logo box 450x250 historie dba67b

Deel 2: Kasteel Elsloo en zijn bewoners na 1814 

Nieuw elan
Het is Graaf Nicolaas d’Arberg en die in 1638 trouwde met de erfgename van Elsloo Olympe de Gavere die eerste bewoners worden. We vermoeden dat ook zij de opdrachtgevers voor verdere uitbouw van het complex  (Elsloo 2) . Zij voegden echter  geen nieuw woonhuis aan het complex, maar men verbouwde de brouwerij, het panhuys,  tot een herenhuis. Deze opzet zal in hoofdlijnen gehandhaafd blijven tot de verkoop in het begin van de 19e  eeuw aan de familie de Geloes. In het restaurant van kasteel Elsloo is nog steeds de sluitsteen die boven de deur zat  te zien met de symbolen van de brouwers.

Twee fragmenten uit kadastrale detailkaarten van ca. 1820
De huidige Maasberg (links van het gebouw in de driehoek op de linkse kaart) was een onderdeel van de Badsteeg. Het gebouw in de driehoek is de nu nog bestaande rentmeesterwoning. Op de kaart rechts ziet men dat het kasteelcomplex ommuurd was en dat de nog bestaande  grote schuur langs een weg lag.  Dit klop met de overlevering dat de weg naar de Maas eerst langs de schuur door de huidige bebouwing liep. De rentmeesterswoning lag tussen twee wegen in. Rechts van de beek ligt  door de beek gescheiden, vrijstaand, de watermolen.
Op beide kaarten ziet men links beneden het kasteel nog een groot gebouw. Hier heeft aan de Maas een groot magazijn / pakhuis gelegen waarvan we (nog) geen gegevens hebben. Wel weten we dat het op een zeker moment in de 18e eeuw gediend heeft als magazijn voor de Staatse troepen.

Kasteel met Maasberg vlak voor aanleg Julianakanaal.
Bij de grote schuur ziet men nog een kleine aanzet voor de
weg die door het complex liep.


De rentmeesterwoning

De woning aan de Maasberg, onderdeel  van het kasteel, is de voormalige rent-meesterwoning. Later wordt dit de fanfarezaal van Elsloo, atelier van de expressiegroep de Ruif en tenslotte weer (personeels) woning van het hotel. Vlak voor het kasteel (aan de voet van de Maasberg) heeft in de 17e en 18e eeuw een aarden versterking gelegen. Dit was “de Schans” een vluchtplaats voor de dorpelingen in tijden van oorlog. In de Schans stond een groot huis waarvan de benedenverdieping de gevangenis van Elsloo was. Wij vermoeden dat het rentmeesterhuis gebouwd is op een restant van het “huis in de Schans”.

Vroeger vertelden ze ons als kinderen dat onder in deze woning het “pieterkeske” (dialect voor gevangenis) van Elsloo was geweest. Indien dit huis daadwerkelijk het huis “in de Schans” is geweest klopt deze overlevering.  
De met pannen afgedekte muurtjes tegen de gevel van de rentmeesterwoning zijn restanten van de hokken waar de jachthonden van de deelnemers aan drijfjachten werden opgesloten.
Bijna niet voor te stellen; maar ooit liep de Maasberg waar nu de schuur met de grote poort staat.Dit gedeelte van de Maasberg was dus in aanleg de aanzet van de Batsteeg. De hoofdweg ging in de bocht rechtdoor, waar nu het kasteel ligt.

De Geloes
Na het overlijden van Charles P.A. D’Arberg Baron D’Elsloo (1776-1814) werd het landgoed met kasteel Elsloo op 24 maart 1818 gekocht door Charles Emiel Servaas de Geloes gehuwd met Antoinetta Ernestina Francisca gravin de Borchgrave d’Altena.

Vastlegging van Mulken
Het volgende is letterlijk overgenomen van een stuk wat is (over)geschreven ofwel door meester Van Mulken ofwel zijn vader die rentmeester was. Dit omdat de brand van 1885 niet vermeld wordt. Het bevat heel veel details over het kasteel en de familie de Geloes. De schrijver heeft dit voor het nageslacht willen vastleggen.

