logo box 450x250 historie dba67b

Deel 19: De Maas, de oudste kerk en de bebouwing van Elsloo

De overstroming van 1450
In de inleidende artikelen hebben we al het oudste Elsloo behandeld maar niet in detail. Een geheel sluitende reconstructie is misschien een onmogelijkheid. Toch kunnen we uit de archieven e.e.a. herleiden.  Voor zover mogelijk zullen we proberen dit te doen.

De grote problemen voor Elsloo begonnen met de doorbraak van de Maas bij de Hal (de Hal hoorde toen bij Elsloo, de Maas liep erachter en niet zoals nu ervoor). Dit had grote gevolgen voor het toenmalige Elsloo.  Peter Treckpoel, geboren te Beek, verhaalt in zijn kroniek van Overmaas over Elsloo het volgende: Over het jaar 1459 verhaalt hij de wijding van een kerk te Elsloo en voegt er bij: “Ende die alde kyrcke, die plach te staen er dese nuwe kyrck getymmert waert, die stond bij den Borcht, mer die Mase hadde sy bynae al tezamen ewech gedreven”

De nieuwe Kerk uit 1459 (ca. 1700).

Onder het koor lag de grafkelder van de heren van  Elsloo. Deze grafkelder bestaat nog steeds; onder het huisje op het oude kerkhof.
Dit is ook de toren waarop de schutterij van Elsloo de vogel plaatste voor het koningschieten vanaf het  kerkhof.  

De oudste kerk en bebouwing van Elsloo
We moeten aannemen dat het klopt wat Peter heeft geschreven. Maar verder dan deze vastlegging weten we niets van deze  kerk, zelfs niet aan wie ze gewijd was. Wat ons hier dwars zit is dat het is op zijn minst vreemd is, dat we van vrijwel alle goederen die  door de Maas zijn afgespoeld in de archieven aanwijzingen hebben gevonden. Alleen van een cruciaal gebouw als de oudste kerk en kerkhof ontbreekt ieder spoor.  Degenen die zich in het verleden al over deze vraag het hoofd hebben gebroken, plaatsen als verklaring de kerk in het kasteel. Dit betwijfelen wij. Op de eerste plaats zou  in een dergelijk geval Elsloo het enige dorp in de verre omgeving zijn geweest welk geen eigen kerk kende.  Gezien de omvang welke Elsloo (inclusief gehuchten) toen al had, kunnen we ons het ontbreken van een eigen kerk eigenlijk niet voorstellen. Op de tweede plaats is het kasteel niet direct weggespoeld en dus ook niet een mogelijke kerk in het kasteel.

Wel weten we dat de pastoor in 1519 de kasteelhoeve tijdelijk huurt. Hij had dus op dat moment geen eigen pastorie meer. In 1563 staat een broer van de kasteelheer Conrard van Gaveren, proost van de St Maartenskerk te Luik een stuk van  zijn eigendom af, de Scheverstenenhoef, om er een nieuwe pastorie op te bouwen. Dit perceel lag in de Jodenstraat,  achter het kasteel en grensde aan de moeshof van het kasteel.  In hetzelfde register staat een melding dat proost Conrard van Gaveren in plaats is getreden van de pastoor van Elsloo voor een ander perceel in de Jodenstraat dat men voortaan de pastorie ging noemen. Waarschijnlijk was het dit perceel waarop de oude pastorie stond die behoorde bij de afgespoelde kerk.  We denken dat als we de kerk moeten zoeken we dit niet ver van deze oude pastorie moeten doen.  Zou men de regel van kerkbouw in het Maasdal volgen (b.v Stein en Urmond), dan moet men de kerk moeten zoeken op een uitstulping in de helling langs de toenmalige doorgaande weg (en tevens hoofdstraat)  van het oudste Elsloo.  Dit zou dan langs de eerste Jodenstraat zijn, die achter het oude slot halverwege de helling liep. Dit punt ligt halverwege het oude kasteel en de autowegbrug in de Maas. Ooit lag hier een glooiende helling die reikte tot aan de overzijde van de Maas.

Gezicht op Elsloo vanuit Meers in de jaren 50. (de autowegbrug bestaat nog niet)
De Maas zelf geeft hier het hele in de loop der eeuwen afgespoeld gebied weer.

Hier moet men oppassen voor verwisseling  met de tweede Jodenstraat. Ontstaan door het geven van die naam aan de voormalige Veestraat die aan de eerste afgespoelde Jodenstraat parallel liep. Ook bij het historisch onderzoek is dit zeer verwarrend. De (eerste!) Jodenstraat volgde dus de glooiende helling en daalde bij Scherren af in het Maasdal om bij de Scharmolen aan te sluiten op de Linden-driesstraat naar Meers met een afsplitsing langs het kasteel van Stein naar het Keerend te Stein. (Een van de mogelijkheden van  de naam scherren, schar en schaar kan het  scharen (splitsen) van de wegen zijn geweest. Zie verder onder Scharberg).

Dit is een gedeelte uit een kaart van ca. 1850.De Maas heeft zijn huidige bedding    al gevonden. De ingetekende steile oever is dus dezelfde als heden. Om de situatie te doorgronden hebben wij de gegevens van ca. 1700 in deze kaart getekend.

De in paars getekende weg is de eerste Jodenstraat, rechts ervan de Veestraat (de latere tweede Jodenstraat. Rechts daarvan de landweer welke uiteindelijk de weg naar Stein wordt).

