dag nog handarbeider zijn? In de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw is dit haast iedereen. Wellicht is met het langzaam verdwijnen van deze groep gelijktijdig gestart de teloorgang van de duivensport.............

Van nabij maak ik mee, dat de postduif een prominente rol speelt in het dagelijkse leven. Zo vraagt alleen al hun verzorging een ijzeren discipline. Per dag ben je wel enige uren kwijt aan deze gevederde vrienden. Het hebben van kanaries, dat is ’n stuk makkelijker. De duiven een dag overslaan is er niet bij, ook niet nodig want in die jaren ga je toch nergens naar toe. Zeker niet voor meerdere dagen. Ieders leefwereld beperkt zich nog tot de straat en het dorp waar je woont.

In Catsop hebben een aantal liefhebbers gewoond die zich provinciaal en nationaal konden meten met de allerbesten, ik denk aan de families Bours en Reubsaet. Het duivenlokaal is cafe Bie Willemke. PDV de Eendracht heeft hier haar clublokaal en haar 80-jarig bestaan gevierd. Enige jaren na dit feest is de vereniging opgeheven. De vergrijzing en vermindering van het ledenbestand zullen redenen zijn geweest.

Familie Bours, Catsop

Om de duivensport eertijds te beoefenen heb je niet veel geld nodig. In menige moestuin wordt van afvalhout een duivenslag getimmerd of op zolder wordt een hok gemaakt en een aantal dakpannen gelicht. Bij duivenmelkers die jaarlijks jonge duiven kweken schieten er altijd wel enkele over die je gratis krijgt. De enige dure investering is de duivenklok. Heel vroeger staat in Catsop slechts op enkele plekken een duivenklok. Hierin verdwijnen de kokertjes met de rubberen ringetjes. Om snel te kunnen “klokken” dient dan een sprint te worden ingezet. Een opzettelijke hindernis, het poortje blijkt vergrendeld, door een concurrent vertraagt dit wel eens.

Dit rubberen ringetje wordt, tijdens het “zetten van de duiven”, om het pootje van de duif gedaan. Het klokken van dit ringetje na thuiskomst van de duif, bepaalt de snelheid waarmee de duif van de losplaats naar zijn hok terugvliegt. Het gaat er om welke duif is het snelst weer thuis. Om dit te stimuleren worden de mannetjesduiven (haores) voor de vlucht enige dagen apart gezet van de vrouwtjes (ziejes) en ze krijgen hen niet meer te zien tot vlak voor de inkorving. Vervolgens worden zij in speciale vrachtauto’s naar de losplaats gebracht. Als hier gelost wordt gaan de hormonen een zeer aktieve rol spelen. Deze speelwijze wordt het weduwnaarschap genoemd. Bij grote internationale vluchten vanuit Barcelona of een Franse stad als Dax, is een duif uren onderweg en krijgt te maken met verschillende weersomstandigheden. Bij het woord rampvlucht kun je je iets voorstellen.

Een oom uit Geverik heeft jonge duiven gekweekt en die moeten wennen aan langere afstanden vliegen. Hij belt mij op: “Jo, wil je met mij naar Mariadorp (Eijsden) rijden”. Vaak gaat ie ook met z’n brommer met korf achterop op weg. Hij staat klaar met de rieten korf en wij gaan richting Belgische grens. Op de parkeerplaats voor de qua architectuur moderne kerk opent hij een klep boven op de korf, haalt voorzichtig een duif eruit en gooit ze in de lucht. Het is zijn allereerste langere vlucht.

De zondagochtend is voor elke duivenmelker in meerdere opzichten heilig. Niet alleen is er het noodzakelijke vroege kerkbezoek maar ook de duivenberichten op de radio volgt hij ieder uur. Hier wordt vertelt of en hoe laat ze gelost zijn. Het bepaalt voor een groot gedeelte de invulling van de zondag. Tot minder vreugde van moeder de vrouw die andere plannen had.

