logo box 450x250 historie dba67b

Deel 22: Aan het Heilig Hart.

Vijfsprong
Het kruispunt wat gevormd wordt door de Raadhuis-, School-, Heir- en Stationsstraat is nu een belangrijk kruispunt maar dat was het ook al in het oude Elsloo. Alleen hadden de straten toen andere namen, namelijk “’t Sträötje”, “Drie Koulenweg”, “Perhingestraat” en “Elserveeweg”. De verdwenen Mergelakkerweg maakte er zelfs een vijfsprong van.

Het kruispunt in 1842 . De enige bebouwing is dan de kapel op de hoek Stationstraat / Mergelakkerweg

Aan het Heilig Hart
Zoals met meer punten in Elsloo het geval is, is ook dit kruispunt in de loop der eeuwen vele malen veranderd. Zowel in belang als in aanzicht. De huidige naam "Aan het Heilig Hart” dankt het kruispunt aan het nog bestaande grote beeld van Christus ( Heilig Hartbeeld) op de hoek van de Stationsstraat met de Schoolstraat. Dit beeld is een herinnering aan het Rijke Roomse leven. Het beeld is vaak een middelpunt van verering geweest. In de middelleeuwen lag hier tevens een valderen, een doorgang in de landweer rond het dorp.

De kruising heeft niet altijd dezelfde naam gehad. Diverse namen gingen aan de huidige vooraf voor af en waren op gegeven moment zelfs meerdere tegelijk gangbaar.


De situatie in 1950 en in 1982. Te zien is dat de Mgr. Kerckhofsstraat deels het tracé volgt van de oude Mergelakkerweg.

Aan d’n Aolber
Een van de namen die tegelijkertijd met “Aan het Heilig Hart” werden gevoerd is: “Aan d’n Aolber” . In het grote pand op de hoek Heir- / Raadhuisstraat was oorspronkelijk het grote kledingmagazijn van de Familie Alberigs gevestigd. De Aelserse uitspraak van deze familienaam is “van de Aolber”. Vandaar dat het kruispunt ook “Aan d’n Aolber” werd genoemd.

Aan het Brikkewerk
“Aan het Brikkewerk” is ook een naam voor de kruising geweest. Overigens tegelijkertijd met “Aan d’n Aolber” en “Aan het Heilig Hart” was deze naam (voornamelijk in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw) in gebruik. Eigenlijk had iedere hoek van het kruispunt zijn eigen naam. De vierde hoek kan men “Bie Antje” noemen. Antje Paulissen woonde in het huis op de hoek Raadhuisstraat / Schoolstraat en verkocht vanuit een raam ijs en snoep.

Hoek Heir- / Stationsstraat ca 1950.

Voor de bouw van het appartementencomplex op de hoek van de Heir- met de Stationsstraat liep hier een veldweg/voetpad welk diende als verbinding met de wegen en voetpaden op het Mergelakker. Komende uit de Drie Kuilen of vanuit het dorp was de route via dit voetpad en vervolgens over het Mergelakker en de Heuvel de kortste weg naar Beek. Op het terrein tussen deze weg en de Heirstraat lag tot in de 70-er jaren het Brikkewerk bestaande uit een onbebouwd terrein met een grote loods. Doordat de loods in de helling lag, kwam het golfplatendak in de veldweg bijna tot aan de grond. Dit was een geweldige “roetsjbaan” en samen met het ruwe terrein een geweldig speelterrein.

Aan het Brikkewerk 1942.
Opvallend is het ontbreken van het kapelletje. Vreemd genoeg staat wel het Heilig Hartbeeld op de kaart.


De Auw Schwal
De naam Brikkewerk is hier dubbel in het gebruik geweest. Aan de overkant van de Stationsstraat lag tot begin jaren 80 van de vorige eeuw de St. Augustinusschool. Deze was gebouwd als opvolger van de school op de oude Berg. Voordat deze school gebouwd werd, kende dit terrein ook de naam Brikkewerk. De school werd gesloopt en er verrees een appartementen/huizencomplex. De naam “Aan het Brikkewerk”  herinnert aan de oude naam voor het kruispunt.

De “auw St Augustinusschwal” met Heilig Hart beeld in volle glorie. (60-er jaren van de vorige eeuw).Het was een prachtig geheel, wat ons door de vingers is geglipt.

Brikke bakke
Een “Brikkewerk” is de plaats waar veldbrandstenen vervaardigd werden. Het bakken van stenen in veldovens was een activiteit die in Elsloo veel heeft plaatsgevonden. In het verleden trokken veel Aelsenaeren naar Duitsland (voornamelijk rond Aken) om “brikke te bakke”. Dit gebeurde niet in fabrieken maar op plaatsten waar geschikte klei voorhanden was. Men groef de leem af, mengde die met water en vormde er stenen van. Deze werden in de zon gedroogd en vervolgens in lagen met gestapeld waartussen laagjes steenkool werden verwerkt. In de lagen waren luchtkanalen aangebracht. Vervolgens smeerde men de hele blok in met leem en werd de veldoven aangestoken. Deze brandde dan enkele maanden en, waarna men de stenen kon gebruiken voor het metselwerk.

Brikkebekkers bezig met het stapelen van een veldoven.
nog 'n groep brikkebekkers in Duitsland aan 't werk anno 1908

In Elsloo was dus de vakkennis en geschikte grond aanwezig (de löss) aanwezig voor het bakken van stenen. De Stationsstraat was een holle weg. De percelen langs deze weg waren mooie grote bouwplaatsen en de grond zeer geschikt om er stenen van te bakken.  Diverse huizen langs de Stationsstraat, maar ook op andere plaatsen in het dorp, zijn gebouwd uit ter plaatse gebakken stenen. Men groef de graaf (rechte wand) en de toekomstige plaats van de woning af en bakte er stenen van. Vervolgens bouwde men er een huis van, een goedkopere manier van bouwen bestaat bijna niet. Op de beide brikkewerken zijn de stenen gebakken voor huizen waar op de bouwplaats zelf onvoldoende leem voorhanden was. Zo heeft op de beide Brikkewerken aan het Heilig Hart de Fa. Schreurs stenen gebakken o.a. voor huizen aan de Heerstraat.