Het gele gebied in de Maas is zijn de hellingen rond  1700. De hellingen hebben oorspronkelijk tot aan de andere kant van de Maas gelopen. Waar de Schaarstraat bij de eerste Jodenstraat komt, lag de Scharmolen en Scherren  (de aanlegplaats voor het Marktschip. Dit onderhield wekelijks een beurtdienst naar Maastricht en Maaseik).

Het verlengde van de eerste Jodenstraat was het latere Huysberg-voetpad. Eens een hoofdstraat van het oudste Elsloo en “de Straet” geheten.

Vlak achter het kasteel in de helling dienen we ook de voorburcht te zoeken. Verder bestonden hier verbindingswegen tussen het slot en de Wijngaardstraat en tussen de voorburcht en de Jodenstraat (de Hoefsteeg). Tussen de gebouwen in lagen er verder de boomgaard en de moeshof van het kasteel. Bovenop de helling lag aan de (oorspronkelijke !) Jodenstraat de huizen. Die straat volgde de helling richting Maasberg en kwam uiteindelijk uit op wat we onder Op de Berg beschreven als het Huysbergvoetpad en Huysbergsteeg (zie ook de beschrijving van de Berg).  Deze beiden vormden  tot ca. 1600 een weg die liep over de Huysberg en “de straet” werd genoemd en die overging in de (eerste !) Jodenstraat . Hierlangs lagen diverse huizen en was de oudste  bebouwing van de Huysberg. Na de afspoeling van de huizen en weg bleef slechts, zoals we zagen,  een voetpad en steeg ervan over. Het stuk op de Berg, (voor de afbraak)  welk afdraaide naar de weg naar Stein achter de kerk was eigenlijk een latere opvolger in de functie als verbindingsweg naar Stein en Meers (via het tot weg omgevormde voetpad “de landweer”) van de beschreven afgespoelde weg “de Straet”.

De situatie in 1620. Hoewel de gebouwen tot in detail kloppen heeft men toch de kerktoren van Elsloo verkeerd om getekend. Tussen Elsloo en Meers is de Maas nog vrij recht. De diepe bocht moet zich nog ontwikkelen.

Het  kasteel is zeker niet in een keer verwoest. Peter Treckpoel schrijft hierover in 1505:  “Ïnde (die van Ruremunde) quamen terst in dat Dorppe of herlicheyt van Elsloe opter   Maesse….inde sy quamen ouch in dat alde Huys off vervallen sloet, inde verbranden dat bynnen al kael aff, datselve dat doer nog stonde, des luttel waes”.  De voor-burcht of hoeve is nog tot ca 1570  intact gebleven. Echter door de eindeloze oorlogshandelingen ( tachtig jarige oorlog) verarmde het dorp geheel  en was er ook geen geld meer voor beschoeiingen  langs de Maas.  De Maas kreeg de vrije hand, met alle gevolgen van dien.


De Maas
Om te weten hoe e.e.a precies is gegaan, kan een doelgericht onderzoek naar de evolutie van de Maas tussen 1450 en 1850 bij Elsloo meer duidelijkheid geven. Hierbij moet men dan de door de heren van Rekem  gebouwde dijken waarmee ze de natuurlijke overlopen van de Maas (oude Maasarmen) bij hoogwater afsloten. Deze heren hebben de Maas naar Geulle en Elsloo gedreven ! Ook door de weersveranderingen (kleine ijstijd) in de 17e eeuw smeltwater de waterafvoer tijdens overstromingen ook verhoogd hebben.

Het is in ieder geval verkeerd om een beeld te vormen vanuit de huidige situatie. Dit is ook een moeilijkheid bij archiefonderzoek. Daar waar de Maas vermeldt wordt denkt men automatisch aan de huidige loop.  Hierdoor maakt men makkelijk denkfouten en komt men tot verkeerde conclusies. Een voorbeeld hiervan is het steevast plaatsen van de weggespoelde kerk en oudste huizen in het Maasdal. Zij lagen niet in het dal, maar op de hellingen achter en boven het slot in de Maas. Ook weten we dat de Maas in de beemden van Elsloo voor Kotem een diepe bocht gemaakt heeft om vervolgens naar het oude kasteel af te buigen om vervolgens langs kasteel en de voet van de hellingen te stromen. Naar gelang de bocht  in de beemden opschoof  (landwinst in de vorm van de Olympia en Isabellaweerd) richting Kotem, groef als tegengestelde reactie de Maas zich achter het kasteel in de (kiezelrijke) Scharberg, geholpen door inzakkingen als gevolg van leeglopende drijfzandbanken. Het oude slot was in dit proces een scharnierpunt.

Zo kon het gebeuren dat de hellingen (waarop de oude kerk en de eerste Jodenstraat) lag eerder afgespoeld waren dan het slot en de hier achterliggende hellingen  met de Boomgaard (deze wordt nog in 1790 vermeld)  Uiteindelijk zal ook de helling achter het slot in de Maas verdwijnen en heeft de Maas de huidige loop aangenomen. Dit proces had zich overigens nog verder voortgezet als in de 1869 de Maasoever niet door rijkswaterstaat met “batklauwen” was beschoeid.

De beemden onder Elsloo in 1895. Op deze kaart zijn de diverse stromingsgeulen (“de Slubbe”) zichtbaar die de evolutie van de Maas hier markeren.

De onderste geul geeft het diepste punt van de bocht aan. Vanuit dit punt liep de Maas omhoog tussen het kasteel en de Hal in.

De Maas heeft op dit stuk zich in 400 jaar enerzijds verplaatst richting Kotem /Hal en anderzijds in de hellingen zich als het ware  ingevreten.




Laat reactieformulier zien