logo box 450x250 historie dba67b

Deel 43: Ut Ermsterveldj ~ vervolg.


Juddekirkhef
Voor de ruilverkaveling stak het Rootstraatje de Schuthaag over en liep door het Hoge Bos in. Aan de bosrand links van deze weg lag tot in de jaren ’60 een kleine begraafplaats die men de Juddekirkhef (Jodenkerkhof) noemde.  Hoewel de naam anders doet vermoeden, is er zover wij weten nooit een Jood begraven.

Jood,  in het dialect Jud, was niet alleen een aanduiding voor aanhangers van het Joodse geloof maar ook voor niet-Katholieken of niet- kerkelijken. Protestanten noemde men hier vroeger heidenen! Zelfmoordenaars, met de dood gestraften, onbekende aangespoelde lijken in de Maas, ongedoopten maar ook Joden mochten allemaal niet in gewijde aarde (parochie kerkhof) begraven worden. Daarvoor had ieder dorp een apart klein kerkhof, een zogenaamde Juddekirkhef.

Het merkwaardige in Elsloo is, dat we tijdens ons onderzoek op drie Juddekirhoven gestuit zijn waarvan dat aan de bosrand het jongste  was. Dit kerkhofje werd pas in 1918 aangelegd. Hoeveel mensen hier begraven werden weten we niet. Wel weten we dat hier in de tweede wereldoorlog nog enkele Duitsers werden begraven. Begin jaren ’60 nog twee graven. Een van een soldaat was dood gevonden in de Geversdelle (onder de Hoosterberg), de ander was dood gebleven in een schip in het kanaal. Dit was een deserteur die zich hierin verborgen had. De Duitsers bliezen het schip op, onwetend dat er een soldaat in zat. Coen Martens heeft de graven verzorgd tot ze begin jaren 60 naar de Duitse begraafplaats in Ijsselstein werden overgebracht. Het kerkhof, dat niet meer was dan een met heggen omringd klein grasveld, werd toen opgeheven.

De Juddekirkhef lag links naast de gevorkte veldweg aan de bosrand.
Hierboven de vastlegging van de grondafstand door Dhr Maas aan de gemeente Elsloo t.b.v. het kerkhofje.
Langs de heg op de achtergrond liep voorheen een weg naar het Hoge Bos. Onderaan links van de weg aan de bosrand lag de Juddekirkhef.


Een voorafgaande Juddekirkhef
Hoewel er geen relatie is met het Ermsterveldj  als onderwerp, willen we toch naar aanleiding van de Juddekirkhef  ook de andere begraafplaatsen in Elsloo beschrijven. De noodzaak van een Juddekirkhef bestond natuurlijk ook al voor 1918. Ook voor die tijd bestond er een Juddekirkhof. Dit lag echter op een geheel andere plaats, namelijk in Elsloo zelf. Meer bepaald op de plaats waar nu de supermarkt en een tweetal huizen liggen aan het Dorine Verschureplein.  Mensen hebben ons verteld dat hier nog tot de ruiming eind jaren ’40, kruisjes stonden. Ook spreekt men van een dodenhuisje en grote beuken (harrebeuken) die hier stonden. Hier werden, ook volgens de overlevering, in de eerste wereldoorlog verschillende Duitse soldaten begraven die vanuit België aanspoelden. Er zou ook een officier bij geweest zijn. Het kerkhofje is dus niet in 1918  geruimd maar heeft tot na W.O. II tegelijkertijd met het kerkhofje aan het Hoge Bos bestaan. Misschien was het vol en was er behoefte aan een tweede kerkhof. Wat er met de overblijfselen na de ruiming is gebeurd, is ons niet bekend. Het driehoekje wat eerst kerkhof was kreeg toen een nieuwe functie, namelijk kermisplein. Dit pleintje werd weer opgeheven na de aanleg van het Dorine Verschureplein.

De situatie bij het huidige Dorine Verschureplein in 1950. De kleine driehoek tussen de Stationsstraat-oost en de Schutterskampweg was de Juddekirkhof.


De echte Jodenkerkhof
Toch heeft Elsloo ook ooit een kerkhof gekend dat alleen voor het begraven van Joden bestemd was en speciaal voor een familie, de familie Manases. In de 17e eeuw geeft de kasteelheer van Elsloo deze familie toestemming om in Elsloo te mogen wonen om het beroep van slager uit te oefenen.  Een van de reeks bepalingen en voorwaarden was dat ze hun doden mochten begraven op de Santeberg bij het Terhagerpötje. Hoewel we het niet zeker weten waar deze plaats exact was, komen er twee in aanmerking. Ofwel op de heuvel (die we al eerder beschreven als een kunstmatige kasteelheuvel) in het park vlak bij de huizen van Terhagen of bovenaan de helling in de weg van het Terhagerpötje naar boven.Hier bovenaan rechts  in de driehoek tussen het voetpad en de dieper liggende Slinksgats, zou volgens de overlevering het Jodenkerkhof gelegen hebben. Wij denken zelf dat het op de laatste plaats lag. Dit omdat in de beschrijving  “boven het Terhagerpötje” wordt vermeld en daar ligt de heuvel net iets te ver van en de heuvel ligt in de Terhagerberg wat toen een begrip was en derhalve in een beschrijving ook vermeld zou zijn. In 1836 vertrekt de laatste telg van de Joden Manases uit Elsloo en het kerkhofje wordt door de Geloes bij het kasteelpark gevoegd.

De vermoedelijke plaats van de Juddekirkhef in het kasteelpark.

De uitgraving langs het spoor
In het Armsterveld ligt langs de spoorlijn een diepe uitgraving waarin sterke bronnen ontspringen en een beek, de Roeschert, vormen. Deze uitgraving is niet zo oud als de spoorlijn maar dateert uit de 20/30 jaren van de vorige eeuw. Ze is in dezelfde periode als het kanaal werd gegraven vervaardigd. Al vanaf de aanleg van het spoor hier in de hellingen heeft men veel last gehad van bronnen en drijfzand. In de 19e eeuw is het spoor al eens bijna weggevaagd als gevolg van drijfzandverzakkingen. Na enkele kliene verzakkingen werd tenslotte besloten om de bronnen van de Roeschert, die voorheen vlak langs het spoor liep uit te graven. Om de zand en kiezel te bergen heeft men toen een kleine spoorlijn aangelegd met wissels in de hoofdlijn en aan de overkant in het Maasdal gestort. Op deze wijze zijn de zand en de kiezelberg ontstaan, links en rechts van de grote duiker in het bos. Tussen beide “bergen” door stroomt de beek.

De uitgraving langs de spoorlijn op een luchtfoto uit 1950.

Duidelijk is te zien dat de hele omgeving vergraven werd. Links van de akkers rechts van de foto ziet men de (ronde) kiezelberg (nu met hoogspanningsmast), dan de beek en vervolgens de zandberg.

De zand en kiezelberg tijdens de aanleg. Het tussenstuk op de achtergrond is het dijklichaam van de spoorlijn met er doorheen de grote duiker. Momenteel is alles bebost en nauwelijks herkenbaar. Als oriëntatiepunt kan men de bocht in de Hemelbeek gebruiken. Goed is te zien dat de bedding van de beek op dit punt toen is omgelegd. Voorheen liep hij hier recht door de beemden naar de Maas.



Laat reactieformulier zien