logo box 450x250 historie dba67b

Deel 36: De Eykskensweg.  

Op Cracouwen, De Enkskeswaeg en de Whègde in 1950.

Op Cracouwen
Cracouwen (de Catsoppenaeren spreken van Op Cracouwen) is de naam van het veld dat ligt tussen de hellingen van de Geverdelle, de Eykskensweg en de grens met Geulle. In Cracouwen zien we een zogenaamde weidenaam, in “Couwen” menen we koyen ( koeien ) te herkennen, een verwijzing naar het oorspronkelijke gebruik van het gebied. Waarvoor het “cra” in de naam staat weten we niet. Een verbastering van iets wat we niet meer als een gegeven kunnen herkennen. Cracouwen was in eerste instantie de naam van een groot stuk land dat het kasteel toebehoorde. In 1685 wordt door landmeter Bollen een stuk van  14 morgen (1,4 hectare) “genaempt het Cracouwen” ingemeten en verkaveld. Ook hier weer een bewijs dat veel veldnamen voortkomen uit de naam voor één (groot) perceel, dat dan later over gaat op het hele gebied. Dit verschijnsel zagen we ook bij de Moordkuil en de Hokel.

Op Cracouwen 1815. Met een groot perceel van het kasteel onder de Horsterberg en rechts een blok percelen met de naam Cracouwen erin getekend. Dit is het perceel dat in 1685 werd ingemeten.

De Énkskenswaeg
Engskeswaeg is de dialectnaam voor de Eykskensweg (Ik heb zelfs mensen horen spreken van de Hengskenswaeg).  In mijn jeugd leerde ik deze weg al goed kennen.  Toen al boeide me het landschap en dacht na over de naamsherkomst. Het bordje Eykskensweg was me nooit opgevallen en lange tijd dacht ik dat de naam afkomstig was van “eng” in de zin van smal (dat is de weg ook) maar ook in het donker eng. Dit om aan te geven dat men voorzichtig moet zijn met het verklaren van namen. Was de oorspronkelijke naam, Eykskensweg,  in de loop der eeuwen verloren gegaan dan zou men nu er een heel andere uitleg aan geven. In de trant van afkomstig van eng of zelfs van hengst.

De Énkskeswaeg. Een (als het donker is) enge, smalle weg maar ook een prachtige, lange, 9 meter diepe, holle weg genoemd naar Eiken die erlangs hebben gestaan. Op de foto het oneigenlijke begin van de weg. De Énkskeswaeg. Een (als het donker is) enge, smalle weg maar ook een prachtige, lange, 9 meter diepe, holle weg genoemd naar Eiken die erlangs hebben gestaan. Op de foto het oneigenlijke begin van de weg.

De Eykskensweg was een onderdeel van de belangrijke Gemeyn Heerstraat, de middeleeuwse verbinding tussen Maastricht en Roermond. Al eerder gaven we aan dat de huidige verbinding met de Eykskenweg via de Geverdelle nog vrij jong is. De Eykskenweg begint dan ook niet waar nu de holle weg begint. De Eykskensweg moet men zien als het verlengde van de Lindebergstraat (die in Kaakstraat begint),  waarbij de Holstraat komende vanaf de Dries zich voegt. Vanaf het punt waar de Holstraat samenkomt met de Lindebergstraat, begint eigenlijk de Eykskenweg.

In het midden het eigenlijke begin van de Eykskensweg, in het midden de uitmonding van de Holstraat. In het verlengde de Lindebergstraat. In het midden het eigenlijke begin van de Eykskensweg, in het midden de uitmonding van de Holstraat. In het verlengde de Lindebergstraat.





De ontstaansreden van de Eykskensweg ligt verder terug dan zijn functie als weg. Voor diverse wegen in Elsloo, zoals de Driekuilenweg, is het aannemelijk te maken dat deze teruggaan op vroege landweringen. Voor een wering te maken kan een greppel (of greppels) zijn uitgegraven waarvan de grond werd gebruikt  voor egalisatie van het ontboste terrein. Een dergelijke wering, die kon bestaan uit een of meerdere greppels met tussenliggend begroeiing in de vorm van dichte hagen, dienden niet alleen om groot wild  van de akkers en weidegebieden te weren maar ook omgekeerd om ook het vee niet in het bos te doen geraken.  Ook graften kunnen deel uitgemaakt hebben van  weringen. De Eykskensweg gaat waarschijnlijk terug op een dergelijke landwering als afscheiding  tussen een bos dat  ooit stond op de Hoogte en de akkers of weidegronden in de Geversdel en Cracouwen.

Het bos op de Hoogte maakte toen deel uit van een groter geheel en het is goed mogelijk dat hier ook groot wild in voorkwam (wilde varkens, herten etc). Hieronder men niet alleen de huidige bossen rekenen maar ook de bossen in Geulle (die waarschijnlijk toen ook veel groter waren).  Wanneer  de weringen zijn aangelegd en het bos werd gekapt, is moeilijk aan te geven maar rond het jaar 1000 zal deze situatie nog bestaan hebben. Dit gebeurde ook niet in een keer maar in fases.