 

Hier staat:
Het Kasteel, gelegen aan de Slakbeek is in 1620 gebouwd en op 20 Januari 1885 afgebrand. ‘s Heerenschuur (in hout en leem gebouwd) en stallen zijn op 14 Januari 1835 afgebrand. Nota 18 stuks koeien en runderen, 1 Zwitserse stier en 4 varkens waren in den brand omgekomen. Gebouwen noch vee waren tegen brandschade verzekerd. In 1835 en ’36 zijn schuur en andere gebouwen opnieuw opgebouwd. A.M. Morreau was bouwmeester en A. Janiar architect en uitvoerder van het werk.
Beide woonden te Nivelles.
In 1844 is de toren gebouwd.

Graaf Charles de Geloes is overleden te Elsloo den 21 october 1834.
Bij het overlijden van Graaf Charles de Geloes drukte op het landgoed Elsloo eene gezamenlijke schuld van Fl 208.929,40 waarvan te betalen renten Fl 18.337,17.Het huis op de Halle is aangekocht op 25 April 1848.
Markies de Grimaldi is gehuwd met Gravin Isaure de Geloes te Elsloo op 17 Juni 1852.

Het Kasteel Lauvernac is in 1854 aangekocht door Graaf Theodoor de Geloes, voor Frs 240.000,00 bijkomende kosten als verbetering van grond Frs 40.000,= en restauratie van het kasteel Frs 100.000,=.
Landgoed Crutzen was groot 78 bunders.
In het proces tusschen Graaf Theodoor de Geloes en zijn Zuster Markiezin de Grimaldi is deze laatste veroordeeld tot inbreng van Frs 88.067,= en betaling van alle kosten. Drossaert heeft altijd gediend tegen 200 Frs ’s jaars en de kost.

Einde vastlegging.


Opmerking: Men rekent nog met  Belgische francs. Het was overigens in die tijd in deze grensstreek dat men zowel in francs als guldens en zelfs in Duitse Marken rekende. Na de brand in 1835 werd dus behoudens de toren en het rentmeesterhuis het nog bestaande gedeelte grotendeels gebouwd. De molen uit 1553 was en is het oudste gedeelte van het kasteel.

De wapens van Charles Emiel Servaas de Geloes gehuwd met Antoinetta Ernestina Francisca gravin de Borchgrave d’Altena in het hek van de grafkapel bij de St Augustinuskerk. Opmerking:  bij de restauratie van de grafkapel is. Het wapenschild van de Geloes rood geverfd, dit waren andere de Geloes, het wapen van Charles was zwart (met een gouden kruis), zoals het voor de restauratie ook op het hek was  !!
 
In 1782 zijn plannen  gemaakt voor verbouw van het herenhuis.
We weten echter niet of die ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Het gebouw bestaat niet meer.  Dat wijst er wel op dat de D’Arbergs Elsloo toen niet afgeschreven hadden. Hoewel zij op meerdere plaatsen (zie de serie de Heren van Elsloo) grote huizen bezaten, zouden ze Elsloo niet verbouwen als ze er niet een zeker belang aan hechten. De eigenaar van kasteel Elsloo was op dat moment  Graaf Nicolas Antoin D’Arberg D’Valagin et St Empire.  Zie hiervoor de serie :  de Heren van Elsloo aflevering 9 Nr 23.  
De tekening komt uit een boek in het rijksarchief in Maastricht, de naam van de architect is ons echter niet bekend.
 
Het Herenhuis van het kasteel. Gedeelte uit tekening gemaakt in kleur door meester Pesch.
 

Nadere gegevens familie De Geloes
Op 17 juni 1852 trouwt de dochter van de Geloes, Isaure A.F.T.V. gravin de Geloes met Charles, Henry Maxiem markies de Grimaldie, Cagnes, Antibes en Beaux Prins de Monaco (geb. 09.11.1818 te Besacon. Het echtpaar woont geruime tijd in bij de oude gravin te Elsloo.  Op 10 maart 1860 is Gravin Antoinette de Geloes overleden.