Holle wegen
ls we de kruising nader bekijken, dan zien we dat deze als de wegen die hier samenkomen, insnijdingen zijn in een gebied dat ligt tussen de Julianastraat /Jurgensstraat / Kaakstraat en de spoorlijn. Elsloo ligt op de overgang van het plateau van Schimmert naar het Graetheideplateau.  De vermelde wegen die de kruising vormen, zijn als het ware in een samenhangende uitloper van het plateau van Schimmert ingegraven. Andere oorzaken dan alleen waterafvoer moeten hier de holle wegen gevormd hebben. Dit gezien het oorspronkelijk vlak, ligt hellend terrein en dat de holle wegen zich kruisten. Het kan bijna niet anders dan dat hier grond moet zijn uitgegraven in en langs de wegen. We kennen overigens geen vermeldingen van het uitgraven van de wegen, maar we hebben zelf de theorie dat dit kan gedaan zijn ten behoeve van grote werken. Zoals de bouw van dijken, het bestrijken van de lemen muren van de vakwerkhuizen, het bakken van stenen of anders.

1925.
Duidelijk is te herkennen dat voor de huizenbouw, de School- en Heirstraat  holle wegen waren.

Zuivere löss was een belangrijke grondstof voor huizenbouw. Het mes sneed zo aan twee kanten. Men kon leem winnen zonder landbouwgronden te vernielen en men haalde steile hellingen uit de wegen. Daarbij vormden de ontstane wanden langs de straat prima weringen zodat het vee, dat men er doorheen naar de weidegronden dreef,  niet op de velden kon uitwaaieren.

Er zijn vermeldingen van contracten die in 17e eeuw door vermogende inwoners van Elsloo gesloten worden voor het leveren van grote hoeveelheden stenen. We weten echter niet waarvoor deze stenen bedoeld waren. Men kan hier ook aan verkoop buiten het dorp. Het vervoer kon gemakkelijk via de Maas plaatsvinden. Net zo goed als hier mergelstenen, losse mergel, kolen en hardsteen kon worden afgeladen, kon men ook bakstenen geladen hebben. Mogelijk dat we ooit nog verwijzingen tegenkomen om deze theorie te staven.

“Aan de Linde”
“Aen de Linde”, “de Linde aan de Veestraat”  of welke variant dan ook komen allen op hetzelfde neer. Dit is de oudste naam voor de hier beschreven kruising. De bedoelde linde was “de Linde aan de Veestraat” (de Veestraat is hier de Stationssstraat). Reeds de Germanen vergaderden onder een linde. In diverse plaatsen staan in het centrum nog van die dorpslinden die soms honderden jaren oud kunnen zijn. Op de hoek van de Stationsstraat met de Heerstraat heeft de dorpslinde van Elsloo gestaan.

Aan de Linde in 1910.

Het is op deze kruising onder de linde waar de inwoners van Elsloo ook gezamenlijk vergaderden met de schepenen (nu gemeenteraad) over belangrijke zaken aangaande het dorp. Voor deze plaats komen we ook wel eens de naam “Parlementen” tegen. Parlementen betekend debatteren (dus een plaats om te “vreigelen”, nu nog een geliefde bezigheid van de Aelsenaeren en gemeenteraad).

De linde stond hier echter niet alleen, al in 1500 stond hier een “Marienhuysken”, een aan Maria gewijde kapel. Tot de bouw van de appartementen heeft hier dit kapelletje tussen de Stationstraat en Mergelakkerweg gestaan. Achter de kapel stond een oude boom. Of dit een linde en speciaal de dorpslinde is geweest, is ons niet bekend. Verder stond hier ook nog een veldkruis. En om de inventarisatie heel compleet te maken, stond hier tot de jaren 70 van de vorige eeuw een wegwijzer van de ANWB.  Achter dit alles lagen tussen de Stationsstraat en de weg naar het Mergelakker nog twee huizen, waarvan een de boerderij van de familie Peters was. Aan de Mgr Kerckhofstraat  ligt achter het voormalige postkantoor nog een heel klein gebouwtje. Dit bakhuisje is een laatste overblijfsel van de boerderij.

Marie Peters-Wijnen vertelde ons dat het niet de bedoeling was dat het kapelletje zou verdwijnen. Bij de ontruiming van het terrein werd het kapelletje “per ongeluk” door een vrachtwagen of een andere machine omgeduwd. De aannemer Visser Wegenbouw heeft toen Fl 200,00 aan iemand gegeven voor een kruis.Marie heeft het kapelletje altijd verzorgd en heeft het vuurtje voor het plaatsen van een Kruis bij de gemeente warm gehouden. Het huidige kruis komt uit België en is een grafkruis. Het kapelletje was een Onze Lieve Vrouwe kapel.

Op dezelfde hoek stond vroeger ook een kruis. Dit was eigendom van de Fam. Odekerken in de Raadhuisstraat. Toen de landbouwer Dols uit Catsop in 1942 op de voormalige spoorwegovergang in de Spoor-/Veestraat verongelukte, werd het kruis als herdenkingskruis geplaatst op het hoge heuveltje, dat lag in de Spoorstraat naast de overgang. Toen dit heuveltje ten behoeve van de bouw van een huis werd afgegraven is het kruis weggenomen en verdwenen.

Laat reactieformulier zien