De greppels die rond de Hoogte lagen bestaan nog steeds maar niet meer als zodanig herkenbaar, ze zijn omgevormd tot wegen. Deze wegen zijn de Eykskensweg, het bovenste gedeelte van de Lindebergstraat en de Schuthagerweg.  Naarmate de ontginningen vorderden en de bos- en weidegebieden akkers werden, verloren de weringen, zoals die rond de Hoogte hun beschermfunctie en werden ze omgevormd tot wegen. Liepen de greppels of weringen in een helling, dan werden ze verder uitgegraven dit voor het afzwakken van de helling ten behoeve van het verkeer op de nieuwe wegen. We sluiten hierbij niet uit dat de grond die uit de greppels in de hellingen kwam, toen is gebruikt voor het opvullen van de greppels die in de buurt door vlak terrein liepen. Dit om de bereikbaarheid van de akkers vanaf de wegen te verbeteren.


De Whègde met fruitteeltbedrijf Pijpers. Toen bos nu fruitbomen. Voor de haag loopt de Lindebergstraat, op de achtergrond de begroeiing van de  Eykskenweg en rechts (niet zichtbaar) de Schuthagerweg.

De uitgediepte en opgevulde greppels werden zo tot onderdelen van wegen gevormd. Waar nodig maakte men tussenstukken met bestaande, doodlopende ontginningswegen of veedriften Zo groeide een stelsel van veld- en doorgaande wegen.  We denken dat de in de middeleeuwen  zo belangrijke Gemeyn Heerstraat van Maastricht naar Roermond. (Door Elsloo volgde deze  de Driekuilenstraat, Heerstraat, Catsopperstraat, Holstraat en Eykskensweg)  op deze wijze tot stand is gekomen.

Met betrekking tot de Eykskensweg is nog iets merkwaardigs aan de hand. Dienden de doorgaande wegen in Elsloo een halve Heerstraat breed te zijn (ca. 5 m), de Eykskensweg diende het dubbele (32 voet, 10 meter) te zijn. Deze breedte kunnen we nog terugvinden in het stuk Eykskensweg vanaf de Holstraat tot de holle weg maar bij de holle weg zelf stuiten we op twee vragen.  Waar is hier die breedte gebleven en hoe is de weg op die diepte gekomen? De breedte is er nog, alleen niet op het huidige niveau. Op ca 5 meter boven het huidige niveau van de weg kan men een breder stuk herkennen, hier denken wij de oude weg te moeten zoeken. Blijft over dat blijkbaar de weg is uitgediept. Dat de weg niet uitgespoeld is door water, moge duidelijk zijn. Er ligt geen helling achter de weg die het water kracht kan geven en de weg gaat midden door een plateau. Het bovenste gedeelte (de oude weg dus) kan in eerste instantie als landweer en later verder voor het verkeer zijn uitgegraven zijn. Voor het beneden stuk ligt dit anders, dit moet na ca. 1700 nog eens dieper zijn uitgegraven. Zou het veronderstelde kloppen, dan zou de Eykskensweg in drie etappes zijn uitgegraven.  
Mogelijk heeft men de Eykskensweg verder uitgegraven (toe hij al weg was) voor werkzaamheden als het in de omgeving opvullen van greppels die hun functie hadden verloren en omgezet werden in wegen. Wat ons ook is opgevallen is dat het vermoedelijke tijdstip van uitdieping (begin 18e eeuw) samenvalt met de aanleg van de Broeckerdijk in het Maasdal. De hiervoor benodigde grond (loss) komt ongeveer overeen met wat in de Eykskensweg moet zijn uitgegraven. Alleen zou men zich hier kunnen afvragen of er voor die dijk geen leem korter in de buurt beschikbaar was.

Op Cracouwen met op de achtergrond de Eykskensweg.
Op Cracouwen met op de achtergrond de Eykskensweg.

Gezien de constateringen bij de Staasjewaeg,  de Whakkelderwaeg  en nu weer bij de Enkskenswaeg, krijgen we steeds meer de indruk dat de holle wegen in diverse fases dieper zijn geworden. Afhankelijk van hun functie. Het uitdiepen  deed men door ze als ze ook als kleigroeve te gebruiken (de klei kan overigens voor allerlei doeleinden gebruikt zijn, tot stenen bakken toe). Op zich niet onlogisch. Men diende hiermee twee doelen. Men bracht geen schade aan kostbaar akkerland en men zwakte de helling ten behoeve van het verkeer af.  

De naam Eykskensweg is afkomstig van eiken. De archieven spreken ook twee eiken langs deze weg. Een Cleyn Eyckske rechts aan het eindpunt van de hole weg en een Groote Eyck halverwege (eveneens rechts van) de weg. Volgens de overlevering heeft er in de Eykskens-weg  een holle eik gestaan die zo groot was dat er een tafel met stoelen in paste.  Het eindpunt (links en rechts) van de holle weg, aan de grens van Elsloo met Geulle,  kende een aparte naam:  “aan het Eykske” ook wel vermeld als “aan het Cleyn Eykske”. Voorheen  liep vanaf dit punt een doodlopende veldweg Cracouwen in. Deze volgde hier de grens tussen Elsloo en Geulle.  

De gemeentegrenzen waren overigens ook niet automatisch  de grenzen van de  veldnamen. De Heuvel, de Hoogkuil en de Horst worden ook voor de aangrenzende gebieden in Beek gebruikt evenals Cracouwen en de Hoogte en Materberg in Geulle.  Dit kan betekenen dat de namen al bestonden voordat de grenzen werden vastgesteld (dus voor de ontginningen) of dat er grensverschuivingen hebben plaatsgevonden waarbij de grens door een gebied met een bepaalde naam kwam te lopen dat eerst tot één Landheer behoorde.

Laat reactieformulier zien