Een willekeurige zondagochtend in Geverik. De ene oom zit buiten op een stoel in de lucht te turen. De andere staat op de “doevespieker”, om zo snel mogelijk het rubberen ringetje dat de duif draagt in de benzing (duivenklok) te stoppen en te klokken. Mijn bezoek aan hen moet zich beperken tot veelal zwijgen en meeturen. Dit ritueel gebeurt in de jaren 50 en 60 ‘s zondagsochtends op duizenden plekken vooral in Nederlands- en Belgisch-Limburg en Noord-Brabant.

Mijn vader is klokkenzetter, meer dan 30 jaar vertrekt hij tijdens het duivenseizoen elke zaterdag naar Beek en zijn gehuchten om de wedstrijdklokken te prepareren voor de zondag. Rond 1 uur ‘s middags haalt hij eerst de moederklok op, hierop worden alle wedstrijdklokken afgesteld. Tot ’s avonds 7 uur is hij hiermee bezig in de verschillende cafes. Deze rondgang gebeurt op de fiets, de houten moederklok over een schouder hangend, bij pech wind en regen trotserend.
De eerste jaren van z’n huwelijk, moet hij als de duiven terug zijn tevens op zondagochtend present zijn. Je kunt je nu moeilijk voorstellen de tijd die hiermee gemoeid is en dat in je vrije weekend. Dit is echter zijn verbondenheid met deze sport, z’n broers in Geverik hebben de kampioenen op het hok zitten.

Het berekenen van de wedstrijduitslag heeft in die jaren zestig nog heel wat voeten in de aarde, vliegafstanden en tijden moeten namelijk worden gecorrigeerd om objectief een winnaar van de vlucht te kunnen vaststellen. Een computer is er niet en zelfs ’n handzaam rekenmachientje is niet te koop. Bij een provinciale of nationale vlucht duurt het zelfs enige dagen vooraleer de einduitslag bekend is. Voor de vliegafstand maakt het heel wat verschil of de duivenslag in Mook of in Mheer ligt.

Het inzetten van de duiven is voor de speler een verzetje. Na de werkdag moet er nog geschoffeld worden in de “moostem”, want in die jaren worden er aan huis groenten gekweekt en brood gebakken. Dit onder het motto: “wat je zelf heb, daar hoef je geen geld aan uit te geven”. Na de wasbeurt, schone kleren aan en met de rieten korf naar het inzetlokaal. Hier poel (wedden) je op jouw duiven, in de verwachting dat zij in de top zullen eindigen en iets terugverdienen. Dit vergt slechts enkele guldens. Het brengen van de duivenklok na afloop van de vlucht naar cafe Bie Willemke staat weer garant voor enkele glazen bier en veel “kalle” (praten), kortom gezelligheid.

Dan gebeurt het, dat het grote geld z’n intrede maakt in de duivensport. Japanners betalen duizenden guldens voor kampioensduiven. Menig duivenkot verandert in een groot huis met alles er op en er aan. Doping doet z’n intrede. Men gaat naar de “duivendoctor”, terwijl vroeger die duif de nek wordt omgedraaid en als soepvlees eindigt. De eenvoudige liefhebber kan wel meedoen in het spel, maar niet meer winnen van de grote cracks en haakt langzaam maar zeker af. Dit zal ook een factor zijn geweest waarom de duivensport op z’n retour is. Wat tevens meetelt is dat de sport slecht blijkt te zijn voor de gezondheid van de duivenmelker, met name de longen krijgen hun portie. Dit komt door het vele dwarrelende stof bij het schoonmaken van de hokken. Als mijn oom klaar is met dit dagelijkse karweitje, is ie van boven tot onder grijs.

Zo vlogen vroeger de mooi gepende renpaardjes snel door de lucht voor de handarbeider z’n plezier. Nu lijkt het er vaak op, dat wij mensen in het dagelijkse leven een renpaardje zijn geworden. “Het kan verkeren”, schrijft de dichter Brederode.

Laat reactieformulier zien