logo box 450x250 historie dba67b

Deel 8: De Romeinse weg op de rechteroever en de Maasbahne

Tussen Maas en Graetheide

Velen zullen zich afvragen hoe het zit met een vaak veronderstelde weg op de rechteroever, die vaak over een kam wordt geschoren met de Gemeyn Heirstraat. Er zijn onderzoekers die hier nog steeds in geloven. Wij dus niet !

Vroegere onderzoekers (en sommigen doen dat dus nog) waren ervan overtuigd dat de oude Noord-Zuid wegen langs de Maas -zoals de Driekuilenstraat in Elsloo, de Heirstraat in Stein en Urmond en het vervolg de Molenweg- onderdelen zijn geweest van een Romeinse weg. Dit leidde men af van de naam Heir met als uitleg dat deze naam teruggaat op de Romeinse legers.

Wij zijn er echter van overtuigd dat deze zogenaamde Romeinse weg middeleeuws is en ontstaan is door het aaneensluiten van de eerste landweringen -die hun functie verloren door uitbreiding van de velden- van de dorpen langs de Maas vanaf Geulle.
De naam Heerstraat staat voor wat wij nu “openbare weg” noemen en verwijst niet naar legers (heir) van Romeinen maar naar de heerplichten die hier oplagen. Inwoners werden door hun heer verplicht de weg te onderhouden.

Er is ook geen enkel archeologisch bewijs van het bestaan van een zuid-noord lopende Romeinse weg aan deze zijde van de Maas. De oude Heer/Heren/Heirstraat is ook aantoonbaar geen Romeinse weg. Hij doorsnijdt namelijk percelen. Dat betekent dat de weg later -na de Romeinse tijd- is ontgonnen en in percelen ingedeelde gronden is aangelegd. Ook waren de echte Romeinse banen grote, goed gefundeerde kiezelwegen met bermsloten. Een dergelijke baan liep wel op de linkeroever van de Maas (Belgie) van Maastricht naar Nijmegen en van Maastricht naar Heerlen en van Aken over Heerlen , Tuddern naar Xanten.

Tussen deze grote wegen hebben in die tijd wel secundaire verbindingswegen in onze streek bestaan. Bijvoorbeeld van Rekem naar Tuddern, van Stokkem over Limbricht , Sittard naar Tuddern en misschien nog meer. Maar ook van Stein naar Geleen en van Stein naar Beek. Het zijn deze wegen waarlangs de Romeinse vondsten in onze omgeving zijn gevonden. Wel kan er een secundaire weg de rechter Maasoever gevolgd hebben (onze “Oude weg” ). Alleen in Grevenbicht, Limbricht en Sittard zijn stukjes aantoonbare Romeinse weg gevonden. Maar die liepen Oost-West, niet Noord-Zuid !

Het veronderstelde Romeinse tracé valt samen met de middeleeuwse Heirstraat. Het ontstaan van deze weg is echter het gevolg van het feit dat het landverkeer in de middeleeuwen tussen de steden Maastricht en Roermond eisen aan de wegen stelde waaraan de “Oude weg” door de kernen langs de Maas niet meer kon voldoen.

Kaart uit de Voorgeschiedenis van Zuid Limburg, Dr Beckers en Zn.

Op basis van de toenmalige kennis en opgravingen dachten vroegere onderzoekers in het toenmalige wegennet nabij de opgravingen, een deze punten verbindende Romeinse weg op de rechteroever van de Maas te onderkennen.

Er zal zeker toen een verbindingsweg de rivier gevolgd hebben, maar die denken wij in onze “oude weg” gevonden te hebben. Een weg die wellicht nog van ver voor de komst van de Romeinen reeds bestond.

Op dit kaartje staat het tracé van de oude Heirstraat in Stein ingetekend.

Duidelijk is te zien dat de weg op punten perceel-doorsnijdend is. Dat betekent dat de weg later is aangelegd, op gronden die na de Romeinse tijd zijn ontgonnen en in percelen ingedeeld.



De Maesbahne

De Maesbahne vanuit Berg door de heide naar Sittard. Onderdeel van een verbinding tussen Gulick en Vlaanderen op een 17e eeuwse kaart.


De legendarische, maar verdwenen Maesbahne is ook een belangrijke weg geweest in onze streek, een hoofdverbinding in het grote oost-westverkeer.
De vrachtrijders uit de Gulickse havenplaats dienden voor de aanleg van de Bergerweg (in 1771 in gebruik genomen) hun route te zoeken dwars door de Graetheide. Deze omweg schijnt zijn oorzaak te hebben in het feit dat deze route al gevolgd werd voordat Urmond een havenplaats was. In dat geval was niet Urmond maar een andere plaats het eindpunt voor de weg die in Sittard begint. De Maasbahne bestond al lang voordat Urmond een havenplaats werd en was een onderdeel van een weg van Antwerpen naar het Rijnland.