Volgens de overlevering werd de Gravin vanuit het kasteel door het park, de Medammerweide  en zo door het dorp naar de kerk voor de begrafenis gebracht.
Na scheiding en deling in 1871 werd eigenaresse van onder andere het kasteel met de molen en aanhorigheden de gravin Isaure Anatolie Ferdinande Theodore Valerie, gravin De Geloes, echtgenote van Charles Louis Henri Maxence, markies de Grimaldi d"Antibes de Cagnes prins van Monaco, te Parijs. Later woonde zij te Crutzen in Hasselt (B.)

Op 09 mei 1880 overleed  Karel (Charles) de Grimaldi.

De Markies heeft de gemeente Elsloo eens aangeklaagd wegens slecht onderhoud van de wegen. Hij reed met zijn paard over de smalle weg naar Meers over de toenmalige rand van het  Maasdal zijn paard struikelde echter en de Markies belandde met zijn paard in de steile  helling. Elsloo kreeg de schuld……!

De bronnen en putten van het kasteel
Wie de Maas nu ziet, kan zich nauwelijks voorstellen dat deze rivier hier ooit een wilde stroom was. Het water sleet toen de huidige steile hellingen bij het kasteel en in de bossen uit. Daarbij sneed ze ook diverse grondlagen door. Een van die lagen die daarbij aangesneden werd is een laag klei, die hier miljoenen jaren geleden is afgezet in een zee.  Deze kleilaag laat geen water door. Op de plateaus achter Elsloo zakt de neerslag op die laag en “stroomt” over deze laag richting Maasdal, waar het water in ontelbare bronnen uit de helling te voorschijn komt.
Toen men kasteel Elsloo ging bouwen, zaten deze bronnen natuurlijk ook hier in de helling en stroomden richting achtergevels.

De “fonteyn” voor het huis van de kasteelboerderij in de Maasberg.

Men maakte hier van de nood een deugd. Het aanwezige water werd namelijk zo effectief mogelijk gebruikt. Op de eerste plaats werd de hoofdstroom, de Slakbeek,  gebruikt  voor aandrijving van het molenrad en als waterleverancier voor de brouwerij. Na de molen gaat deze dan verder naar de Maas als Molenbeek. Voor algemeen gebruik bestond er de bron “fonteyn” onder aan de Maasberg. Deze zal ook eerder bestaan hebben dan het kasteelcomplex.
Meer bijzonder zijn de diverse bronnen op het terrein zelf. Om te beginnen bevindt zich in de kelder van het  “Huys de fonteyn” een bron in de kelder. Deze vult van rechts een bak en stroomt links weer uit de kelder. Deze bak werd in de woning als koeling gebruikt.

In de tuin van hetzelfde huis ontspringen ook bronnetjes. Die zijn bij de laatste verbouwing achter de gevel naar de molenvijver geleid.  Voor dit huis op de oprit bevind zich verder nog een gemetselde bak in de grond die afgedekt is met een ijzeren plaat. Deze bak wordt links gevoed door een bron welke rechts uitstroomt. Deze bak werd gebruikt voor de koeling van melk en voor drinkwater voor het vee. We zien het water wel in- en uitstromen maar tot nu toe zijn we er nog niet in geslaagd om de onderaardse loop en verbindingen van de ondergrondse stromen in kaart te brengen.

Het huys de Fonteyn.
In de kelder van het woonhuis bevind zich een waterbak gevoed door een bron evenals onder de ijzeren plaat onder de openstaande deur.

Maar ook het kasteel zelf kent zijn eigen bronnen. Voor de poort van de grote schuur bevind zich een diepe put. Dit is echter geen gebruiksput maar een zinkput. Uit de wand komen diverse bronnen waarvan het water beneden in de kiezellagen verdwijnt.
Echt laag is die muur echter niet want achter  de muur gaat het 6 meter naar beneden. Het muurtje is de
Achter deze put staat een laag muurtjetop van een grote keermuur in de helling. Beneden aan de voet van deze muur bevindt zich een tweede soortgelijke zinkput. Ook hier komen bronnen in uit. Het bijzondere aan deze put is dat hier een gedeelte van het water wordt en werd opgevangen om vervolgens via een leiding onder het kasteel door uit te komen in de waterbak voor de paarden. Deze staat nu nog tegen de gevel van het kasteel. De hoeveelheid aangeleverd water was vroeger dusdanig dat twee paarden tegelijk konden drinken zonder dat de bak leeg raakte.