Het is bekend dat de Maas vroeger voor het veer van Berg af boog naar Stokkem en het Molenveld omsloot. Dat betekent dat Berg niet direct contact met de Maas had en ook geen veer op de huidige plaats kende. Op oude kadasterkaarten gaat het gedeelte vanaf de Heiweg naar het Stenen Kruis door percelen. Dat betekent dat deze er eerder waren dan de weg. De weg is dus een vrij jonge weg, althans jonger dan de percelen. Vanuit het beschikbare kaartmateriaal redenerend is het naar onze mening niet uitgesloten dat de oudste route van de Maesbahne (in de periode voor de Maasverplaatsingen) niet via Berg maar via de Veestraat van Nattenhoven naar Stokkem (waar mogelijk toen ook het veer lag) heeft gelopen. Dit tracé gaat namelijk niet door percelen en maakt een vloeiende lijn. Later, als gevolg van de Maasverplaatsingen, verlegt de route zich dan via de Heiweg en Maasstraat naar het huidige veer van Berg. Nadat de Maas zich verlegd heeft, is natuurlijk de verbinding Sittard-Stokkem via Berg niet verlopen. Urmond heeft in de Gulickse tijd aansluiting op de route Sittard-Stokkem gezocht waardoor men via de Maasbahne meerdere doelen kon bereiken dan alleen Urmond.

Het Stenen Kruis in Berg; hier begon de Maesbahne door de heide.


Wij denken dat de oudste route Gulik-Sittard-Vlaanderen via Limbricht, Born, Grevenbicht, naar Stokkem liep. Deze weg bestond al in de Romeinse tijd en liep langs de noordgrens van de oorspronkelijke heide. De Maasbahne kan zich later ontwikkeld hebben als een korter alternatief door de heide. Ook kunnen Maasverplaatsingen bij Grevenbicht een rol bij het verleggen van het tracé van de handelsroute gespeeld hebben. Alleen nader onderzoek van de Maasverplaatsingen -en de datering ervan in relatie tot de ontwikkeling van de verbindingswegen tussen Sittard, Stokkem en Urmond- kan de juistheid van het bovengestelde bevestigen.

Dat het aan elkaar sluiten van twee van verschillende kanten komende veedriften (hier dus vanuit Berg/Nattehoven en Cuttecoven/Einighausen) vaak de basis vormt voor de oudste verbindingswegen is een algemeen verschijnsel en aantoonbaar in andere plaatsen. Hetzelfde zagen we bij de eerste landweringen gebeuren. Ook het verplaatsen van routes als gevolg van Maasverplaatsingen is ons niet onbekend. Dit hebben we ook vastgesteld bij routes van Rekem over de Maas heen naar Geulle en Elsloo.

Pas in 1757 ontstaan er plannen voor een betere verbinding door de Graetheide: de Bergerweg. In hetzelfde jaar richten de vrachtrijders het monumentale “Stenen Kruis” in de heide bij Berg op. Dit op het punt waar de Maasbahne door de heide begon. Merkwaardig is dat ze op dit kruis vragen om bescherming op het tijdstip dat besloten is om de weg te vervangen. In 1771 was de met grint verharde nieuwe Bergerweg klaar. De Maasbahne werd niet meer gebruikt en is deels opgegaan in de akkers.

Vrachtrijder Fredrix uit Elsloo

Uit interview dat Guus Peters in 2009 had met Hoebaer Fredrix -toen 94 jaar- die vertelde over zijn vader.
Zijn ouderlijk huis lag in de Maasberg te Elsloo.

De vader van Hoebaer -Gus- was rond 1925 vrachtrijder en boerde wat. Belangrijke vrachten waren het geregeld vervoer van hooi en stro en varkens naar Maastricht in opdracht van grotere boeren zoals Willem Voncken.

Op de terugweg nam hij voor de kleine winkels regelmatig de waren mee die zij dan weer aan de inwoners verkochten.

Ook de volgende vrachten werden veel gereden:
- Kolen halen op de mijn en naar de mijnwerkers thuis brengen, voor hun eigen gebruik
- allerlei transporten voor de gemeente

Als zijn vader naar Maastricht ging dan vertrok hij in alle vroegte en was pas laat terug (vaak de klok rond). Men moest met vrachten via het Seeckendaal en dan via de Rijksweg naar Maastricht. (met hoge vrachten kon men niet door de Eikskensweg). De Kruisberg was gevaarlijk om af te dalen. Men moest dan stevig remmen.

Het was een hele kunst om met paarden en kar rond hun huis in de Maasberg te manoeuvreren en vrachten de steile helling op te trekken.
Vaak moesten de paarden met een brandende krant aangespoord worden; die hield men dan onder het paard !! (dit was overigens streng verboden!) Dit deed men alleen als het niet anders kon. Als de kar stil namelijk kwam te staan, kwam men niet meer weg. Men moest de vracht  dan deels afladen. Hun paard(en) en die van andere buren, zoals van de familie Lenssen, werden ook voor zware hooiwagens die uit de beemden kwamen als extra voorspan ingezet.

Ook heeft zijn vader verteld dat hij vaker schepen tegen de stroom in langs de Maas van Meers tot Geulle heeft gesleept.

Bekijk hier het complete interview met Hoebaer Fredrix »





 

 

 

 

 

 

 

 

Laat reactieformulier zien