Aan de andere kant van de Slabeek in de benedenverdieping van de grote toren bevind zich de derde zinkput. Het verhaal gaat dat de toren op eiken palen is gefundeerd die nat gehouden worden door hier naar toe geleide bronnen die via de zinkput afgevoerd worden.

De kasteeltoren. Beneden in de toren bevindt zich de derde zinkput.

De zogenaamde “ridderzaal” in de kasteeltoren is een betimmerde luxe stijlkamer (eetkamer) waarvan de ramen uitkijken op de tuin en het park. Op het plafond zijn in de 19e eeuw de wapens van de fam. De Geloes  door de schilder Duchateau geschilderd. In de tweede wereldoorlog is in de “wijnkelder”  (eigenlijk is dit de benedenverdieping) in de kasteeltoren de nikkelvoorraad van het SBB (nu DSM) door Louis Thomassen voor de Duitsers verborgen. Deze hadden ze nodig als katalysator voor het maken van salpeterzuur. Ook had men hier de voorraad fietsbanden van de lokale fietsenhandelaar Kroon verborgen.

Vanaf de toren heeft men een weids gezicht.


De Molenbeek
Tenslotte komt alle water bij elkaar in de ondergrondse Molenbeek. Deze loopt onder het voorterrein van het kasteel door en komt bij de sluis bij de duiker van het Julianakanaal weer naar buiten om direct weer via de duiker naar de Maas te stromen.

De situatie in 1897. Ook toen liep het water vanaf de molen al ondergronds naar de Molenbeek (stippellijn)

De situatie na de aanleg van het Julianakanaal.
Op de tekening ziet men de  loop onder het voorplein en door de duiker onder het kanaal door.

 
De grootste verandering was echter niet het water maar het uitzicht. Keek men eerst uit over het uitgestrekte Maasdal, voortaan keek men tegen een hoge dijk aan.
Het monumentale parkhek is afkomstig uit Breust (Eijsden)
De beemden van Elsloo aan de andere kant van het kanaal ter hoogte van kasteel Elsloo.
Voor de aanleg van het kanaal behoorde dit tot het panorama vanaf het kasteel.
In de beemden mochten de boeren geen palen met prikkeldraad zetten.
Dit om de kasteelbewoners niet te hinderen bij het paardrijden en drijfjachten.
   
Volgens de overlevering was er in de verre omgeving geen mooier beeld, dan
het zicht op de bossen, kasteel en dorp Elsloo komende vanuit Geulle a/d/ Maas door de beemden richting Elsloo.
Door de aanleg van het kanaal is dit beeld sterk aangetast.
Toch is het beeld vanuit de beemden langs de Maasoever  en vanuit Belgie  toch nog altijd bijzonder.
Ronald van Immerseel
kasteel Elsoo
Geachte heer,

Ik heb met veel interesse en aandacht uw 4 delen over kasteel Elsloo gelezen. In verband met onderzoek dat wij in opdracht van Stichting het Limburgs Landschap verrichten ben ik erg benieuw of het door u in deel 2 afgebeelde manuscript Van Mulken nog meer vermeld en zo ja of u mij kunt zeggen waar het manuscript zich bevindt (het RHCL heeft wel een archief van Mulken, maar dat bevat 4 inventarisnumme rs waar dit manuscript niet toebehoort).
Ik ben tevens erg geïnteresseer d in de gehele fraaie tekening van "meester Pesch", waarvan u een uitsnede afbeeldt. Ook hier vroeg ik mij af u weet waar het origineel zich bevindt?

Met vriendelijke groet,

Ronald van Immerseel / Stichting In Arcadië
k. 033 4480035 m. 06 53946858

Laat reactieformulier zien